Op weg met een groep
Hoofdstuk 1: Een model voor klashouden
1. Klashouden: een eerste situering + werkbundel
1.1 Inleiding: klashouden in de lerarenopleiding: waarom?
Klashouden = belangrijk voor positief leerklimaat
MA AR struikelbok
Onvoldoende praktijkgericht aanbod, veel nadenken en zuigt energie
Gevolgen van falend klashouden voor:
1. Leerprestaties
2. Leerlingengedrag (betrokkenheid, agressief gedrag…)
3. Zelfactiviteit leerkracht => voorspeller burn- outs
= het gevoel dat je krijgt bij wat je doet, dat het ook eff ectief iets uitdoet
Sterk inzetten op verbondenheid => positief klasklimaat
De onderwijsstijlen:
Klashouden = dynamisch proces (= aan te leren) dat aangeleerd kan worden vb. na
professionaliseringstraject beheers je sommige vaardigheden beter
1.2 Klashouden: what’s in a name?
Klashouden vs klasmanagement
Kiezen voor klashouden omdat bij management de keuze van de manager centraal
staat en bij deze opleiding staat de leerling centraal + ‘managen’ benadrukt de
autonomie niet genoeg
Defi nitie klashouden = het geheel aan proactieve en reactieve maatregelen die een
leerkracht stelt, met als doel een veilig, stimulerend en gestructureerd leer- en
leefklimaat in het leven te roepen en te handhaven. Klashouden vraagt een zeker
‘meesterschap’ van de leraar, dat hij inzet om de verbondenheid met de groep, met elk
kind uit de groep en de verbondenheid tussen de kinderen onderling, te stimuleren.
1.3 Klashouden: een systemische benadering
Veel materiaal die concrete oplossingen biedt voor concrete problemen vb. pestgedrag
MA AR die houden geen rekening met context en andere actoren
= tips and tricks-aanpak (aantal ‘recepten’ die voor alle klassen werken)
MA AR het is breder => beïnvloedt volledige onderwijssituatie
= totaalaanpak: actoren, processen en contextvariabelen
Elke actor heeft een rol en elke beslissing heeft gevolgen voor andere actoren,
processen…
Nood aan meesterschap om te kijken welke oplossing werkt => kennis nodig van het
model
,Factoren die het klashouden beïnvloeden = beginsituatie, grootte klasgroep,
didactische principes, verbondenheid, thuissituatie, vrienden, ouders, schoolbeleid…
2. het model voor klashouden
Generieke modellen = algemene modellen
1. Didactisch model
2. Pedagogisch model
Thematische modellen = vanuit bril kijken naar klaspraktijk
1. Diff erentiatiemodel
2. Model voor klashouden
Componenten uit generieke
modellen komen terug
Vb. bij model klashouden
Pedagogisch model
- Kind centraal => klasgroep
centraal
- Leerkracht => rollen leerkracht
- Thuiscontext, buurt en school
MA AR peergroep niet want dat is
de klasgroep in het model van
klashouden en leerkracht ook
niet want dat zijn de rollen
Didactisch model
- Professionele identiteit
Beide
- Maatschappij- en mensbeeld
- In model klashouden zitten de
modellen ook verwerkt (zie
opvoeder en didacticus)
!!! enkel binnenste cirkels ervan
2.1 De klasgroep staat centraal
Klasgroep = centraal = complex systeem dat in constante interactie gaat met leerkracht,
context en relaties
Verklaard door:
1. Kenmerken leerlingen
2. Kenmerken klas
2.1.1Kenmerken van de leerling
Er zijn heel veel verschillende bronnen van diversiteit tussen leerlingen vb. SES status,
thuistaal, verschillen in voorkennis, interesse…
Kunnen oorzaak zijn voor problemen met klashouden
o We kunnen de verschillen tussen leerlingen nooit volledig
wegwerken DUS inzetten op motivatie want door die
verschillen is hier vaak gebrek aan
= voorspeller voor betere leerprestaties
Inspelen op motivatie? Info over beginsituatie nodig!
Vb. instructie niet begrijpen door andere thuistaal => gebrek aan motivatie
=> mindere prestaties
2.1.2Kenmerken van de klas
Klasgroep =
1. Unieke combinatie leerlingen
, 2. Leerlingen die in interactie treden (relaties)
Gevoelig aan veranderingen
Gedrag leerling begrijpen? = kijken naar klasgroep omdat dit een invloed heeft
Negatieve groepsidentiteit? => inzetten op welbevinden en verbondenheid zo komen de
leerlingen aan een geïntegreerde identiteit waarbij ze beter eigen keuzes gaan maken
DUS rol leerkracht:
1. Model bieden voor leerlingen
2. Tegenwicht bieden door basisbehoeften te vervullen
2.2 De leraar in de klasgroep
2.2.1Klashouden doet beroep op alle competenties van de leraar
Meesterschap leerkracht bepaalt hoe veilig, stimulerend en gestructureerd het leer- en
leefklimaat is
In model voorgesteld door de 5 bollen die de leerkracht hiervoor moet innemen
Hoe sterker deze rollen met elkaar vervlochten zijn, hoe sterker het klashouden zal
zijn en hoe groter de impact zal zijn op het leren
Niet goed in een rol => kan gecompenseerd worden tenzij het heel heftig is, dan wordt
het gebrekkig klashouden
Vaardigheden van leerkracht die van het grootste belang zijn op leerprestaties
leerlingen:
1. Didacticus en organisator (helderheid onderwijs leraar)
2. Opvoeder en teamspeler (relaties, verwachtingen, leerlingen niet ‘etiketteren’)
3. Inhoudelijk expert (leraar beheersing van de domeinenkennis)
Didacticus en inhoudelijk expert = training,
kwaliteit van zijn/ haar onderwijs, professionele
ontwikkeling
= me ta - a na l y se va n H a t t i e
d = e ff e c t gro te (k le i n na a r g ro o t e ff e c t: 0 ,2 – 0 ,5 – 0 ,8 ) = > de ke nm e r ken ku nn e n r a n g s c h ik ke n va n g ro o t n a a r
k l ei n eff e c t
r a n g = > k l ei n = eff e c t g ro t e is b e la n gr i jk
De leraar als opvoeder
Relatie tussen leraar en leerlingen = basis klashouden
Opvoeder – didacticus
Relatie heeft groot eff ect op belevenis instructie => dat heeft grote impact op
leerprestaties
Verband tussen relatie en attitude in de lessen
Opvoeder – organisator
Goede relatie = makkelijker regels, routines accepteren
Opvoeder – teamspeler
De mate waarin de leerkracht erin slaagt om te communiceren vanuit basishoudingen
Als klasgroep een team is dan lukt het beter om je rol als opvoeder/ coach in te
vullen
Opvoeder – inhoudelijk expert
Als je te veel moet nadenken over inhoud van de les kan je weinig aandacht besteden
aan attitudes
, Pedagogische vaardigheden zijn van groot belang => je eigen gedrag beïnvloedt gedrag
leerlingen
- Ondersteunen
o Evenwicht vinden tussen autonomie en autoriteit
o Klashouden streeft naar aanleren van verantwoorde beslissingen te maken
o Structuur is essentieel om autonoom te kunnen functioneren
o Grenzen die je stelt zijn niet altijd duidelijk
= leerproces
DUS verwachtingen steeds expliciet en concreet maken en ruimte geven om te
groeien
- Uitdagen
o Leerlingen uitdagen om eigen weg te vinden in groep => sociale vaardigheden
en attitudes aanleren binnen zone van naaste ontwikkeling
o Aanmoedigen tot grenzen verleggen, eigen beslissingen nemen…
- Waarderen
o Kind waarderen om positieve relatie op te bouwen: je mag zijn wie je bent
o Kwaliteiten herkennen, regels samen opstellen…
- Vertrouwen
o Tonen dat je gelooft in hoe de kinderen groeien binnen een groep
o Vertrouwen hebben in dat leerlingen zelf problemen kunnen oplossen
De leraar als organisator
De vaardigheden van een organisatorisch sterke leraar kunnen gelinkt worden aan de 4
basiselementen voor goed klasbeheer : duidelijkheid, controle, tempo en motivatie
Duidelijkheid
Weten waar men aan toe is
Duidelijke regels, afspraken…
Voordeel: storend gedrag vermindert
Controle
Houden van orde
Gaat over:
o Mindset van alertheid
o Beslissingen over infrastructuur van de klas/ school
Kan ervoor zorgen dat je goed of minder goed zicht hebt over hele klas
Je kunt enkel controle houden als je altijd alert bent (onmiddellijk reageren op
storend gedrag, houden van overzicht…)
Tempo
Heel wat kostbare onderwijstijd gaat verloren aan administratie (bv. Uitdelen en
ophalen van boeken, registratie maaltijden…) + ordehandhaving
o Duidelijke en vlot lopende procedures kunnen helpen
o Organisatorische voorbereiding waarbij rekening gehouden wordt met de
beschikbare tijd
o De plaats waar de LLN zitten speelt ook een rol
De leraar als didacticus
Motiveren en betrekken van leerlingen is voorwaarde om problemen in klashouden te
voorkomen
2 dingen die gebeuren in de klas:
1. Leerstof en vaardigheden aanreiken en inoefenen
Hoofdstuk 1: Een model voor klashouden
1. Klashouden: een eerste situering + werkbundel
1.1 Inleiding: klashouden in de lerarenopleiding: waarom?
Klashouden = belangrijk voor positief leerklimaat
MA AR struikelbok
Onvoldoende praktijkgericht aanbod, veel nadenken en zuigt energie
Gevolgen van falend klashouden voor:
1. Leerprestaties
2. Leerlingengedrag (betrokkenheid, agressief gedrag…)
3. Zelfactiviteit leerkracht => voorspeller burn- outs
= het gevoel dat je krijgt bij wat je doet, dat het ook eff ectief iets uitdoet
Sterk inzetten op verbondenheid => positief klasklimaat
De onderwijsstijlen:
Klashouden = dynamisch proces (= aan te leren) dat aangeleerd kan worden vb. na
professionaliseringstraject beheers je sommige vaardigheden beter
1.2 Klashouden: what’s in a name?
Klashouden vs klasmanagement
Kiezen voor klashouden omdat bij management de keuze van de manager centraal
staat en bij deze opleiding staat de leerling centraal + ‘managen’ benadrukt de
autonomie niet genoeg
Defi nitie klashouden = het geheel aan proactieve en reactieve maatregelen die een
leerkracht stelt, met als doel een veilig, stimulerend en gestructureerd leer- en
leefklimaat in het leven te roepen en te handhaven. Klashouden vraagt een zeker
‘meesterschap’ van de leraar, dat hij inzet om de verbondenheid met de groep, met elk
kind uit de groep en de verbondenheid tussen de kinderen onderling, te stimuleren.
1.3 Klashouden: een systemische benadering
Veel materiaal die concrete oplossingen biedt voor concrete problemen vb. pestgedrag
MA AR die houden geen rekening met context en andere actoren
= tips and tricks-aanpak (aantal ‘recepten’ die voor alle klassen werken)
MA AR het is breder => beïnvloedt volledige onderwijssituatie
= totaalaanpak: actoren, processen en contextvariabelen
Elke actor heeft een rol en elke beslissing heeft gevolgen voor andere actoren,
processen…
Nood aan meesterschap om te kijken welke oplossing werkt => kennis nodig van het
model
,Factoren die het klashouden beïnvloeden = beginsituatie, grootte klasgroep,
didactische principes, verbondenheid, thuissituatie, vrienden, ouders, schoolbeleid…
2. het model voor klashouden
Generieke modellen = algemene modellen
1. Didactisch model
2. Pedagogisch model
Thematische modellen = vanuit bril kijken naar klaspraktijk
1. Diff erentiatiemodel
2. Model voor klashouden
Componenten uit generieke
modellen komen terug
Vb. bij model klashouden
Pedagogisch model
- Kind centraal => klasgroep
centraal
- Leerkracht => rollen leerkracht
- Thuiscontext, buurt en school
MA AR peergroep niet want dat is
de klasgroep in het model van
klashouden en leerkracht ook
niet want dat zijn de rollen
Didactisch model
- Professionele identiteit
Beide
- Maatschappij- en mensbeeld
- In model klashouden zitten de
modellen ook verwerkt (zie
opvoeder en didacticus)
!!! enkel binnenste cirkels ervan
2.1 De klasgroep staat centraal
Klasgroep = centraal = complex systeem dat in constante interactie gaat met leerkracht,
context en relaties
Verklaard door:
1. Kenmerken leerlingen
2. Kenmerken klas
2.1.1Kenmerken van de leerling
Er zijn heel veel verschillende bronnen van diversiteit tussen leerlingen vb. SES status,
thuistaal, verschillen in voorkennis, interesse…
Kunnen oorzaak zijn voor problemen met klashouden
o We kunnen de verschillen tussen leerlingen nooit volledig
wegwerken DUS inzetten op motivatie want door die
verschillen is hier vaak gebrek aan
= voorspeller voor betere leerprestaties
Inspelen op motivatie? Info over beginsituatie nodig!
Vb. instructie niet begrijpen door andere thuistaal => gebrek aan motivatie
=> mindere prestaties
2.1.2Kenmerken van de klas
Klasgroep =
1. Unieke combinatie leerlingen
, 2. Leerlingen die in interactie treden (relaties)
Gevoelig aan veranderingen
Gedrag leerling begrijpen? = kijken naar klasgroep omdat dit een invloed heeft
Negatieve groepsidentiteit? => inzetten op welbevinden en verbondenheid zo komen de
leerlingen aan een geïntegreerde identiteit waarbij ze beter eigen keuzes gaan maken
DUS rol leerkracht:
1. Model bieden voor leerlingen
2. Tegenwicht bieden door basisbehoeften te vervullen
2.2 De leraar in de klasgroep
2.2.1Klashouden doet beroep op alle competenties van de leraar
Meesterschap leerkracht bepaalt hoe veilig, stimulerend en gestructureerd het leer- en
leefklimaat is
In model voorgesteld door de 5 bollen die de leerkracht hiervoor moet innemen
Hoe sterker deze rollen met elkaar vervlochten zijn, hoe sterker het klashouden zal
zijn en hoe groter de impact zal zijn op het leren
Niet goed in een rol => kan gecompenseerd worden tenzij het heel heftig is, dan wordt
het gebrekkig klashouden
Vaardigheden van leerkracht die van het grootste belang zijn op leerprestaties
leerlingen:
1. Didacticus en organisator (helderheid onderwijs leraar)
2. Opvoeder en teamspeler (relaties, verwachtingen, leerlingen niet ‘etiketteren’)
3. Inhoudelijk expert (leraar beheersing van de domeinenkennis)
Didacticus en inhoudelijk expert = training,
kwaliteit van zijn/ haar onderwijs, professionele
ontwikkeling
= me ta - a na l y se va n H a t t i e
d = e ff e c t gro te (k le i n na a r g ro o t e ff e c t: 0 ,2 – 0 ,5 – 0 ,8 ) = > de ke nm e r ken ku nn e n r a n g s c h ik ke n va n g ro o t n a a r
k l ei n eff e c t
r a n g = > k l ei n = eff e c t g ro t e is b e la n gr i jk
De leraar als opvoeder
Relatie tussen leraar en leerlingen = basis klashouden
Opvoeder – didacticus
Relatie heeft groot eff ect op belevenis instructie => dat heeft grote impact op
leerprestaties
Verband tussen relatie en attitude in de lessen
Opvoeder – organisator
Goede relatie = makkelijker regels, routines accepteren
Opvoeder – teamspeler
De mate waarin de leerkracht erin slaagt om te communiceren vanuit basishoudingen
Als klasgroep een team is dan lukt het beter om je rol als opvoeder/ coach in te
vullen
Opvoeder – inhoudelijk expert
Als je te veel moet nadenken over inhoud van de les kan je weinig aandacht besteden
aan attitudes
, Pedagogische vaardigheden zijn van groot belang => je eigen gedrag beïnvloedt gedrag
leerlingen
- Ondersteunen
o Evenwicht vinden tussen autonomie en autoriteit
o Klashouden streeft naar aanleren van verantwoorde beslissingen te maken
o Structuur is essentieel om autonoom te kunnen functioneren
o Grenzen die je stelt zijn niet altijd duidelijk
= leerproces
DUS verwachtingen steeds expliciet en concreet maken en ruimte geven om te
groeien
- Uitdagen
o Leerlingen uitdagen om eigen weg te vinden in groep => sociale vaardigheden
en attitudes aanleren binnen zone van naaste ontwikkeling
o Aanmoedigen tot grenzen verleggen, eigen beslissingen nemen…
- Waarderen
o Kind waarderen om positieve relatie op te bouwen: je mag zijn wie je bent
o Kwaliteiten herkennen, regels samen opstellen…
- Vertrouwen
o Tonen dat je gelooft in hoe de kinderen groeien binnen een groep
o Vertrouwen hebben in dat leerlingen zelf problemen kunnen oplossen
De leraar als organisator
De vaardigheden van een organisatorisch sterke leraar kunnen gelinkt worden aan de 4
basiselementen voor goed klasbeheer : duidelijkheid, controle, tempo en motivatie
Duidelijkheid
Weten waar men aan toe is
Duidelijke regels, afspraken…
Voordeel: storend gedrag vermindert
Controle
Houden van orde
Gaat over:
o Mindset van alertheid
o Beslissingen over infrastructuur van de klas/ school
Kan ervoor zorgen dat je goed of minder goed zicht hebt over hele klas
Je kunt enkel controle houden als je altijd alert bent (onmiddellijk reageren op
storend gedrag, houden van overzicht…)
Tempo
Heel wat kostbare onderwijstijd gaat verloren aan administratie (bv. Uitdelen en
ophalen van boeken, registratie maaltijden…) + ordehandhaving
o Duidelijke en vlot lopende procedures kunnen helpen
o Organisatorische voorbereiding waarbij rekening gehouden wordt met de
beschikbare tijd
o De plaats waar de LLN zitten speelt ook een rol
De leraar als didacticus
Motiveren en betrekken van leerlingen is voorwaarde om problemen in klashouden te
voorkomen
2 dingen die gebeuren in de klas:
1. Leerstof en vaardigheden aanreiken en inoefenen