Studentencursus
Prof. Dr. Peter Vandenberghe
Inwendige Geneeskunde – Hematologie
Academiejaar 2023–2024
Deze cursus is een gedetailleerde samenvatting van alle hematologielessen. Ze volgt de
structuur van de colleges en is bedoeld als studiebasis voor het examen. Normaalwaarden
worden op het examen gegeven; enkel de aangeduide parameters dienen gekend te zijn.
,Deel I – Inleiding: het hematopoëtisch stelsel
1. Bloed en hematopoëse
a. Rode bloedcellen (erytrocyten)
De rijpingsstadia in het beenmerg gaan van normoblast (bevat DNA en RNA) via reticulocyt (bevat
RNA, geen DNA) tot de mature erytrocyt (geen DNA, geen RNA). De diameter daalt van 10–15 µm
(normoblast) naar 6–8 µm (erytrocyt).
Hemoglobine (Hb) bestaat uit globineketens + protoporfyrine + Fe²⁺. Tekort aan één van die
bouwstenen leidt tot een microcytaire anemie.
b. Bloedplaatjes (trombocyten)
Diameter 0,5–3 µm; verblijf in bloed ≈10 dagen; normaal 150–350 × 10⁹/L. Functie: primaire
hemostase (bloedstelping).
c. Witte bloedcellen (leukocyten)
Celtype Aantal (×10⁹/L) Verblijf bloedbaan Functie
Neutrofiel 4–10 (38–77%) 6–10 uur Antibacterieel en
antifungaal
Eosinofiel ≤0,4 (≤6%) Enkele dagen Antihelmintisch,
allergie
Basofiel ≤0,1 (≤1%) Enkele dagen Mestcelvoorloper,
anafylaxie
Lymfocyt T 1,2–3,6 (20–50%) Jaren Celgemedieerde
immuniteit
Lymfocyt B — Jaren Humorale immuniteit
NK-cel — Dagen Antiviral, antitumoraal
Monocyt 0,2–0,8 (2–10%) 1–2 dagen Fagocyt,
macrofaagvoorloper
2. Beenmerg en hematopoëse
Bij de foetus begint de bloedvorming in de dooierzak, later lever en milt, en vanaf 4–5 maanden in
het beenmerg. Postnataal is het beenmerg de enige plaats van hematopoëse; bij de volwassene
enkel in het axiale skelet en de proximale tubulaire beenderen.
De pluripotente hematopoëtische stamcel (HSC) deelt asymmetrisch: self-renewal (nieuw
stamcellen) én differentiatie via CLP (gemeenschappelijke lymfoïde voorloper) en CMP
(gemeenschappelijke myeloïde voorloper) naar alle rijpe bloedelementen.
3. Diagnostiek van hematologische aandoeningen
• Anamnese & klinisch onderzoek
• Celonderzoek: bloed/beenmerg (cytologie, immunologie)
• Genetische analyses: karyotype, FISH, PCR, NGS
• Beeldvorming: CT, PET-CT
Genetische analysetechnieken – overzicht
Test Scoop Resolutie Detectielimiet
Karyotype / Genoomwijd ~10 Mb 1–5/100
cytogenetica
, FISH Gericht (wysiwyg) ~1 Mb 1–5/100
PCR (kwantitatief) Gericht 1 nucleotide 1/100 – 1/100.000
Next-generation Breed gericht 1 nucleotide 1/20 – 1/100
sequencing (NGS)
⚠ Klinisch belangrijk: Bij diagnose volstaat een hogere detectielimiet; bij opvolging van
residuele ziekte is een zo laag mogelijke detectielimiet (LOD) essentieel.
Stalen: karyotype enkel op lithiumheparine (levende cellen!); FISH ook op EDTA en
paraffinemateriaal (FFPE); moleculaire analyse ook op EDTA en FFPE.