Functionele Histologie
HIS3: Bloedcellen
BLOED
1. Wat is bloed?
= een speciaal soort bindweefsel dat vloeibaar is
➔ Het circuleert door het circulatiesysteem (hart en bloedvaten) en transporteert stoffen door het lichaam
Hoeveel bloed heeft een mens?:
Een volwassen mens heeft ongeveer ± 5 liter bloed
• Dat is ongeveer 7–8% van het lichaamsgewicht (BW = body weight)
• Voorbeeld = Een persoon van 70 kg heeft ongeveer 5 liter bloed.
Eigenschappen van bloed:
1) Visceus: bloed is dik en stroperig
• dikker dan water
• minder makkelijk stromend
Dit komt door:
• de aanwezigheid van bloedcellen
• eiwitten in het plasma
De viscositeit is belangrijk voor: bloeddruk en circulatie
2) Coaguleert snel
= Bloed stolt (coaguleert) wanneer een bloedvat beschadigd raakt → hemostase
➔ voorkomt dat je te veel bloed verliest
Hoe gebeurt die stolling
• bloedplaatjes
• stollingsfactoren in plasma
3) Vloeibaar bindweefsel
Bloed wordt beschouwd als vloeibaar bindweefsel → bestaat uit cellen en is een tussen stof
Cellen
• rode bloedcellen (erytrocyten)
• witte bloedcellen (leukocyten)
• bloedplaatjes (trombocyten)
Tussenstof
➔ Bij bindweefsel is er normaal een matrix.
➔ Bij bloed is deze matrix vloeibaar en heet plasma
Plasma bevat o.a.:
• water (~90%)
• eiwitten (albumine, globulinen, fibrinogeen)
• voedingsstoffen en elektrolyten
• hormonen en afvalstoffen
1
,2. Hematocrietwaarde
= het percentage van het bloedvolume dat bestaat uit rode bloedcellen
➔ volume rode bloedcellen / totaal bloedvolume
Voorbeeld: 45% hematocriet
• = 45% rode bloedcellen
• en 55% plasma en andere cellen
geeft dus een indicatie van de zuurstoftransportcapaciteit van het bloed
Normale waarden:
Mannen = 40 – 50 %
• Mannen hebben meestal een hogere hematocriet
• → omdat testosteron de erytrocytenproductie stimuleert
Vrouwen = 35 – 45 %
• Deze waarde is lager door hormonale verschillen en menstruatie
Kinderen (<10 jaar) = ± 35 %
• Kinderen hebben een lagere hematocriet → omdat hun hematopoëse1 nog in ontwikkeling is
Pasgeborenen = 45 – 60 %
is een zeer hoge hematocriet omdat:
• ze in de baarmoeder minder zuurstof krijgen
• daarom meer rode bloedcellen produceren
Na de geboorte daalt de hematocriet geleidelijk.
Veneus vs arterieel bloed
= De hematocriet kan verschillen tussen de twee
• Veneus bloed → bevat iets meer rode bloedcellen
• Arterieel bloed → kan iets lagere hematocriet hebben
Het verschil is klein maar kan voorkomen door:
• Plasmaverschuivingen
• capillaire filtratie
3. Lagen na centrifugatie
De centrifuge laat zwaardere deeltjes naar beneden zakken → er ontstaan drie lagen
Onderste laag: hematocrietlaag
= vormt ± 45% van het bloed
• Componenten = rode bloedcellen
• Onderaan? = RBC hebben de hoogste densiteit en veel hemoglobine
• Functie = transport van zuurstof en CO₂
1
= het proces waarbij bloedcellen worden aangemaakt
2
, Middelste laag: buffy coat
= zeer dunne laag, vormt <1% van het bloed
• Componenten = witte bloedcellen (leukocyten) en bloedplaatjes (trombocyten)
• Functies
- Witte bloedcellen = immuunsysteem en bestrijden infecties
- Bloedplaatjes = bloedstolling en wondherstel
De naam buffy coat komt door de bleke kleur van deze laag
Bovenste laag: Plasma
= ± 55% van het bloed
• Water = 91-92%
• plasma-eiwitten = 7-8%
• voedingsstoffen, hormonen, elektrolyten en afvalstoffen
Functies:
• transport van stoffen
• regulatie van pH
• regulatie van osmose
• stolling (via fibrinogeen)
Overzicht van bloedcomponenten
Component Percentage Functie
Plasma ±55% transport en regulatie
Rode bloedcellen ±45% zuurstoftransport
Buffy coat <1% immuniteit + stolling
4. Eiwitten in het bloed
= worden voornamelijk in de lever geproduceerd en hebben belangrijke functies in:
• Transport
• Bloedstolling
• Immuunafweer
• regulatie van de osmotische druk
De drie belangrijkste groepen plasma-eiwitten zijn:
• Fibrinogeen
• Albumine
• Globulinen
3
HIS3: Bloedcellen
BLOED
1. Wat is bloed?
= een speciaal soort bindweefsel dat vloeibaar is
➔ Het circuleert door het circulatiesysteem (hart en bloedvaten) en transporteert stoffen door het lichaam
Hoeveel bloed heeft een mens?:
Een volwassen mens heeft ongeveer ± 5 liter bloed
• Dat is ongeveer 7–8% van het lichaamsgewicht (BW = body weight)
• Voorbeeld = Een persoon van 70 kg heeft ongeveer 5 liter bloed.
Eigenschappen van bloed:
1) Visceus: bloed is dik en stroperig
• dikker dan water
• minder makkelijk stromend
Dit komt door:
• de aanwezigheid van bloedcellen
• eiwitten in het plasma
De viscositeit is belangrijk voor: bloeddruk en circulatie
2) Coaguleert snel
= Bloed stolt (coaguleert) wanneer een bloedvat beschadigd raakt → hemostase
➔ voorkomt dat je te veel bloed verliest
Hoe gebeurt die stolling
• bloedplaatjes
• stollingsfactoren in plasma
3) Vloeibaar bindweefsel
Bloed wordt beschouwd als vloeibaar bindweefsel → bestaat uit cellen en is een tussen stof
Cellen
• rode bloedcellen (erytrocyten)
• witte bloedcellen (leukocyten)
• bloedplaatjes (trombocyten)
Tussenstof
➔ Bij bindweefsel is er normaal een matrix.
➔ Bij bloed is deze matrix vloeibaar en heet plasma
Plasma bevat o.a.:
• water (~90%)
• eiwitten (albumine, globulinen, fibrinogeen)
• voedingsstoffen en elektrolyten
• hormonen en afvalstoffen
1
,2. Hematocrietwaarde
= het percentage van het bloedvolume dat bestaat uit rode bloedcellen
➔ volume rode bloedcellen / totaal bloedvolume
Voorbeeld: 45% hematocriet
• = 45% rode bloedcellen
• en 55% plasma en andere cellen
geeft dus een indicatie van de zuurstoftransportcapaciteit van het bloed
Normale waarden:
Mannen = 40 – 50 %
• Mannen hebben meestal een hogere hematocriet
• → omdat testosteron de erytrocytenproductie stimuleert
Vrouwen = 35 – 45 %
• Deze waarde is lager door hormonale verschillen en menstruatie
Kinderen (<10 jaar) = ± 35 %
• Kinderen hebben een lagere hematocriet → omdat hun hematopoëse1 nog in ontwikkeling is
Pasgeborenen = 45 – 60 %
is een zeer hoge hematocriet omdat:
• ze in de baarmoeder minder zuurstof krijgen
• daarom meer rode bloedcellen produceren
Na de geboorte daalt de hematocriet geleidelijk.
Veneus vs arterieel bloed
= De hematocriet kan verschillen tussen de twee
• Veneus bloed → bevat iets meer rode bloedcellen
• Arterieel bloed → kan iets lagere hematocriet hebben
Het verschil is klein maar kan voorkomen door:
• Plasmaverschuivingen
• capillaire filtratie
3. Lagen na centrifugatie
De centrifuge laat zwaardere deeltjes naar beneden zakken → er ontstaan drie lagen
Onderste laag: hematocrietlaag
= vormt ± 45% van het bloed
• Componenten = rode bloedcellen
• Onderaan? = RBC hebben de hoogste densiteit en veel hemoglobine
• Functie = transport van zuurstof en CO₂
1
= het proces waarbij bloedcellen worden aangemaakt
2
, Middelste laag: buffy coat
= zeer dunne laag, vormt <1% van het bloed
• Componenten = witte bloedcellen (leukocyten) en bloedplaatjes (trombocyten)
• Functies
- Witte bloedcellen = immuunsysteem en bestrijden infecties
- Bloedplaatjes = bloedstolling en wondherstel
De naam buffy coat komt door de bleke kleur van deze laag
Bovenste laag: Plasma
= ± 55% van het bloed
• Water = 91-92%
• plasma-eiwitten = 7-8%
• voedingsstoffen, hormonen, elektrolyten en afvalstoffen
Functies:
• transport van stoffen
• regulatie van pH
• regulatie van osmose
• stolling (via fibrinogeen)
Overzicht van bloedcomponenten
Component Percentage Functie
Plasma ±55% transport en regulatie
Rode bloedcellen ±45% zuurstoftransport
Buffy coat <1% immuniteit + stolling
4. Eiwitten in het bloed
= worden voornamelijk in de lever geproduceerd en hebben belangrijke functies in:
• Transport
• Bloedstolling
• Immuunafweer
• regulatie van de osmotische druk
De drie belangrijkste groepen plasma-eiwitten zijn:
• Fibrinogeen
• Albumine
• Globulinen
3