• Mauvais document ? Échangez-le gratuitement
  • Rédigé par des étudiants ayant réussi
  • Disponible immédiatement après paiement
  • Lire en ligne ou en PDF
Vendre
Où étudie-tu ?
La langue
Document preview thumbnail
Aperçu 1 sur 2 pages
Resume

Samenvatting Oefenvragen & Antwoorden | module (6,12,13,16) Genie Natuurwetenschappen | 3e graad | 2025/26

Document preview thumbnail
Aperçu 1 sur 2 pages

Dit document bevat oefenvragen met uitwerkingen voor Natuurwetenschappen in de 3e graad, gericht op de kernmodules van het curriculum. De stof omvat Chromosomen en de Celcyclus (Module 6), Erfelijkheidsleer (Module 12), Genexpressie (Module 13) en Evolutie (Module 16), met zowel meerkeuzevragen als open vragen. Ideaal voor examenvoorbereiding en zelftoetsing - alle antwoorden zijn uitgebreid uitgelegd zodat je de onderliggende concepten goed begrijpt.

Aperçu du contenu

Module 6: Chromosomen en de Celcyclus
Kernbegrippen
Oefenvragen

1. MC: Welke suikergroep bevindt zich in DNA? (a) Ribose (b) Glucose (c)
Desoxyribose.
2. Open: Waarom is een G-C binding stabieler dan een A-T binding?
3. Open: Wat is het doel van de S-fase in de interfase?
4. Open: Leg het verschil uit tussen de leading en de lagging strand bij DNA-
replicatie.
5. MC: In welke fase van de mitose worden de zusterchromatiden uit elkaar
getrokken? (a) Profase (b) Metafase (c) Anafase (d) Telofase.
6. Bonus: Hoeveel chromosomen heeft een menselijke cel na de S-fase?

Antwoorden Module 6

1. c) Desoxyribose.
2. Omdat G-C drie waterstofbruggen vormt en A-T slechts twee.
3. DNA-replicatie: het verdubbelen van het genetisch materiaal zodat de
dochtercellen identieke informatie krijgen.
4. De leading strand wordt in één stuk gebouwd richting de replicatievork. De
lagging strand loopt de andere kant op en wordt in stukjes (Okazaki-
fragmenten) gebouwd.
5. c) Anafase.
6. Nog steeds 46 chromosomen, maar elk chromosoom bestaat nu uit 2
zusterchromatiden (totaal 92 chromatiden).

Module 12: Erfelijkheidsleer
Oefenvragen

1. MC: Een organisme met genotype noem je: (a) Homozygoot dominant (b)
Heterozygoot (c) Homozygoot recessief.
2. Oefening: Kruis twee heterozygote planten voor bloemkleur (). Wat is de kans
op een recessieve nakomeling ()?
3. Open: Waarom kan een vader zijn kleurenblindheid nooit rechtstreeks aan zijn
zoon geven?
4. MC: Bij welk type overerving zie je een "gespikkelde" uiting van beide ouders?
(a) Intermediair (b) Dominant (c) Codominant.
5. Vraag: Wat is het fenotype van iemand met genotype in het ABO-
bloedgroepsysteem?

Antwoorden Module 12

1. b) Heterozygoot.
2. 25% (Kanstabel geeft: ).
3. Omdat een zoon van zijn vader altijd de Y-chromosoom krijgt, en het gen
voor kleurenblindheid op het X-chromosoom ligt.
4. c) Codominant (bijv. de Japanse roos of gespikkelde kippen).
5. Bloedgroep O.


Module 13 genexpressie:
Oefenvragen

Infos sur le Document

Cours
3e graad
Année scolaire
5
Publié le
16 juin 2026
Nombre de pages
2
Écrit en
2025/2026
Type
Resume
€4,44

Mauvais document ? Échangez-le gratuitement Dans les 14 jours suivant votre achat et avant le téléchargement, vous pouvez choisir un autre document. Vous pouvez simplement dépenser le montant à nouveau.
Rédigé par des étudiants ayant réussi
Disponible immédiatement après paiement
Lire en ligne ou en PDF

Vendu
0
Abonnés
0
Éléments
20
Dernière vente
-




Pourquoi les étudiants choisissent Stuvia

Créé par d'autres étudiants, vérifié par les avis

Une qualité sur laquelle compter : rédigé par des étudiants qui ont réussi et évalué par d'autres qui ont utilisé ce document.

Le document ne convient pas ? Choisis un autre document

Aucun souci ! Tu peux sélectionner directement un autre document qui correspond mieux à ce que tu cherches.

Paye comme tu veux, apprends aussitôt

Aucun abonnement, aucun engagement. Paye selon tes habitudes par carte de crédit et télécharge ton document PDF instantanément.

Student with book image

“Acheté, téléchargé et réussi. C'est aussi simple que ça.”

Alisha Student

Foire aux questions