Rédigé par des étudiants ayant réussi Disponible immédiatement après paiement Lire en ligne ou en PDF Mauvais document ? Échangez-le gratuitement 4,6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Aperçu 4 sur 143 pages
Resume

ONDERNEMINGSRECHT | VOLLEDIGE SAMENVATTING + PROEFEXAMEN | 19/20

Document preview thumbnail
Aperçu 4 sur 143 pages

ONDERNEMINGSRECHT (RECHT-ECONOMISCH RECHT) – VOLLEDIGE SAMENVATTING Behaalde score: 19/20 Volledige en examengerichte samenvatting van alle te kennen leerstof voor Ondernemingsrecht (Recht-Economisch Recht) van docent Davine Dujardine (VIVES Kortrijk). Deze samenvatting bevat alle examenrelevante leerstof uit de cursus, overzichtelijk gebundeld in één document. Inclusief: Volledige samenvatting van alle te kennen hoofdstukken Volledige uitwerking en toelichting van het proefexamen Oplossingen van zowel meerkeuze- als open vragen Extra verduidelijkingen bij belangrijke examenonderwerpen Gericht op de leerstof die effectief gekend moet zijn voor het examen Ideaal als enige studiedocument voor een efficiënte examenvoorbereiding zonder tijdverlies aan bijkomende notities of verspreide cursusonderdelen. Persoonlijk gebruikt voor een examenresultaat van 19/20.

Aperçu du contenu

,Deel I: Fundamentele elementen van het
economisch recht
Hoofdstuk 1: De bronnen van het economisch recht
In het economisch recht gelden de klassieke rechtsbronnen:

 de wetgeving
 de rechtspraak
 de gewoonte
 de rechtsleer

Deze vier bronnen vormen samen het juridisch kader waarbinnen het economisch recht wordt
vastgesteld, toegepast en geïnterpreteerd.

1 Wetgeving
Wetgeving is de centrale rechtsbron binnen het economisch recht. Zij bestaat uit
internationale en nationale normen.

1.1 Het internationale recht

Het internationale recht is niet weg te denken uit het economisch recht.

Het omvat:

 het traditionele internationale recht (bi- en multilaterale verdragen)
 het rechtskader van de Europese Unie

Hoewel beide belangrijk zijn, wordt het economisch recht in belangrijke mate bepaald door
het Europese rechtskader.

1.2 Het traditionele internationale recht

Dit betreft bi- of multilaterale verdragen tussen soevereine staten.

Totstandkoming

Een verdrag komt tot stand door:

1. onderhandeling tussen staten
2. goedkeuring (ratificatie) door de nationale parlementen

Een verdrag wordt pas bindend wanneer het nationale parlement het goedkeurt.

,1.3 De Europese Unie

De Europese Unie is een supranationale politieke instelling.

Dit betekent dat zij beschikt over:

 eigen politieke organen
 eigen procedures
 de bevoegdheid om wetgeving uit te vaardigen

Sinds 1 december 2009 functioneert de EU op basis van het Verdrag van Lissabon.

Instellingen van de Europese Unie

De Europese Unie heeft vijf instellingen:

1. Europees Parlement
2. Raad van de Europese Unie
3. Europese Commissie
4. Hof van Justitie van de Europese Unie
5. Europese Rekenkamer

Het Europees Parlement en de Raad zijn de wetgevende organen van de EU.
Zij werken voor de meeste aangelegenheden op voet van gelijkheid.
Alleen de Europese Commissie kan het initiatief nemen om wetgeving voor te stellen.

Vormen van Europese wetgeving

Naast de verdragen bestaan er drie vormen van Europese wetgeving:

Richtlijnen

 Binden de lidstaten wat betreft het te bereiken resultaat.
 Moeten worden omgezet in nationale wetgeving.
 Kunnen zeer strikt zijn (harmonisatierichtlijnen).

Verordeningen

 Bevatten een algemene en volledige reglementering.
 Zijn rechtstreeks van toepassing in alle lidstaten.
 Vereisen geen nationale omzetting.

Besluiten

 Hebben een bijzonder karakter.
 Zijn alleen van toepassing op de uitdrukkelijk aangeduide bestemmeling (staten,
ondernemingen of personen).
 Zijn voor de studie van het economisch recht minder belangrijk.

, Rol van het Hof van Justitie van de Europese Unie

Het Hof van Justitie van de Europese Unie:

 ziet toe op de naleving van de verdragen
 controleert of lidstaten en instellingen de Europese wetgeving respecteren



1.4 Nationale wetgeving

Op nationaal vlak bestaan verschillende normatieve instrumenten:

Wetten

Worden uitgevaardigd door de wetgevende macht.

Koninklijke Besluiten

 Worden genomen door de Koning (in de praktijk de ministers).
 Dienen voor de uitvoering van wetten.

Ministeriële Besluiten

 Worden genomen door individuele ministers.
 Worden vaak gebruikt voor dringende maatregelen.

Voorbeelden:

 Ministeriële besluiten inzake coronamaatregelen (BS 18 maart 2020; BS 12 februari
2021).
 Koninklijk Besluit tot afkondiging van de epidemische noodsituatie (BS 28 oktober
2021).
 Wet tot opheffing van de epidemische noodsituatie (BS 11 maart 2022).

2.Rechtspraak
Het geheel van studies geschreven door rechtsgeleerden.

Kenmerken:

 Juridisch niet bindend.
 Toch belangrijke rechtsbron.
 Vormt precedenten waarop rechters zich kunnen baseren.

Binnen het economisch recht zijn vooral van belang:

 de ondernemingsrechtbank
 de hoven van beroep & het Hof van Cassatie

Table des matières

  1. 01 Deel I: Fundamentele elementen van het economisch recht 2
    1. Hoofdstuk 1: De bronnen van het economisch recht 2
    2. 1 Wetgeving 2
    3. 2.Rechtspraak 4
    4. 3.Gewoonte 5
    5. 4.Rechtsleer 5
  2. 02 Hoofdstuk 2: De ondernemingsrechtbank 6
  3. 03 Samenstelling 6
  4. 04 2 Bevoegdheden 7
    1. Algemene bevoegdheid 7
    2. Specifieke bevoegdheden 7
  5. 05 3 Procedures 8
    1. De gewone procedure 8
    2. Verkorte en buitengewone procedures 8
    3. Hoofdstuk 3: Het bewijs in ondernemingszaken 9
    4. Deel II: Ondernemingsrecht 19
    5. Hoofdstuk 1: Vrijheid van ondernemen en algemene verplichtingen van de onderneming 19
    6. 2 De vrije en intellectuele beroepen 20
    7. 3 Het statuut van de ondernemer 20
    8. 3.2 De formele verplichtingen van de onderneming 21
    9. 3.3 Enkele algemene verplichtingen van ondernemingen 25
    10. Hoofdstuk 2: Ondernemen en intellectuele eigendom 26
    11. 4. Hoe ontstaan de intellectuele eigendomsrechten en wat wordt beschermd? 28
    12. Hoofdstuk 3: De handelszaak 31
    13. 2. het Huurcontract 32
    14. 2.3 Het korte termijn handelshuurcontract in Vlaanderen 34
    15. 2.4 Het kortetermijnhandelshuurcontract in het Brussels Gewest en in Wallonië 36
    16. 3 Verkoop van een handelszaak 36
    17. 4 Inpandgeving roerende goederen 37
    18. 5 Elektronisch contracteren voor onroerend goed 38
    19. Hoofdstuk 5: Overeenkomsten met handelstussenpersonen 38
    20. 1. inleiding 38
    21. 2 De overeenkomst van handelsagentuur 39
    22. 3 De commissieovereenkomst 42
    23. 4 De concessieovereenkomst 43
    24. 5 De franchiseovereenkomst 44
    25. 6 De makelaarsovereenkomst 45
    26. 7 Precontractuele informatieverplichting bij commerciële samenwerkingsovereenkomsten 46
    27. 8 SCHEMATISCH OVERZICHT OVEREENKOMSTEN MET HANDELTUSSENPERSOON: 47
    28. 9 Overeenkomsten met handelstussenpersonen: casussen 48
    29. Begeleidende casus: Een eigen zaak van klein naar groter 48
    30. 3.1 Welke vorm neemt de onderneming aan? 48
    31. 3.2 Welke stappen moeten Joris en Yasmina ondernemen en wat moeten ze weten? 50
    32. 3.3 Hoe gaat het verder? 51
    33. Hoofdstuk 6: Inleiding: eenmanszaak of vennootschap 51
    34. De voor- en nadelen van een eenmanszaak 52
    35. 2 De voor- en nadelen van een vennootschap 52
    36. Hoofdstuk 7: Vennootschapsrecht 53
    37. 1. Inleiding 53
    38. 2 Wat is een vennootschap? - Welke vennootschappen bestaan er? 54
    39. 3 Het vermogen van de vennootschap - de rechtspersoonlijkheid 55
    40. 4 Algemene regels die gelden voor alle vennootschappen 55
    41. 5 Jaarrekening - controle - inzagerecht vennoten 60
    42. 6 De maatschap - de vennootschap onder firma - de commanditaire vennootschap 61
    43. 7 De besloten vennootschap (bv) 63
    44. 7.1 Algemeen 63
    45. 7.2 Oprichting 64
    46. 7.3 Effecten en hun overdracht 65
    47. 7.4 Vennootschapsorganen en algemene vergadering 66
    48. 7.5 Het vermogen van de besloten vennootschap 69
    49. 7.6 Uittreding en uitsluiting lastens het vennootschapsvermogen 70
    50. 7.7 Duur en ontbinding 71
    51. 8 Coöperatieve vennootschap (cv) 71
    52. 9 Naamloze vennootschap (nv) 73
    53. 9.2 Oprichting 73
    54. 9.3 Effecten 74
    55. 9.4 Bestuur 75
    56. 9.4.2 Algemene vergadering 75
    57. 9.4.3 Minderheidsvordering 76
    58. 9.5 Kapitaal 76
    59. 9.6 Duur en ontbinding 77
    60. 9.7 Strafbepalingen 77
    61. 10 Vereniging zonder winstoogmerk (vzw) 78
    62. 12 Basisvragen bij keuze vennootschapsvorm 78
    63. Kerninzicht voor examen 78
  6. 06 Hoofdstuk 8: De onderneming in moeilijkheden – insolventiewetgeving 79
    1. 1 Inleiding 80
    2. 2 Toepasselijke bepalingen 80
    3. 3 Toepassingsgebied van Boek XX WER 80
    4. 4 Insolventieregister 80
    5. 5 Vroegtijdige waarschuwing en begeleiding 81
    6. 6 Minnelijk akkoord (buiten procedure) 81
  7. 07 7 Gerechtelijke reorganisatie (GRP) 82
    1. 7.1 Openbare gerechtelijke reorganisatie 82
    2. 7.2 Besloten gerechtelijke reorganisatie 82
    3. 7.3 Overdracht onder gerechtelijk gezag 83
  8. 08 8 Het faillissement 83
    1. 8.1 Principe 83
    2. 8.2 Voorwaarden voor faillissement 83
    3. 8.3 Inleiding van de procedure 84
    4. 8.4 Vonnis van faillietverklaring 84
  9. 09 8.5 Gevolgen van het faillissement 84
    1. 1. Buitenbezitstelling 84
    2. 2. Beschikkingsonbevoegdheid 85
    3. 3. Verdachte periode 85
    4. 4. Opschorting individuele uitvoeringen 85
    5. 5. Onmiddellijke opeisbaarheid 85
    6. 6. Stopzetting interesten 85
  10. 10 8.6 Beheer door curator 85
    1. 8.7 Lopende contracten 86
  11. 11 8.8 Aangifte schuldvorderingen 86
  12. 12 8.9 Eigendomsvoorbehoud 86
  13. 13 8.10 Vereffening en verdeling 86
  14. 14 8.11 Sluiting 87
  15. 15 8.12 Kwijtschelding (natuurlijke persoon) 87
  16. 16 8.13 Aansprakelijkheid van bestuurders 87
  17. 17 Essentie van het hoofdstuk 87
  18. 18 Deel III Marktrecht 89
    1. Hoofdstuk 1: Boek VI WER “Marktpraktijken en consumentenbescherming” 89
    2. 1 Inleiding 89
    3. 2 Toepassingsgebied 90
  19. 19 3 Informatie van de markt 91
    1. 3.2 Basisprincipes ‘informatie’ 91
    2. 3.2.1 De totale prijs van het product 91
    3. 3.2.2 De voornaamste kenmerken van het product 92
    4. 3.2.3 De identiteit van de onderneming 92
    5. 3.2.4 Herinnering aan het bestaan van garantie 92
    6. 3.3 Meer informatieverplichtingen 93
  20. 20 3.4 Prijsaanduiding: hoeveel moet de consument betalen? 93
    1. 3.4.2 De juiste prijsaanduiding 93
    2. 3.4.3 Prijsaanduiding voor goederen 95
    3. 3.4.4 Prijsaanduiding voor diensten 96
  21. 21 3.4.5 Prijspromoties 97
    1. 3.4.5.1 Gewone prijsverminderingen 97
    2. 3.4.5.2 Uitverkopen 98
    3. Een uitverkoop is elke vorm van verkoop die zo aangekondigd wordt met als doel de voorraad versneld te verkopen. 98
    4. 3.4.5.3 Opruiming of solden 98
    5. Opruimingen of solden zijn aanbiedingen of verkopen tijdens een welomschreven periode waarbij de verkoper kan overgaan tot een versnelde afzet van zijn goederen tegen een verminderde prijs. 98
    6. 3.4.5.4 Waardebonnen 99
  22. 22 3.5 Benaming, samenstelling en etikettering van producten 99
    1. 3.5.1 Taal 100
    2. 3.5.2 Aanduiding van de hoeveelheid 100
    3. 3.5.3 Geregistreerde benamingen 100
    4. 3.5.4 Vergelijkende reclame 101
    5. 3.5.5 Uitgeputte voorraad 101
    6. Wat is een verkoopruimte? 109
    7. 4 Verboden praktijken 112
  23. 23 4.2.4 Misleidende handelspraktijken 113
    1. 4.2.4.1 Misleidende handelingen 113
    2. 4.2.4.2 Misleidende omissie 114
    3. 4.2.4.3 Zwarte lijst van misleidende handelspraktijken 115
  24. 24 4.2.5 Agressieve handelspraktijken 115
    1. Zwarte lijst agressieve praktijken 115
  25. 25 4.2.6 Analyseschema ‘oneerlijke handelspraktijken’ 116
  26. 26 4.3 Oneerlijke marktpraktijken tussen ondernemingen 116
    1. 4.3.1 Oneerlijke marktpraktijken 116
    2. 4.3.2 Misleidende marktpraktijken 117
    3. 4.3.3 Agressieve marktpraktijken 119
  27. 27 4.4 Ongewenste communicaties 119
    1. Uitzonderingen elektronische post 119
  28. 28 5 Vordering tot staking 120
  29. 29 6 Handhaving 121
    1. Algemene Directie Economische Inspectie (ADEI) 121
    2. Strafbepalingen 121
  30. 30 Hoofdstuk 2: De wettelijke garantie 122
    1. 1 Het basisprincipe van de wettelijke garantie 122
    2. 2 Over welke consumptiegoederen gaat het? 122
    3. 3 Wanneer stemt het product (niet) overeen? 123
    4. 4 Termijnen 125
    5. 5 Uitvoering van de wettelijke garantie 126
    6. 6 De commerciële garantie 127
    7. Antwoord: Nee, niet altijd. 129
    8. Toelichting (op basis van Hoofdstuk 3 – Handelshuurwet)** 129
    9. Kernbesluit voor examen 129
    10. ❌ Antwoord: Nee, dit is fout. 130
    11. Wat zegt de cursus echt? 130
    12. Duidelijk besluit: 130
    13. Antwoord: Ja, dat klopt. 131
    14. Toelichting: 131
    15. Waar zit dit in jouw cursus? 131
    16. ? Kort samengevat voor examen 131
    17. Korte toelichting 132
    18. - Waar staat dit in jouw cursus (Hoofdstuk 7)? 132
    19. Toelichting: De stelling is fout om twee redenen: 133
    20. Link met de theorie uit de cursus: 133
    21. Toelichting: Bij een handelsagentuur geldt het volgende principe: 134
    22. Link met de theorie uit de cursus: Hoofdstuk 5 – Overeenkomst van handelsagentuur 134
    23. Examenvorm: 134
    24. Toelichting 135
    25. Link met de cursus: 135
    26. Conclusie voor het examen: 135
    27. Toelichting + link met de theorie uit de cursus 137
  31. 31 Toetsdocument – Ondernemingsrecht 139
    1. Vraag 1 139
    2. Vraag 2 139
    3. Vraag 3 140
    4. Vraag 4 140
    5. Vraag 5 141
    6. Vraag 6 141
    7. Vraag 7 142
    8. Vraag 8 142
    9. Vraag 9 143
    10. Vraag 10 143

Livre connecté
 image
Gerda Ghysels, Jan Roodhooft Praktisch economisch recht
Éditeur: Inconnu ISBN: 9789045559186 Édition: 1

Infos sur le Document

Livre entier ?
Oui
Publié le
18 juin 2026
Nombre de pages
143
Écrit en
2025/2026
Type
Resume
€44,16

Mauvais document ? Échangez-le gratuitement Dans les 14 jours suivant votre achat et avant le téléchargement, vous pouvez choisir un autre document. Vous pouvez simplement dépenser le montant à nouveau.
Rédigé par des étudiants ayant réussi
Disponible immédiatement après paiement
Lire en ligne ou en PDF

Seller avatar
Les scores de réputation sont basés sur le nombre de documents qu'un vendeur a vendus contre paiement ainsi que sur les avis qu'il a reçu pour ces documents. Il y a trois niveaux: Bronze, Argent et Or. Plus la réputation est bonne, plus vous pouvez faire confiance sur la qualité du travail des vendeurs.
declercqldc
3,0
(5)
Vendu
16
Abonnés
11
Éléments
43
Dernière vente
1 mois de cela



Pourquoi les étudiants choisissent Stuvia

Créé par d'autres étudiants, vérifié par les avis

Une qualité sur laquelle compter : rédigé par des étudiants qui ont réussi et évalué par d'autres qui ont utilisé ce document.

Le document ne convient pas ? Choisis un autre document

Aucun souci ! Tu peux sélectionner directement un autre document qui correspond mieux à ce que tu cherches.

Paye comme tu veux, apprends aussitôt

Aucun abonnement, aucun engagement. Paye selon tes habitudes par carte de crédit et télécharge ton document PDF instantanément.

Student with book image

“Acheté, téléchargé et réussi. C'est aussi simple que ça.”

Alisha Student

Foire aux questions