Rédigé par des étudiants ayant réussi Disponible immédiatement après paiement Lire en ligne ou en PDF Mauvais document ? Échangez-le gratuitement 4,6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Aperçu 2 sur 11 pages
Resume

Samenvatting OG 6 | Beginselen van het Recht | UH | 2025/26

Document preview thumbnail
Aperçu 2 sur 11 pages

Deze studienotities behandelen OG 6 Staatsrecht uit het vak Beginselen van het Recht aan Universiteit Hasselt. De kernonderwerpen zijn federale staten, soevereiniteit (extern, intern en nationaal), democratie, de drie staatsfuncties (wetgevende, uitvoerende en rechterlijke macht), en de scheiding der machten volgens Montesquieu met checks and balances. Uitstekend materiaal voor examenvoorbereiding: alle belangrijke concepten zijn duidelijk gedefinieerd en voorzien van voorbeelden uit de Belgische grondwet en EU-recht.

Aperçu du contenu

OG 6 STAATSRECHT

Vraag 1

Federale staat: Staat waarin het overheidsgezag verdeeld is over 2
verschillende niveaus, dat van de federale en dat van de aantal
deelstaten, die zelfstandige rechtspersonen zijn, met een eigen
rechtsordening, eigen organen, bevoegdheden en bemiddelen. Ze
zijn niet ondergeschikt.

- Referendum: beslissingsvorm waarbij de bevolking zich, al dan niet
bindend, over een bepaalde aangelegenheid of beslissing uitspreekt.
(Bv. Brexit, niet bindend)
- Democratie: staatsvorm waarbij het beleid wordt bepaald door de
bevolking, hetzij rechtsreeks via referenda en volksraadplegingen,
hetzij onrechtstreeks via verkozen vertegenwoordigers in een
parlement
- Wetgevende macht: een van de drie staatsfuncties,
onderscheiden van de uitvoerende macht en de rechterlijke acht;
federale – wordt gezamenlijk uitgevoerd door de koning, de kamer
van volksvertegenwoordigers en de senaat; op het niveau van de
gemeenschappen en de gewesten wordt de – gezamenlijk
uitgeoefend door het gemeenschaps- en het gewest-parlement en
door dit parlement gekozen regering.

- Eenheidsstaat: staatsvorm waarin de soevereiniteit onderverdeeld
bij centrale overheidsbewust. Er kan nog spraken zijn van
deconcentratie en decentralisatie.



- Democratische rechtsstaat: Een staatsvorm waarin de macht van de
overheid begrensd is door het recht en de burgers via verkiezingen invloed
hebben op het bestuur, wat leidt tot een systeem met maximale vrijheid en
gelijkheid voor burgers, bescherming van grondrechten en een rechtvaardige
samenleving.



- Initiatiefrecht: recht van de regering of van een lid van een
wetgevende vergadering om een ontwerp of voorstel van een wet,
decreet of ordonnantie bij een wetgevende vergadering in te dienen,
even als het recht om amendementen in te dienen op dergelijke
ontwerpen en voorstellen.

, - Uitvoerende macht: één van de drie staatsfuncties, onderscheiden
van de wetgevende macht en de rechterlijke macht federaal berust
bij de koning en zijn politiek verantwoordelijke regering berust op
het niveau van de gemeenschappen en gewesten bij de
gemeenschaps- of gewestregering

Vraag 2

A) Soevereiniteit = hoogste gezag van de Staat, dat ertoe gemacht is
de staatsinrichting en het grondwettelijk stelsel te bepalen.

--> externe soevereiniteit= bevoegdheid van een Staat om vrij,
behoudens de beperkingen die voortkomen uit het verdragsrecht of
het internationaal gewoonterecht, zijn rechtsverhoudingen met
andere Staten tot stand te brengen.

--> interne soevereiniteit = bevoegdheid van een Staat om vrij
zijn eigen rechtsorde in te stellen en derhalve zijn eigen
regeringsvorm en gezagsorganisatie te bepalen.

--> nationale soeverneiniteit = staatsrechtelijke theorie die de
Natie als bron van het staatsgezag beschouwt en volgens welke de
staatsmachten enkel namens de Natie kunnen optreden en de
verkozen mandatarissen niet de kiezers, maar wel de Natie
vertegenwoordigen, zodat er een onweerlegbaar vermoeden is dat
de wil van de volksvertegenwoordiging de wil van het volk is.

(De Natie = een groep mensen die zich verbonden voelen omdat ze
veel dezelfde kenmerken hebben. (van het verleden))
(Volkssoevereiniteit = macht van uit het volk – Jean jaque
rousseau)



Artikel 33 van het GW
“Alle machten gaan uit van de Natie.
Zij worden uitgeoefend op de wijze bij de Grondwet bepaald.”

Artikel 42 van de GW
“De leden van beide Kamers vertegenwoordigen de Natie, en niet
enkel degenen die hen hebben verkozen.”

Infos sur le Document

Cours
Publié le
15 juin 2026
Nombre de pages
11
Écrit en
2025/2026
Type
Resume
€5,99

Mauvais document ? Échangez-le gratuitement Dans les 14 jours suivant votre achat et avant le téléchargement, vous pouvez choisir un autre document. Vous pouvez simplement dépenser le montant à nouveau.
Rédigé par des étudiants ayant réussi
Disponible immédiatement après paiement
Lire en ligne ou en PDF

Vendu
1
Abonnés
0
Éléments
31
Dernière vente
2 mois de cela




Pourquoi les étudiants choisissent Stuvia

Créé par d'autres étudiants, vérifié par les avis

Une qualité sur laquelle compter : rédigé par des étudiants qui ont réussi et évalué par d'autres qui ont utilisé ce document.

Le document ne convient pas ? Choisis un autre document

Aucun souci ! Tu peux sélectionner directement un autre document qui correspond mieux à ce que tu cherches.

Paye comme tu veux, apprends aussitôt

Aucun abonnement, aucun engagement. Paye selon tes habitudes par carte de crédit et télécharge ton document PDF instantanément.

Student with book image

“Acheté, téléchargé et réussi. C'est aussi simple que ça.”

Alisha Student

Foire aux questions