Biologische psychologie leerpad 2 – gedragsgenetica, nature-nurture en
evolutionaire psychologie
Nature-nurture debat
Dick Swaab legt uit dat ons gedrag, onze gevoelens, persoonlijkheid en keuzes sterk bepaald worden
door onze hersenen. Volgens Swaab ontstaan veel eigenschappen al vóór de geboorte door genetica
en invloeden in de baarmoeder.
De ontw vd hersenen start al in de baarmoeder. Factoren zoals stress, hormonen, alcohol, medicatie of
voeding vd moeder kunnen invloed hebben op het latere gedrag en mentale gezondheid vh kind.
Veel aspecten v onze identiteit liggen biologisch mee vast zoals temperament, intelligentie, seksuele
geaardheid en bepaalde gedragsneigingen. Hij benadrukt dat mensen minder “vrij kiezen” dan vaak
gedacht wordt.
Psychische aandoeningen zoals depressie, schizofrenie of verslaving ziet Swaab grotendeels als
hersenaandoeningen. Swaab stelt dat agressie, criminaliteit, geloof, moraliteit en bewustzijn ook
sterk verbonden zijn met hersenprocessen.
Bron: Use Your Brain. (2012, 10 maart). Dick Swaab - Wij zijn ons Brein (2011) [Video]. YouTube.
https://www.youtube.com/watch?v=udOqYOL0ql4
Nature Nurture
• Aangeboren • Aangeleerd door ervaring in de
• Biologische invloed omgeving
• Genetische karakteristieken • Sociale en materiële invloed
• Onveranderlijk? • Veranderlijk?
Gedragsgenetica
Gedragsgenetica onderzoekt in welke mate gedrag beïnvloed wordt door erfelijkheid (nature) en door
de omgeving (nurture). Hiervoor gebruikt men bv. tweelingenstudies en adoptiestudies. (leerpad 1)
Belangrijk is dat deze onderzoeken uitspraken doen over groepen mensen (populatieniveau) en niet
over 1 individu.
Vb: ong 70 à 80% vd verschillen in ADHD wordt verklaard door erfelijke/genetische factoren en
ong 20 à 30% wordt verklaard door omgevingsfactoren.
De mate v erfelijkheid = veranderlijk. Het is afh v tijd, omgeving en maatsch omstandigheden.
Kijk bv. naar de invloed vd omgeving bij lengte, intelligentie en (mentale) gezondheid:
Welvarende omgeving Erfelijkheid / nature Iedereen krijgt vglb kansen en daardoor komen
genetische verschillen sterker naar voor.
Ongunstige omgeving Omgeving / nurture Door de beperkte middelen wordt het genetisch
potentieel onderdrukt.
➔ De balans tussen nature en nurture varieert sterk afh vd omgeving.
Een complex samenspel: 4 basisprincipes
1) Genen zijn niet klachtspecifiek.
Psychische aandoeningen worden meestal niet veroorzaakt door 1 enkel gen.
6
, Bij een monogenetische aandoening veroorzaakt 1 fout in 1 gen de aandoening. Dit komt vooral voor
bij bepaalde lichamelijke ziekten. Psychische aandoeningen zijn meestal polygenetisch → meerdere
genen samen verhogen het risico op de aandoening. (speelt ook mee bij comorbiditeit)
2) Gen-omgevingsinteractie
Genen en omgeving werken niet apart v elkaar, maar beïnvloeden elkaar voortdurend. Psychische
gezondheid is dus geen eenvoudige optelsom v “een beetje genen + een beetje omgeving”. De invloed
v genen hangt af vd omgeving en omgekeerd.
Diathese-stressmodel
Differential susceptibility: sommige mensen zijn gevoeliger
voor neg. omgevingen, maar ook voor positieve omgevingen.
Eigenschappen worden niet rechtstreeks overgeërfd, maar als
een mogelijke kwetsbaarheid en potentialiteit.
Gevoelige periodes → sommige aangeboren mogelijkheden
ontwikkelen zich enkel optimaal tijdens een gevoelige
periode. (vb. taalverwerving bij kinderen)
Individuele gevoeligheid → niet iedereen reageert hetzelfde op dezelfde omgeving.
Volgens het diathese-stressmodel kan iemand een genetische kwetsbaarheid (diathese) hebben voor
een psychische aandoening. Die kwetsbaarheid leidt niet automatisch tot problemen. Vaak zijn
stressvolle / moeilijke omgevingsfactoren nodig om klachten tot uiting te laten komen.
Sommige mensen hebben door hun aanleg minder “draagkracht”. Stress vult de emmer en wanneer de
emmer overloopt, ontstaan psychische problemen.
➔ De kwetsbaarheid = biologisch + genetisch bepaald en verschilt v persoon tot persoon. Dit heeft
te maken met een verhoogde vatbaarheid voor bepaalde psychiatrische stoornissen. De kwetsbaarheid
hangt vermoedelijk samen met kleine neurobiologische afwijkingen in de hersenen.
→ Bij schizofrenie kunnen dit cognitieve afwijkingen zijn, bij depressie bv. neurotische
persoonlijkheidstrekken.
Kwetsbaarheid wordt ook beïnvloed door factoren voor / rond de geboorte zoals infecties tijdens de
zwangerschap. Traumatische ervaringen in de jeugd verhogen de kans op psychische problemen.
➔ Via epigenetica kunnen extreme omstandigheden zoals trauma, verwaarlozing of honger
invloed hebben op de werking v genen en zo de kwetsbaarheid vergroten.
Daarnaast kan eerdere stress iemand gevoeliger maken voor nieuwe stress. Dit noemt men stress-
sensitisatie. Stress kan veranderingen veroorzaken in neurale circuits vd hersenen. Bij sensitisatie
zorgen eerdere ziekte-episoden ervoor dat iemand gevoeliger wordt voor nieuwe episodes. (=
episode sensitization)
➔ In het begin worden psychische stoornissen vaak uitgelokt door duidelijke stressfactoren, maar
later kunnen ze spontaner ontstaan. De aandoening lijkt dan minder afh v externe stress en meer een
eigen leven te leiden. = kindling of episode sensitization.
Stressfactoren kunnen psychologisch, sociaal of biologisch zijn. Zowel neg. als pos. gebeurtenissen
kunnen stress veroorzaken. Psychische problemen ontstaan meestal wanneer meerdere stressfactoren
zich opstapelen tot iemand over een bepaalde drempel gaat.
→ Mensen met hogere kwetsbaarheid hebben minder stress nodig om over de drempel te gaan.
7
evolutionaire psychologie
Nature-nurture debat
Dick Swaab legt uit dat ons gedrag, onze gevoelens, persoonlijkheid en keuzes sterk bepaald worden
door onze hersenen. Volgens Swaab ontstaan veel eigenschappen al vóór de geboorte door genetica
en invloeden in de baarmoeder.
De ontw vd hersenen start al in de baarmoeder. Factoren zoals stress, hormonen, alcohol, medicatie of
voeding vd moeder kunnen invloed hebben op het latere gedrag en mentale gezondheid vh kind.
Veel aspecten v onze identiteit liggen biologisch mee vast zoals temperament, intelligentie, seksuele
geaardheid en bepaalde gedragsneigingen. Hij benadrukt dat mensen minder “vrij kiezen” dan vaak
gedacht wordt.
Psychische aandoeningen zoals depressie, schizofrenie of verslaving ziet Swaab grotendeels als
hersenaandoeningen. Swaab stelt dat agressie, criminaliteit, geloof, moraliteit en bewustzijn ook
sterk verbonden zijn met hersenprocessen.
Bron: Use Your Brain. (2012, 10 maart). Dick Swaab - Wij zijn ons Brein (2011) [Video]. YouTube.
https://www.youtube.com/watch?v=udOqYOL0ql4
Nature Nurture
• Aangeboren • Aangeleerd door ervaring in de
• Biologische invloed omgeving
• Genetische karakteristieken • Sociale en materiële invloed
• Onveranderlijk? • Veranderlijk?
Gedragsgenetica
Gedragsgenetica onderzoekt in welke mate gedrag beïnvloed wordt door erfelijkheid (nature) en door
de omgeving (nurture). Hiervoor gebruikt men bv. tweelingenstudies en adoptiestudies. (leerpad 1)
Belangrijk is dat deze onderzoeken uitspraken doen over groepen mensen (populatieniveau) en niet
over 1 individu.
Vb: ong 70 à 80% vd verschillen in ADHD wordt verklaard door erfelijke/genetische factoren en
ong 20 à 30% wordt verklaard door omgevingsfactoren.
De mate v erfelijkheid = veranderlijk. Het is afh v tijd, omgeving en maatsch omstandigheden.
Kijk bv. naar de invloed vd omgeving bij lengte, intelligentie en (mentale) gezondheid:
Welvarende omgeving Erfelijkheid / nature Iedereen krijgt vglb kansen en daardoor komen
genetische verschillen sterker naar voor.
Ongunstige omgeving Omgeving / nurture Door de beperkte middelen wordt het genetisch
potentieel onderdrukt.
➔ De balans tussen nature en nurture varieert sterk afh vd omgeving.
Een complex samenspel: 4 basisprincipes
1) Genen zijn niet klachtspecifiek.
Psychische aandoeningen worden meestal niet veroorzaakt door 1 enkel gen.
6
, Bij een monogenetische aandoening veroorzaakt 1 fout in 1 gen de aandoening. Dit komt vooral voor
bij bepaalde lichamelijke ziekten. Psychische aandoeningen zijn meestal polygenetisch → meerdere
genen samen verhogen het risico op de aandoening. (speelt ook mee bij comorbiditeit)
2) Gen-omgevingsinteractie
Genen en omgeving werken niet apart v elkaar, maar beïnvloeden elkaar voortdurend. Psychische
gezondheid is dus geen eenvoudige optelsom v “een beetje genen + een beetje omgeving”. De invloed
v genen hangt af vd omgeving en omgekeerd.
Diathese-stressmodel
Differential susceptibility: sommige mensen zijn gevoeliger
voor neg. omgevingen, maar ook voor positieve omgevingen.
Eigenschappen worden niet rechtstreeks overgeërfd, maar als
een mogelijke kwetsbaarheid en potentialiteit.
Gevoelige periodes → sommige aangeboren mogelijkheden
ontwikkelen zich enkel optimaal tijdens een gevoelige
periode. (vb. taalverwerving bij kinderen)
Individuele gevoeligheid → niet iedereen reageert hetzelfde op dezelfde omgeving.
Volgens het diathese-stressmodel kan iemand een genetische kwetsbaarheid (diathese) hebben voor
een psychische aandoening. Die kwetsbaarheid leidt niet automatisch tot problemen. Vaak zijn
stressvolle / moeilijke omgevingsfactoren nodig om klachten tot uiting te laten komen.
Sommige mensen hebben door hun aanleg minder “draagkracht”. Stress vult de emmer en wanneer de
emmer overloopt, ontstaan psychische problemen.
➔ De kwetsbaarheid = biologisch + genetisch bepaald en verschilt v persoon tot persoon. Dit heeft
te maken met een verhoogde vatbaarheid voor bepaalde psychiatrische stoornissen. De kwetsbaarheid
hangt vermoedelijk samen met kleine neurobiologische afwijkingen in de hersenen.
→ Bij schizofrenie kunnen dit cognitieve afwijkingen zijn, bij depressie bv. neurotische
persoonlijkheidstrekken.
Kwetsbaarheid wordt ook beïnvloed door factoren voor / rond de geboorte zoals infecties tijdens de
zwangerschap. Traumatische ervaringen in de jeugd verhogen de kans op psychische problemen.
➔ Via epigenetica kunnen extreme omstandigheden zoals trauma, verwaarlozing of honger
invloed hebben op de werking v genen en zo de kwetsbaarheid vergroten.
Daarnaast kan eerdere stress iemand gevoeliger maken voor nieuwe stress. Dit noemt men stress-
sensitisatie. Stress kan veranderingen veroorzaken in neurale circuits vd hersenen. Bij sensitisatie
zorgen eerdere ziekte-episoden ervoor dat iemand gevoeliger wordt voor nieuwe episodes. (=
episode sensitization)
➔ In het begin worden psychische stoornissen vaak uitgelokt door duidelijke stressfactoren, maar
later kunnen ze spontaner ontstaan. De aandoening lijkt dan minder afh v externe stress en meer een
eigen leven te leiden. = kindling of episode sensitization.
Stressfactoren kunnen psychologisch, sociaal of biologisch zijn. Zowel neg. als pos. gebeurtenissen
kunnen stress veroorzaken. Psychische problemen ontstaan meestal wanneer meerdere stressfactoren
zich opstapelen tot iemand over een bepaalde drempel gaat.
→ Mensen met hogere kwetsbaarheid hebben minder stress nodig om over de drempel te gaan.
7