Examen: Aanvankelijk rekenen: statistiek +
rekenen
1) Onderverdeling binnen de statistiek
1.1 Deductieve of beschrijvende statistiek
- Verzamelt gegevens en beschrijft de toestand door die gegevens te ordenen in
tabellen, verwerken en samen te vatten door het grafisch voor te stellen
- Gemiddelden, standaardafwijkingen, vormcoëfficiënten en eventuele correlaties
berekend
o = statistische verbanden
- Letterlijk geschreven statistiek adhv beperkt aantal typerende parameters
1.2 Inductieve of inferentiële statistiek
- Altijd steekproef uit populatie onderzocht
- Basis van beperkt aantal gegevens verzamelt voor uitspreken te formuleren over
de gehele populatie
- Centrale vraag is telkens:
o Welke uitspraak kunnen we nu doen over de populatie?
o = verklarende statistiek
o Maken gebruik van kansrekening
2) Populatie en steekproef
2.1 Populatie en steekproef
- Is de groep personen of objecten waarvan we het kenmerk willen onderzoeken
- Meestal ondoenbaar of onmogelijk om de hele populatie te onderzoeken
- Vaak nemen we een kleiner gedeelte, dat gedeelte is de steekproef
2.2 Representatief
- De steekproef moet zo goed mogelijk samengesteld zijn
- Voldoende groot (geen éénduidige regel) afhankelijk van je onderzoeksvraag en
financiële middelen
- Onderscheid maken tussen:
o Aselecte steekproef
Iedereen dezelfde kans om geselecteerd te worden
Niet iedereen is bereid deel te nemen of niet iedereen heeft de
mogelijkheid deel te nemen (bv. online vragenlijst)
o Selecte steekproef
De onderzoeker bepaald wie er mag deelnemen aan de steekproef
2.3 Problemen bij het samenstellen van een representatieve steekproef
2.3.1 Opportunistische steekproeven
- Vaak wordt steekproef makkelijk en goedkoop samengesteld
2.3.2 Vrijwillige respons
- Vrijwillige respons tasten vaak de representativiteit van de steekproef aan
- De ondervraagde beslist zelf of ze reageren
o De mensen die reageren = de respons
o De mensen die niet reageren = de non-respons (= grootste
bezorgdheden van moderne statistiek)
2.3.3 Methode van gegevens te verzamelen
- Kan de representativiteit van de steekproef beïnvloeden
- Telefonisch, internet, schriftelijk, persoonlijk, krant/tijdschrift, …
- Kan leiden tot verschillende resultaten
2.3.4 Neutraal
- Context zo neutraal mogelijk
- Zorgen dat de mensen zo eerlijk mogelijk antwoorden
2.3.5 Vraagstelling
- Duidelijke taal gebruiken
- Vermijdt suggestieve vragen stellen
o Zoals bv. vindt u het ook …
, Examen Aanvankelijk rekenen: statistiek + rekenen