Rédigé par des étudiants ayant réussi Disponible immédiatement après paiement Lire en ligne ou en PDF Mauvais document ? Échangez-le gratuitement 4,6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Aperçu 4 sur 34 pages
Resume

Samenvatting Doelgroepen | Orthopedagogische Begeleiding | Arteveldehogeschool | 2025/26

Document preview thumbnail
Aperçu 4 sur 34 pages

VOLLLEDiGE SAMENVATTING DOELGROEPEN (2025): Gebaseerd op zowel de PowerPoints als de cursus en overzichtelijk uitgewerkt in twee delen: 'de doelgroep begrijpen' en 'cliënten ondersteunen'. Alle te kennen én te weten leerstof is opgenomen, waarbij de te weten leerstof telkens duidelijk aangeduid is. Met deze samenvatting behaalde ik zelf 18/20 bij mijn eerste examenkans.

Aperçu du contenu

1 WAT VERSTAAN WE ONDER EEN ‘DOELGROEP’?
Een doelgroep is een specifieke groep mensen (kinderen, jongeren of volwassenen) die vergelijkbare
behoeften, uitdagingen, kenmerken, hulp- of ondersteuningsvragen hebben.
Binnen dit opleidingsonderdeel worden vier doelgroepen besproken:
• Verstandelijke beperking
• Fysieke beperking
• Autismespectrumstoornis
• Gedragsproblemen
Wat betekent “niet in hokjesdenken/labelen” als we het hebben over mensen met een beperking?
 Verder kijken dan die beperking, kijken naar de persoon zelf.
2 EEN ‘BEPERKING’ HOEFT GEEN ‘HANDICAP’ TE ZIJN
“The eyes of a child”  We stoppen mensen met een beperking in hokjes: we doen hun grappige
gezichtsuitdrukkingen niet na omdat we denken dat het ongepast zou zijn, terwijl ze even grappig kunnen
zijn.
BEPERKING HANDICAP
Een hindernis, aangeboren of verworven door Een afstemmingsprobleem tussen de persoon met
omstandigheden, die de persoon ondervindt (op een beperking en de omgeving.
fysiek, cognitief of sensorieel vlak) én die het
functioneren van een individu op één of meer
gebieden beïnvloeden

3 DE VIER RICHTVRAGEN VOLGENS JIM VAN OS
Een orthopedagogisch begeleider luistert actief. De cliënt wordt gezien als een volwaardig burger die
zelf keuzes kan maken over zijn of haar leven.
DE 4 RICHTVRAGEN VAN DR. JIM VAN OS
Om een beter beeld te krijgen van:
 Het verhaal van de cliënt met diens sterktes en zwaktes.
 Het wenselijke doel van de cliënt en de ondersteuning die nodig is om dit doel te bereiken
Vraag 1: Wat is er met jou gebeurd?
→ Persoonlijke achtergrond, context van cliënt verkennen en begrijpen




Vraag 2: Wat zijn je kwetsbaarheden en weerbaarheden




Vraag 3: Waar wil je naar toe?
→ Gewenste toekomstige situatie of het doel?
→ Cliënt betrekken leidt tot motivatie, verandering en groei




1

,Vraag 4: Wat heb je nodig?
→ Hulpmiddelen of hulpstrategieën om doel te bereiken
→ Cliënt betrekken leidt tot motivatie, verandering en groei




4 WISSELWERKING TUSSEN DE PERSOON EN DIENS OMGEVING
VAPH benadrukt dat het functioneren van een persoon een wisselwerking is tussen de persoon zelf en
zijn of haar netwerk.
Een cliënt maakt deel uit van een netwerk, die bestaat uit alle mensen en organisaties die bijdragen
aan zijn of haar welzijn en ondersteuning. Dit netwerk kan onder andere bestaan uit: gezinsleden,
vrienden, onderwijsinstellingen, zorgverleners en andere organisaties. (Brussen= broers en zussen van
kinderen een beperking, stoornis of chronische ziekte).

VERSTANDELIJKE BEPERKING (VB) – DEEL A: DE DOELGROEP BEGRIJPEN
1 IN DE SCHOENEN VAN DE PERSOON MET EEN VERSTANDELIJKE BEPERKING
VAPH (Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap) zorgt ervoor dat je een budget kan
aanvragen en de nodige behandeling kan krijgen en beschrijft het VB als volgt:
Een persoon met een verstandelijke beperking (VB) heeft beperktheden in het intellectueel
functioneren en in het adaptief functioneren op conceptueel, sociaal en praktisch vlak.
Een VB ontstaan tijdens de ontwikkelingsperiode (ontwikkelingsstoornis) en is blijvend.
Dit heeft een invloed op het algemeen dagelijks functioneren van de persoon.
1.1 INTELLECTUEEL FUNCTIONEREN
= Bekwaamheid om informatie op te doen, te begrijpen, te
verwerken, erover na te denken en te gebruiken om problemen
op te lossen. (ruimer dan IQ alleen)
1.2 ADAPTIEF FUNCTIONEREN
= Vaardigheden die een persoon nodig heeft om zich aan te
passen aan het dagelijks leven en om zelfstandig te functioneren.

 Helpen een persoon om zelfredzaam, onafhankelijk en een gevoel van eigenwaarde te
ontwikkelen.
Mensen met een VB hebben minder goed ontwikkelde adaptieve vaardigheden.

Drie soorten adaptieve vaardigheden:
PRAKTISCHE VAARDIGHEDEN SOCIALE VAARDIGHEDEN CONCEPTUELE VAARDIGHEDEN
Alledaagse taken en handelingen Effectief communiceren, relaties In verschillende situaties abstracte
die nodig zijn voor zelfverzorging uitbouwen, interacties aangaan, informatie begrijpen, verwerken
en onafhankelijk functioneren begrijpen en toepassen sociale en toepassen (schoolse
(ADL) normen & regels vaardigheden)
Persoonlijke hygiëne, aan- en Luisteren, non-verbale Taalvaardigheden,
uitkleden, eten en drinken, communicatie, empathie, sociale leesvaardigheden, begrip van tijd,
toiletgebruik, huishoudelijke signalen herkennen en reageren, geld, getallen en wiskundige
taken, geldbeheer, mobiliteit en vriendschappen onderhouden, concepten en abstracte concepten
2

,verplaatsing, houden aan routines communiceren en samenwerken (kleuren, vormen, letters…)
en schema’s, veiligheid, omgaan met anderen, conflictbeheersing (vooral vaardigheden die in het
met multimedia. en probleemoplossing in sociale onderwijs belangrijk zijn)
situaties.

1.3 DE ONTWIKKELINGSPERIODE
Een verstandelijke beperking is een ontwikkelingsstoornis en wordt zichtbaar in de
ontwikkelingsperiode
Ontwikkelingsperiode = de tijd waarin iemand opgroeit en zich ontwikkelt
 de intellectuele en adaptieve beperkingen moeten zijn ontstaan of zichtbaar geworden vóór de leeftijd
van 22 jaar.
Kalenderleeftijd = de werkelijke leeftijd.
Ontwikkelingsleeftijd = niveau waarop iemand functioneert in vergelijking met wat normaal is voor zijn
of haar leeftijd.
De voornaamste ontwikkelingsgebieden: fysiek, cognitief, emotioneel, sociaal en psychoseksueel.




Personen met een VB hebben een disharmonische ontwikkeling = de kalenderleeftijd en de
ontwikkelingsleeftijd lopen niet gelijk.
Overschatting en onderschatting kan zorgen voor een te laag zelfbeeld, dit maakt mensen emotioneel
en psychisch kwetsbaar en vergroot de risico op gedragsproblemen.
1.4 EEN BLIJVENDE TOESTAND
Ondanks ondersteuning en begeleiding blijft de achterstand gedurende het gehele leven aanwezig.
2 ELKE PERSOON MET EEN VB IS UNIEK
Een ondersteuningnood
= de hulp en begeleiding (weinig, matig, groot, continu) die iemand nodig heeft om zo goed mogelijk te
functioneren in het dagelijks leven.

= afhankelijk van de ernst van de verstandelijke beperking.
→ hoe groot de beperking is (licht, matig, ernstig, diep)
→ hoeveel invloed die heeft op het dagelijks leven




3

, 3 OORZAKEN VAN EEN VERSTANDELIJKE BEPERKING
De oorzaak van verstandelijke beperking
→ Door chromosomale en genetische aspecten
→ Prenatale, perinatale of postnatale fase
3.1 CHROMOSOMALE EN GENETISCH OORZAAK




 Bepaald de biologische geslacht




In elke lichaamscel zitten chromosomen (46 in totaal, 23 paren). Ze bestaan uit DNA, dat onze
erfelijke informatie bevat.
• Genen zijn stukjes DNA die de instructies bevatten voor het maken van eiwitten. Die eiwitten
bepalen hoe ons lichaam groeit, functioneert en eruitziet.
• Je kunt een chromosoom zien als een receptenboek, genen als de recepten, en eiwitten als de
ingrediënten.
 Defect aan een eiwit of gen = defect aan het chromosoom.

Een chromosomale afwijking = verandering in het aantal of de structuur van de chromosomen. Dit
kan leiden tot genetische afwijkingen en aandoeningen, soms met een verstandelijke beperking.

Vb. syndroom van Down of trisomie 21
• Mensen hebben normaal twee exemplaren van elk chromosoom.
• Bij het syndroom van Down is er één extra exemplaar van chromosoom 21
→ drie in plaats van twee (trisomie 21).
• Dit extra chromosoom betekent te veel genetisch materiaal, wat invloed heeft op de werking van
het lichaam.
• Gevolg:
o Kenmerkende lichamelijke eigenschappen,
o Vertraagde ontwikkeling,
o En soms verstandelijke beperkingen.




3.2 PRE-PERI-POSTNATAAL
PRENATAAL (VOOR DE GEBOORTE)
Infectieziekten
• Rubella (rodehond)
Wordt veroorzaakt door een virus dat via hoesten of niezen wordt overgedragen. Als een zwangere
vrouw besmet raakt, kan dit leiden tot hartafwijkingen, oogproblemen en verstandelijke beperkingen
bij de baby.
• CMV (cytomegalovirus)
Wordt overgedragen via lichaamsvloeistoffen zoals speeksel, urine of bloed. Voor de meeste
volwassenen is dit onschuldig, maar bij een ongeboren baby kan het leiden tot gehoorverlies,
zichtproblemen en verstandelijke beperkingen.
• Toxoplasmose
Wordt veroorzaakt door een parasiet die je kunt krijgen via rauw of onvoldoende verhit vlees,

4

Table des matières

  1. 01 1 Wat verstaan we onder een ‘doelgroep’? 1
  2. 02 2 Een ‘beperking’ hoeft geen ‘handicap’ te zijn 1
  3. 03 3 De vier richtvragen volgens Jim van Os 1
    1. De 4 richtvragen van Dr. Jim van Os Om een beter beeld te krijgen van: 1
  4. 04 4 Wisselwerking tussen de persoon en diens omgeving 2
  5. 05 1 In de schoenen van de persoon met een verstandelijke beperking 2
    1. 1.1 Intellectueel functioneren 2
    2. 1.2 Adaptief functioneren 2
    3. 1.3 De ontwikkelingsperiode 3
    4. 1.4 een blijvende toestand 3
  6. 06 2 Elke persoon met een VB is uniek 3
  7. 07 3 Oorzaken van een Verstandelijke beperking 4
    1. 3.1 Chromosomale en genetisch oorzaak 4
    2. 3.2 pre-peri-postnataal 4
  8. 08 4 het aaidd-model om de aanvangssituatie in kaart te brengen 5
    1. 4.1 Kwetsbaarheden en weerbaarheden 5
    2. 4.2 vijf dimensies 5
    3. 4.3 Ondersteuningssystemen 6
    4. 4.4 Menselijk functioneren 6
    5. 1 ondersteunen in persoonlijke groei 6
    6. 2 Ondersteunen bij zelfredzaamheid 7
    7. 3 Onderwijs voor kinderen met een VB 8
  9. 09 1 In de schoenen van de persoon met een fysieke beperking 9
    1. 1.1 problemen in het centrale zenuwstelsel- neurologsiche stoornis 9
    2. 1.2 Problemen in het spierenstelsel – musculair 11
    3. 1.3 Problemen in het beenderenstelsel – orthopedisch 12
  10. 10 2 Elke persoon met een fysieke beperking is uniek 12
    1. 2.1 Een eigen persoonlijkheid 12
    2. 2.2 SEKSUALITEITSBELEVING 13
  11. 11 3 Oorzaken van een fysieke beperking 13
    1. 3.1 chromosomale en genetische oorzaak 13
    2. 3.2 Prenatale oorzaak 13
    3. 3.3 Perinatale oorzaak 13
    4. 3.4 Postnatale oorzaak 13
  12. 12 4 De zelfdeterminatietheorie om de aanvangssituatie in kaart te brengen 13
    1. 4.1 Autonomie “ik kan het zelf” 14
    2. 4.2 verbondenheid “ik hoor erbij” 14
    3. 4.3 competentie “ik kan iets” 14
  13. 13 1 Ondersteunen in persoonlijke groei 14
    1. 1.1 sensorische integratie 14
    2. 1.2 gericht en bewust spel 14
  14. 14 2 Ondersteunen bij zelfredzaamheid 15
    1. 2.1 communicatie 15
    2. 2.2 Hulpmiddelen bij algemene dagelijkse levensverrichtingen 15
  15. 15 3 Onderwijs voor kinderen en jongeren met een fysieke beperking 16
    1. 3.1 inclusief onderwijs (te weten leerstof) 16
    2. 3.2 buitengewoon onderwijs type 4 (te weten leerstof) 16
    3. 3.3 SCHOOLAANVULLENDE DAGOPVANG (TE WETEN LEERSTOF° 16
  16. 16 4 Volwassenen met een fysieke beperking 16
    1. 4.1 De arbeidsmarkt (te weten leertsof) 16
  17. 17 1 In de schoenen van een persoon met een autismespectrumstoornis 16
    1. 1.1 neurodiversiteit 16
    2. 1.2 waarnemen van zintuigelijke prikkels 17
    3. 1.3 verwerken van zintuigelijke prikkels 17
    4. 1.4 Breed scala aan gedragskenmerken 19
  18. 18 2 Elk persoon met ASS is uniek 20
    1. 2.1 Het begrip SPECTRUM 20
    2. 2.2 Ernst van de ondersteuningsnood 20
  19. 19 3 Oorzaken van een ASS 21
    1. 3.1 Ontwikkelingsstoornis 21
    2. 3.2 Chromosomale en genetisch oorzaak 21
  20. 20 4 De aanvangssituatie in kaart brengen: 3- vragen- model 22
  21. 21 1 Ondersteunen in persoonlijke groei 22
    1. 1.1 Sensorische aanpassingen 22
    2. 1.2 Bekrachtigingen 23
    3. 1.3 Talenten benutten 23
    4. 1.4 sociale interactie en relatie 23
  22. 22 2 Ondersteunen bij zelfredzaamheid 23
    1. 2.1 Functionele vaardigheden 23
    2. 2.2 Communicatie 24
    3. 2.3 Vrijetijdsbesteding (te weten leerstof) 25
  23. 23 3 Onderwijs voor kinderen en jongeren met ASS (te weten leerstof) 25
    1. 3.1 Inclusief onderwijs 25
    2. 3.2 Buitengewoon onderwijs type 9 26
    3. 3.3 Thuisonderwijs 26
  24. 24 4. Volwassenen met ASS (te weten leerstof) 26
  25. 25 1 In de schoenen van de persoon met gedragsproblemen 26
    1. 1.1 Gedrag 26
    2. 1.2 Probleemgedrag 27
  26. 26 2 Elk persoon met een gedragsprobleem is uniek 29
    1. 2.1 internaliserend gedrag + 2.2 externaliserend gedrag 29
  27. 27 3 Oorzaken van gedragsproblemen 29
    1. 3.1 genetische factoren 29
    2. 3.2 neurologische factoren 30
    3. 3.3 temperament 30
    4. 3.4 Omgeving 30
    5. 3.5 stress-regulatie 30
  28. 28 4. De meervoudig risicomodel om de aanvangssituatie in kaart te brengen 31
  29. 29 1 Ondersteunen in persoonlijke groei 31
    1. 1.1 Humor en relatie 31
    2. 1.2 Nieuwe autoriteit/geweldloos verzet 32
  30. 30 2 Ondersteunen bij zelfredzaamheid (te weten leerstof) 33
    1. 2.1 Tot rust komen 33
    2. 2.2 Barometerprincipe 33
    3. 2.3 probleemoplossend denken 34
  31. 31 3 Onderwijs voor kinderen en jongeren met gedragsproblemen 34
    1. 3.1 Inclusief onderwijs 34
    2. 3.2 buitengewoon onderwijs type 3 34
    3. 3.3 schoolmoe, spijbelen, time-out 34

Infos sur le Document

Publié le
16 juin 2026
Nombre de pages
34
Écrit en
2025/2026
Type
Resume
€7,99

Mauvais document ? Échangez-le gratuitement Dans les 14 jours suivant votre achat et avant le téléchargement, vous pouvez choisir un autre document. Vous pouvez simplement dépenser le montant à nouveau.
Rédigé par des étudiants ayant réussi
Disponible immédiatement après paiement
Lire en ligne ou en PDF

Vendu
2
Abonnés
0
Éléments
2
Dernière vente
4 semaines de cela



Pourquoi les étudiants choisissent Stuvia

Créé par d'autres étudiants, vérifié par les avis

Une qualité sur laquelle compter : rédigé par des étudiants qui ont réussi et évalué par d'autres qui ont utilisé ce document.

Le document ne convient pas ? Choisis un autre document

Aucun souci ! Tu peux sélectionner directement un autre document qui correspond mieux à ce que tu cherches.

Paye comme tu veux, apprends aussitôt

Aucun abonnement, aucun engagement. Paye selon tes habitudes par carte de crédit et télécharge ton document PDF instantanément.

Student with book image

“Acheté, téléchargé et réussi. C'est aussi simple que ça.”

Alisha Student

Foire aux questions