Orthopedagogische vraag client `
Vraag binnen maatschappelijke context plaatsen
Sociologie bestudeert het ontstaan , voortbestaan en veranderen van
maatschappelijke patronen en structuren
Sociologie niet te verklaren uit individu, de samenleving heeft daar ook een
invloed op
Individuen hebben ook invloed op de groep , organisatie en de samenleving in
zijn geheel waarin ze leven
Wederzijdse beinvloeding
Deviantie en criminaliteit: niet iedereen gedraagt zich volgens de normen en
wetten van de samenleving
Niet iedereen heeft een gelijke positie
belang om inzicht in de sociale ongelijkeid en stratificatie in de maatschappij
te verwerven
HOOFDSTUK1: DE MENS LEEFT NOOIT ALLEEN
1) De mens maakt de samenleving
• Samenleving
Mensen maken de samenleving, maar de samenleving maakt ook de mens.
Samenleven is mogelijk= interactie, communcatie en interpretatie
Dit doen we door interactie met anderen, door interactie in en tussen groepen en organisaties en
instituties
Het gedrag en de interactie tussen mensen beinvloeden door culturen en structuren die
beinvloeden dan de samenleving
We ontmoeten mensen en daardoor onstaan er interactie -> we gaan reageren
Communicatie: doelbewust -> iemand beinvloeden-> ineractie is breder
Interpreteren: aan een situatie dezelfde betekenis geven als de andere persoon
Bv. De les leerlingen moeten de les niet storen , verkeerslicht rood interpreteren we als stop.
Ontmoetingen kunnen heel verschillend zijn
Bv. gewild/ ongewild, eenmalig/ herhaaldelijk, verbaal/ non- verbaal, oppervlakkig/ intensief,…
reageren stemmen we ons handelen af op de ander: je knikt, je negeert de ander, je werpt
een snelle blik, je zet een stapje achteruit,…
Vranken: Twee dimensies
- Interactie: waarneembare handelingen in het tussenmenselijke verkeer
- Communicatie: brengen we onze gedachten, gevoelens en wensen over aan de ander.
=komen meestal samen voor
‘samenleving’ is pas mogelijk wanneer mensen
aan dezelfde situatie dezelfde betekenis (interpretatie) geven
Door ontmoetingen, interacties, gedeelde betekenissen,…situaties op een zelfde manier
interpreteren= voorspelbaarheid-> op dezelfde manier reageren.
Weten we wat we van elkaar kunnen verwachten
= voorspelbare routines
, Dezelfde betekenis geven aan een situatie, is de kans groot dat we op dezelfde manier reageren =
voorspelbare patronen
Orde
Interpreteren: betekenis geven aan
Het bestuderen van interactiepatronen is noodzakelijk voor het begrijpen van menselijk gedrag
Sociologie: Sociologie bestudeert het ontstaan , voortbestaan en veranderen van maatschappelijke
patronen en structuren
• Sociaal handelen: Het feit dat we (moeten) samenleven met anderen maakt dat we in ons
handelen (on)bewust rekening houden met anderen, ons handelen is volgens Weber
• Interpreteren: Betekneis geven aan
• Civil inattention (+ experiment Garfinkel)-> beschaaft negeren
Om te kunnen samenleven: moet er voorspelbaarheid komen
= ongeschreven regels
Voorspelbaar gedragspatroon: aanschuiven wie eerst is, mag eerst
• Thomas theorema: De mens creert zijn eigen sociale realiteit (bewering)
Door ontmoetingen, interacties, gedeelde betekenissen,…situaties op een zelfde manier
interpreteren= voorspelbaarheid-> op dezelfde manier reageren.
placebo-effect
Bv. een toverspreuk bij een jong kind als het zich pijn heeft gedaan
If men define situations as real, they are real in their consequences. Vertaling: als
mensen situaties als echt definiëren, dan worden die echt in hun gevolgen.
• Orde: Voorspelbare gedragspatronen zorgen voor “ORDE” in de samenleving
• Groep: Een geheel van mensen die langdurige interacties hebben, het gevoel van
samenhorigheid en iedereen heeft een positie de groepsleden gaan hun situatie op dezelfde
manier definiëren, er ontstaan gedragspatronen, routine en voorspelbaarheid.
Duurzame en veel interacties (en dus van gezamenlijke betekenissen)
gevoel van samenhorigheid
spontaan ontstaan van groepsregels die bepalen gedrag en maken het voorspelbaar
leden hebben een positie in de groep
Groepsregels ontstaan
Er ontstaan heel veel verschillende posities
Primaire groep: Frequent en intensief, emotioneel verbonden en meestal klein
- heel vaak en intensieve reacties
- kleine groep
- Verbondenheid
- niet simpel om uit deze groep te stappen : niet evident voor het voorbestaan van deze groep
- hechte vrienden groep (=peergroup)
• Peergroup: gelijke leeftijd, gelijke situatie en langdurige contacten
Secundaire groep: grotere groep, interacties minder intens, zakelijk en minder emotionele
verbondenheid
,- Ineteracties zijn zakelijker: communcatie voor een bepaald doel
- Primaire tegenovergestelde van secundaire groep
- -> als er iemand uitstapt blijft deze groep bestaan
- Priamair-> staat voor verbondenheid
- Secundair-> bestaat voor een doel
minder intens en meer gericht op zakelijke en taakgericht samenwerken
Groep: is het middel, niet het doel samenwerken
• Doelgroep: is geen groep!!!
Wel een term in beleid, hulpverlening en marketing
Categorie mensen, mensen kennen elkaar niet perse.
• Organisatie:
• bevat een aantal mensen die in een goed doordachte vorm met elkaar samenwerken;
• bestaat uit interacties die verlopen vanuit duidelijk omschreven posities;
• heeft voor al die mensen een gemeenschappelijk doel;
• de interacties in de organisatie zijn gericht op het realiseren van dat doel;
• de organisatie is herkenbaar als geheel;
• de organisatie interageert op haar beurt met andere organisaties
mensen die samenWERKEN, een gemeenschappelijk doel hebben
vanuit duidelijk omschreven posities, herkenbaar als geheel en
interageert met andere organisties
Er zijn verschillende posities.
Sterke hierarchie -> mensen moeten verantwoording afleggen tegen mensen die boven hen
staan
• Referentiekader
• Institutie: heel abstract (moeilijk kunnen voorstellen), gestandaardiseerd gedrag (Interactie die
heel vaak voorkomen in de samenleving) = zorgt vppr orde
= je kunt niet direct wijzen naar mensen of gebouwen of andere concrete, tastbare en direct
zichtbare elementen
Super voorspelbaar gedragspatroon dat bij heel veel mensen voorkomt
Die patronen zijn er op alle drie de niveaus die we tot nu toe bespraken: tussen individuen
(microniveau), in groepen en in organisaties (mesoniveau).
Wanneer een interactiepatroon door heel veel mensen wordt gedeeld, spreken we van een
institutie(macroniveau)
Instituie is een gedeeld werkelijkheid die zorgt dat heel veel mensen dezelfde gedragingen
gaan stellen
Een gedrag dat voorkomt uit een collectief bewustzijn
Instituties geven ons een hou vast hoe we ons moeten gedragen
De criteria van een instiutie
Zorgt voor gestandaardiseerd gedrag, routine, voorspelbaarheid en orde in de hele
samenleving
Door mensen gecreëerd
Stabiel, maar kan veranderen
Biedt antwoord op levensnoodzakelijke vragen
Instituties interageren met elkaar
= Institutie is stabiel
• Gestandaardiseerd gedrag: vast gedrags/interactiepatroon in de hele samenleving
zichtbaar bij héél veel mensen
, institutionalisering= Interacties tussen individuen, in groepen en organisaties stollen tot…,
Gestandaardiseerde gedragspatronen in de hele samenleving (instituties) en Routine,
voorspelbaarheid en orde
2) De samenleving maakt de mens
Structuur= samenstellende delen + ordening tussen die delen
zodat geheel groter wordt dan som van de delen
Structuur-> onderdelen= meer waard
= Ordening van losse onderdelen waardoor deze meer waard worden
Individuen zijn de bouwstenen
Cement zijn de instituties
Samenleving ineens ontstaan niet van te voren doordacht
Structuur is gewoon ontstaan
Kennis is nodig om situatie te definieren
• Functionalistische visie
samenleving = lichaam met verschillende organen
elk “orgaan” (= categorie mensen) heeft een functie voor het geheel
orde = iedere categorie vervult zijn functie (bijv. werkgevers en werknemers)
Iedereen heeft in de structuur van de samenleving een functie
= functionalisme
Lichaam dat gezond functioneerd -> organen dat werken
Iedereen doet wat die moet doen => orde
De dreiging van armoede is nodig
Analfabetisme is nodige= zware arbeid moet ook gebeuren
• Conflictsociologie
Structuur samenleving is ongelijk
ongelijkheid, verschillende kansen in het leven voor ….
m/v/x arm/rijk hooggeschoold/laaggeschoold stad/ruraal
migratieachtergrond/geen migratieachtergrond Jong/oud
beperking/geenbeperking
Er is wanorde ongelijkheid-> sociologie moet dit onderzoeken om de samenleving
gelijker te maken
• Cultuur: alles wat mens ooit heeft toegevoegd aan de natuur
al het kunstmatige dat de mens in de loop van de geschiedenis heeft toegevoegd