• Mauvais document ? Échangez-le gratuitement
  • Rédigé par des étudiants ayant réussi
  • Disponible immédiatement après paiement
  • Lire en ligne ou en PDF
Vendre
Où étudie-tu ?
La langue
Document preview thumbnail
Aperçu 4 sur 229 pages
Resume

Personen en Familierecht | Samenvatting | UA | 2025/26

Document preview thumbnail
Aperçu 4 sur 229 pages

Samenvatting p&f, eerste zit geslaagd, stuur op messenger als je het goedkoper wil kopen!

Aperçu du contenu

PERSONEN EN FAMILIERECHT

INLEIDING

PERSONENRECHT

- Algemeen personenrecht = van toepassing op iedereen
o Feitelijke en juridische identiteit als individu
- Bijzonder personenrecht = slecht van toepassing op bepaalde
categorieën van personen
o Identiteit als natie
o Persoonlijke kenmerken (leeftijd, opvattingen, minderjarigen)

3 categorieën of entiteiten = voorwerpen, dieren en personen (natuurlijke en
rechtspersonen)

- Antropocentrisch recht = het is gemaakt door en voor mensen – mensen
vs instrumenten
- Natuurlijke personen
o Mensen van vlees en bloed (fysieke verschijningsvorm) en met een
juridische rol
o Te identificeren
o 2 facetten: de natuur (mens van vlees en bloed) en de juridische
verschijning (minderjarigen en meerderjarigen)
- Rechtspersonen – enkel entiteiten door en met mensen?
o Entiteiten die het recht aanduidt als persoon rechten en plichten te
dragen (vb gemeentes, vennootschappen)

FOCUS 2: PERSONEN, DIEREN EN VOORWERPEN

- Alles behoort maar tot één categorie  je kan geen mens en dier samen
zijn
o Je kan niet in geen enkele categorie zitten en ook niet in
verscheidene categorieën
- Basisondescheid tussen personen en voorwerpen
o Later ook onderscheid tussen dieren
o Enkel personen kunnen drager zijn van rechten en plichten =
rechtspersoonlijkheid
o Personen zijn in staat om als denkend en voelend wezen rechten en
plichten op te nemen en zo hun stoffelijke omgeving te controleren.
o Personen hebben de volheid van bevoegdheid om voorwerpen en
dieren te gebruiken, ervan genot te hebben en erover te beschikken
tot waar grenzen van derden reiken. (Art 3.50 en 3.39 2 e lid)
 Voorwerpen en dieren zijn het voorwerp van rechten van
personen

, o Actor-netwerktheotie = erkent binnen het netwerk van het recht ook
de Agency van niet-menselijke elementen die het netwerk
samenstellen met menselijke actoren.
 Ook dieren en voorwerpen zijn in deze cursus
gematerialiseerde actanten met eigen-waardige belangen
waarmee mensen rekening moeten houden.
 Zo kunnen ze gedeeltelijke rechtspersoonlijkheid verwerven
en kan iets tegelijk dier en mens zijn.
- Dieren hebben gevoelsvermogen en biologische noden
o Regeling van voorwerpen nog van toepassing: bevordering van het
welzijn van dieren staat in functie van de hoger gewaardeerde
belangen van mensen.
o Dierwaardigheid = dier is een levend wezen met gevoel, eigen
belangen en waardigheid dat van een bijzondere beschermingd
geniet
o Kunnen enkel het voorwerp zijn maar hebben zelf geen rechten en
plichten
o Toekenning rechtspersoonlijkheid? Vertrekt vanuit mens (=
antropocentrische benadering)
 Wel: enkel diersoorten die op mens lijken of nauw verbonden
zijn bv: gezelschapsdieren
 Niet: dieren zijn niet in staat om als morele wezens naast
rechten ook plichten op te nemen
- Andere dragers van leven: lucht, aarde, water, planten en bomen.
- Geen dragers van leven: maar hebben voor mensheid immateriële waarde.
Bv: cultuurgoederen (art. 3.2 bw)
- Subject (actieve entiteiten) vs object
o Denken en voelen: actieve entiteiten
o Bevoegdheden
- Gematerialiseerde vs gedematerialiseerde opvatting van recht
o Gematerialiseerde opvatting van het recht: tot verhouding staan
met een object
o Gedematerialiseerd: verhouding tot object is niet relevant: enkel
kijken naar verhoudingen tussen mensen
 Maar dan doen we afbreuk aan niet-menselijke entiteiten
- Actor-netwerktheorie en achterhaalde categorieën
o Gaat ervanuit dat je niet enkel kijkt naar de menselijke knooppunten
maar ook naar de niet-menselijke knooppunten en wat deze als
betekenis kunnen hebben.
o Dieren kunnen rechten hebben terwijl dat ze een niet-persoon zijn =
het zijn wezens met noden en gevoelens dus we moeten deze ook
betrekken in beslissingen die de mens niet aangaan (vb ontbinding
huwelijk, niet enkel kijken naar de kinderen maar ook naar de hond
zijn verblijfsregeling)
- Dieren
o Gevoelsvermogen en biologische noden
o Symbolische bescherming
o Specimen vs species – bv. huisdier

2

, o Instrumentele bescherming
o Eigen-waardige bescherming


FAMILIERECHT

- Geen wettelijke definitie (familie/gezin/huishouden/uitgebreide familie)
- 3 familierechtelijke betrekkingen (de ‘Heilige Drievuldigheid’ van het
familierecht)
o Partners (‘horizontaal’ – binnen één generatie): tafel en/of bed; drie
relatievormen
o Ouders en kinderen (‘verticaal’ – over generaties heen): wie en wat
o Uitgebreide familie: (bloed- of aan)verwantschap (over generaties
heen), sociaal netwerk




DEEL 1: PERSONENRECHT

H2: PERSONEN

WAAROVER GAAT HET?

- Persoon = de gehele rol die de toneelspeler op zich neemt
o Dient erom te bepalen welke entiteiten zich, in welke rollen, als
spelers op het toneel van de rechtsgemeenschap mogen begeven
o De staat van de persoon bepaalt in welke rol en met welke bundel
een persoon juridisch een tonelen mag verschijnen
- Antropocentrisch recht = mens is middelpunt van recht: het is gemaakt
door mensen en voor mensen
o 2 soorten entiteiten: de mensen en de entiteiten die door mensen
worden gecreëerd; rechtspersonen
- Natuurlijke persoon = personen achter wier juridische masker een
menselijk persoon van vlees en bloed schuilgaat
o Mens van vlees en bloed = gematerialiseerd
o Mens als juridische entiteit is gematerialiseerd om de juridische rol
te bepalen
- Rechtspersoon = de persoon in zijn geheel
o Ruime betekenis: synoniem van persoon
o Beperkte betekenis: elke andere entiteit dan een natuurlijke persoon
 De natuurlijke persoon
 De menselijke persoon en zijn persoonlijkheidsrechten
 De juridische persoon en zijn staat
 De identificatie van de persoon



3

, NATUURLIJKE PERSONEN

1. Wie
2. Vanaf wanneer
3. Tot wanneer


WIE

Welke entiteit is een mens (cf. ‘monstres’; cyborgs)?

- Elke entiteit  gelijke toekenning van rechtspersoonlijkheid aan mensen
- Die uit een mens is geboren
- Op basis van menselijke gameten (geslachtscellen)
- artikel 5 oud BW
- enkel mensen kunnen natuurlijke persoon zijn, maar niet gedefinieerd in
het wetboek




VANAF WANNEER

Uitgangspunt: levende en levensvatbare geboorte

- Levensvatbaar = als hij bij de geboorte de noodzakelijke menselijke
eigenschappen bezit om minstens enige tijd zelfstandig in leven te blijven
o Levende geboorte: volledig uit de baarmoeder gekomen en leven
o Medische vooruitgang: vanaf 22 weken kan men een kind in leven
houden: prematuur. Als het niet lukt en het kind overlijdt, het kind is
dan niet levensvatbaar geweest en kan dat geen gevolgen brengen
voor de erfenis.
o Niet altijd makkelijk om te bepalen of een kind levensvatbaar is
geweest
 Oplossing: abstracte regel van de wetgever (vermoeden):
levensvatbaar indien geboren meer dan 180 dagen na de
verwekking = wettelijke levensvatbaarheidgrens (ART. 58, §3 EN
326 OUD BW)
 Let wel! Dit is weerlegbaar
o Bij gebrek aan levensvatbaarheid kan geen akte van geboorte
worden opgesteld
- Akte van geboorte
o Vroedvrouw en gynaecoloog zijn bij bevalling aanwezig en stellen
medisch attest op + bezorgen dit aan burgerlijke stand  ouders
hebben dan 15 dagen om aangifte te doen van geboorte 
Ambtenaar burgerlijke stand stelt akte op met informatie zoals: dag,
uur, plaats, naam, geslacht, etc. (art. 42-48 oud BW)
o Vanaf dan heeft het kind rechtspersoonlijkheid
o Akte wordt opgesteld indien er leven is en er levensvatbaarheid was
- Akte van geboorte en van overlijden
o Akte van overlijden als men overlijdt, kind had rechtspersoonlijkheid
verworven


4

Table des matières

  1. 01 INLEIDINg 1
    1. personenrecht 1
    2. familierecht 3
  2. 02 waarover gaat het? 3
  3. 03 natuurlijke personen 4
    1. wie 4
    2. vanaf wanneer 4
    3. tot wanneer 7
  4. 04 menselijke persoon en zijn persoonlijkheidsrechten = algemeen personenrecht 10
    1. Waarover gaat het? 10
    2. kenmerken 11
    3. overzicht 13
  5. 05 juridische persoon en zijn staat 15
    1. de staat 15
    2. vorderingen van staat 17
    3. bezit van staat 19
  6. 06 identificatie van de persoon 21
    1. Waarover gaat het 22
    2. Namen 23
    3. Woon- en verblijfplaats 26
    4. Geslacht 27
  7. 07 waarover gaat het 30
  8. 08 7 kenmerken belgisch nationaliteitsrecht 38
  9. 09 algemene bepalingen WBN (wetboek belgische nationaliteit) 39
  10. 10 verwerving 39
    1. Toekenning (H2 WBN) 40
    2. verkrijging op basis van een recht – de gevallen (H3: WBN) 41
    3. verkrijging op basis van recht – procedure nationaliteitsverklaring 42
    4. verkrijging op basis van een gunst: naturalisatie (Art. 19-21) 44
    5. verlies (H4 WBN) 44
  11. 11 Waarover gaat het 48
  12. 12 Onbekwaamheid 49
    1. rechtsonbekwaamheid 50
    2. draagwijdte van handelingsonbekwaamheid 51
    3. onbekwaamheid vs bewind 52
  13. 13 Bewind 53
    1. Bevoegdheidsverdeling 53
    2. bewindsdoel 55
  14. 14 waarover gaat het? 56
  15. 15 niet-ontvoogde minderjarigen 57
    1. Bewind: 2 systemen 60
  16. 16 meerderjarigen 63
  17. 17 Waarover gaat het 63
  18. 18 Toepassingsgebied 65
  19. 19 Buitengerechtelijke bescherming 67
    1. ongeldigheid van rechtshandelingen van de beschermde persoon 67
    2. informeel bewind 69
  20. 20 Rechterlijke bescherming 73
    1. Bekwaamheid is de regel, onbekwaamheid de uitzondering 73
    2. Bewind (Art. 494 ev oud BW) (staat volledig in wetboek) 76
  21. 21 waarover gaat het? 83
  22. 22 exclusieve wet bescherming persoon geesteszieke 84
  23. 23 toepassingsvoorwaarden 85
  24. 24 maatregelen 87
  25. 25 bekwaamheid 89
    1. partners: horizontaal familierecht 90
    2. kruispunten 91
  26. 26 plan 92
  27. 27 waarover gaat het? 93
  28. 28 verloop 94
    1. aangaan 94
    2. inhoud van het huwelijk 103
    3. Einde van het huwelijk 117
    4. EOO 119
    5. EOT = echtscheiding onderlinge toestemming 128
  29. 29 waarover gaat het? 133
  30. 30 aangaan 134
  31. 31 inhoud 135
  32. 32 einde 136
  33. 33 aangaan 137
  34. 34 inhoud 138
  35. 35 einde 139
  36. 36 inkt, bloed, melk, water 140
  37. 37 afstamming 152
    1. uitgangspunten 152
    2. Afstamming: techniek 166
    3. vestiging van rechtswege 166
    4. erkenning 170
    5. gerechtelijke vestiging 177
  38. 38 adoptie 178
    1. Waarover gaat het 178
    2. Grondvoorwaarden (art. 343 ev.) 180
    3. Inhoud 187
    4. Einde 188
  39. 39 gezag 189
    1. ouderlijk gezag 190
    2. andere gezagsvormen 196
    3. contact & informatie 197
    4. handhaving van gezag en contact 199
  40. 40 Levensonderhoud 202
    1. Ouderlijke onderhoudsplicht 202
  41. 41 overheidstoezicht 209
    1. Maatregelen over de ouders 210
    2. Jeugddelinquentie (vlaamse bevoegdheid) (in grote lijnen kennen) 211
    3. Integrale Jeugdhulp 215
  42. 42 Wie zijn verwanten 219
    1. Bloedverwantschap 219
    2. aanverwantschap (Art. 161, 206 en 334) 221
  43. 43 Inhoud van verwantschap 224
    1. onderhoudsplichten (levensonderhoud) 225
  44. 44 examen: 229

Infos sur le Document

Cours
Publié le
1 juillet 2026
Nombre de pages
229
Écrit en
2025/2026
Type
Resume
€16,16

Mauvais document ? Échangez-le gratuitement Dans les 14 jours suivant votre achat et avant le téléchargement, vous pouvez choisir un autre document. Vous pouvez simplement dépenser le montant à nouveau.
Rédigé par des étudiants ayant réussi
Disponible immédiatement après paiement
Lire en ligne ou en PDF

Vendu
3
Abonnés
0
Éléments
13
Dernière vente
6 jours de cela



Pourquoi les étudiants choisissent Stuvia

Créé par d'autres étudiants, vérifié par les avis

Une qualité sur laquelle compter : rédigé par des étudiants qui ont réussi et évalué par d'autres qui ont utilisé ce document.

Le document ne convient pas ? Choisis un autre document

Aucun souci ! Tu peux sélectionner directement un autre document qui correspond mieux à ce que tu cherches.

Paye comme tu veux, apprends aussitôt

Aucun abonnement, aucun engagement. Paye selon tes habitudes par carte de crédit et télécharge ton document PDF instantanément.

Student with book image

“Acheté, téléchargé et réussi. C'est aussi simple que ça.”

Alisha Student

Foire aux questions