Praktijkdiploma Boekhouden (PDB) 2026 – Complete
Samenvatting
Complete samenvatting van alle drie examenonderdelen van het PDB: Bedrijfsadministratie,
Kostencalculatie en Financiering — inclusief uitgewerkte rekenvoorbeelden, 5 praktijkcases
en 65 oefenvragen met uitleg.
Examenoverzicht
Examenorgaan: Associatie voor Examinering
Drie deelexamens (niveau 4), zelf te kiezen volgorde: Bedrijfsadministratie,
Kostencalculatie, Financiering
Het PDB bouwt voort op de basiskennis van Basiskennis Boekhouden (BKB)
Elk deelexamen wordt afzonderlijk beoordeeld; samen vormen ze het volledige diploma
Deel 1: Bedrijfsadministratie
Journaals en subadministraties
• Naast het algemene journaal werken bedrijven vaak met specifieke journaals
(inkoop, verkoop, kas, bank) om de administratie overzichtelijk te houden.
• Subadministraties (debiteuren, crediteuren, voorraad) houden gedetailleerde
informatie bij die aansluit op de totalen in het grootboek.
Inkopen en verkopen
• Bij inkopen en verkopen met btw wordt onderscheid gemaakt tussen het netto
bedrag (exclusief btw) en het bruto bedrag (inclusief btw).
• Kortingen (zoals inkoopkorting of betalingskorting) worden apart geboekt en
beïnvloeden de uiteindelijke kostprijs of opbrengst.
Permanence
• Permanence houdt in dat de voorraadadministratie doorlopend wordt bijgewerkt bij
elke inkoop en verkoop, in plaats van alleen aan het einde van de periode.
Voorzieningen
• Een voorziening wordt gevormd voor verwachte toekomstige verplichtingen of
verliezen waarvan de omvang nog niet exact vaststaat, bijvoorbeeld een voorziening
voor dubieuze debiteuren.
• Het vormen van een voorziening drukt de winst in de periode waarin de voorziening
wordt getroffen.
Pagina 1 van 16
,PDB 2026 Stuvia
Deel 2: Kostencalculatie
Kostprijs berekenen
• De kostprijs van een product bestaat doorgaans uit directe kosten (materiaal, arbeid)
en een opslag voor indirecte kosten (overhead).
• Kostprijs = directe kosten + toegerekende indirecte kosten (bijvoorbeeld via een
opslagpercentage).
Verkoopprijs en winstopslag
• Verkoopprijs (exclusief btw) = kostprijs + gewenste winstopslag.
• Rekenvoorbeeld: kostprijs €80, gewenste winstopslag 25% van de kostprijs →
verkoopprijs = €80 + (0,25 × €80) = €100.
Winstmarge op de verkoopprijs versus op de kostprijs
• Let op het verschil: een winstopslag van 25% op de kostprijs geeft een andere
verkoopprijs dan een winstmarge van 25% op de verkoopprijs.
• Rekenvoorbeeld winstmarge op verkoopprijs: kostprijs €80, gewenste winstmarge
20% van de verkoopprijs → verkoopprijs = kostprijs / (1 − winstmarge) = €,80 =
€100.
Afschrijving
• Lineaire afschrijving: (aanschafwaarde − restwaarde) / levensduur in jaren =
jaarlijkse afschrijving.
• Rekenvoorbeeld: een machine kost €22.000, restwaarde €2.000, levensduur 5 jaar
→ jaarlijkse afschrijving = (22.000 − 2.000) / 5 = €4.000.
Rente
• Enkelvoudige rente wordt berekend over het oorspronkelijke bedrag; samengestelde
rente wordt berekend over het steeds groeiende bedrag (rente-op-rente).
Pagina 2 van 16
, PDB 2026 Stuvia
Deel 3: Financiering
Rechtsvormen
Rechtsvorm Kenmerk aansprakelijkheid
Eenmanszaak Ondernemer is privé volledig aansprakelijk
Vennootschap onder firma (vof) Vennoten zijn hoofdelijk aansprakelijk
Besloten vennootschap (bv) Aansprakelijkheid beperkt tot het ingebrachte
kapitaal
Naamloze vennootschap (nv) Aansprakelijkheid beperkt, aandelen vrij
verhandelbaar
Eigen vermogen versus vreemd vermogen
• Eigen vermogen is kapitaal van de eigenaar(s)/aandeelhouders; vreemd vermogen is
geleend kapitaal (bijvoorbeeld een banklening) dat moet worden terugbetaald met
rente.
• Financiering met vreemd vermogen kan het rendement op eigen vermogen verhogen
(hefboomwerking), maar verhoogt ook het financiële risico.
Kengetallen: liquiditeit, solvabiliteit en rentabiliteit
Kengetal Betekenis en formule
Current ratio (liquiditeit) Vlottende activa / kortlopende schulden — meet of
kortetermijnschulden betaald kunnen worden
Solvabiliteit Eigen vermogen / totaal vermogen — meet de
mate waarin het bedrijf met eigen middelen is
gefinancierd
Rentabiliteit eigen vermogen Nettowinst / eigen vermogen × 100% — meet het
rendement voor de eigenaren
Pagina 3 van 16