, 1. Inleiding
"Armoede overwinnen is geen gebaar van naastenliefde. Het is een daad van rechtvaardigheid. Het is de
bescherming van een fundamenteel mensenrecht, het recht op waardigheid en een fatsoenlijk leven.” – Nelson
Mandela
1.1. Sociaal werk is een mensenrechtenberoep
1.1.1. Armoede is meer dan geldtekort
Armoede
- Geldtekort + schaarste aan basisbehoeften zoals voedsel, huisvesting, onderwijs, vrije tijd, …
- Veelzijdig en complex probleem: impact op andere domeinen zoals sociale, fysieke en mentale
- Mensenrechten gebruikt als instrument -> aantonen
1.1.2. Armoede is soms onzichtbaar
Iedereen kijkt op zijn manier naar “de persoon in armoede” en armoede.
Als problematiek zichtbaar aanwezig, zien we het, maar: is elke persoon die in armoede leeft dan
zichtbaar in onze maatschappij? Of op welke manier kunnen we “de onzichtbaren” zichtbaar maken, of
terug deel laten
worden in de maatschappij als volwaardig burger?
- Mensen in kwetsbare situaties willen niet altijd worden geholpen en willen eigenaarschap over
sommige zaken behouden
-> Ze reageren daarom soms negatief bij beslissingen die boven hun hoofd. genomen worden
-> Als hulpverlener moet je het gedrag van iemand leren prikken en complexiteit achter het verhaal
leren zien
- Vanuit een partnerschap tussen mensen & organisaties, en mét de mensen in armoede
proberen om zaken aan te pakken = kan veel oplossen. Luisteren, empathie, begrip, … zijn
sleutelcomponenten tot. eventuele oplossing voor armoedeproblematieken.
2
, 1.1.3. Definities
Volgens de Verenigde Naties
Armoede/ pauperisme
Dat wil zeggen dat je niet kan voorzien in de primaire levensbehoeften die noodzakelijk zijn om een
menswaardig bestaan te kunnen leiden.
Primaire behoeften: schoon water, voedsel, kledij, huisvesting en gezondheidszorg
Armoede ontstaat bij (chronisch) tekort aan betaal- of ruimiddelen bij bepaalde personen, waardoor de
aanschaf van noodzakelijke bestaansmiddelen buiten het bereik van die persoon valt.
Ook geen toegang tot secundaire levensbehoeften kan ervaren worden als armoede, vooral als in de
samenleving anderen dat wel hebben.
Secundaire behoeften: luxegoederen, reizen, deelnemen aan onderwijs, sport, …
Volgens Vlaanderen
Armoede is een netwerk van sociale uitsluitingen dat zich uitstrekt over meerdere gebieden van het individuele
en collectieve bestaan. Het scheidt de armen van de algemeen aanvaarde leefpatronen van de samenleving.
Deze kloof kunnen ze niet op eigen kracht overbruggen.
Definitie van armoede met een extra dimensie eraan toegevoegd
De invloed van de levensloop – jaarboek armoede 2024
In dit jaarboek
- Ingezoomd op verschillende domeinen v armoede: naast onderwijs, werk, wonen…
-> voor het eerst longitudinale bril opgezet waardoor dynamiek, instroom en uitstroom vd armoede
beter in kaart gebracht
- Belang van een levensloopperspectief voor armoede en ongelijkheid wordt als extra dimensie
in de verf gezet
- De context waarin men opgroeit, familierelaties, levensgebeurtenissen, transities en
kantelmomenten, structurele omstandigheden of shock events, beleidsaspecten zoals het type
welvaartsstaat ... kunnen incidentie van armoede en ongelijkheid tijdens de levensloop van een
individu beïnvloeden
1.2. Brillen om naar armoede te kijken
- Bril van veroordeling
- Bril van verwondering
- Bril van uit ons eigen referentiekader
Het begrip armoede roept veel vragen op (hoe herken ik armoede, wat betekent het om in armoede te leven,
hoe kan ik het begrijpen en hoe ga ik ermee om, …?).
Er zijn veel misverstanden en vooroordelen.
3
, 1.3. Tijdlijn
Prehistorie en oudheid
Armoede stond gelijk aan bestaansonzekerheid, ongelijkheid en afhankelijkheid. De hulpverlening was
informeel en vooral in familieband.
Middeleeuwen
Armoede is een collectieve ervaring, religie heeft er ook mee te maken. Daarnaast is er een groot stigma. De
hulpverlening bestond uit familie en de dorpsgemeenschap, er was meer en meer armenzorg (in kloosters,
armenhuizen, …).
Vroegmoderne tijd
Armoede komt door de groei van steden en de economische crisissen. De overheid bemoeide zich steeds meer.
Hulpverlening kwam als eerste weer door de dichte familie, maar ook armenzorg in steden. Ook ontstaan er
armenwetten. Armen werden geregistreerd, er kwamen werkhuizen voor werklozen en tuchthuizen voor “luie
armen”.
19e eeuw
Armoede is een massale arbeidersarmoede, de woonopties zijn slecht en ook de werkopstandigheden zijn niet
goed. Hulpverlening kwam vort uit caritas en parochiale armenzorg (gehoorzaamheid en goed gedrag was
nodig), gemeentelijke armenzorg, werkhuizen en controle, eerste vakbonden en mutualiteiten.
20e eeuw
Armoede is een structurele kwetsbaarheid, het is meer verborgen. Er komt voedselbedeling en ook het OCMW
start op. Er komt dus sociale zekerheid. Hulp wordt een recht.
21e eeuw
Armoede is multidimensioneel en complex. Dat komt door de digitale kloof, sociale uitsluiting, migratie en
vluchtelingen, etc.
Op gebied van hulpverlening gaat het vooruit. Er zijn sociale kruideniers, voedselbanken, digitale inclusie,
lokale hulp via middenveld, integratie, preventie, …
1.4. Leven in armoede is leven met stress
Je hebt constante zorgen over rekeningen, je huur, wat je gaat eten, maar ook onverwachte kosten, etc.
Je leeft in constante onzekerheid, want je weet niet of je het einde van de maand wel haalt. Ook je keuzes
staan onder druk en er komt heel veel schaamte bij kijken, je hebt het gevoel dat je niet mee kan doen. Ook
mentaal is het lastig. Stress neemt veel energie. Het maakt plannen, leren en beslissen moeilijker. Daarnaast
heeft het ook effect op je gezondheid. Er is vaker sprake van burn-outs, depressies en lichamelijke klachten.
Chronische geldstress beperkt tijdelijk het denken, plannen en beslissen. Niet door gebrek aan motivatie, maar
door overbelasting.
4
"Armoede overwinnen is geen gebaar van naastenliefde. Het is een daad van rechtvaardigheid. Het is de
bescherming van een fundamenteel mensenrecht, het recht op waardigheid en een fatsoenlijk leven.” – Nelson
Mandela
1.1. Sociaal werk is een mensenrechtenberoep
1.1.1. Armoede is meer dan geldtekort
Armoede
- Geldtekort + schaarste aan basisbehoeften zoals voedsel, huisvesting, onderwijs, vrije tijd, …
- Veelzijdig en complex probleem: impact op andere domeinen zoals sociale, fysieke en mentale
- Mensenrechten gebruikt als instrument -> aantonen
1.1.2. Armoede is soms onzichtbaar
Iedereen kijkt op zijn manier naar “de persoon in armoede” en armoede.
Als problematiek zichtbaar aanwezig, zien we het, maar: is elke persoon die in armoede leeft dan
zichtbaar in onze maatschappij? Of op welke manier kunnen we “de onzichtbaren” zichtbaar maken, of
terug deel laten
worden in de maatschappij als volwaardig burger?
- Mensen in kwetsbare situaties willen niet altijd worden geholpen en willen eigenaarschap over
sommige zaken behouden
-> Ze reageren daarom soms negatief bij beslissingen die boven hun hoofd. genomen worden
-> Als hulpverlener moet je het gedrag van iemand leren prikken en complexiteit achter het verhaal
leren zien
- Vanuit een partnerschap tussen mensen & organisaties, en mét de mensen in armoede
proberen om zaken aan te pakken = kan veel oplossen. Luisteren, empathie, begrip, … zijn
sleutelcomponenten tot. eventuele oplossing voor armoedeproblematieken.
2
, 1.1.3. Definities
Volgens de Verenigde Naties
Armoede/ pauperisme
Dat wil zeggen dat je niet kan voorzien in de primaire levensbehoeften die noodzakelijk zijn om een
menswaardig bestaan te kunnen leiden.
Primaire behoeften: schoon water, voedsel, kledij, huisvesting en gezondheidszorg
Armoede ontstaat bij (chronisch) tekort aan betaal- of ruimiddelen bij bepaalde personen, waardoor de
aanschaf van noodzakelijke bestaansmiddelen buiten het bereik van die persoon valt.
Ook geen toegang tot secundaire levensbehoeften kan ervaren worden als armoede, vooral als in de
samenleving anderen dat wel hebben.
Secundaire behoeften: luxegoederen, reizen, deelnemen aan onderwijs, sport, …
Volgens Vlaanderen
Armoede is een netwerk van sociale uitsluitingen dat zich uitstrekt over meerdere gebieden van het individuele
en collectieve bestaan. Het scheidt de armen van de algemeen aanvaarde leefpatronen van de samenleving.
Deze kloof kunnen ze niet op eigen kracht overbruggen.
Definitie van armoede met een extra dimensie eraan toegevoegd
De invloed van de levensloop – jaarboek armoede 2024
In dit jaarboek
- Ingezoomd op verschillende domeinen v armoede: naast onderwijs, werk, wonen…
-> voor het eerst longitudinale bril opgezet waardoor dynamiek, instroom en uitstroom vd armoede
beter in kaart gebracht
- Belang van een levensloopperspectief voor armoede en ongelijkheid wordt als extra dimensie
in de verf gezet
- De context waarin men opgroeit, familierelaties, levensgebeurtenissen, transities en
kantelmomenten, structurele omstandigheden of shock events, beleidsaspecten zoals het type
welvaartsstaat ... kunnen incidentie van armoede en ongelijkheid tijdens de levensloop van een
individu beïnvloeden
1.2. Brillen om naar armoede te kijken
- Bril van veroordeling
- Bril van verwondering
- Bril van uit ons eigen referentiekader
Het begrip armoede roept veel vragen op (hoe herken ik armoede, wat betekent het om in armoede te leven,
hoe kan ik het begrijpen en hoe ga ik ermee om, …?).
Er zijn veel misverstanden en vooroordelen.
3
, 1.3. Tijdlijn
Prehistorie en oudheid
Armoede stond gelijk aan bestaansonzekerheid, ongelijkheid en afhankelijkheid. De hulpverlening was
informeel en vooral in familieband.
Middeleeuwen
Armoede is een collectieve ervaring, religie heeft er ook mee te maken. Daarnaast is er een groot stigma. De
hulpverlening bestond uit familie en de dorpsgemeenschap, er was meer en meer armenzorg (in kloosters,
armenhuizen, …).
Vroegmoderne tijd
Armoede komt door de groei van steden en de economische crisissen. De overheid bemoeide zich steeds meer.
Hulpverlening kwam als eerste weer door de dichte familie, maar ook armenzorg in steden. Ook ontstaan er
armenwetten. Armen werden geregistreerd, er kwamen werkhuizen voor werklozen en tuchthuizen voor “luie
armen”.
19e eeuw
Armoede is een massale arbeidersarmoede, de woonopties zijn slecht en ook de werkopstandigheden zijn niet
goed. Hulpverlening kwam vort uit caritas en parochiale armenzorg (gehoorzaamheid en goed gedrag was
nodig), gemeentelijke armenzorg, werkhuizen en controle, eerste vakbonden en mutualiteiten.
20e eeuw
Armoede is een structurele kwetsbaarheid, het is meer verborgen. Er komt voedselbedeling en ook het OCMW
start op. Er komt dus sociale zekerheid. Hulp wordt een recht.
21e eeuw
Armoede is multidimensioneel en complex. Dat komt door de digitale kloof, sociale uitsluiting, migratie en
vluchtelingen, etc.
Op gebied van hulpverlening gaat het vooruit. Er zijn sociale kruideniers, voedselbanken, digitale inclusie,
lokale hulp via middenveld, integratie, preventie, …
1.4. Leven in armoede is leven met stress
Je hebt constante zorgen over rekeningen, je huur, wat je gaat eten, maar ook onverwachte kosten, etc.
Je leeft in constante onzekerheid, want je weet niet of je het einde van de maand wel haalt. Ook je keuzes
staan onder druk en er komt heel veel schaamte bij kijken, je hebt het gevoel dat je niet mee kan doen. Ook
mentaal is het lastig. Stress neemt veel energie. Het maakt plannen, leren en beslissen moeilijker. Daarnaast
heeft het ook effect op je gezondheid. Er is vaker sprake van burn-outs, depressies en lichamelijke klachten.
Chronische geldstress beperkt tijdelijk het denken, plannen en beslissen. Niet door gebrek aan motivatie, maar
door overbelasting.
4