Rédigé par des étudiants ayant réussi Disponible immédiatement après paiement Lire en ligne ou en PDF Mauvais document ? Échangez-le gratuitement 4,6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Aperçu 4 sur 68 pages
Examen

Fiscale Hogeschool Brussel (2026): Examenvragen met oplossingen Successieplanning

Document preview thumbnail
Aperçu 4 sur 68 pages

Deze geïntegreerde oefenbundel voor Successieplanning aan de Fiscale Hogeschool bevat 10 hoofdstukken met casussen en modeloplossingen voor examenvoorbereiding. De bundel behandelt erfbelasting, registratiebelasting, testamenten, huwelijkscontracten, schenkingen, maatschappen, stichtingen en overdracht van familiale ondernemingen, met focus op de meest waarschijnlijk getoetste onderdelen. Ideaal om jezelf voor te bereiden op de schriftelijke casus-examens: elke oefening volgt dezelfde vaste methode en de modeloplossingen verwijzen rechtstreeks naar de toepasselijke wetsartikels.

Aperçu du contenu

Hoofdstuk 1 - Algemeen legislatief kader van registratiebelasting en erfbelasting
LEESWIJZER / EXAMENFOCUS
Deze oefenbundel beperkt zich bewust tot de onderdelen uit hoofdstuk 1 die het meest waarschijnlijk in een schriftelijke casus worden getoetst.
De vragen zijn geïntegreerd opgebouwd: kwalificeer eerst de verrichting, lokaliseer daarna de belasting, bepaal vervolgens de bevoegde
administratie en het juiste wetboek, en toets ten slotte de relevante heffingsregels of de anti-rechtsmisbruikbepaling. De modeloplossingen volgen
dezelfde vaste methode.

EXAMENMETHODE
Werk steeds in dezelfde volgorde: (1) aard van de verrichting, (2) toepasselijke belasting of federale restmaterie, (3) lokalisatiecriterium, (4)
juiste bron en bevoegde dienst, (5) registratieplicht, (6) heffingsregels en (7) eventuele toets aan art. 3.17.0.0.2 VCF.



0. Dekking van de oefenbundel
Thema Waar geoefend?
Successierecht versus recht van overgang bij overlijden Casus 1 en 2
Vijfjaarsregel en feitelijk rijksinwonerschap Casus 1 en synthesevragen
Lokalisatie verkooprecht, verdeelrecht, hypotheekrecht en schenkbelasting Casus 1 en 4
Dienst van de belasting, VLABEL en federaal residu Casus 1, 2 en 5
Anti-rechtsmisbruik: bewijslast, Brepols, step-by-step en temporele werking Casus 3
Registratieplicht, titelvereiste en werkelijke overeenkomst Casus 4 en 5
Acte en main, dading over feiten, simulatie en prijsbewimpeling Casus 4 en 5
Non bis in idem en opschortende voorwaarden Casus 4



Casus 1 - Fiscale woonplaats, vijfjaarsregel en grensoverschrijdende nalatenschap
Opgave
Paul woonde tot en met 30 juni 2022 in Anderlecht. Vanaf 1 juli 2022 verbleef hij in een rusthuis in Gent. Hij overlijdt op 1 januari 2025. Zijn
vermogen bestaat uit een appartement in Brussel, een effectenportefeuille bij een Belgische bank, een vakantiewoning in Frankrijk en een Franse
effectenrekening. Frankrijk heft erfbelasting op de Franse woning en op de Franse rekening. In 2024 had Paul bovendien zijn Brusselse
appartement aan zijn dochter geschonken. Zijn dochter woont in Leuven.
De erfgenamen vragen daarnaast welke administratie hun dossier behandelt en welk wetboek zij eerst moeten openen. Een familielid beweert dat
de Vlaamse regels gelden omdat Paul in Gent overleed en zijn dochter in Leuven woont.

Vragen
1. Was Paul op het ogenblik van zijn overlijden een rijksinwoner? Welke feiten zijn voor die kwalificatie relevant?
2. Welke belasting is in België van toepassing bij zijn overlijden: successierecht sensu stricto of recht van overgang bij overlijden? Bepaal ook de
belastbare basis.
3. Welk gewestelijk regime is van toepassing op de erfbelasting? Pas de vijfjaarsregel toe.
4. Welk gewestelijk regime is van toepassing op de schenking van het Brusselse appartement in 2024? Laat je niet misleiden door de ligging van het
goed of de woonplaats van de begiftigde.
5. Hoe moet de Belgische adviseur omgaan met de Franse erfbelasting? Is een verdragsanalyse de eerste reflex?
6. Welke administratie verzorgt de dienst van de belasting en welk wetboek open je voor de Vlaamse dan wel Brusselse materie?

EXAMENTIP
De kans is groot dat een casus tegelijk de vijfjaarsregel, het begrip rijksinwoner en de valkuil bij schenkbelasting test. Schrijf de criteria
afzonderlijk uit; spring niet meteen naar het resultaat.


Oplossing

1. Rijksinwonerschap
Rijksinwonerschap is een feitenkwestie. Men kijkt naar de werkelijke woonplaats en het centrum van belangen: waar leeft de betrokkene
daadwerkelijk? Paul verbleef sinds juli 2022 duurzaam in het rusthuis in Gent. De feiten wijzen dus op Belgisch rijksinwonerschap; het gaat niet
louter om een toevallig verblijf of om nationaliteit. (art. 5 BWF)

2. Aard van de belasting en belastbare basis
Omdat Paul rijksinwoner is, speelt successierecht sensu stricto. De belastbare basis is zijn netto wereldvermogen: ook de Franse vakantiewoning en
de Franse effectenrekening behoren in beginsel tot de Belgische belastbare massa. Het recht van overgang bij overlijden is voorbehouden voor een
niet-rijksinwoner en beperkt zich dan tot Belgisch onroerend vermogen. (art. 5 BWF)




Successieplanning - Geïntegreerde oefenbundel | Pagina 1

,3. Gewestelijke lokalisatie van de erfbelasting
Men past art. 5 BWF en de vijfjaarsregel toe. In de vijf jaar vóór 1 januari 2025 woonde Paul ongeveer tweeënhalf jaar in Anderlecht en ongeveer
tweeënhalf jaar in Gent. Bij een examencasus moet je die periode nauwkeurig uitrekenen; wanneer één gewest langer is, is dat gewest bevoegd.
De woonplaats op de sterfdag volstaat niet. De woonplaats van de erfgenamen is evenmin beslissend. (art. 5 BWF)

NUANCE BIJ DE DATA
De concrete data zijn bewust scherp gekozen. Op het examen moet je effectief rekenen. Wanneer de perioden exact gelijk zouden zijn, moet
de casus bijkomende informatie geven of moet je de toepasselijke bijzondere regel in de bron raadplegen. De kernreflex blijft: niet
automatisch het gewest van de laatste woonplaats nemen.


4. Gewestelijke lokalisatie van de schenking
Voor een schenking door een rijksinwoner kijkt men naar de fiscale woonplaats van de schenker in de vijf jaar vóór de schenking. Men kijkt dus niet
automatisch naar de ligging van het Brusselse appartement en evenmin naar de woonplaats van de dochter. De vijfjaarsperiode moet voor de
schenkingsdatum afzonderlijk worden berekend. (art. 5 BWF)

5. Franse erfbelasting
De eerste reflex is niet een uitgebreid verdragsnetwerk, want België heeft op het vlak van erfbelasting nauwelijks bruikbare verdragsdekking. Men
onderzoekt de interne verrekeningsregels. Buitenlandse erfbelasting kan onder voorwaarden in België worden verrekend, ook met aandacht voor
de praktische timing wanneer de buitenlandse aanslag nog niet definitief is binnen de Belgische aangiftetermijn. (art. 5 BWF)

6. Dienst en bronnen
Voor Vlaamse erf- of registratiebelasting verzorgt VLABEL de dienst van de belasting: grondslag, berekening, inning, bezwaar, standpunten en
Vlaamse rulingpraktijk. Voor Brusselse materie blijft de federale administratie voorlopig de dienst verzorgen. Voor Vlaamse materie open je de VCF;
voor de lokalisatie blijft art. 5 BWF essentieel. Federale restregels blijven in W.Reg. en W.Succ. relevant. (art. 5 BWF)
Kernartikels: art. 5 BWF; VCF voor Vlaamse erf- en schenkbelasting; W.Succ. voor federale restmateries.

Casus 2 - Niet-rijksinwoner en de overgang van bakstenen naar aandelen
Opgave
Marianne en Luc verkopen de aandelen van hun Belgische exploitatievennootschap en verhuizen duurzaam naar Málaga. Zij schrijven zich uit in
België, bouwen hun dagelijks leven in Spanje uit en keren slechts sporadisch terug. Privé behouden zij een bedrijfsgebouw in Gent met een waarde
van 6.000.000 EUR. Het gebouw wordt verhuurd aan de verkochte vennootschap. Daarnaast bezitten zij een Belgische effectenrekening van
1.500.000 EUR en een appartement in Namen van 500.000 EUR. Marianne overlijdt in Spanje.
Voor haar overlijden werd onderzocht of het Gentse bedrijfsgebouw in een Belgische BV kon worden ingebracht. De familie vraagt zich af waarom
dat verschil zou maken en wie de registratieformaliteit en de taxatie behandelt.

Vragen
1. Kwalificeer Marianne als rijksinwoner of niet-rijksinwoner. Welke feiten zijn beslissend?
2. Welke Belgische belasting speelt bij haar overlijden en op welke goederen kan België heffen?
3. Welk gewestelijk regime geldt voor het gebouw in Gent en welk regime voor het appartement in Namen?
4. Waarom kan de inbreng van het Gentse gebouw in een Belgische BV de latere Belgische heffing bij overlijden veranderen? Leg het verschil
tussen bakstenen en aandelen uit.
5. Is het gewest vrij om voortaan ook de verkoop of de vererving van aandelen als nieuwe belastbare materie aan een onroerend tarief te
belasten?
6. Beschrijf het traject van een akte met betrekking tot het Gentse gebouw: welke rol speelt het federale registratiekantoor en welke rol speelt
VLABEL?

BELANGRIJK
Dit is een kerncasus omdat zij het onderscheid tussen rijksinwoner en niet-rijksinwoner zichtbaar maakt. Bij een niet-rijksinwoner zijn
Belgische roerende goederen in beginsel niet belastbaar in het recht van overgang bij overlijden.


Oplossing

1. Niet-rijksinwonerschap
De feiten wijzen op een duurzame verhuis naar Spanje: uitschrijving, dagelijks leven in Málaga en slechts sporadische terugkeer. Het bezit van
Belgische goederen maakt iemand niet automatisch rijksinwoner. Marianne is dus in beginsel niet-rijksinwoner. (art. 5 BWF; art. 19 W.Reg)

2. Recht van overgang bij overlijden
Bij een niet-rijksinwoner speelt het recht van overgang bij overlijden. België viseert alleen Belgisch onroerend vermogen. Het Gentse
bedrijfsgebouw en het appartement in Namen vallen dus in de Belgische heffing. De Belgische effectenrekening is roerend en valt in beginsel
buiten die heffing. (art. 5 BWF; art. 19 W.Reg)


Successieplanning - Geïntegreerde oefenbundel | Pagina 2

,3. Lokalisatie per onroerend goed
Voor het Gentse gebouw past men het Vlaamse regime toe; voor het appartement in Namen het Waalse regime. Bij een niet-rijksinwoner knoopt
men aan bij de ligging van het Belgische onroerend goed. (art. 5 BWF; art. 19 W.Reg)

4. Van bakstenen naar aandelen
Wanneer het gebouw in een Belgische BV wordt ingebracht, wordt de familie geen rechtstreekse eigenaar van de bakstenen maar van aandelen.
Aandelen zijn roerende goederen. Bij een later overlijden als niet-rijksinwoner vallen zij in beginsel niet onder het recht van overgang bij overlijden.
De les gebruikt dit als klassiek voorbeeld van planning: de juridische kwalificatie van het vermogensbestand verandert. (art. 5 BWF; art. 19 W.Reg)

5. Grenzen van gewestelijke autonomie
Het gewest kan voor overgehevelde belastingen onder meer tarief, verminderingen, vrijstellingen en grondslag regelen, maar het kan niet
willekeurig nieuwe belastbare materie creëren. Een gewest kan dus niet op eigen initiatief de verkoop of vererving van aandelen als onroerende
overdracht belasten omdat dat budgettair aantrekkelijk lijkt. (art. 5 BWF; art. 19 W.Reg)

6. Traject van de akte
De registratieformaliteit blijft federaal georganiseerd. Een akte met betrekking tot het Gentse gebouw passeert via het federale registratiekantoor;
de ambtenaar herkent de Vlaamse materie en stuurt door naar VLABEL. VLABEL kohiert en int de Vlaamse belasting. Voor Waalse materie verloopt
de dienst voorlopig federaal. (art. 5 BWF; art. 19 W.Reg)
Kernartikels: art. 5 BWF; art. 19 W.Reg. voor registratieplicht waar relevant.

Casus 3 - Anti-rechtsmisbruik bij inbreng in gemeenschap gevolgd door schenking
Opgave
Sofie bezit alleen een appartementsgebouw in Antwerpen. Zij is gehuwd onder een gemeenschapsstelsel met Wim. Het gebouw is haar eigen goed.
Op 5 februari 2026 brengt zij het gebouw in de huwgemeenschap in. Op 20 maart 2026 schenken Sofie en Wim het gebouw gezamenlijk aan hun
twee kinderen. Daardoor wordt de progressieve schenkbelasting over twee schenkers gespreid. In het dossier staat enkel dat men fiscaal zo
voordelig mogelijk wilde schenken.
Variant A: Sofie had het gebouw reeds in 2010 in de gemeenschap ingebracht en de schenking gebeurt pas in 2026. Variant B: Sofie had in plaats
van de schenking een testament opgesteld waarin de kinderen worden bevoordeeld.

Vragen
1. Waarom moet de adviseur art. 3.17.0.0.2 VCF onderzoeken? Benoem de vermoedelijke zwarte-lijstproblematiek.
2. Welke elementen moet de fiscus bewijzen? Welke rol speelt het tegenbewijs van niet-fiscale motieven?
3. Wat is de fiscale sanctie wanneer de anti-rechtsmisbruikbepaling wordt toegepast? Leidt de bepaling automatisch tot boetes?
4. Kan de fiscus een reeks handelingen gezamenlijk beoordelen? Leg step-by-step uit.
5. Bespreek de temporele werking vanaf 1 juni 2012 aan de hand van variant A.
6. Blijft de keuze voor de minst belaste weg mogelijk? Verwerk Brepols en Au Vieux Saint Martin in je antwoord.
7. Waarom vraagt variant B een afzonderlijke nuance inzake het criterium “door hem gestelde rechtshandelingen”?
8. Welke praktische oplossing kan rechtsonzekerheid vóór de uitvoering beperken?

EXAMENVRAAG
Een klassieke theorie- of casusvraag luidt: “Is Brepols sinds de nieuwe anti-rechtsmisbruikbepaling nog overeind gebleven?” Het antwoord is
genuanceerd: ja, maar niet absoluut.


Oplossing

1. Waarom art. 3.17.0.0.2 VCF?
De opeenvolging “inbreng van een eigen onroerend goed in de gemeenschap” en kort daarna “gezamenlijke schenking aan de kinderen” drukt de
progressiviteit doordat één schenker economisch in twee schenkers wordt opgesplitst. De prof bespreekt deze techniek als typische zwarte-
lijstproblematiek. Zij moet dus aan de Vlaamse anti-rechtsmisbruikbepaling worden getoetst. (art. 3.17.0.0.2 VCF; art. 18, §2 W.Reg; art. 106
W.Succ)

2. Objectief en subjectief element
De fiscus moet eerst het objectieve element bewijzen: de verrichting of reeks verrichtingen doorkruist de doelstelling van een fiscale bepaling. Die
doelstelling moet concreet worden achterhaald via tekst, parlementaire voorbereiding en interpretatie. Vervolgens kan de belastingplichtige
tegenbewijs leveren door andere dan fiscale motieven aan te tonen. In het basisgeval ontbreekt een niet-fiscaal motief, waardoor het risico groot
is. (art. 3.17.0.0.2 VCF; art. 18, §2 W.Reg; art. 106 W.Succ)




Successieplanning - Geïntegreerde oefenbundel | Pagina 3

, 3. Sanctie
De sanctie is fiscale niet-tegenwerpelijkheid: de fiscus negeert de kunstmatige rechtshandeling of reeks voor fiscale doeleinden en belast volgens
de toestand die met het doel van de wet strookt. De anti-rechtsmisbruikbepaling voegt op zichzelf geen boete of belastingverhoging toe. Andere
bepalingen kunnen bij fraude uiteraard afzonderlijk relevant zijn. (art. 3.17.0.0.2 VCF; art. 18, §2 W.Reg; art. 106 W.Succ)

4. Step-by-step
De bepaling viseert niet alleen een geïsoleerde rechtshandeling, maar ook opeenvolgende rechtshandelingen. De korte tijd tussen inbreng en
schenking ondersteunt de samenlezing. Er bestaat geen absoluut veilig aantal jaren; een loutere tijdsspanne vervangt de inhoudelijke analyse niet.
(art. 3.17.0.0.2 VCF; art. 18, §2 W.Reg; art. 106 W.Succ)

5. Temporele werking
De nieuwe regeling geldt vanaf 1 juni 2012. In variant A gebeurde een cruciale stap reeds in 2010. Dat vergt nuance: men kan de nieuwe bepaling
niet zonder meer toepassen alsof alle stappen onder de regeling van 2012 vallen. Vermeld dit expliciet. (art. 3.17.0.0.2 VCF; art. 18, §2 W.Reg; art.
106 W.Succ)

6. Brepols en Au Vieux Saint Martin
Brepols blijft overeind: de belastingplichtige mag in beginsel de minst belaste weg kiezen wanneer hij de gevolgen van die rechtshandeling
ondergaat. Sinds 2012 is die vrijheid begrensd door de anti-rechtsmisbruikbepaling. De ruimere vrijheid die men historisch met Au Vieux Saint
Martin associeerde, geldt niet meer op dezelfde wijze. (art. 3.17.0.0.2 VCF; art. 18, §2 W.Reg; art. 106 W.Succ)

7. Testamentaire nuance
De wet spreekt over door de belastingplichtige gestelde rechtshandelingen. Bij een testament heeft de erfgenaam het testament van de erflater
niet zelf gesteld. Daardoor kan de analyse anders liggen dan bij een schenking die de belastingplichtige zelf uitvoert. Op een examen volstaat het
om deze nuance te signaleren en niet mechanisch dezelfde redenering toe te passen. (art. 3.17.0.0.2 VCF; art. 18, §2 W.Reg; art. 106 W.Succ)

8. Ruling
Door de vaagheid van de misbruiktoets kan een voorafgaande beslissing nuttig zijn. Voor Vlaamse VCF-materie gebruikt men de Vlaamse
rulingpraktijk; voor federale materie bestaat een federale rulingcommissie. (art. 3.17.0.0.2 VCF; art. 18, §2 W.Reg; art. 106 W.Succ)
Kernartikels: art. 3.17.0.0.2 VCF; voor Brussel/Wallonië/federale registratiebelasting art. 18, §2 W.Reg.; voor successierechten art. 106 W.Succ.

Casus 4 - Vastgoedkoop: compromis, voorwaarden, acte en main en non bis in idem
Opgave
NV Project verkoopt op 10 mei 2026 een bouwgrond in Leuven aan Sarah voor een all-inprijs van 550.000 EUR. In het compromis staat dat de
verkoper economisch alle registratiebelasting draagt. De koop wordt gesloten onder opschortende voorwaarde dat uiterlijk op 1 september 2027
een omgevingsvergunning wordt verkregen. Het compromis wordt meteen geregistreerd. Op dat ogenblik is de grond 500.000 EUR waard. De
vergunning wordt op 20 augustus 2027 verleend; dan bedraagt de waarde 620.000 EUR. De notariële akte volgt op 10 oktober 2027. Sarah vestigt
daarbij een hypotheek op de grond. Twee jaar later treedt zij uit onverdeeldheid met haar broer voor een tweede onroerend goed in Wavre.

Vragen
1. Welke registratiebelastingen komen in de verschillende verrichtingen in beeld en hoe worden zij gelokaliseerd?
2. Is het compromis verplicht registreerbaar? Tegen welke termijn moet worden gewaakt?
3. Wat betekent de clausule acte en main? Kan zij de wettelijke belastingplichtige tegenover de fiscus wijzigen?
4. Hoe wordt de koop onder opschortende voorwaarde belast bij registratie en bij vervulling? Welk tijdstip bepaalt het tarief en welk tijdstip
bepaalt de heffingsgrondslag?
5. Waarom wordt de latere notariële akte niet opnieuw volledig evenredig belast?
6. Welke rol speelt het algemeen vast recht van 50 EUR?
7. Wat zou wijzigen wanneer de koop onder ontbindende voorwaarde werd gesloten?
8. Welke administratie int de Leuvense belasting en welke administratie behandelt de verrichting in Wavre?

VALKUIL
Acte en main is geen handgift. Het is een interne afspraak over de economische last van de belasting. De fiscus blijft de wettelijke
belastingplichtige aanspreken.


Oplossing

1. Belastingen en lokalisatie
De koop van de bouwgrond roept verkooprecht op; de ligging in Leuven lokaliseert de Vlaamse registratiebelasting. De hypotheekvestiging roept
hypotheekrecht op; ook daar is de ligging van het onroerend goed beslissend. De latere uitonverdeeldheidtreding voor het goed in Wavre roept
verdeelrecht op volgens het Waalse regime. (art. 19 W.Reg; art. 32 W.Reg)




Successieplanning - Geïntegreerde oefenbundel | Pagina 4

Table des matières

  1. 01 Hoofdstuk 1 - Algemeen legislatief kader van registratiebelasting en erfbelasting 1
  2. 02 0. Dekking van de oefenbundel 1
  3. 03 Casus 1 - Fiscale woonplaats, vijfjaarsregel en grensoverschrijdende nalatenschap 1
    1. Opgave 1
    2. Vragen 1
    3. 1. Rijksinwonerschap 1
    4. 2. Aard van de belasting en belastbare basis 1
    5. 3. Gewestelijke lokalisatie van de erfbelasting 2
    6. 4. Gewestelijke lokalisatie van de schenking 2
    7. 5. Franse erfbelasting 2
    8. 6. Dienst en bronnen 2
  4. 04 Casus 2 - Niet-rijksinwoner en de overgang van bakstenen naar aandelen 2
    1. Opgave 2
    2. Vragen 2
    3. 1. Niet-rijksinwonerschap 2
    4. 2. Recht van overgang bij overlijden 2
    5. 3. Lokalisatie per onroerend goed 3
    6. 4. Van bakstenen naar aandelen 3
    7. 5. Grenzen van gewestelijke autonomie 3
    8. 6. Traject van de akte 3
  5. 05 Casus 3 - Anti-rechtsmisbruik bij inbreng in gemeenschap gevolgd door schenking 3
    1. Opgave 3
    2. Vragen 3
    3. 1. Waarom art. 3.17.0.0.2 VCF? 3
    4. 2. Objectief en subjectief element 3
    5. 3. Sanctie 4
    6. 4. Step-by-step 4
    7. 5. Temporele werking 4
    8. 6. Brepols en Au Vieux Saint Martin 4
    9. 7. Testamentaire nuance 4
    10. 8. Ruling 4
  6. 06 Casus 4 - Vastgoedkoop: compromis, voorwaarden, acte en main en non bis in idem 4
    1. Opgave 4
    2. Vragen 4
    3. 1. Belastingen en lokalisatie 4
    4. 2. Registratieplicht compromis 5
    5. 3. Acte en main 5
    6. 4. Opschortende voorwaarde 5
    7. 5. Non bis in idem 5
    8. 6. Ontbindende voorwaarde 5
    9. 7. Dienst van de belasting 5
  7. 07 Casus 5 - Titelvereiste, werkelijke overeenkomst, simulatie en registratieplicht 5
    1. Opgave 5
    2. Vragen 5
    3. 1. Werkelijke overeenkomst en simulatie 5
    4. 2. Titelvereiste en brief 6
    5. 3. Dading 6
    6. 4. Registratieplicht van de bijkomende documenten 6
    7. 5. Notariële maatschapsovereenkomst 6
    8. 6. Dienst van de belasting 6
    9. 7. Fout etiket versus simulatie 6
  8. 08 Snelle synthesevragen 6
  9. 09 Antwoorden snelle synthesevragen (art. 19 W.Reg; art. 204 W.Reg; art. 3.17.0.0.2 VCF) 6
  10. 10 Laatste examencheck (art. 19 W.Reg; art. 204 W.Reg; art. 3.17.0.0.2 VCF) 7
  11. 11 Hoofdstuk 2 - Principes van successierecht 8
  12. 12 0. Dekking van de oefenbundel 8
    1. Casus 1 - Volledige basisanalyse: nalatenschap, fictieve legaten en planning 8
    2. Casus 2 - Tarieftabellen, partnerbegrip en Vlaamse vrijstellingen 9
    3. Casus 3 - Waardering, passief en formele procedure 10
    4. Casus 4 - De fictieve legaten als fiscale boobytraps 12
    5. Casus 5 - Niet-rijksinwoner, recht van overgang en voorwaardelijke rechten 13
    6. Gerichte actualiteits- en syntheseoefeningen 14
    7. Antwoorden gerichte actualiteits- en syntheseoefeningen (art. 2.7.3.4.1 VCF; art. 2.7.1.0.2 VCF; art. 2.7.1.0.3 tot en met 2.7.1.0.9 VCF) 14
  13. 13 Laatste examencheck (art. 2.7.3.4.1 VCF; art. 2.7.1.0.2 VCF; art. 2.7.1.0.3 tot en met 2.7.1.0.9 VCF) 15
  14. 14 Hoofdstuk 3 - Oefeningen berekening successierechten 16
    1. LEESWIJZER / EXAMENFOCUS 16
  15. 15 0. Dekking van de oefenbundel 16
    1. Casus 1 - Basiscasus: wettelijk stelsel, geen kinderen en drie vermogenscategorieën 16
    2. Casus 2 - Langstlevende echtgenoot en kind: vruchtgebruik versus blote eigendom 17
    3. Casus 3 - Samenwoners: burgerrechtelijke bescherming en fiscale partnerbegrippen 17
    4. Casus 4 - Klassieke fictieve legaten: bankgift en levensverzekering 18
    5. Casus 5 - Verblijvingsbeding versus testamentaire verdeling 19
    6. Casus 6 - Moeilijke integratiecasus: scheiding van goederen en WTOV 20
    7. Casus 7 - Kinderloze single: tabel II en singlevermindering 20
  16. 16 Laatste examencheck (art. 2.7.4.2.5 VCF; art. 2.7.4.1.1, § 1; art. 2.7.1.0.4) 21
    1. Bronnenbasis (art. 2.7.4.2.5 VCF; art. 2.7.4.1.1, § 1; art. 2.7.1.0.4) 21
  17. 17 Hoofdstuk 4 - Het testament als instrument van planning en overdracht 22
  18. 18 0. Dekking van de oefenbundel 22
    1. Casus 1 - Eigenhandig testament, herroeping, verkoop van een gelegateerd goed en zorgvolmacht 22
    2. Casus 2 - Drie testamentvormen en fiscale behandeling bij betwisting 23
    3. Casus 3 - Kwalificatie van legaten en praktische gevolgen 23
    4. Casus 4 - Clausulepakket voor een internationale en conflictgevoelige familie 24
    5. Casus 5 - Bescherming feitelijk samenwonende partner en minderjarige kinderen uit een vorige relatie 25
    6. Casus 6 - Verdeellegaat en generatiesprong bij een familiebedrijf 26
    7. Casus 7 - Ik-opa-testament, restlegaat en legaat onder last 26
    8. Casus 8 - Kinderloze single: single-vermindering, oude vriendenerfenis, duolegaat en private stichting 27
    9. Snelle synthesevragen 28
  19. 19 Hoofdstuk 5 - Het huwelijkscontract als instrument van planning en overdracht 29
  20. 20 0. Dekking van de oefenbundel 29
    1. Casus 1 - Primair stelsel: eigen gezinswoning, investering en borgstelling 29
    2. Casus 2 - Demarcatie en vormvereisten: de vlag dekt niet altijd de lading 30
    3. Casus 3 - Inbreng in de gemeenschap: efficiënt instrument, maar niet onbeperkt 30
    4. Casus 4 - Huwelijksvoordelen en reserves: gemeenschappelijke versus niet-gemeenschappelijke kinderen 31
    5. Casus 5 - Nieuw samengesteld gezin en Valkeniersclausule 31
    6. Casus 6 - Gemeenschapsstelsel: keuzebeding, gezinswoning en art. 2.7.1.0.4 VCF 32
    7. Casus 7 - Scheiding van goederen: verrekenbeding, billijkheidscorrectie en TIGV 32
    8. Casus 8 - Onverdeeldheid, aanwas, toebedeling en toekenning: kies de juiste piste 33
    9. Casus 9 - Contractuele erfstelling en combinatie van huwelijkscontract met testament 34
    10. Snelle synthesevragen 34
  21. 21 Hoofdstuk 6 - De schenking als instrument van planning en overdracht 36
  22. 22 0. Dekking van de oefenbundel 36
    1. Casus 1 - Oudere schenker: gezondheid van geest, zorgvolmacht en gemeenschapsgoederen 36
    2. Casus 2 - Minderjarigen, verwekt kind en captatieregeling 37
    3. Casus 3 - Kies per goed de juiste schenkingstechniek 37
    4. Casus 4 - Bankgift, pacte adjoint en registratie in extremis 38
    5. Casus 5 - Grensgevallen: is er werkelijk een schenking? 38
    6. Casus 6 - Schenken met toeters en bellen: waar ligt de grens? 39
    7. Casus 7 - Berekening: tarieven, heffingsgrondslag en last voor een derde 39
    8. Casus 8 - Onroerende schenking: spreiden en fiscaal misbruik 40
    9. Casus 9 - Aandelen familiebedrijf: controle, uitsluiting, terugkeer en restschenking 40
    10. Casus 10 - Schenking tussen echtgenoten en herroeping 41
  23. 23 11. Laatste controlelijst voor het examen 41
  24. 24 Hoofdstuk 7 - Controle en successieplanning via een maatschap 42
  25. 25 0. Dekking van de oefenbundel 42
    1. Casus 1 - Wat doet een maatschap werkelijk in een successieplanning? 42
    2. Casus 2 - Bierroute: pacte adjoint, vijf jaar en te veel controle 43
    3. Casus 3 - Voorbehoud van vruchtgebruik en niet-opgevraagde dividenden 43
    4. Casus 4 - Statuten onder de loep: leeuwenbeding, looptijd, overdracht en bestuur 44
    5. Casus 5 - Familieconflict: oude schulden, uittreding, uitsluiting en eenhoofdigheid 44
    6. Casus 6 - De discrete familiepot bestaat niet meer: KBO, boekhouding en UBO 45
    7. Casus 7 - Fiscaal transparant betekent: door de maatschap heen kijken 46
    8. Casus 8 - Onroerend goed in de maatschap: volgorde bepaalt de fiscale kost 46
    9. Casus 9 - Geintegreerd advies: ontwerp een fiscaal verdedigbare familiale maatschap 47
  26. 26 10. Laatste controlelijst voor het examen 47
  27. 27 Hoofdstuk 8 - Controle en successieplanning via een stichting 49
  28. 28 0. Dekking van de oefenbundel 49
    1. Casus 1 - Stichting of maatschap? Kies eerst het juiste vehikel 49
    2. Casus 2 - Belangeloos doel en verboden voordelen: hoe ver kan men gaan? 50
    3. Casus 3 - Oprichting en organisatie: een stichting is geen vrijblijvende familiepot 50
    4. Casus 4 - Ontbinding en het elastiekbeding: de klassieke examenvraag 51
    5. Casus 5 - Fiscale levenscyclus en patrimoniumtaks 51
    6. Casus 6 - Outbound-uitkeringen: zorguitgave of belastbare rente? 52
    7. Casus 7 - Certificering van een familiebedrijf: controle en economische rechten uit elkaar halen 52
    8. Casus 8 - UBO-register: wie moet worden geregistreerd? 53
    9. Casus 9 - Geintegreerd advies voor een zorgkind 54
  29. 29 10. Laatste controlelijst voor het examen 54
  30. 30 Hoofdstuk 9 - Overdracht van familiale ondernemingen 55
  31. 31 0. Dekking van de oefenbundel 55
    1. Casus 1 - Eenmanszaak, lokalisatie en residentieel vastgoed 55
    2. Casus 2 - Participatievoorwaarde en tussenstructuren 56
    3. Casus 3 - Vastgoedvennootschap en reële economische activiteit 56
    4. Casus 4 - Waardering en residentieel vastgoed sinds 2026 57
    5. Casus 5 - Driejarige behoudsvoorwaarden en uitkeringen 57
    6. Casus 6 - Formaliteiten, test-attest en risicotermijn 58
    7. Casus 7 - Inkomen behouden en schoonfamilierisico beperken 58
    8. Casus 8 - Actief en niet-actief kind, partiële splitsing en boomerang 59
    9. Casus 9 - Geïntegreerde examencasus: van kwalificatie tot familieplanning 59
  32. 32 10. Laatste controlelijst voor het examen 60
  33. 33 Hoofdstuk 10 - Globale oefeningensessie en planning in specifieke situaties 62
  34. 34 0. Dekking van de oefenbundel 62
    1. Casus 1 - Plaatsvervulling, staken en langstlevende echtgenoot 62
    2. Casus 2 - Geen afstammelingen: gemeenschap en exclusieve onverdeeldheid 63
    3. Casus 3 - Gewone adoptie en wettelijk recht van terugkeer 63
    4. Casus 4 - Testamentvorm, algemene legataris en reserve 64
    5. Casus 5 - Rekenboedel, buiten erfdeel en waardering 64
    6. Casus 6 - Contractuele erfstelling versus langst-leeft-al-heeft 65
    7. Casus 7 - Keuzebeding en fiscale optimalisatie 65
    8. Casus 8 - Kinderloos koppel: bescherming op maat 66
    9. Casus 9 - Effectenportefeuille: inkomen en controle behouden 66
    10. Casus 10 - Woning naar één kind: schenking onder last 67
    11. Casus 11 - Geïntegreerde adviescasus 67
  35. 35 12. Laatste controlelijst voor het examen 68

Infos sur le Document

Publié le
2 juin 2026
Fichier mis à jour le
2 juin 2026
Nombre de pages
68
Écrit en
2025/2026
Type
Examen
Contient
Questions et réponses
€15,66

Mauvais document ? Échangez-le gratuitement Dans les 14 jours suivant votre achat et avant le téléchargement, vous pouvez choisir un autre document. Vous pouvez simplement dépenser le montant à nouveau.
Rédigé par des étudiants ayant réussi
Disponible immédiatement après paiement
Lire en ligne ou en PDF

Seller avatar
Les scores de réputation sont basés sur le nombre de documents qu'un vendeur a vendus contre paiement ainsi que sur les avis qu'il a reçu pour ces documents. Il y a trois niveaux: Bronze, Argent et Or. Plus la réputation est bonne, plus vous pouvez faire confiance sur la qualité du travail des vendeurs.
MariePeeters02
3,7
(3)
Vendu
30
Abonnés
1
Éléments
10
Dernière vente
4 semaines de cela




Pourquoi les étudiants choisissent Stuvia

Créé par d'autres étudiants, vérifié par les avis

Une qualité sur laquelle compter : rédigé par des étudiants qui ont réussi et évalué par d'autres qui ont utilisé ce document.

Le document ne convient pas ? Choisis un autre document

Aucun souci ! Tu peux sélectionner directement un autre document qui correspond mieux à ce que tu cherches.

Paye comme tu veux, apprends aussitôt

Aucun abonnement, aucun engagement. Paye selon tes habitudes par carte de crédit et télécharge ton document PDF instantanément.

Student with book image

“Acheté, téléchargé et réussi. C'est aussi simple que ça.”

Alisha Student

Foire aux questions