Rédigé par des étudiants ayant réussi Disponible immédiatement après paiement Lire en ligne ou en PDF Mauvais document ? Échangez-le gratuitement 4,6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Aperçu 4 sur 65 pages
Resume

Samenvatting Doelgroepen 2 Karel de Grote | 2025/26

Document preview thumbnail
Aperçu 4 sur 65 pages

Dit is een samenvatting van heel het vak doelgroepen 2. Hierin komen alle hoofdstukken aan bod: niet begeleide minderjarigen, gezinnen op de vlucht, personen met visuele beperking, personen met auditieve beperking, personen met dementie. Deze samenvatting is gemaakt met het boek en de PowerPoints.

Aperçu du contenu

DOELGROEPEN 2
H1: NIET-BEGELEIDE MINDERJARIGEN

1. OMSCHRIJVING

Taal is niet neutraal. Hoe we spreken over NBM beïnvloedt hoe ze worden benaderd,
welke rechten ze krijgen en hoe de samenleving naar hen kijkt. “Taal zorgt ervoor dat we
ons als mens onderscheiden. Maar het is ook datgene dat het meest bijdraagt aan de
ontmenselijking van de ander als mens”

NBM zijn in eerste plaats kinderen en jongeren met unieke verhalen en groeipotentieel –
niet louter hun juridische status

1.1 VEEL GEBRUIKTE TERMINOLOGIE

“Het gebruik van terminologie bepaalt mee het discours en het moreel appel dat eraan
verbonden is.”

Termen verschillen naargelang de juridische status, herkomst en de instanties die ermee
werkt. Taalgebruik is niet neutraal: het beïnvloedt hoe jongeren worden benaderd en
welke rechten ze krijgen.


1.1.1 NIET BEGELEIDE MINDERJARIGE VREEMDELING (NBMV)
= Niet-Begeleide Minderjarige Vreemdeling – officiële Belgische term, buiten de EER

De meest gebruikte en officiële term in België. Volgens de Belgische Dienst Voogdij gaat
het om:

 Persoon jonger dan 18 jaar
 Afkomstig uit een land buiten de Europese Economische Ruimte (EER)
 Verblijft zonder ouder of wettelijke voogd op Belgisch grondgebied

Dit kan zowel gaan om jongeren die asiel aanvragen als jongeren zonder geldige
verblijfstitel. De term bepaalt of de jongere recht heeft op een voogd en opvang via
Fedasil.

"Niet-begeleid" = geen ouders of wettelijke voogd. Jongeren die reizen met een oom,
tante of meerderjarige broer/zus worden juridisch ook als niet-begeleid beschouwd, tenzij
die begeleider als wettelijke voogd erkend is


1.1.2 NIET-BEGELEIDE MINDERJARIGE (NBM)
Steeds vaker gebruiken hulpverleners en organisaties de term NBM, waarbij
‘vreemdeling’ bewust wordt weggelaten. Dit benadrukt het kind-zijn en de
ontwikkelingsnoden, eerder dan de herkomst of verblijfsstatus – in lijn met het VN-
Kinderrechtenverdrag

Andere verouderde termen die niet meer worden gehanteerde in deze curus

 NBBM: Niet-Begeleide Buitenlandse Minderjarige
 AMA: Alleenstaande Minderjarige Asielzoeker


1.1.3 NIET-BEGELEIDE EUROPESE MINDERJARIGE

1

,Een aparte, minder gekende categorie: jongeren onder de 18 die afkomstig zijn uit een
EER-lidstaat (bv. Roemenië, Bulgarije) of Zwitserland.

 Vallen buiten de standaardprocedures voor NBM
 Kunnen in bepaalde gevallen wel een voogd toegewezen krijgen
 Hebben meestal geen recht op internationale bescherming of opvang via Fedasil,
tenzij er sprake is van ernstige verwaarlozing of risico op mensenhandel


1.1.4 PROCEDURE BETREFFENDE HET VERZOEK OM INTERNATIONALE
BESCHERMING
De termen ‘verzoeker’ en ‘NBM’ worden soms door elkaar gebruikt, maar verwijzen naar
verschillende juridische statussen

Een verzoeker om internationale bescherming = persoon die in België bescherming
aanvraagt via een formeel verzoek tot erkenning als vluchteling of subsidiair
beschermde. Tijdens de procedure heet de persoon officieel "verzoeker". Het CGVS
onderzoekt de aanvraag en neemt de beslissing.

De asielprocedure stap voor stap:

1. Registratie bij Dienst Vreemdelingenzaken (DVZ)
2. Persoonlijk onderhoud bij het CGVS door een "protection officer"
3. Beslissing door het CGVS: erkenning als vluchteling, subsidiair beschermde, of
weigering
4. Bij weigering: beroep bij de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen (RvV) — die
kan bevestigen, hervormen of vernietigen

Het CGVS weigert bij:

 Ongeloofwaardige verklaringen
 Ongegronde vrees voor vervolging
 Bescherming aanwezig in land van herkomst
 Intern vluchtalternatief aanwezig
 Geen risico op ernstige schade

Erkend vluchteling (Vluchtelingenverdrag Genève, 1951):

 Gegronde persoonlijke vrees voor vervolging
 Wegens: ras, nationaliteit, godsdienst, politieke overtuiging of sociale groep
 Verblijfsrecht: 5 jaar (hernieuwbaar)
 Voorbeeld: iemand vervolgd om politieke mening in een dictatuur

Subsidiair beschermde:

 Reëel risico op ernstige schade bij terugkeer door contextuele factoren (oorlog,
genocide, willekeurig geweld)
 Meer algemeen gericht, minder op de persoon
 Verblijfsrecht: 1 jaar (hernieuwbaar)
 Voorbeeld: burger uit Syrië zonder persoonlijk vervolgingsverhaal maar gevaar bij
terugkeer

De drie situaties van een NBM:




2

, 1. NBM is verzoeker  recht op opvang via Fedasil, onderwijs, medische zorg en
aangestelde voogd
2. NBM is géén verzoeker, maar heeft wel rechten  bv. bij humanitaire of medische
regularisatie; recht op voogd, opvang en begeleiding ondanks onzekere
verblijfsstatus
3. NBM zonder wettig verblijf  uitzonderlijke gevallen bij mislukte procedures of
verdwijning

Machtseconomie (Debruyne et al., 2024): Verblijfspapieren zijn niet louter administratie
— ze maken deel uit van een machtseconomie. De overheid beslist wie rechten krijgt,
welke rechten, en wie niet. Wettig verblijf gaat dus niet alleen over papieren, maar over
de erkenning om "er te mogen zijn". De verzoeker zit in een structureel afhankelijke
positie met weinig controle, terwijl beslissingen ook beïnvloed worden door bredere
politieke contexten — niet enkel door neutrale procedures.


1.1.5 BESCHERMINGSPLICHT IN BELGIË
België is wettelijk verplicht om NBM te beschermen en op te vangen, ongeacht of ze een
verzoek indienen. Dit vloeit voort uit het IVRK

Automatische activatie Dienst Voogdij zodra een vermoedelijke NBM gesignaleerd wordt:

1. Opvang in een OOC (Observatie- en Oriëntatiecentrum)
2. Aanstelling van een voogd als wettelijke vertegenwoordiger
3. Doorverwijzing naar Fedasil-netwerk of alternatieven (bv. pleegzorg)
4. Vanaf 15 jaar: voorbereiding op begeleide autonomie → OCMW/LOI

Voor praktijkgerichte orthopedagogen betekent dit: elke NBM heeft recht op zorg en
begeleiding, ongeacht de verblijfsstatus


1.1.6 LEEFTIJDSGRENS: MINDERJARIGHEID EN MEERDERJARIGHEID
Minderjarig = jonger dan 18. Bij twijfel voert de Dienst Voogdij medisch onderzoek uit

Kritiek op leeftijdsbepaling:

 Referentiemodellen uit de jaren 1930, gebaseerd op blanke middenklassejongeren
uit de VS → niet representatief
 Foutmarge tot 1,5 jaar leeftijdsverschil
 EHRM 2025: België veroordeeld wegens schending artikel 8 EVRM — botscans
vóór gesprek is invasief en disproportioneel; gesprek en documentatie moeten
primair zijn
 Raad van State 2025: officiële documenten als doorslaggevend bewijs; medische
testen moeten beter gemotiveerd worden

Gevolg van foute leeftijdsbepaling: verlies van toegang tot voogdij, aangepaste opvang
en onderwijs  machteloosheid en psychosociale klachten

Bij meerderjarigheid (18j):

 Tot 18: niet uitwijsbaar, ongeacht verblijfsstatus
 Bij 18 zonder beslissing  naar opvangstructuur voor volwassen asielzoekers
 Bij 18 zonder verblijfsvergunning  verlaat het opvangnetwerk


1.1.7 BELGIË ALS TRANSITLAND: REALITEIT ZONDER STIGMATISERING

3

, Transmigrant = stigmatiserend begrip. Het benadrukt het doorgangsaspect en leidt tot:

 Beleidsblindheid: mensen die "toch niet willen blijven" worden sneller uitgesloten
van opvang en bescherming
 Ontmenselijking: focus verschuift naar grenscontrole en logistiek, niet naar de
noden van de persoon

Gebruik liever ‘mensen in transitpositie’ of ‘mensen onderweg’ 
mensenrechtenperspectief blijft centraal

Realiteit België:

 Mensen in transitie registreren zich vaak niet uit angst of gebrek aan informatie →
buiten beeld van hulpstructuren
 Verhoogde kwetsbaarheid: uitbuiting, geweld, mensenhandel
 NBM in transitie verblijven op straat, in kraakpanden of parken (bv. Brussel,
Zeebrugge)
 In Calais: minderjarigen in erbarmelijke omstandigheden, blootgesteld aan geweld
en misbruik

1.2 DE ICF-KIJK OP NIET-BEGELEIDE MINDERJARIGEN OP DE VLUCHT

= Bio-psycho-sociaal kader

Doel: zicht krijgen op functioneren van NBM in totaliteit

 Gezondheid (angst, stress, stoornissen, ziekte, veerkracht ...)
 Functioneren (concentratie op school, zelfzorg, participatie aan onderwijs,
aansluiting met leeftijdsgenoten, ...)
 Contextuele factoren (asielprocedure, toegang tot opvang en onderwijs, structuren
en discriminatie, ...)
 Persoonlijke factoren (leeftijd, migratiemotief, copingstijlen, ...)

Hulpverlening vanuit het ICF-model voor NBM = Zorg op maat gericht op psychisch
herstel + maatschappelijke participatie en inclusie

2. PREVALENTIE

2.1 NATIONALE EN INTERNATIONALE PREVALENTIECIJFERS

België

 Jaarlijks 1.000 à 2.000 NBM geregistreerd
 In 2024: 3.981 meldingen, waarvan 1.522 effectief erkend als minderjarig
 Meeste jongeren: uit Afghanistan, Syrië, Eritrea, Guinee, Palestina — vaak 16-17
jaar
 Trend naar verjonging: steeds meer kinderen van 12-13 jaar (Fedasil bevestigt dit
sinds 2009)
 In 2024: 47,2% beschermingsstatus toegekend (onder Europees gemiddelde van
55%)
 Schatting ±3.500 NBM zonder formele opvang in België

Internationaal

 Wereldwijd ca. 35,5 miljoen kinderen op de vlucht (UNICEF 2024) = 1 op 66
kinderen

4

Table des matières

  1. 01 1. omschrijving 1
    1. 1.1 veel gebruikte terminologie 1
    2. 1.2 de icf-kijk op niet-begeleide minderjarigen op de vlucht 4
  2. 02 2. prevalentie 4
    1. 2.1 nationale en internationale prevalentiecijfers 4
    2. 2.2 co-morbiditeit 5
    3. 2.3 opvangkosten 5
  3. 03 3. etiologie 5
    1. 3.1 macroniveau 6
    2. 3.2 mesoniveau 7
    3. 3.3 microniveau 8
  4. 04 4. begeleiding 9
    1. 4.1 preventie 9
    2. 4.2 begeleiding van lichamelijk en psychosociaal functioneren 11
    3. 4.3 begeleiding naar participatie 15
    4. 4.4 betrokken organisaties in begeleiding op Federaal en Vlaams niveau 17
  5. 05 5. tendensen en actualiteit 18
    1. 5.1 stijging vermissingen 18
    2. 5.2 Verharding Europese migratiebeleid 19
    3. 5.3 Toename psychische kwetsbaarheid en comorbiditeit 19
    4. 5.4 Vergrijzing van het voogdenbestand 19
    5. 5.5 Ondersteuning voor pleegouders 19
    6. 5.6 Transculturele gezondheidszorg als noodzakelijke competentie 20
    7. 5.7 Frames en counterframes 20
  6. 06 1. omschrijving 22
    1. 1.1 transnationale gezinnen 22
    2. 1.2 Procedure en opvangcontext 23
    3. 1.3 Opvangmogelijkheden 23
  7. 07 2. prevalentie 23
  8. 08 3. etiologie 23
    1. 3.1 Context van ingrijpende ervaringen 23
    2. 3.2 Migratiemotieven 24
    3. 3.3 Diversiteit van gezinnen 24
    4. 3.4 Gezinsdynamieken en relaties 24
    5. 3.5 Opvoeding en ouderschap 24
  9. 09 4. begeleiding 24
    1. 4.1 rol van opvangmedewerkers bij gezinsondersteuning 24
    2. 4.2 gezinsondersteuning 25
  10. 10 1. prevalentie visuele beperkingen 25
  11. 11 2. visuele stoornis en beperking 25
    1. 2.1 visuele waarneming 25
    2. 2.2 visuele functies en stoornissen 26
    3. 2.3 visuele beperkingen en mogelijkheden 29
  12. 12 3. huidig functioneren en vraagstelling 30
    1. 3.1 sensorisch functioneren en vraagstelling 30
    2. 3.2 motorisch functioneren en vraagstelling 31
    3. 3.3 cognitief functioneren en vraagstelling 32
    4. 3.4 communicatie en taal en vraagstelling 32
    5. 3.5 sociaal emotioneel functioneren en vraagstelling 33
    6. 3.6 intimiteit en seksualiteit en ondersteuning 34
  13. 13 4. orthopedagogische aanbod 35
    1. 4.1 primaire preventie van visuele stoornissen 35
    2. 4.2 secundaire preventie van visuele stoornissen 35
    3. 4.3 visuele revalidatie 36
    4. 4.4 hulpmiddelen en technologie 36
    5. 4.5 onderwijs 37
    6. 4.6 werken met een visuele beperking 38
    7. 4.7 dagbesteding – activiteitencentra 39
    8. 4.8 vrije tijd 39
    9. 4.9 leefklimaat: aanpassingen in de omgeving en klimaat 39
    10. 4.10 overige tips 40
  14. 14 inleiding 41
  15. 15 1. prevalentie auditieve beperkingen 41
  16. 16 2. auditieve stoornis en beperking 41
    1. 2.1 auditieve waarneming 41
    2. 2.2 gehooronderzoek 42
    3. 2.3 auditieve functies en stoornissen 42
    4. 2.4 auditieve beperkingen en mogelijkheden 43
  17. 17 3. huidig functioneren en vraagstelling 44
    1. 3.1 sensorische functioneren en vraagstelling 44
    2. 3.2 taalontwikkeling en vraagstelling 44
    3. 3.3 emotioneel functioneren en vraagstelling 45
    4. 3.4 sociale isolatie in een horende omgeving en vraagstelling 45
    5. 3.5 verbondenheid in een gebarentaalomgeving en vraagstelling 45
    6. 3.6 identiteitsontwikkeling en vraagstelling 45
  18. 18 4 orthopedagogisch aanbod 46
    1. 4.1 primaire preventie van auditieve stoornissen 46
    2. 4.2 secundaire preventie van auditieve stoornissen 46
    3. 4.3 manuele communicatie 48
    4. 4.4 schriftelijke communicatie 49
    5. 4.5 dovencultuur 49
    6. 4.6 CODA – horende kinderen van dove ouders 50
    7. 4.7 tolk 50
    8. 4.8 onderwijs 50
    9. 4.9 psychologische hulpverlening voor doven en slechthorende 51
    10. 4.10 tips in dagelijkse omgang 51
  19. 19 Inleiding 52
  20. 20 1 prevalentie van dementie 52
  21. 21 2 aandoeningen die dementie veroorzaken 53
    1. 2.1 dementie van het Alzheimertype 53
    2. 2.2 vasculaire dementie 53
    3. 2.3 dementie met lewy bodies 54
    4. 2.4 frontomtemborale dementie 54
  22. 22 3 stoornissen en beperkingen bij personen met dementie 55
    1. 3.1 classificatie van dementie 55
    2. 3.2 functiestoornissen bij dementie 55
    3. 3.3 screening en diagnostiek van dementie 55
    4. 3.4 comorbiditeit 57
  23. 23 4 huidig functioneren en vraagstelling 57
    1. 4.1 geheugen en vraagstelling 57
    2. 4.2 desoriëntatie 58
    3. 4.3 neuropsychologische beperkingen en vraagstelling 58
    4. 4.4 emotioneel functioneren en vraagstelling 59
    5. 4.5 identiteit en van waarde zijn 59
    6. 4.6 slapen en vraagstelling 59
    7. 4.7 intimiteit en seksualiteit en vraagstelling 60
    8. 4.8 personen met een verstandelijke beperking en dementie 60
  24. 24 5 orthopedagogisch aanbod 60
    1. 5.1 grondhouding en leefklimaat 60
    2. 5.2 vroegtijdige zorgplanning 61
    3. 5.3 referentiepersonen 61
    4. 5.4 persoonsgerichte zorg 62
    5. 5.5 behoeftegerichtzorg – Odette 62
    6. 5.6 realiteitsoriëntering door training of houding 63
    7. 5.7 validation 63
    8. 5.8 reminiscentie 64
    9. 5.9 op de sofa met mantelzorgers 64
    10. 5.10 veel tinten grijs 64

Infos sur le Document

Publié le
2 juin 2026
Nombre de pages
65
Écrit en
2025/2026
Type
Resume
€8,49

Mauvais document ? Échangez-le gratuitement Dans les 14 jours suivant votre achat et avant le téléchargement, vous pouvez choisir un autre document. Vous pouvez simplement dépenser le montant à nouveau.
Rédigé par des étudiants ayant réussi
Disponible immédiatement après paiement
Lire en ligne ou en PDF

Vendu
0
Abonnés
0
Éléments
2
Dernière vente
-



Pourquoi les étudiants choisissent Stuvia

Créé par d'autres étudiants, vérifié par les avis

Une qualité sur laquelle compter : rédigé par des étudiants qui ont réussi et évalué par d'autres qui ont utilisé ce document.

Le document ne convient pas ? Choisis un autre document

Aucun souci ! Tu peux sélectionner directement un autre document qui correspond mieux à ce que tu cherches.

Paye comme tu veux, apprends aussitôt

Aucun abonnement, aucun engagement. Paye selon tes habitudes par carte de crédit et télécharge ton document PDF instantanément.

Student with book image

“Acheté, téléchargé et réussi. C'est aussi simple que ça.”

Alisha Student

Foire aux questions