1
,INHOUDSOPGAVE
1. BASIS (3)
2. FORMULES (5)
3. IN- EN UITVOER (6)
4. MODULES (7)
5. LIJSTEN (8)
6. LUSSEN (10)
7. TUPLES (10)
8. FUNCTIES (11)
9. RECURSIE (12)
10. BESTANDEN (13)
11. RIJEN IN 1D (14)
12. DICTIONARIES (17)
13. VERZAMELINGEN (19)
14. TEKST & STRINGS (19)
15. RANDOM (20)
16. KLASSEN (21)
17. MEERDIMENSIONALE NUMPY (25)
18. OBJECT GEORIÊNTEERD PROGRAMMEREN (29)
2
, 1. BASIS
Gebruik deze woorden niet als namen!
Booleans
True Waar True is alias voor 1
False Onwaar False is alias voor 0
None Geeft afwezigheid van een waarde aan (leeg
of nul-object)
and Logische EN-poort (levert True als beide
kanten waar zijn)
or Logische OF-poort (levert True als minstens
één van de kanten waar is)
not Draait waarde om (not True wordt False)
bool(p) Levert True als p waar is, False als p vals is
Beslissingen
if Als dit waar is, doe dat… Enkel voor de eerste voorwaarde!
elif Als dit waar is en de vorige ‘if’ onwaar Niet gebruiken in functies!!!
was, doe dit…
else Wordt uitgevoerd als geen enkele van
de eerdere voorwaarden waar was
Voorbeeld:
if ….:
<opdracht>
elif … :
<opdracht>
else:
<opdracht>
One-liner
a = (<waarde1> if <logische uitdrukking> else Kan ook zonder haakjes
<waarde2>)
Lussen
for Start een lus die een vast aantal keer Bv. voor elk element in deze lijst
herhaalt
while Start een lus die blijft herhalen zolang Bv. while x > 5
een bepaalde voorwaarde voldaan is
3