ORTHOPEDAGOGISCH BEHANDELMODEL: EEN VISIE & EEN METHODIEK
Triple C = Cliënt – Coach – Competentie
3 PIJLERS
Onvoorwaardelijke
ondersteuningsrelatie
Betekenisvolle daginvulling
Anders kijken naar probleemgedrag
Perspectief = het gewone leven ervaren
TRIPLE C: KADER UITGELEGD
Triple C gaat over wat jij nodig hebt
= jouw behoeften
Samen gaan we op zoek naar wat jij wilt & naar wat jij kan
Triple betekent 3 keer 3 keer C
o Eerste C = cliënt dat ben jij
o Tweede C = coach je begeleiders
o Derde C = competentie alle activiteiten die je doet
Wij vinden het belangrijk dat je een zo gewoon mogelijk leven leidt, dat je je veilig voelt, jezelf
bent & je eigen keuzes maakt
Je leert van alles, doet dingen die belangrijk zijn voor jou & anderen
Wij ondersteunen jou daar altijd bij als dat nodig is (begeleider)
Op deze gebieden doen we activiteiten:
o Zelfzorg
o Wonen
o Werken & leren
o Vrije tijd
Schrijven we samen op in een dagprogramma
FUNDAMENT
Menselijke behoeften gebaseerd op de 7 basisbehoeften
volgens Barrett (2000)
Fysieke behoeften
Herkenbaar, veilig, lichamelijke gezondheid bevorderd
Voorbeelden:
o Dagelijkse terugkerende routine aanbieden
o Voldoende slaap
o Helpen met tanden poetsen
o Veilige plek in de ruimte
Emotionele behoeften
1
, Waardering, menswaardigheid, mogelijkheid tot aangaan & onderhouden van sociale relaties
Voorbeelden:
o Warme vertrouwensband met begeleiders
o Compliment krijgen na een taak
o Aandacht krijgen
o Gehoord worden
o Zich geliefd voelen
o Plezier hebben
Mentale behoeften
Scholing, mentale prestaties, eigen keuzes & invloed op dagelijkse gang van zaken
Voorbeelden:
o ‘ik mag zelf kiezen welke smaak tandpasta ik wil’ (of op basis van non-verbaal gedrag
de keuze maken als de cliënt zelf geen keuze kan aangeven)
o Helpen angsten overwinnen
Zingevende behoeften
Betekenisvolle activiteiten voor zichzelf & anderen
Voorbeelden:
o ‘ik voer een werk of een taak of een activiteit uit die nuttig & zinvol is’
o Resultaten zien van een taak of een activiteit
o Activiteiten sluiten aan bij talenten van de cliënt
Verschil behoeften & wensen
Neem een cliënt voor ogen waar het ‘niet goed mee gaat’:
Vragen over de fysieke behoefte: Vragen over de emotionele behoefte:
In hoeverre kan de cliënt terugvallen op Hoe tevreden voelt de cliënt zich over
een stabiele omgeving? zichzelf?
Heeft een cliënt een eigen plek? Hoe gewaardeerd en geaccepteerd
Hoe voorspelbaar & herkenbaar is het voelt de cliënt zich?
dagelijkse leven? Hoe laat je je cliënt merken dat je hem
Is er een ‘gevuld’ dagprogramma? respecteert?
Voelt de cliënt zich veilig? Hoevaak krijg een cliënt een
compliment?
Op welke manier krijgt deze cliënt het
2