Inleiding
Lesnota’s die hij zelf heeft gemaakt, is een tekst die kort en in grote lijnen de les uitlegt.
Powerpoint is belangrijker dan cursus want veel info.
Lessen voor politieke geschiedenis stoppen al op 1 april, andere richtingen hebben tot mei les.
actualiteit!
op einde van elke powerpoint zijn een voorbeeldvragen voor examen, maak deze of bekijk deze
zoizo!
Les 0: politieke geschiedenis - inleiding
Waarom een historisch perspectief? Hoe gaat een historicus te werk?
Het vertrekpunt: de hedendaagse samenleving
● Sociale wetenschappers: eigentijdse of hedendaagse samenleving beter begrijpen
● Reflectie rond het verleden is daarbij essentieel: hoe kreeg de hedendaagse
samenleving vorm? Hoe heden begrijpen vanuit het verleden?
● OOK: reflectie rond het verleden is vaak een reflectie rond de eigen tijd omdat wie over
het verleden schrijft niet losstaat van het NU
● MAAR: met die historische dimensie wordt vaak:
- of weinig rekening mee gehouden
- of (onjuist) toegeëigend voor andere doeleinden
- of eenvoudig afgeschilderd als ‘slechter’ of juist ‘beter’ dan vandaag
(modernistische versus nostalgische reflex)
Veelvuldig gebruik/misbruik van het verleden in historische toepassingen
Verleden gebruiken om bepaalde, belangrijke herinneringen ‘levend’ te houden
● Via monumenten, beelden, etc.
● Via TV, films, romans, etc.
● Via musea
● Via een canon
Verleden gebruiken voor identiteitsopbouw groepen
● van gemeenschappen, groepen, klassen, etc.
● van bedrijven, merken, etc.
● herinnering als machtsstrijd: wie herinnert zich wat en waarom? Voor welke redenen?
1
,Geschiedenis en identiteiten
● Toe-eigening van het verleden, staat niet los van misleidend, valselijk en instrumenteel
gebruik ervan voor eigentijdse politieke, ideologische, commerciële, religieuze …
motieven en identiteiten
● Marnix Beyen in DM 7/1/2014 (‘Het nazispook van De Wever en Moureaux maakt van
de geschiedenis opnieuw een hoer en huurling’):
- “Historisch begrip kan het politieke inzicht echter alleen maar verhogen indien
het verleden niet wordt gebruikt als een hoge hoed waaruit naar believen
doorzichtige analogieën, vergelijkingen en een-op-eenrelaties worden
getoverd.”
Geschiedenis aan de universiteit
● Kritische studie van het verleden
● Van groot belang in onze ‘digitale kennissamenleving’
- belang van betrouwbare informatie
- zoeken en vinden (‘heuristiek’)
● Kritische zin en nieuwsgierigheid essentieel; feiten- datakennis nooit doel op zich
● Geen passieve opleiding (‘papagaaien’); zelf actief op zoek gaan (ondernemingszin)
● Via studie van originele bronnen en bestaande literatuur (‘historiografie’)
Geschiedmethode in drie stappen
Gebeuren (‘feit’, ‘evenement’) ≠(re)constructie/interpretatie/ abstractie
Bronnen (‘getuigenissen uit het verleden’)
Methode/ historische kritiek
Feit ≠ historische reconstructie ≠ fictie
Maar: de geschiedenis bestaat niet = onvoltooid
Historische methode
Historicus (re)construeert een verleden gebeurtenis of feit:
● aan de hand van origineel bronnenmateriaal en bestaande wetenschappelijke literatuur
(voetnoten!)
● volgens een wetenschappelijk, kritische onderzoeksmethode:
plausabiliteit/waarschijnlijkheid staat centraal
● in een narratief (verhaal): beschrijving, zoeken naar betekenis, samenhang,
oorzakelijkheid, verklaring, …
● Vijf W-vragen: Wat?, Wanneer?, Waar?, Wie?, Waarom?
2
,Fase I: heuristiek
gebeuren ≠(re)constructie
bronnen methode
● Heuristiek: hoe vind ik bronnen?
(zoekinstrumenten)
● Schriftelijke stukken
● Niet-geschreven bronnen
- Bij gebrek aan geschreven
bronnen
- Bijkomende informatie
● Materiële resten
● Audio-visuele en
digitale sporen
● Mondelinge
overlevering
Schriftelijke stukken, materiële sporen,
mondelinge geschiedenis
De arrestatie van Gavrilo Princep op 28 juni 1914 - zoek meer info
Fase II: historische kritiek
gebeuren ≠(re)constructie
bronnen methode
Interne en externe kritiek
Tijdens de methodologische fase gaat de
historicus zeer kritisch om met zijn bronnen:
● Externe kritiek: authenticiteit van de
bron bepalen
● Interne kritiek: wie, wat en waarom,
en voor wie?
● Gewilde en ongewilde getuigenissen
● Tot wie richt de bron zich?
=>waarde van de bron bepalen!!
Vervalsing historische documenten,
deep-fakes, complottheorieën&hoaxes
3
, Fase III: constructie v/d historicus
gebeuren ≠(re)constructie
geen passief proces
● history is that certainty produced at the
point where the imperfections of memory
meet the inadequacies of documentation -
Julian Barnes, The sense of an ending,
2011
● Bronnen ontoereikend
- onvolledig
- onbetrouwbaar
- eenzijdig en gekleurd (‘subjectief’)
● Historici selecteren
● Historici interpreteren (bronnen spreken
niet)
Niet alles kan: enkele voorbeelden
● Anachronisme: verkeerd in tijd situeren
van een gebeurtenis
● Hineininterpretierung/ post-factum
analyse: interpretaties maken die voor
tijdgenoot niet vanzelfsprekend waren
● Teleologisch-lineaire analyse:
interpretaties maken die vooral als doel
hebben een eigentijds standpunt te
legitimeren
=> chronologie is de moeder van de geschiedenis
=> doel van geschiedenis is te begrijpen binnen
eigen context, en dat kader zo goed mogelijk
begrijpen
bronnen methode
Inhoud en uitgangspunten
Een wereldgeschiedenis van BE?
● ¨Brede, ‘macro’ maatschappelijke en mondiale transitiesprocessen
● ¨Periode c.1750 – c.1950 > nieuwste of moderne tijd > daarna: eigentijd
● ¨Een geografische ‘microcontext’, de regio die we vandaag België noemen
● ¨Een ‘wereldgeschiedenis’ van België > globale/lokale verbinden
● ¨Een verstrengelde geschiedenis: politiek, sociaal-economisch, cultureel
Het ontstaan van de moderne samenleving
● Focus op periode van c. 1750 - c. 1950
● Transities: meeste geplaatst in negentiende eeuw > versnelling ontwikkelingsfase
● ‘Revolutionaire’ veranderingen/transities versus continuïteit
● Verschillen qua plaats en intensiteit: regio’s bekijken, eerder dan naties/ landen
● Fundamentele impact: op langere termijn, onomkeerbaar, beïnvloeding van
verschillende maatschappelijke domeinen
4