• Mauvais document ? Échangez-le gratuitement
  • Rédigé par des étudiants ayant réussi
  • Disponible immédiatement après paiement
  • Lire en ligne ou en PDF
Vendre
Où étudie-tu ?
La langue
Document preview thumbnail
Aperçu 3 sur 30 pages
Resume

SAMENVATTING BOEKDEEL 2: HOOFDSTUK 1 | Evolutie en menselijk gedrag | Criminologie - UGent | JAAR 1 - SEM 2

Document preview thumbnail
Aperçu 3 sur 30 pages

Samenvatting van BOEKDEEL 2 van hoofdstuk 1 "Evolutie en Menselijk gedrag / Biologische antropologie" aangevuld met notities uit de les en de cursus ! Ik ben naar elke les geweest en al mijn notities toegevoegd in mijn samenvatting met voorbeelden, definities, uitleg, voorbeeldvragen, ... Perfecte samenvatting voor het examen ! Het eerste hoofdstuk loopt langs de historische ontwikkeling van biologisch positivisme naar moderne biosociale criminologie, inclusief de kritische reflectie op vroege eurocentrische en racistische theorieën. De stof wordt aangevuld met fundamentele concepten zoals biosociale interacties, evolutiebiologie van gedrag, en de verschuiving van rationalistisch naar positivisitisch denken. Perfect voor examenvoorbereiding op Criminologische Wetenschappen - alle kernconcepten zijn helder uitgelegd en goed gestructureerd.

Aperçu du contenu

BOEKDEEL 2_
ANTISOCIAAL
GEDRAG DOOR
BIOSOCIALE BRIL
HOOFDSTUK 1: VAN
BIOLOGISCH
POSITIVISME NAAR
BIOSOCIALE
CRIMINOLOGIE
1. INLEIDING
Biosociale etiologische criminologie=
 Stroming waarin ‘oorzaken en wetmatigheden’ gezocht worden: link wordt
tussen ‘biologische’ factoren en criminaliteit.
° Biosociale etiologische criminologie is een stroming binnen de criminologie die
probeert te verklaren waarom mensen crimineel of antisociaal gedrag stellen.
° “Etiologisch” betekent: gericht op oorzaken. Men zoekt dus naar oorzaken van
criminaliteit.
° Het gaat niet om een puur biologische verklaring, maar om een combinatie van
biologische én sociale factoren.
° Gedrag ontstaat volgens deze benadering door een wisselwerking tussen aanleg,
lichaam, hersenen, hormonen, genen, persoonlijkheid, opvoeding, omgeving en
maatschappelijke omstandigheden.
° Belangrijk: moderne biosociale criminologie zegt dus niet: “iemand is crimineel
geboren”, maar onderzoekt hoe biologische kwetsbaarheden in bepaalde sociale
contexten kunnen doorwerken.
o Biosociale interacties (invloed van sociale biologie)
 Biosociale interacties betekenen dat biologische factoren en sociale
factoren elkaar beïnvloeden.



1

,  Bijvoorbeeld: iemand kan een biologische aanleg hebben voor
impulsiviteit, maar of dat leidt tot criminaliteit hangt af van
opvoeding, toezicht, vrienden, armoede, schoolcontext, stress,
enzovoort.
 Biologie werkt dus niet los van de omgeving. De sociale omgeving
bepaalt mee of een biologische aanleg versterkt, afgezwakt of nooit
zichtbaar wordt.
o Evolutiebiologie van ‘criminaliteit’, ‘bestraffing’, ‘sociaal gedrag’
(menselijke sociobiologie)
 Binnen deze benadering kijkt men ook naar evolutionaire
psychologie en moderne sociobiologie.
 Men vraagt zich af waarom bepaald gedrag evolutionair nuttig kan
zijn geweest.
 Voorbeelden:
 Agressie kan evolutionair verbonden zijn met competitie om status,
partners of middelen.
 Samenwerking kan nuttig zijn geweest voor overleving binnen
groepen.
 Bestraffing kan helpen om sociale orde te bewaren en
samenwerking af te dwingen.
 Criminaliteit wordt hier niet “goed gepraat”, maar men probeert te
begrijpen waarom antisociaal gedrag soms kan ontstaan binnen
menselijke evolutie.

Verlichtingsfilosofen (Kant, Locke, Hume, Bentham, Beccaria) en het rationeel
mensbeeld (‘homo economicus’)
 De Verlichting ging sterk uit van de mens als rationeel wezen.
 De mens werd gezien als iemand die keuzes maakt op basis van kosten en baten.
 Dit sluit aan bij het beeld van de homo economicus: de mens als rationele
beslisser.
 In de klassieke criminologie betekent dit: iemand pleegt een misdrijf als de
voordelen groter lijken dan de nadelen.
 Strafrechtelijk beleid werd hierdoor beïnvloed: straffen moesten afschrikken, zodat
mensen rationeel zouden kiezen om geen misdrijf te plegen.
 Beccaria is hierbij belangrijk: hij pleitte voor duidelijke wetten, proportionele
straffen en afschrikking.
 Plato wees er al op dat mensen hun doelen moeten nastreven op een manier die
anderen geen schade toebrengt, dus op een sociaal aanvaarde manier.

Versus…
Het 19de eeuwse Positivisme (wetmatigheden).
 Het positivisme vertrekt niet van vrije wil en rationele keuze, maar van oorzaken
en wetmatigheden.
 Positivisten wilden criminaliteit wetenschappelijk bestuderen door observatie,
meting en empirisch onderzoek.
 Centraal idee: een theorie is pas juist als ze overeenkomt met wat men in de
echte wereld kan waarnemen en meten.
 Het positivisme zoekt dus naar factoren die crimineel gedrag veroorzaken of
voorspellen.
 In de 19de eeuw ontstonden drie grote vormen van positivisme:
 Biologisch positivisme: zoekt oorzaken in lichaam, erfelijkheid, schedel,
uiterlijk, aanleg.
 Psychologisch positivisme: zoekt oorzaken in persoonlijkheid, intelligentie,
mentale ontwikkeling.



2

,  Sociologisch positivisme: zoekt oorzaken in armoede, omgeving,
leefomstandigheden en sociale structuur.




− Mislukte start: eurocentrisme, racisme, seksisme, eugenetica!
o De vroege biologische criminologie kende een zeer problematische start.
o Eurocentrisme betekent dat Europa als maatstaf voor beschaving en
ontwikkeling werd gezien. Niet-westerse samenlevingen werden vaak als
“achterlijk” of “minder ontwikkeld” voorgesteld.
o Racisme speelde een grote rol: men dacht foutief dat zogenaamde
“rassen” biologisch verschilden in intelligentie, moraliteit en criminaliteit.
Dit werd gebruikt om kolonialisme, ongelijkheid en uitsluiting te
rechtvaardigen.
o Seksisme: onderzoek ging bijna uitsluitend over mannen. Vrouwen werden
genegeerd of op basis van stereotypen beschreven. Ongelijkheid tussen
mannen en vrouwen werd vaak als “natuurlijk” voorgesteld.
o Eugenetica: de idee dat men de mensheid kon “verbeteren” door
selectieve voortplanting. Mensen met zogenaamd “ongewenste”
eigenschappen moesten zich niet voortplanten.
o Deze ideeën leidden later tot zeer gevaarlijke praktijken, zoals gedwongen
sterilisaties en uiteindelijk extreme vormen van uitsluiting en vernietiging
in nazistische ideologie.
− Misinterpretatie van evolutietheorie (Darwin), vnl de echte betekenis van
‘survival of the fittest’.
o Darwin bedoelde met “survival of the fittest” niet dat de sterkste of meest
agressieve mens overleeft.
o “Fittest” betekent: het best aangepast aan de omgeving.
o De foutieve interpretatie kwam vooral via Herbert Spencer en het sociaal
darwinisme.
o Sociaal darwinisme paste evolutiedenken verkeerd toe op de maatschappij.
o Men zei dan: wie arm, ziek of crimineel is, is “minder aangepast” of
“inferieur”.
o Dit werd gebruikt om ongelijkheid, armoede, racisme en hard sociaal beleid
te rechtvaardigen.
o Belangrijk voor het examen: sociaal darwinisme is een foutief en
ideologisch gebruik van Darwin, niet de correcte evolutietheorie.
− Concept ‘genen’ was ONBEKEND in 19de eeuw.
o In de 19de eeuw wist men nog niet wat genen precies waren.
o Men sprak wel over erfelijkheid, maar zonder moderne genetische kennis.
o Daardoor maakten vroege biologische criminologen vaak grove en foute
conclusies.
o Ze dachten bijvoorbeeld dat criminaliteit rechtstreeks erfelijk was, zonder
inzicht in complexe genetische processen.
o Moderne genetica is veel genuanceerder: gedrag wordt beïnvloed door veel
genen, omgeving en ontwikkeling.
− ‘Biologisch deterministen’ meenden dat de criminele mens niet was
aangepast aan de moderne omgeving




3

Table des matières

  1. 01 1. INLEIDING 1
  2. 02 2. DE VROEGE CRIMINELE ANTROPOLOGIE VAN LOMBROSO 6
  3. 03 3. DE CRIMINOLOGIE VAN ENRICO FERRI (1856-1929) 7
  4. 04 4. DE CRIMINOLOGIE VAN RAFFAELE GAROFALO (1851-1934) 8
  5. 05 5. DE CRIMINEEL-ANTROPOLOGISCHE SCHOLENSTRIJD EN DIENS ONDERGANG 9
  6. 06 6. DE AMERIKAANSE NAKOMELINGEN VAN HET BIOLOGISCH DETERMINISME 10
  7. 07 7. DE BELGISCHE ECLECTISCHE CRIMINELE ANTROPOLOGIE VAN LOUIS VERVAECK (1872- 1943) 13
  8. 08 8. PSYCHOLOGISCH POSITIVISME 15
  9. 09 9. BELEIDSMATIGE GEVOLGEN VAN HET BIOLOGISCH EN PSYCHOLOGISCH DETERMINISME 18
  10. 10 10. HET GEVAL BUIKHUISEN EN DISCIPLINAIRE CONFLICTEN 22
  11. 11 11. DE BELANGRIJKSTE BEZWAREN TEGEN EEN BIOSOCIALE CRIMINOLOGIE OP EEN RIJ 24
  12. 12 12. DE COMPLEXITEIT VAN HEDENDAAGS BIOSOCIAAL ONDERZOEK 25
  13. 13 13. BESLUIT 26
  14. 14 KLEINE ZELFTEST: WIE OF WAT IS HET? 27

Infos sur le Document

Publié le
5 juin 2026
Nombre de pages
30
Écrit en
2025/2026
Type
Resume
€6,98

Mauvais document ? Échangez-le gratuitement Dans les 14 jours suivant votre achat et avant le téléchargement, vous pouvez choisir un autre document. Vous pouvez simplement dépenser le montant à nouveau.
Rédigé par des étudiants ayant réussi
Disponible immédiatement après paiement
Lire en ligne ou en PDF

Seller avatar
Les scores de réputation sont basés sur le nombre de documents qu'un vendeur a vendus contre paiement ainsi que sur les avis qu'il a reçu pour ces documents. Il y a trois niveaux: Bronze, Argent et Or. Plus la réputation est bonne, plus vous pouvez faire confiance sur la qualité du travail des vendeurs.
Vendu
125
Abonnés
1
Éléments
268
Dernière vente
19 heures de cela




Pourquoi les étudiants choisissent Stuvia

Créé par d'autres étudiants, vérifié par les avis

Une qualité sur laquelle compter : rédigé par des étudiants qui ont réussi et évalué par d'autres qui ont utilisé ce document.

Le document ne convient pas ? Choisis un autre document

Aucun souci ! Tu peux sélectionner directement un autre document qui correspond mieux à ce que tu cherches.

Paye comme tu veux, apprends aussitôt

Aucun abonnement, aucun engagement. Paye selon tes habitudes par carte de crédit et télécharge ton document PDF instantanément.

Student with book image

“Acheté, téléchargé et réussi. C'est aussi simple que ça.”

Alisha Student

Foire aux questions