WCO 1: human centred design research
1. Denk:
- Je leert wat de creatieve
denkvaardigheden en
ondernemende vaardigheden
zijn en je leert ze gebruiken
2. Doe:
- De creatieve denkvaardigheden
toepassen in een creatief proces
en in groep
3. Word:
- De creatieve denkvaardigheden
toepassen in professionele
context met professionele
hulpverleners en rond eigen
innovatie werken
Human centred design:
→ zaken aanpassen aan de noden en wensen van de eindgebruiker
Inspiration:
- Je gaat breed kijken; mensen observeren, luisteren en hun noden begrijpen
(divergeren)
Ideation:
- Je verzint veel ideeën en kiest daarna de beste
Implementation:
- je werkt je idee uit, test het, verbetert het en maakt het echt (convergeren)
Belangrijke uitgangspunten:
- Je ontwerpt mét mensen
, - Je test vroeg en vaak.
- Je faalt snel om sneller te leren.
- Je blijft optimistisch en open voor ambiguïteit.
Human centred design in onderzoek:
Human Centered Design past zowel kwantitatief onderzoek, kwalitatief onderzoek
als mixed methods onderzoek toe, maar doet dat altijd met de mens centraal. (ze
gaan kijken wat mensen echt nodig hebben en op basis daarvan iets ontwerpen)
Korte herhaling:
- Kwantitatief onderzoek: met cijfers, metingen, statistiek.
- Kwalitatief onderzoek: met verhalen, observaties, interviews.
- MIXED method: combinatie van beide.
De 3 lensen van human centred design:
BELANGRIJK EXAMEN!!! (engelse termen KENNEN)
Desirability (wenselijkheid)
- We starten bij desirability
- Is er nood aan? Wie ligt er wakker van? Is er een markt
voor? Is er vraag naar? Willen mensen dit echt?
Feasibility (haalbaarheid)
- Kunnen we dit maken? Hebben we de middelen, de
kennis en mogelijkheden?
Viability (levensvatbaarheid)
- Kan dit blijven bestaan? Hoe kan de buisness groeien?
Is er een toekomst, groei of opbrengst?
Fases van human centred design:
FASE 1: inspiration
→ je moet de volgorde NIET kenne
→ je moet wel weten welke tool hoort bij welke fase
,Frame your design challenge: de uitdaging om de eindgebruiker te leren kennen
- Projectplan maken: plan met de verwachte stappen, verwachte noden en mensen
(bepalen wat je nodig hebt)
- Team bouwen: je kiest mensen met verschillende profielen
→ dus bijvoorbeeld niet allemaal ergotherapeuten
Bij een team bouwen: 4B’s
Als je een team wilt maken, heb je de juiste mensen nodig die zijn:
- Bevoegd
- Bereid
- Betrokken
- Bekwaam
- Recruiting tools
= tools die je kan gebruiken om informatie bij mensen te verzamelen
1. Interview: je praat met gebruikers om hun wensen en problemen te begrijpen.
2. Groepsinterview “focusgroep”: je leert snel hoe een groep leeft, denkt en wat
ze nodig hebben.
3. Expertinterview: je spreekt iemand die veel weet over het onderwerp.
Extremes: je praat met mensen die heel anders zijn dan de gemiddelde gebruiker (bijv.
beginners, superervaren mensen, mensen met beperkingen
Mainstreams: je praat met de typische gebruikers, de mensen in het midden van je
doelgroep
Immersion: je dompelt jezelf onder in hun leven: je kijkt mee, loopt mee, ervaart mee.
Card Sort: de proefpersonen sorteren kaartjes zodat jij ziet wat zij belangrijk vinden.
Bijvoorbeeld van niet belangrijk naar belangrijk
Collage: mensen maken een collage om hun waarden, gevoelens en ideeën te tonen.
Guided Tour: Gestructureerde rondleiding, je laat hen hun omgeving tonen (thuis,
werk…) om hun gewoontes te begrijpen.
Draw It: je laat hen iets tekenen om andere, diepere gesprekken op gang te brengen.
FASE 2: ideation
• Download Your Learnings: je verzamelt alles wat je geleerd hebt en deelt het met
je team.
• Share Inspiring Stories: je vertelt aan je teamleden de meest opvallende verhalen
of inzichten uit je interviews.
• Top Five: je kiest de vijf belangrijkste dingen die je hebt ontdekt.
, • Create Insight Statements: je formuleert duidelijke inzichten die richting geven
aan je ontwerp.
• How Might We: je zet je inzichten om in kansen door ze te herformuleren als “Hoe
kunnen we…”.
• Brainstorm: je bedenkt zoveel mogelijk ideeën, zonder te oordelen.
• Bundle Ideas: je combineert losse ideeën tot sterkere, grotere oplossingen. (*)
• Create a Concept: je werkt één of enkele ideeën uit tot een duidelijk concept.
• Co-Creation Session: je werkt samen met de gebruikers om je concept verder te
• Bepaal wat je gaat prototypen Je kiest welk deel van je idee je wil testen: een
functie, een ervaring, een vorm, een proces…
• Rapid Prototyping Je maakt snel een eenvoudige versie van je idee (schets,
maquette, rollenspel…) en toont het meteen aan anderen.
• Feedback krijgen: Je laat je prototype zien aan de mensen voor wie je ontwerpt
en luistert naar hun reacties.
• Business Model Canvas Je denkt na over hoe je idee praktisch kan werken:
waarde, kosten, partners, gebruikers…
• Feedback integreren en opnieuw proberen Je past je idee aan op basis van de
feedback en maakt een nieuwe, betere versie.
(*) bundle ideas:
= voorbeeld van een COCD model
EXAMENVRAAG: welke methode gebruiken
we om te convergeren om de beste ideeën
er uit te halen?
• Witte ideeën Niet origineel én niet
uitvoerbaar → hier hoef je geen tijd in te
steken.
• Gele ideeën Origineel maar nog niet
uitvoerbaar → toekomstideeën, dromen,
richting geven.
• Blauwe ideeën Gewoon maar wél
uitvoerbaar → makkelijk te realiseren,
weinig risico, snel resultaat.