Rédigé par des étudiants ayant réussi Disponible immédiatement après paiement Lire en ligne ou en PDF Mauvais document ? Échangez-le gratuitement 4,6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Aperçu 4 sur 294 pages
Resume

Samenvatting Recht van de Europese Unie (geslaagd in eerste zit)

Document preview thumbnail
Aperçu 4 sur 294 pages

Uitgebreide samenvatting met alle lessen + arresten. Stuur een berichtje voor een goedkoper prijsje :)

Aperçu du contenu

H1: RECHT VAN DE EUROPESE UNIE
EUROPESE INTEGRATIEPROCES

‘EUROPA’ EEN LANGE GESCHIEDENIS

- 1929 - 1945: WO II
o Scharniermoment  Tot aan WOII: de grote naties beheersen de politieke, diplomatieke
controle. Duitsland valt binnen in Polen (wereldoorlog) eindigt met overgave van Duitsland in
1945. Oorlog heeft EU beschadigd: landbouw, politiek, infrastructuur (na WOII nieuwe
mondiale supermachten: VS en Sovjet-Unie)
o Frankrijk en Duitsland (machtige landen in Europa)  Frankrijk kende wantrouwen tegenover
Duitsland. Duitsland is na WOII beschadigd en had nood aan heropbouw.


SAMENWERKING TOT HEROPBOUW NA WOII

- Post-WO: heropbouw, Koude Oorlog, positie Frankrijk en Duitsland
o 2 grootmachten blijven: VS & Sovjet-Unie → willen allebei zoveel mogelijk invloed kunnen
uitoefenen, komen in een rivaliteit terecht = de koude oorlog.
 Dus eerst waren zij bondgenoten tegenover nazi-Duitsland, maar erna oorlog
o Frankrijk en Duitsland waren sterkt verzwakt
o MAAR toch spoedig herstel van Europa door:
 Internationale samenwerking: VN, Wereldbank, IMF, GATT…
 Regionale samenwerking: BENELUX
- 1944: oprichting BENELUX
o Samenwerking op regionaal vlak tussen 3 kleine landen: België, Nederland en Luxemburg
o Aanvankelijk douane-unie die hervormd is tot een economische unie
- Vraag reist: wat moeten we met Duitsland doen?
o Enerzijds: Duitsland klein houden en verzwakken
o Anderzijds: Duitsland is een groot land, we moeten zorgen dat de Sovjet Duitsland niet aan
zijn kant krijgt
- Zürich, 19 september 1946: speech Winston Churchill, “a kind of United States of Europe”
o Winston Churchill = Eerste minister van het VK , heeft VK door de WOII geholpen, hij verliest
hierna wel de verkiezingen.
o Hij zegt dat het probleem bij de verzwakte landen zitten (Frankrijk, Duitsland).
o BRONNENBOEK: p. 439 beschrijft tragedie die zich afspeelde tijdens WOII
o Maar er is een remedie: Europese familie recreëren en daarvoor een structuur bedenken
zodat deze zich kan ontwikkelen in veiligheid, vrijheid en vrede.
 “to recreate the European Family, or as much of it as we can, and to provide it with a
structure under which it can dwell in peace, in safety and in freedom. We must build
a kind of United States of Europe”.
o Duitsland heeft WO gestart, Duitsland moet daar gevolgen van ondergaan: ze mogen zich niet
herbewapenen, etc. Als we er zeker van zijn dat Duitsland zich niet meer kan aanvallen, dan
moeten we het achter ons laten en kunnen we opnieuw samenwerken. (pagina 440, alinea 3)

, o Eerste stap om de Europese familie te maken: is een alliantie tussen FR en DL, ze moeten
samen de leiding nemen.
 “I am now going to say something that will astonish you. The first step in the
recreation of the European Family must be a partnership between France and
Germany (…). In all this urgent work, France and Germany must take the lead
toghether”.
o Aldus: we MOETEN Europees gaan samenwerken en dat moet ook met Duitsland zijn
- 1948: Organisatie voor Europese Economische Samenwerking (Marshallplan < Truman-doctrine) (in
1961: OESO)
o President Truman is aan de macht in de VS en wil ervoor zorgen dat de verzwakte Europese
concurrent niet in de Sovjet-Unie kan. Ze zijn bang voor de uitbreiding voor de invloedsfeer
van de Sovjet-Unie in Europa. Ze gaan de landen helpen die hulp nodig hebben. Ze gaan de
vrije volkeren bespeuren die te maken hebben met pogingen of druk krijgen van andere
landen.
 Actieve rol van de Verenigde Staten “to support free peoples who are resisting attempted
subjugation by armed minorities or by outside pressures”.
o Marschall minister van Buitenlandse Zaken: deed investeringen in West-Europa om deze er
economisch bovenop te krijgen, dit zorgde ook voor een bondgenootschap tussen de landen.
o Marshallplan = ze verplichten de Europese landen om een organisatie op de richten:
Europese Economische samenwerking. Vandaag noemt dit de OESO.
 Dit in ruil voor financiële steun
- 1949: NAVO en Raad van Europa (in 1950: EVRM)
o NAVO: Noord-Atlantische Verdragsorganisatie werd opgericht met het oog op militaire
samenwerking en veiligheid
o Raad van Europa behartigen de mensenrechten en politieke democratie, waardoor in 1950
het EVRM werd ondertekend
- 9 mei 1950 het Schumann-plan (Monnet/Schuman): “Europa wordt niet meteen gemaakt, maar wordt
gemaakt door concrete realisaties, eerst door feitelijke solidariteit tussen landen” (BRONNENBOEK P.
442)
o Monnet: We moeten nog concreter gaan samenwerking: economisch en politiek
 Economie: kolen en staal (economisch voordeel door samenwerking én ook
voorkomen dat een land een oorlogsindustrie alleen kan opbouwen)
 Ook hij wil in de eerste plaats samenwerking tussen Frankrijk en Duitsland
o Het plan van Monnet wordt omgevormd in een politiek voorstel
 Schuman-plan
 Ze geven beide de controle op over de belangrijkste sectoren van de economie
(kolen en staal) en we gaan die controle overdragen naar een hoger europees niveau
o Duitse economische reconstructie onder auspiciën van een supranationale organisatie open
voor andere Europese landen
o Overdracht van bevoegdheden aan supranationaal, onafhankelijk niveau i.p.v. samenwerking
tussen soevereine Staten
 Intergouvernementeel = regeringen die samenwerken, maar met eigen
beslissingsmacht/ controle over besluitvorming (ze behouden soevereiniteit).
 Supranationaal = boven. Ze gaan niet naast elkaar samenwerken, maar gaan macht
overdragen naar een gezamenlijke organisatie op een hoger niveau
o Concrete, pragmatische aanpak, weliswaar met ambitieuze langetermijnvisie
 Van start met kolen en staal en opstart EGKS




2

,  Jean Monnet (Fransman) komt uit ondernemingsfamilie en kende belangstelling over Europese
eenmaking, etc. Wordt aangesteld als commissaris en verantwoordelijke voor de heropbouw.
Schuman-verklaring: voorstel namens de Franse regering (geïnspireerd door Jean Monnet) om de
Franse kolen en staalproductie onder 1 gemeenschappelijke gezag te plaatsen. Kolen en staal
waren economisch heel belangrijk: ‘L’Europe ne se fera pas d’un coup, ni dans une création
d’ensemble, elle se fera par des réalisations concrètes, créant d’abord une solidarité de fait. (…)
Par la mise en commun de productions de base et l’institution d’une Haute Autorité nouvelle, dont
les décisions lieront la France, l’Allemagne et les pays qui y adhéreront, cette proposition réalisera
les premières assises concrètes d’une Fédération européenne indispensable à la préservation de la
paix.’


VAN EGKS TOT EU

- 18 april 1951: Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal (Parijs; EGKS)
– België, Frankrijk, Duitsland, Italië, Luxemburg en Nederland
o Europa zal niet plots gecreëerd worden, maar zal worden gemaakt door concrete
verwezenlijkingen. En zo te komen door meerdere samenwerkingen. Franse regering stelt
voor om de staal en kolenproductie onder een hoge autoriteit te plaatsen. Een organisatie die
openstaat voor de participatie van andere landen.
 Lange termijn: politieke doelstellingen. Franse regering zegt dat deze politieke
doelstellingen onmisbaar is voor de vrede van de EU.
 Ze willen niet zomaar een internationale organisatie maar daar ook een model van
maken.
o Benelux-landen zagen de voordelen van deze samenwerkingen (want 3 kleine landen in een
grote organisatie hebben meer invloed als ze samen kunnen werken)
o Duitsland en italië sluiten zich aan, omdat zij verliezers zijn van WO2 en opzoek zijn naar
respect en een nieuwe start
o Dit inspireerde tot nieuwe plannen en initiatieven, zelfs buiten de economische sfeer maar
deze ambities waren te hoog gegrepen
 Mislukking Europese Defensiegemeenschap en Europese Politieke Gemeenschap
- 25 maart 1957: Verdragen tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap (Rome; EEG) en
de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie (Rome; Euratom) – België, Frankrijk, Duitsland, Italië,
Luxemburg en Nederland
- Verschillen tussen verdragen
o EGKS als “traité-loi”: het verdrag is heel gedetailleerd en heeft alles uitgewerkt
 Een vedrag zoals een wet
o EEG als “traité-cadre: dient meer als een kaderverdrag, hierin wordt beslist wat de
doelstellingen die moeten worden bereikt maar niet hoe ze dat concreet gaan invullen om die
te bereiken (minder gedetailleerd)
- De drie verdagen (EEG, EGKS en EURATOM) werden gekenmerkt door een supranationale benadering
die al snel als communautaire methode werd aangeduid
o Dit wil niet zeggen dat ze geen intergouvernementele karakteristieken vertoonden, maar
werden vooral gekenmerkt door de overdracht door de lidstaten van een deel hun
soevereiniteit naar het supranationale, Europese niveau
- Belangrijke arresten Hof van Justitie in vroege jaren ’60, o.b.v. teleologische interpretatie (VAN GEND
& LOOS en COSTA/ENEL): autonome, nieuwe rechtsorde gekenmerkt door voorrang en rechtstreekse
werking




3

, o Supranationale samenwerkingen werden versterkt door arresten Hof van Justitie in vroege
jaren ’60, waarin ze kijken naar de doelstelling: wat willen we bereiken met de
samenwerking?  Teleologische interpretatie = kijken naar de doelstelling
- 8 april 1965: Fusieverdrag (gemeenschappelijke instellingen voor de drie Gemeenschappen)
o 3 aparte organisaties met gemeenschappelijke instellingen:
 Parlement;
 Hof van Justitie;
 Één Commissie;
 Één Raad.
o Verzet van President Charles de Gaulle want hij bepleitte een meer klassieke,
intergouvernementele benadering  Dit leidde in 1965 tot een groot conflict tussen Frankrijk
en de overige lidstaten over het landbouwbeleid.
- Akkoord van Luxemburg (1966) (BRONNENBOEK P. 444)
o Er werd na enkele maanden een akkoord van Luxemburg gesloten.
o Het is een ‘agreement to disagree’ van de lidstaten.
 Men stelt vast dat men verschillende standpunten heeft, maar dat mag niet beletten
dat we verder gaan samenwerken
o De gewone werkzaamheden werden hervat, maar de facto werd meerderheidsbesluitvorming
voortaan uitgesloten.
 We gaan beslissen met eenparigheid
o Door de eenparigheidseis heeft er in de jaren ’70 een economische crisis voorgedaan.
- Jaren ‘70: economische crisis, de facto eenparigheidseis…
o Ondanks dat de verdragen de meerderheidsregel voorschrijven, riepen de landen telkens een
vetorecht in. Het ging als slecht met de economie en de Europese samenwerking verloopt
moeilijk. Het VK wil toetreden tot de gemeenschap en Frankrijk stelde zijn veto: want anders
gaat de dynamiek verstoord worden. Paar jaar later wil VK opnieuw toetreden en FR (de
Gaulle) stelt opnieuw een vetorecht.
- 1970: bondskanselier Willy Brandt bij het moment voor de opstand in het getto van Warschau
o Knielt neer voor de joodse slachtoffers in Warschau
o Werd gezien als “Duitsland doet een knieval” vraagt vergeving
- 1 januari 1973: toetreding Denemarken, Ierland en het Verenigd Koninkrijk (na 2 veto’s)
o Nadat Frankrijk toch toestemde doordat “De Gaulle” niet meer aan de macht was.
 Daarvoor gebruikte De Gaulle zijn veto, omdat het VK veel te nauw verbonden was
met de VS en hij geen bemoeienis wou van de VS in Europa
- 1 januari 1981: toetreding Griekenland
o De Europese gemeenschappen zorgen voor:
1/ Economische aantrekkingskracht
2/ Transformatie van voormalige dictaturen in jonge, krachtige democratieën
- Jaren ‘80: Kohl, Mitterrand, Delors… -> positieve dynamiek
o Plannen gemaakt voor een versterkte en versnelde integratie
o Goede samenwerking tussen Frankrijk en Duitsland, dus ging snel vooruit ç
o Resulteerde in de goedkeuring van de Europese akte
- 1984: Mitterrand en Kohl staan hand in hand bij de herdenking van de Slag bij Verdun
o Ook weer symbool voor de samenwerking tussen Duitsland en Frankrijk
- 1 januari 1986: toetreding Portugal en Spanje (nu 12 leden)
- 17 en 28 februari 1986: Europese Akte (“interne markt” i.p.v. “gemeenschappelijke markt”, QMV –
‘Europa 1992’)
o Europese Akte (EXAMEN) = een verdrag waarbij de oorspronkelijke verdragen cruciaal
worden aangepast. Dit creëert een extra push naar economische samenwerking met een

4

Table des matières

  1. 01 europese integratieproces 1
    1. ‘europa’ een lange geschiedenis 1
    2. europese integratie: een succesverhaal 7
  2. 02 verdrag betreffende de EU (VEU) 9
  3. 03 verdrag betreffende de werking van de eu (vweu) 9
  4. 04 andere primaire bronnen 10
    1. unierecht online 10
  5. 05 §1 eu is een autonome, constitutionele rechtsgemeenschap 11
    1. Eu is een rechtsgemeenschap 11
    2. eu is een constitutionele rechtsgemeenschap 14
    3. eu is een autonome rechtsgemeenschap 15
  6. 06 §2 bescherming van grondrechten 25
    1. Artikel 6, Lid 3 VEU 26
    2. Artikel 6, lid 2 VEU 27
    3. artikel 6, lid 1 VEU 27
  7. 07 §3 Attributie, subsidiariteit en evenredigheid 33
    1. afbakening: attributie- of bevoegdheidsbeginsel 33
    2. Uitoefening: subsidiartiteitsbeginsel 38
    3. Uitoefening: Evenredigheids- of proportionaliteitsbeginsel 39
    4. Nb: Over de bevoegdheden van de EU 42
  8. 08 §4 beginsel van Unietrouw 42
  9. 09 §5 beginsel van het Institutioneel evenwicht 44
  10. 10 Democratische beginselen 46
  11. 11 §1 Het Europees Parlement 47
    1. samenstelling 47
    2. taken en bevoegdheden 48
    3. besluitvorming en werkwijze 49
  12. 12 §2 De Europese Raad 49
    1. samenstelling en voorzitterschap 49
    2. taken en bevoegdheden 50
  13. 13 §3 De Raad 51
    1. samenstelling 51
    2. voorzitterschap 52
    3. taken en bevoegdheden 53
    4. besluitvorming 53
    5. werkwijze 54
  14. 14 De Commissie 55
    1. samenstelling, benoeming en ontslag 55
    2. voorzitter van de commissie 57
    3. hoge vertegenwoordiger 57
    4. Commissie als “volkomen onafhankelijk college” 58
    5. taken en bevoedgheden 58
  15. 15 Het Hof van Justitie van de Europese Unie 59
    1. Samenstelling en werkwijze 60
    2. taken en bevoegdheden 61
  16. 16 De Europese Centrale Bank 62
    1. samenstelling en werkwijze 62
  17. 17 De Rekenkamer 63
    1. taken en bevoegdheden (art. 287 VWEU): 63
  18. 18 Zelfstandige en ondersteunende organen en instanties 64
    1. Economisch en Sociaal Comité 64
    2. Comité van de Regio’s 64
    3. Ombudsman 65
    4. Europese Investeringsbank (EIB) 65
    5. bureau’s en agentschappen 65
  19. 19 motivering, publicatie en informatie 68
  20. 20 besluitvorming krachtens vweu 69
    1. Gewone wetgevingsprocedure: EP en Raad als volwaardige medewetgevers 70
    2. Bijzondere wetgevingsprocedures (art. 289, lid 2, VWEU) 71
    3. Internationale overeenkomsten: 72
    4. begrotingsprocedure 72
    5. Gedelegeerde en uitvoeringshandelingen 74
  21. 21 Besluitvorming krachtens het veu 75
    1. Procedure ‘schending waarden’ 75
    2. GBVB (Titel V EU-Verdrag; zie ihb art. 24 VEU) 76
    3. “Nauwere samenwerking” (art. 20 VEU en 326-334 VWEU): gedifferentieerde integratie obv Verdragen 78
    4. Herziening Verdragen (art. 48 VEU): 79
    5. Toetreding tot de EU (art. 49 VEU): 80
    6. uittreding van de eu (art. 50 VEU): 82
  22. 22 Primair Unierecht 83
  23. 23 Algemene beginselen van Unierecht, incl. grondrechten 84
  24. 24 Internationaal recht 84
  25. 25 Verordeningen 85
  26. 26 Richtlijnen 89
    1. rechtstreekse werking 93
    2. richtlijnconforme interpretatie 103
  27. 27 Besluiten 110
  28. 28 Aanbevelingen en adviezen 111
  29. 29 Andere handelingen 112
    1. N.B. “Besluiten van de vertegenwoordigers van de regeringen van de LS in het kader van de Raad bijeen” 113
    2. bevoegdheden HvJeu 116
    3. Bevoegdheden nationale rechter: 116
  30. 30 Beroep wegens niet-nakoming Unierecht door LS (art. 258-260 VWEU) 117
    1. Onderscheid tussen precontentieuze en contentieuze fasen 117
    2. relevante rechtspraak over precontentieuze en contentieuze fasen: 119
    3. gevolgen arrest tot vaststelling van niet-nakoming 123
  31. 31 Beroep tot nietigverklaring (art. 263, 264 en 265 VWEU) 127
    1. Voorwerp (art. 263, al. 1, VWEU): 127
    2. Beroepsgerechtigden (art. 263, al. 2-4, VWEU): 129
    3. procestermijn, nietigheidsgronden, gevolgen 137
  32. 32 Beroep wegens nalaten te besluiten (art. 265-266 VWEU) 138
  33. 33 Beroep tot schadevergoeding (art. 268 en 340 VWEU) 139
    1. 3 cumulatieve voorwaarden 139
  34. 34 Exceptie van onwettigheid (art. 277 VWEU) 140
  35. 35 Procedures in kort geding (art. 278-279 VWEU) 141
    1. Arrest 316, beschikking C/Polen 141
  36. 36 Adviezen (art. 218, lid 11, VWEU) 143
  37. 37 Door nationale rechter verleende rechtsbescherming 143
    1. Arrest 69, Factortame 144
    2. aansprakelijkheid lidstaat voor schending unierecht 144
  38. 38 Prejudiciële procedure (art. 267 VWEU) 150
    1. Art. 267, al. 2, VWEU: 151
    2. Art. 267, al. 3, VWEU: 152
    3. relevante rechtspraak over prejudiciële procedure; 152
    4. Gevolgen van prejudicieel arrest inzake interpretatie unierecht: 162
    5. Gevolgen van prejudicieel arrest dat ongeldigheid vaststelt: 163
  39. 39 Een “volledig stelsel van rechtsmiddelen en procedures”? 168
  40. 40 Inleiding 169
  41. 41 Marktintegratie 169
    1. evolutie marktintegratie in de EU 170
  42. 42 Negatieve en positieve integratie 171
    1. harmonisatie-instrumenten: 173
    2. Art. 114 en 115 VWEU als algemene rechtsgrondslagen ivm interne markt-harmonisatie 173
    3. Art. 114 VWEU (° 1986, Europese Akte -> “interne markt”, project ‘Europa 1992’) 173
  43. 43 inleiding 176
  44. 44 Het verbod van nationaliteitsdiscriminatie 176
    1. Nationaliteit 177
    2. definitie van wat verboden is onder discriminatieverbod 180
    3. verbod directe en indirecte discriminatie 180
    4. Verticale en horizontale rechtstreekse werking 182
  45. 45 Vrij verkeer van goederen 183
    1. Begrip en toepassingsgebied 183
    2. Financiële (of: tarifaire) belemmeringen 184
    3. Niet-financiële (of: non-tarifaire) belemmeringen 191
    4. Artikel 35 VWEU 202
    5. Artikel 36 VWEU 205
    6. Jurisprudentiële rechtvaardiging: de rule of reason 210
    7. (arrest 34, Cassis de Dijon) 210
    8. impact grondrechtenbescherming 216
  46. 46 Vrij verkeer van personen 220
    1. Unieburgerschap 220
    2. Vrij verkeer van werknemers 228
    3. Recht van vestiging 240
  47. 47 Vrij verkeer van diensten 256
    1. Vedragsrechtelijke rechtvaardiging van beperkingen (art. 62 j° 52 VWEU) 257
    2. Jurisprudentiële rechtvaardiging van beperkingen: rule of reason 257
    3. Beperkte ‘sport’-uitzondering 257
    4. Relevante rechtspraak over het vrij verkeer van diensten: 258
  48. 48 Vrij verkeer van kapitaal 275
  49. 49 Volledig interne situaties, omgekeerde discriminatie en misbruik van het vrije verkeer 279
    1. relevante rechtspraak over volledig interne situaties, omgekeerde discriminatie en misbruik van vrij verkeer: 280
  50. 50 Terugblik 290
  51. 51 examen 290
  52. 52 vragen van studenten 292
    1. Vraag naar het verschil tussen rechtstreekse toepasselijkheid en rechtstreekse werking. 292
    2. vraag: beroep tot nietigverklaring => de toegang van natuurlijke personen/ rechtspersonen tot het hof van justitie. 293

Infos sur le Document

Publié le
1 juillet 2026
Nombre de pages
294
Écrit en
2025/2026
Type
Resume
€16,98

Mauvais document ? Échangez-le gratuitement Dans les 14 jours suivant votre achat et avant le téléchargement, vous pouvez choisir un autre document. Vous pouvez simplement dépenser le montant à nouveau.
Rédigé par des étudiants ayant réussi
Disponible immédiatement après paiement
Lire en ligne ou en PDF

Vendu
7
Abonnés
0
Éléments
6
Dernière vente
7 heures de cela



Pourquoi les étudiants choisissent Stuvia

Créé par d'autres étudiants, vérifié par les avis

Une qualité sur laquelle compter : rédigé par des étudiants qui ont réussi et évalué par d'autres qui ont utilisé ce document.

Le document ne convient pas ? Choisis un autre document

Aucun souci ! Tu peux sélectionner directement un autre document qui correspond mieux à ce que tu cherches.

Paye comme tu veux, apprends aussitôt

Aucun abonnement, aucun engagement. Paye selon tes habitudes par carte de crédit et télécharge ton document PDF instantanément.

Student with book image

“Acheté, téléchargé et réussi. C'est aussi simple que ça.”

Alisha Student

Foire aux questions