• Mauvais document ? Échangez-le gratuitement
  • Rédigé par des étudiants ayant réussi
  • Disponible immédiatement après paiement
  • Lire en ligne ou en PDF
Vendre
Où étudie-tu ?
La langue
Document preview thumbnail
Aperçu 2 sur 6 pages
Resume

Samenvatting Biologie 3e graad | Mendeliaanse Genetica | 2025/2026

Document preview thumbnail
Aperçu 2 sur 6 pages

Studiemateriaal voor Biologie 3e graad met nadruk op Mendeliaanse genetica en genetische veranderingen. Het document behandelt kernconcepten zoals overerving, genotypes, fenotypes, kruisingsexperimenten (monohybride en dihybride), Mendels wetten, polygenie, en chromosomale afwijkingen (trisomie 21, Turner, Klinefelter). Ideaal voor examenvoorbereiding met duidelijke definities van begrippen en concrete voorbeelden uit de erfelijkheidsleer.

Aperçu du contenu

Biologie
1. Mendeliaanse genetica
Begrippen:
 Overerving: overgaan van kenmerken van generatie op generatie
 Autosomale overerving: overerving genen gelegen op autosomen
 Gen: DNA-fragment dat info voor bouw eiwit bevat
 Allel: variant waarin gen kan voorkomen
 Genlocus: plaats van gen op chromosoom
 Genotype: genetische info van organisme (geheel van genen)
 Fenotype: geheel waarneembare kenmerken organismen
 Homozygoot: organisme met 2 identieke allelen van gen
 Heterozygoot: organisme met 2 verschillende allelen van gen
 Dominant allel: allel dat bij heterozygoot organisme tot uiting komt in
fenotype
 Recessief allel: allel dat niet tot uiting komt als er een dominant allel
aanwezig is
 Monohybride kruising: overerving 1 kenmerk
 Dihybride kruising: overerving 2 kenmerken
 Hybride: elke nakomeling van 2 ouders die minstens 1 kenmerk verschillend
hebben


Gregor Mendel (Oostenrijk) deed kruisingsexperimenten met raszuivere
erwten. Deze zijn namelijk gemakkelijk waar te nemen, hebben een groot
nageslacht en doen meestal aan zelfbestuiving (gecontroleerde kruisbestuiving
kan ook).
 Uniformiteitswet: in een monohybride kruising met dominant-recessieve
overerving, waarbij de ouders homozygoot zijn, is de F 1-generatie volledig
identiek en vertoont ze het dominante fenotype.
 Splitsingswet (segregatiewet): een diploïd organisme bezit voor elk
kenmerk 1 paar allelen. Bij de vorming van gameten worden allelen van
hetzelfde gen van elkaar gescheiden. Elke haploïde geslachtscel ontvangt 1
willekeurig allel van dat gen. Zo komen er 2 willekeurige allelen samen bij de
vorming van een diploïde zygote.
 Onafhankelijkheidswet: bij kruisingen met verschillende kenmerken
verloopt de overerving van beide kenmerken onafhankelijk van elkaar als ze
op verschillende chromosomen liggen.


Achondroplasie (dwerggroei)  dominant autosomaal
Albinisme  recessief autosomaal (dragers)


Polygenie: veel genen (interactie en samenwerking  1 fenotypisch kenmerk)
 Met dominantie: fenotypisch kenmerk door 2 of meer onafhankelijke
dominante genen

, Bv. Herderstasje
 Cumulatief: gradatie fenotypisch kenmerk recht evenredig aantal
inwerkende genen
Bv. Kleur tarwekorrels (hoe meer dominante allelen, hoe roder de kleur)
Bv. Oogkleur (hoe meer dominante allelen, hoe meer melanine, hoe
donkerder oogkleur)
Bv. Huidskleur (niet zeker door hoeveel genen, melanine)
Bv. Lichaamslengte (hoe meer ‘lang’-genen, hoe groter)
 Drempel: niet gradueel, bij voldoende aantal genen (drempel
overschreden)
Bv. Spina bifida


Cryptomerie (epistasie): 1 kenmerk bepaald door interactie tussen 2 genen
(omzetten, inhiberen, toevoegen). Het ene gen beïnvloedt het effect van het
andere gen en komt fenotypisch niet tot uiting.
 Genen apart? Cryptomeren (“verborgen”  samen veroorzaken ze
fenotypisch effect)
 Epistatische genen kunnen elkaar onderdrukken


4. Genetische veranderingen
Genetica: studie erfelijke info in DNA-basensequentie (fenotypisch tot uiting)
Epigenetica: erfelijke veranderingen in genexpressie ZONDER veranderingen in
DNA-volgorde
 Veranderingen op DNA
 Epigenetische modificatie: uit of aan
 Overdraagbaar: andere somatische cellen (mitose) en volgende
generatie (meiose)


Nature: biologische en genetische factoren die invloed hebben op
eigenschappen, kenmerken en gedragingen van individuen (genetische inbreng
(aanleg) voor geboorte)
Nurture: omgevingsinvloeden waaraan individu tijdens het leven wordt
blootgesteld


MODIFICATIE: fenotypische verandering door omgevingsinvloeden (niet-erfelijk,
epigenetisch)
 Bv. proef van Bonnier:
Paardenbloem in 2 (genetisch identiek). 1 in Alpengebergte geplant, 1 in
botanische onderzoekstuin
 Verschillend fenotype (gevolg van omgeving)
 Fenotype niet permanent en modificatie niet erfelijk
 Bv. pijlkruid in water

Infos sur le Document

Cours
3e graad
Année scolaire
5
Publié le
14 juin 2026
Nombre de pages
6
Écrit en
2025/2026
Type
Resume
€7,66

Mauvais document ? Échangez-le gratuitement Dans les 14 jours suivant votre achat et avant le téléchargement, vous pouvez choisir un autre document. Vous pouvez simplement dépenser le montant à nouveau.
Rédigé par des étudiants ayant réussi
Disponible immédiatement après paiement
Lire en ligne ou en PDF

Vendu
0
Abonnés
0
Éléments
6
Dernière vente
-



Pourquoi les étudiants choisissent Stuvia

Créé par d'autres étudiants, vérifié par les avis

Une qualité sur laquelle compter : rédigé par des étudiants qui ont réussi et évalué par d'autres qui ont utilisé ce document.

Le document ne convient pas ? Choisis un autre document

Aucun souci ! Tu peux sélectionner directement un autre document qui correspond mieux à ce que tu cherches.

Paye comme tu veux, apprends aussitôt

Aucun abonnement, aucun engagement. Paye selon tes habitudes par carte de crédit et télécharge ton document PDF instantanément.

Student with book image

“Acheté, téléchargé et réussi. C'est aussi simple que ça.”

Alisha Student

Foire aux questions