• Mauvais document ? Échangez-le gratuitement
  • Rédigé par des étudiants ayant réussi
  • Disponible immédiatement après paiement
  • Lire en ligne ou en PDF
Vendre
Où étudie-tu ?
La langue
Document preview thumbnail
Aperçu 4 sur 41 pages
Resume

Samenvatting Methodisch Werken 1 | Arteveldehogeschool | 2025/26

Document preview thumbnail
Aperçu 4 sur 41 pages

Volledige samenvatting van Methodisch Werken 1 voor de Graduaat Maatschappelijk Werk aan Arteveldehogeschool. De samenvatting behandelt agogisch werken, sociale agogiek, veranderingsprocessen, communicatievaardigheden en de theoretische grondslagen van methodisch handelen. Ideaal ter voorbereiding op het mondeling examen met casussen en rollenspelen, inclusief bepaling van gespreksvaardigheden en toepassing van theorie.

Aperçu du contenu

Volledige Samenvatting – Methodisch Werken 1
Graduaat Maatschappelijk Werk – Arteveldehogeschool (2025–2026)

EXAMENINFO
Het mondeling examen verloopt als volgt: je krijgt één casus (rollenspel) voorgelegd. Je moet:
• Bepalen welke gesprekstechniek wordt toegepast (slecht-nieuws, troostend, bemiddelend,
motiverend).
• Aangeven of het een goed of fout voorbeeld is, en dat motiveren.
• Bijkomende vragen beantwoorden: welke gespreksvaardigheden herken je? Is het directief of non-
directief? Hoe komt theorie X terug in de casus?


DEEL 1: AGOGISCH WERKEN
1.1 Wat is agogie?
Agogie (van het Griekse agein = voeren/leiden) is de verzamelnaam voor alle professionele werkvormen die
mensen begeleiden bij verandering. Een hulpverlener be-geleidt een cliënt in een veranderingsproces.
Agogiek = de leer of studie van het doen veranderen van mensen.
Het gaat hier niet om alledaagse, toevallige beïnvloeding (reclame, collega’s), maar om professionele
beïnvloeding met als doel het welzijn te verhogen.
Elke verandering stelt hoge eisen aan de betrokkenen. Veranderen dwingt mensen om zich nieuwe
normen, gewoontes, gedachten en gedragingen eigen te maken. Ze moeten omgaan met nieuwe mensen,
nieuwe ervaringen opdoen, het vertrouwde verlaten en nieuw gedrag uitproberen. Hulpverleners moeten
zich bewust zijn dat verandering tijd en energie kost.

1.2 Definitie sociale agogiek (Maria De Bie)
Sociale agogiek = de studie van de systematische en intentionele interventies gericht op het ondersteunen
van individuen en groepen in hun sociale en culturele ontplooiing.
Kernbegrippen in deze definitie:
• De studie: sociale agogiek is een handelingswetenschap die agogische beroepen ondersteunt.
• Systematisch: de agogisch werker handelt niet in het wilde weg, maar baseert zich op een
methodiek en zoekt naar passende methodes.
• Intentioneel (bedoeld): agogisch werk heeft altijd verandering tot doel, gepland en vooraf
duidelijk. Dit onderscheidt de professional van een goedbedoelende kennis. Verwijst naar de 4
kenmerken van methodisch werken: doelgericht, systematisch, procesmatig en bewust.
• Interventies: tussenkomsten in de leefsituatie van cliënten. Deze zijn per definitie niet neutraal en
kunnen zich richten op de cliënt, zijn omgeving of delen van de samenleving.
• Individuen en groepen: van alle leeftijden, gezinnen, leefgroepen, culturele groepen, etc. Als het
om de verandering van verschillende personen tegelijk gaat spreken we ook van een cliëntsysteem.
• Sociale en culturele ontplooiing: het doel is altijd het verbeteren van het welzijn (psychosociaal en
cultureel).
Psychosociaal is een samentrekking van ‘psyche’ (geest) en ‘sociaal’ (onderlinge verhoudingen). Hoe je je
gedraagt tegenover anderen heeft alles te maken met hoe je je voelt, denkt en gelooft, en omgekeerd. Tot
het psychosociale rekent men: gevoelens, houdingen, gedragingen, gedachten, beelden van individuen,

,maar ook communicatie in een groep, normen binnen een cultuur en besluitvormingsprocessen binnen een
organisatie.
Culturele verandering slaat op het feit dat sociale agogiek erop gericht is mensen meer en/of beter te
laten deelnemen aan de samenleving (bv. participatie aan de arbeidsmarkt).
Besluit definitie: In het agogisch werkgebied handelen we niet enkel intuïtief en spontaan, maar zijn onze
tussenkomsten goed doordacht en methodisch opgezet (systematisch en bedoeld). We werken met
individuen en groepen en proberen hen te ondersteunen in hun sociale en culturele ontplooiing. Dit
verhoogt het psychosociaal welzijn.

1.3 Verandering nader bekeken
Verandering kan bestaan uit:
• Vervangen: iets ouds verdwijnt ten gunste van iets nieuws (moeilijker).
• Toevoegen: iets nieuws komt erbij terwijl het oude blijft bestaan (gemakkelijker).
De uitgangssituatie kan verschillen:
• Negatieve situatie → probleem wegwerken = sociale agogiek / exagogiek (hulpverlening).
• Goede situatie → nog beter maken = anagogiek (cultureel/vrijetijdswerk). Hier zijn vaak sociaal
cultureel werkers aan de slag.
• Niet-veranderen als doel = preventie (bv. harm reduction bij druggebruik).
Agogiek streeft naar structurele, blijvende verandering (niet eenmalig). Deze zijn vaak moeilijker te
realiseren en er is een langere termijn voor nodig.

1.4 Niveaus van sociaal agogisch handelen
Niveau Voorbeelden Type verandering
Micro Individuen, kleine groepen Gevoelens, houding, zelfbeeld, gedrag,
identiteit, ambitie, overtuigingen
Meso Organisaties, buurten Hiërarchie, procedures, bedrijfscultuur,
formele posities
Macro Samenleving, beleid Normen, waarden, wetgeving, beleid,
milieubewustzijn
Voorbeelden per niveau:
• Micro: gaan aanvaarden dat een zoon eigen keuzes maakt, blijvend aan sport gaan doen, zich
duidelijker uiten tegenover collega’s.
• Meso: een hogeschool stelt een studentenraad in, een ziekenhuis voert verpleegprotocollen in,
samensmelting van twee organisaties leidt tot een nieuwe bedrijfscultuur.
• Macro: toenemend milieubewustzijn, vrijwillige hulp voor bejaarden in een wijk, streven naar
aanpassing van regelgeving, beïnvloeden van beleid (kerntaak MW).

,DEEL 2: ALGEMENE BASISVAARDIGHEDEN IN COMMUNICATIE

1. Inleiding
Elk hulpverlenend gesprek bestaat uit communicatie tussen hulpvrager en hulpverlener. De
hulpverlener (agoog) draagt zorg voor een effectief, informatief en doelgericht verlopend gesprek.
Een goed gesprek kenmerkt zich door een veilig klimaat, duidelijkheid, een herkenbaar doel,
betrokkenheid en actieve deelname. De deelnemers respecteren elkaar en krijgen de ruimte om te
zeggen wat ze willen.
De agoog leidt het gesprek beroepsmatig, wat eisen stelt aan zijn bekwaamheid. Agogisch
verantwoorde gesprekken veronderstellen een aantal algemene basisvaardigheden: empathisch
zijn, een niet-veroordelende houding aannemen en congruent zijn (gedrag komt overeen met wat
je zegt).
De gespreksvaardigheden dienen om de voortgang van het gesprek te bevorderen of te sturen:
het probleem op tafel krijgen, inzicht brengen, het gesprek structureren, tot een oplossing komen,
en een vertrouwelijke werkrelatie en open gesprekssfeer opbouwen.

2. Non-directieve versus directieve hulpverlening

2.1 Non-directieve hulpverlening (Carl Rogers)
De client-centered of non-directieve therapie is ontwikkeld door Carl Rogers. De bedoeling is dat
de cliënt zelf inzicht krijgt in de problemen en zijn eigen gedrag leert interpreteren. De cliënt
bepaalt waar hij het over wil hebben; de hulpverlener geeft geen richting (directie) aan. Men gaat
ervan uit dat de cliënt zelf het beste weet wat goed en niet goed voor hem is.
Houding van de hulpverlener bij non-directieve benadering:
• Empathisch zijn: invoelen en meevoelen met de cliënt, zonder zelf te veel betrokken te
geraken.
• Echt/congruent zijn: altijd jezelf blijven. Als je je verveelt, dat liever laten merken dan
geïnteresseerd doen.
• Onvoorwaardelijk positief aanvaarden: de cliënt accepteren zonder voorwaarden.
• Ruimte geven: tijd nemen, luisteren, niet in de rede vallen, niet van onderwerp
veranderen.
• Uitnodigend opstellen, zo min mogelijk sturen, aandacht besteden aan de beleving van de
ander, discussie vermijden, een veilig klimaat scheppen.
De non-directieve benadering werkt uitstekend om mensen te helpen bij het zelf oplossen van hun
problemen. Wie non-directief reageert, houdt de ander als het ware een spiegel voor: hij
reflecteert.
Voorbeeld non-directief gesprek (Irene & Lizette):

, Irene (HV) stelt Lizette op haar gemak, geeft haar tijd en ruimte. Lizette vertelt dat ze veel moet
huilen en zich opgelaten voelt in de klas. Irene parafraseert haar gevoelens (“je voelt je opgelaten
als je moet huilen in de klas”) en volgt verbaal (“Kun je me vertellen waarom?”). De cliënt bepaalt
het onderwerp, de HV stuurt niet.

2.2 Directieve hulpverlening (Albert Ellis)
Albert Ellis is voorstander van directieve hulpverlening. Volgens Ellis zijn denkpatronen
diepgeworteld en vastgeroest. Om ze te doorbreken moet je stevig en duidelijk het gesprek in een
richting sturen. De HV confronteert de cliënt op een duidelijke manier met zijn denkpatronen en
vraagt steeds door: “Waarom denk je eigenlijk zo?”, “Waar staat geschreven dat iedereen jou
aardig moet vinden?”
Gevaar: dat de discussie ontaardt in een steekspelletje van woorden waarbij de HV de cliënt
vastpraat. Ellis benadrukt wel dat elke uiting van de cliënt serieus en met respect behandeld moet
worden. De interventies zijn altijd bedoeld om het vastgeroeste denkpatroon te doorbreken, nooit
om te kwetsen of te beledigen.
Voorbeeld directief gesprek (Anne & Marieke):
Anne pakt het gesprek duidelijk sturend aan. Ze confronteert Marieke met haar denkpatronen over
jaloezie en alleenblijven: “Waarom denk je dat je alleen zult blijven?”, “Je doet net alsof je er spijt
van moet hebben.” Anne neemt het initiatief, reikt thema’s aan en stuurt het gesprek richting
inzicht.

2.3 Wanneer welke stijl?

Non-directief Directief
Vertrouwensrelatie opbouwen Informatie inwinnen
Cliënt heeft goed expressievermogen Cliënt kan moeilijk gedachten verwoorden
Cliënt stimuleren zelf oplossingen te vinden Hoofd- en bijzaken in kaart brengen
Ruimte geven aan het verhaal Ernstige problematiek: houvast bieden


De ideale hulpverlener beheerst beide methodes en zet ze in naargelang de situatie en de nood
van de cliënt. Non-directiviteit blijft echter de maatstaf: wees spaarzaam met directieve
interventies, want ze vernauwen de bewegingsvrijheid van de cliënt.
Directiviteitsschaal van Van den Berg (1997): geeft de mate van directiviteit in gespreksvoering
aan, van volledig non-directief tot gedwongen hulpverlening. Bij opgedrongen hulpverlening
vraagt de cliënt niet om hulp en gaat de HV voorwaardelijk om met de cliënt.

Table des matières

  1. 01 EXAMENINFO 1
  2. 02 DEEL 1: AGOGISCH WERKEN 1
    1. 1.1 Wat is agogie? 1
    2. 1.2 Definitie sociale agogiek (Maria De Bie) 1
    3. 1.3 Verandering nader bekeken 2
    4. 1.4 Niveaus van sociaal agogisch handelen 2
  3. 03 DEEL 2: ALGEMENE BASISVAARDIGHEDEN IN COMMUNICATIE 3
  4. 04 1. Inleiding 3
  5. 05 2. Non-directieve versus directieve hulpverlening 3
    1. 2.1 Non-directieve hulpverlening (Carl Rogers) 3
    2. 2.2 Directieve hulpverlening (Albert Ellis) 4
    3. 2.3 Wanneer welke stijl? 4
  6. 06 3. Non-directieve gespreksvaardigheden 5
    1. 3.1 Vaardigheden gericht op aandacht geven en luisteren 5
    2. 3.2 Vaardigheden gericht op de emotionaliteit van de cliënt 8
  7. 07 4. Directieve of sturende gespreksvaardigheden 11
    1. 4.1 Vragen stellen 11
    2. 4.2 Doorvragen 11
    3. 4.3 Concretiseren 12
    4. 4.4 Structureren 12
    5. 4.5 Confronteren 12
    6. 4.6 Resumeren 13
    7. 4.7 Geven van adviezen 13
  8. 08 5. Overzichtstabel gespreksvaardigheden 14
  9. 09 6. Samenvattende casus: Hans 15
  10. 10 DEEL 3: GESPREKSTECHNIEKEN 17
    1. 1.1 Wat is een gesprekstechniek? 17
    2. 1.2 Gespreksdoelstellingen: kennis, houding en gedrag 17
    3. 1.3 Structuur: de standaardstructuur (4 fasen) 17
    4. 1.4 Inhoud: gesprekken verdiepen 18
  11. 11 2. SLECHT NIEUWS GESPREK 19
    1. 2.1 Inleiding 19
    2. 2.2 De 5 fasen en hun valkuilen 19
    3. 2.3 Overzicht DO’s en DON’Ts 23
  12. 12 3. TROOSTEND GESPREK 24
    1. 3.1 Inleiding 24
    2. 3.2 Hoe troosten? 24
    3. 3.3 Valkuilen bij het troosten 24
  13. 13 4. BEMIDDELENDE GESPREKSVOERING 26
    1. 4.1 Wat is bemiddeling? 26
    2. 4.2 Wanneer bemiddelen? 26
    3. 4.3 Doel 26
    4. 4.4 Uitgangspunten 26
    5. 4.5 Stappen in het bemiddelingsgesprek 26
    6. 4.6 De axioma’s van Watzlawick binnen de bemiddeling 27
    7. 4.7 Juridische bemiddeling (praktijkvoorbeeld) 28
  14. 14 5. MOTIVERENDE GESPREKSVOERING 29
    1. 5.1 Inleiding 29
    2. 5.2 Achterliggende (mens)visie 29
    3. 5.3 Basiscondities voor gedragsverandering 29
    4. 5.4 De veranderingscirkel van Prochaska & DiClemente 29
    5. 5.5 De 3 fasen in de motiverende gespreksvoering 30
    6. 5.6 Begeleidingsprincipes 31
    7. 5.7 Overzicht DO’s en DON’Ts 32
    8. 3.1 Wat is een gesprekstechniek? 32
    9. 3.2 Slecht-nieuws-gesprek 33
    10. 3.3 Troostend gesprek 35
    11. 3.4 Bemiddelend gesprek 36
    12. 3.5 Motiverende gespreksvoering (Miller & Rollnick) 38
  15. 15 DEEL 4: VOORBEELDCASUSSEN EXAMEN 41
  16. 16 OVERZICHTSTABEL: DE 4 GESPREKSTECHNIEKEN 41

Infos sur le Document

Publié le
8 juin 2026
Nombre de pages
41
Écrit en
2025/2026
Type
Resume
€9,66

Mauvais document ? Échangez-le gratuitement Dans les 14 jours suivant votre achat et avant le téléchargement, vous pouvez choisir un autre document. Vous pouvez simplement dépenser le montant à nouveau.
Rédigé par des étudiants ayant réussi
Disponible immédiatement après paiement
Lire en ligne ou en PDF

Vendu
1
Abonnés
0
Éléments
2
Dernière vente
4 mois de cela




Pourquoi les étudiants choisissent Stuvia

Créé par d'autres étudiants, vérifié par les avis

Une qualité sur laquelle compter : rédigé par des étudiants qui ont réussi et évalué par d'autres qui ont utilisé ce document.

Le document ne convient pas ? Choisis un autre document

Aucun souci ! Tu peux sélectionner directement un autre document qui correspond mieux à ce que tu cherches.

Paye comme tu veux, apprends aussitôt

Aucun abonnement, aucun engagement. Paye selon tes habitudes par carte de crédit et télécharge ton document PDF instantanément.

Student with book image

“Acheté, téléchargé et réussi. C'est aussi simple que ça.”

Alisha Student

Foire aux questions