Psychologie (1)
1. Ontwikkelingspsychologische theorieën
2. Persoonlijkheidspsychologische theorieën
Pedagogiek (2)
1. Basiselementen van de opvoeding
2. Kinderen en jongeren met een handicap
Onderzoeksvaardigheden (3)
1. Vademecum
Communicatie (4)
1. Media en communicatie
2. Visies op media en communicatie
PSYCHOLOGIE – Ontwikkelingspsychologische
theorieën
1
, - De mens verandert heel zijn leven lang op beide lichamelijk en
psychisch vlak. Het begint meestal bij groei, waarin we kijken naar
het lichamelijke. Zo krijg je bijvoorbeeld spieren. Deze groei is nodig
voor de rijping, zonder spieren kan je niet bewegen. Daarnaast is
leren in de ontwikkeling ook belangrijk, je omgeving moet je helpen
met leren lezen.
VRAAGSTUKKEN IN DE ONTWIKKELINGSPSYCHOLOGIE
Discontinuïteit vs. Continuïteit
- Wetenschappers die geloven dat de ontwikkeling discontinu
verloopt, beelden zich dit in als een trap. Ze delen dit vaak in in
fases of stadia. Per fase blijft dit gedrag min of meer gelijk, in een
overgangsperiode (bv crisis), begint een nieuwe fase. Het gedrag is
per fase dus kwalitatief anders. Hun manier van denken, voelen en
handelen vordert dan ineen keer heel snel.
Zo zie je het verschil tussen peuter, kind en tiener heel fel
- Wetenschappers die geloven dat de ontwikkeling continu verloopt,
beelden zich dit geleidelijk in. Het gedrag is dus kwantitatief, er
komen steeds meer vaardigheden bij, zonder dat het gedrag echt
verandert.
Zo kan een kind van 12 al in de puberteit zitten lichamelijk,
zonder dit verstandelijk te zien is.
De discontinuïteit en continuïteit gebeuren allebei in het leven, zo begint
de puberteit maar gaat dit wel nog geleidelijk.
Kritieke vs. Gevoelige periodes
- Vooral vroeger dachten ontwikkelingspsychologen dat het belangrijk
was om bepaalde dingen te leren, in bepaalde periodes. Ze
geloofden dat deze periodes de kritieke periodes waren. Wat
betekend dat hetgeen wat toen niet is aangeleerd, niet meer of
super moeilijk geleerd kan worden
- Tegenwoordig denkt men dat mensen flexibeler zijn dan dat ze
vroeger dachten, daarom spreken ze nu van gevoelige periodes.
Hier kan je nog dingen aanleren, ook wanneer deze periode voorbij
is gegaan. Dit denken ze omdat de aandacht voor plasticiteit nog
gestegen is.
2
,Kinderpsychologie vs. Levenslooppsychologie
- Vroeger vonden ze het belangrijker om kinderen te bestuderen, en
de ontwikkeling er van. Later zijn ze ook begonnen met de
levensloop, en de adolescentie te bestuderen.
Nature vs. Nurture vs. Zelfbepaling
- Nature zijn biologische eigenschappen die mensen erven. Sommige
wetenschappers, van het biologisch perspectief, geloven dat nature
het belangrijkste is aan de ontwikkeling. En dat een persoon bijna
volledig ontstaat uit het biologische dat vaststaat sinds de geboorte.
- Nurture is alles wat de persoon nog meemaakt van ervaringen, het
is een prenataal iets. Er zijn veel omgevingsinvloeden die dit kunnen
veranderen. Aanhangers van het nurture-standpunt geloven eerder
dat de omgeving voor alles zorgt. Via onderwijs of therapie kan een
mens bv alles weer aan- en afleren.
Er is een wisselwerking tussen nature en nurture, ze leven elk apart een
bijdrage. De interactie hiertussen is ingewikkeld, aangezien ze samen in
werking staan. Zo is het moeilijk om te bepalen of iets nature, of nurture
is.
- Volgens sommige wetenschappers is er nog een derde
ontwikkelingsfactor, zelfbepaling. Dit kan je ook persoonlijke
vrijheid of vrije wil noemen, dit zorgt ervoor dat wij ook via keuzes
ons eigen levenspad kunnen bepalen. Ons zelfbewustzijn is hier
dus belangrijk.
Universele vs. Cultuurgebonden ontwikkeling
- Er zijn bepaalde dingen die overal in de wereld hetzelfde zijn,
bijvoorbeeld dat je anderen groet als je ze tegenkomt. Aangezien dit
overal op de wereld gebeurt, is het universeel.
- Sommige dingen verschillen ook per cultuur. Zo is het beleefd in
China om een boer te laten als je gegeten hebt, terwijl dit in België
juist onbeleefd zou zijn. Aangezien dit verschilt per cultuur, is het
cultuurgebonden.
Hier is het weer duidelijk dat er een wisselwerking is. Het is universeel
normaal om elkander te groeten, maar hoe je dit doet verschilt per cultuur.
3
, STROMINGEN IN DE ONTWIKKELINGSPSYCHOLOGIE
Biologisch perspectief
- Dit bestudeert vooral de rol van het lichaam
1. Evolutionaire psychologie -> Charles Darwin
Gaat ervan uit dat onze ontwikkeling voortvloeit uit de genetische
erfenis van onze voorouders. Dit kan teruggaan tot in de tijd waar
wij nog dierlijke instincten hadden.
- Vastgelegd in het DNA is het genotype, goede omstandigheden
zorgen ervoor dat ook het fenotype zich kan ontplooien.
Darwin geloofde in de natuurlijke selectie, dit is waar de mens zich
aanpast aan de natuur om zo goed mogelijk te overleven.
2. Rijpingstheorie -> Arnold Gesell
Beschouwt ontwikkeling vooral als rijping en groei. Hij ging er van uit
dat kinderen dezelfde stappen zetten in de ontwikkeling, in dezelfde
volgorde maar elk in hun eigen tempo.
3. Epigenetica -> Conrad Waddington
Leefomstandigheden en ervaringen kunnen de manier waarop genen
tot uiting komen veranderen. Er treden dus veranderingen op in de
genexpressie. Bij epigenetische veranderingen blijft de DNA-Code
hetzelfde. Bij een mutatie is er een afwijking binnen het overerven
van genen, hier verandert de DNA-Code wel
4