Niet-limitatieve lijst open theorievragen:
Algemene histologie:
Epitheel:
1) Bespreek de opbouw van een epitheelcel. Bespreek de verschillende
celdomeinen en de betrokken specialisaties
Cytoskelet: keratine:
Keratine-eiwitten vormen intermediaire filamenten (de keratinefilamenten)
Intermediaire filamenten (diameter 10nm): opgebouwd als touw ->
verschillende strengen om elkaar gewonden (sterkte)
- ‘strengen’ -> bestaan uit intermediaire filamenteiwitten met centraal α-
helix domein van 310-350 aminozuren, een N-terminaal kopgedeelte en
een C-terminaal staartgedeelte
Intermediaire filamenten -> gegroepeerd in 4 klassen:
1) Keratine filamenten in epitheelcellen
2) Vimentine en vimentine-gerelateerde filamenten in bindweefselcellen,
spiercellen en ondersteunende cellen
3) Neurofilamenten in zenuwcellen
4) Nucleaire lamines die de kernenveloppe ondersteunen
Celpolariteit en celdomeinspecialisaties:
Epitheelcellen -> gepolariseerd: om hun functie te kunnen uitvoeren (bijna alle
epitheelcellen)
‘Vrij’ apicaal domein
Lateraal domein
Basaal domein
‘Basolateraal’ domein = lateraal + basaal domein -> hebben functioneel
gelijkaardige kenmerken
Zonula occludens (tight junctions): scheiding apicale en basolaterale domein
Apicale cel differentiaties:
Microvilli en stereocilia:
Microvilli: korte (1 μm) uitsteeksels cel -> vergroten apicale celoppervlak
Opbouw:
- Binnenste deel: actine-filamenten -> reiken tot in cytoplasma cel =>
verankert in netwerk van corticale actinefilamenten (‘terminaal web’)
- Terminaal web: verankert in zonula adhaerens
Microvilli: gestabiliseerd + ageren als 1 geheel
Actine-filamenten -> stevige bundels in microvilli:
1
, - Villine + fimbrine: binden aan actinefilamenten aan plasmamembraan
- Spectrine: actinefilamenten van terminaal web -> verbonden aan
celmembraan
Variant microvilli: stereocillia
Langer + soms vertakt
Functie = uiteenlopend
- Niet bewegelijk!
Cilia en flagellen:
Cilia (= trilharen) : langgerekte uitstulpingen oppervlak epithelen
Bouw:
- Bedekt door plasmamembraan
- Bevat bundel van stabiele microtubuli
o Nauwkeurig georganiseerd (= axonema)
Axonema= 2 volledige microtubuli + 9 doubletten van
microtubuli (A-tubulus, volledig + B-tubulus, onvolledig)
Flagellen -> cel doen bewegen door vloeistof
Overgangsepitheel: (of ‘urotheel’) -> meerlagig => bekleedt lumina van
urineblaas, urineleiders en urinebuis
Laterale domeinen -> nauw verbonden door verschillende celverbindingen =
celjuncties
Ter hoogte van desmosomen (macula adhaerens): specifieke transmembranaire
cel adhesie moleculen (Cell Adhesion Molecules; CAMs) binden aan elkaar in
intercellulaire ruimte
Ter hoogte van cytoplasma van naastliggende cellen -> hechtingsplaten
(attachment plaques, desmosome plaques) -> verbonden met keratine
filamenten
Basale domein -> basaalmembraan (lichtmicroscopische coupes)
= grenslaag tussen epitheelcellen en onderliggende bindweefsel
‘lamina basalis’
- Elektronendense lamina densa
- Lichter gekleurde lamina lucida -> tussen de membraan v/d epitheelcel en
lamina densa
Lamina basalis: +50 eiwitten -> geklasseerd:
- Collagenen
2
, - Lamininen
- Glycoproteïnen
- Proteoglycanen
Gesecreteerd door epitheelcellen zelf
Type 7 collageen -> vormt ‘verankerende’ fibrillen => hecht lamina basalis aan
onderliggende ‘lamina reticularis’
Lamina reticularis: bestaat uit zeer dunne collageenvezels (collageen type 3,
geproduceerd door bindweefselcellen)
Epitheelcellen -> stevig vastgehecht aan lamina basalis door hemidesmosomen
3
, 2) Bespreek meerlagig verhoornd plaveiselepitheel op LM en EM niveau
Meerlagige epithelen (stratified epithelium):
Bij meerlagige epithelen maken de bovenste cellagen geen contact met de
basaalmembraan -> kernen liggen op verschillende niveau’s
- Plaveisel meerlagig epitheel
Vorm meest aan oppervlak -> naam!
Vorm v/d kern = gerelateerd aan de vorm v/d cel:
- Plaveiselcellen -> ovale kern, langste as evenwijdig met basale membraan
Onderscheid verhoornd (-> buitenste lagen zijn afgestorven cellen, vaak
schilferen deze cellen af) en niet verhoornd meerlagig epitheel
Bij verhoornd epitheel zijn de bovenste cellagen dood en vind je dus geen
celkernen meer terug. Deze verhoornde laag kleurt fel aan in de meeste
lichtmicroscopische preparaten waarbij een overzichtskleuring werd gebruikt.
- Verhoornd:
o Stratum corneum (= hoornlaag) van dode cellen -> gevuld met
keratine
o Sterk verhoornd epitheel -> stratum lucidum kan voorkomen
o Stratum basale
o Stratum spinosum
o stratum disjunctivum -> buitenste laag => epitheel schilfert af
Hoornlaag verhoornd epitheel: gevormd door samenspel verschillende
gebeurtenissen:
- Op stratum spinosum -> cellaag met epitheelcellen met granulen met
lipidenrijke inhoud (membrane-coating granules)
Als deze lipidenrijke inhoud in de intercellulaire ruimte komt (door
exocytose) -> vormt er een waterafstotend laagje => water (+nodige
voedingsstoffen) kunnen bovenste cellagen niet bereiken waardoor ze
afsterven
- In keratinocyten ter hoogte van binnenste celmembraan eiwitten gehecht -
> zorgen voor een ondoordringbare barrière tegen water en
voedingsstoffen (‘cornified enveloppe’)
Celdood in bovenste lagen versneld + geen celkernen meer aanwezig
- Cellen met lipidenrijke granulen -> soms keratohyaliene korrels terug te
vinden -> bevatten flaggrine (eiwit) => ter hoogte van sratum corneum
cellen gevuld met gecrosslinkte tonofilamenten
o Stratum granulosum genoemd -> deze laag omdat keratohyaliene
korrels duidelijk zichtbaar zijn (lichtmicroscoop)
4
Algemene histologie:
Epitheel:
1) Bespreek de opbouw van een epitheelcel. Bespreek de verschillende
celdomeinen en de betrokken specialisaties
Cytoskelet: keratine:
Keratine-eiwitten vormen intermediaire filamenten (de keratinefilamenten)
Intermediaire filamenten (diameter 10nm): opgebouwd als touw ->
verschillende strengen om elkaar gewonden (sterkte)
- ‘strengen’ -> bestaan uit intermediaire filamenteiwitten met centraal α-
helix domein van 310-350 aminozuren, een N-terminaal kopgedeelte en
een C-terminaal staartgedeelte
Intermediaire filamenten -> gegroepeerd in 4 klassen:
1) Keratine filamenten in epitheelcellen
2) Vimentine en vimentine-gerelateerde filamenten in bindweefselcellen,
spiercellen en ondersteunende cellen
3) Neurofilamenten in zenuwcellen
4) Nucleaire lamines die de kernenveloppe ondersteunen
Celpolariteit en celdomeinspecialisaties:
Epitheelcellen -> gepolariseerd: om hun functie te kunnen uitvoeren (bijna alle
epitheelcellen)
‘Vrij’ apicaal domein
Lateraal domein
Basaal domein
‘Basolateraal’ domein = lateraal + basaal domein -> hebben functioneel
gelijkaardige kenmerken
Zonula occludens (tight junctions): scheiding apicale en basolaterale domein
Apicale cel differentiaties:
Microvilli en stereocilia:
Microvilli: korte (1 μm) uitsteeksels cel -> vergroten apicale celoppervlak
Opbouw:
- Binnenste deel: actine-filamenten -> reiken tot in cytoplasma cel =>
verankert in netwerk van corticale actinefilamenten (‘terminaal web’)
- Terminaal web: verankert in zonula adhaerens
Microvilli: gestabiliseerd + ageren als 1 geheel
Actine-filamenten -> stevige bundels in microvilli:
1
, - Villine + fimbrine: binden aan actinefilamenten aan plasmamembraan
- Spectrine: actinefilamenten van terminaal web -> verbonden aan
celmembraan
Variant microvilli: stereocillia
Langer + soms vertakt
Functie = uiteenlopend
- Niet bewegelijk!
Cilia en flagellen:
Cilia (= trilharen) : langgerekte uitstulpingen oppervlak epithelen
Bouw:
- Bedekt door plasmamembraan
- Bevat bundel van stabiele microtubuli
o Nauwkeurig georganiseerd (= axonema)
Axonema= 2 volledige microtubuli + 9 doubletten van
microtubuli (A-tubulus, volledig + B-tubulus, onvolledig)
Flagellen -> cel doen bewegen door vloeistof
Overgangsepitheel: (of ‘urotheel’) -> meerlagig => bekleedt lumina van
urineblaas, urineleiders en urinebuis
Laterale domeinen -> nauw verbonden door verschillende celverbindingen =
celjuncties
Ter hoogte van desmosomen (macula adhaerens): specifieke transmembranaire
cel adhesie moleculen (Cell Adhesion Molecules; CAMs) binden aan elkaar in
intercellulaire ruimte
Ter hoogte van cytoplasma van naastliggende cellen -> hechtingsplaten
(attachment plaques, desmosome plaques) -> verbonden met keratine
filamenten
Basale domein -> basaalmembraan (lichtmicroscopische coupes)
= grenslaag tussen epitheelcellen en onderliggende bindweefsel
‘lamina basalis’
- Elektronendense lamina densa
- Lichter gekleurde lamina lucida -> tussen de membraan v/d epitheelcel en
lamina densa
Lamina basalis: +50 eiwitten -> geklasseerd:
- Collagenen
2
, - Lamininen
- Glycoproteïnen
- Proteoglycanen
Gesecreteerd door epitheelcellen zelf
Type 7 collageen -> vormt ‘verankerende’ fibrillen => hecht lamina basalis aan
onderliggende ‘lamina reticularis’
Lamina reticularis: bestaat uit zeer dunne collageenvezels (collageen type 3,
geproduceerd door bindweefselcellen)
Epitheelcellen -> stevig vastgehecht aan lamina basalis door hemidesmosomen
3
, 2) Bespreek meerlagig verhoornd plaveiselepitheel op LM en EM niveau
Meerlagige epithelen (stratified epithelium):
Bij meerlagige epithelen maken de bovenste cellagen geen contact met de
basaalmembraan -> kernen liggen op verschillende niveau’s
- Plaveisel meerlagig epitheel
Vorm meest aan oppervlak -> naam!
Vorm v/d kern = gerelateerd aan de vorm v/d cel:
- Plaveiselcellen -> ovale kern, langste as evenwijdig met basale membraan
Onderscheid verhoornd (-> buitenste lagen zijn afgestorven cellen, vaak
schilferen deze cellen af) en niet verhoornd meerlagig epitheel
Bij verhoornd epitheel zijn de bovenste cellagen dood en vind je dus geen
celkernen meer terug. Deze verhoornde laag kleurt fel aan in de meeste
lichtmicroscopische preparaten waarbij een overzichtskleuring werd gebruikt.
- Verhoornd:
o Stratum corneum (= hoornlaag) van dode cellen -> gevuld met
keratine
o Sterk verhoornd epitheel -> stratum lucidum kan voorkomen
o Stratum basale
o Stratum spinosum
o stratum disjunctivum -> buitenste laag => epitheel schilfert af
Hoornlaag verhoornd epitheel: gevormd door samenspel verschillende
gebeurtenissen:
- Op stratum spinosum -> cellaag met epitheelcellen met granulen met
lipidenrijke inhoud (membrane-coating granules)
Als deze lipidenrijke inhoud in de intercellulaire ruimte komt (door
exocytose) -> vormt er een waterafstotend laagje => water (+nodige
voedingsstoffen) kunnen bovenste cellagen niet bereiken waardoor ze
afsterven
- In keratinocyten ter hoogte van binnenste celmembraan eiwitten gehecht -
> zorgen voor een ondoordringbare barrière tegen water en
voedingsstoffen (‘cornified enveloppe’)
Celdood in bovenste lagen versneld + geen celkernen meer aanwezig
- Cellen met lipidenrijke granulen -> soms keratohyaliene korrels terug te
vinden -> bevatten flaggrine (eiwit) => ter hoogte van sratum corneum
cellen gevuld met gecrosslinkte tonofilamenten
o Stratum granulosum genoemd -> deze laag omdat keratohyaliene
korrels duidelijk zichtbaar zijn (lichtmicroscoop)
4