Taal en meertaligheid
Samenvatting
Bekijk leerpaden voor examen!
Schatkaart van meertaligheid
Talensensibilisering = kompas om leerlingen
richting te geven naar andere talen, gevoelig
maken voor verschillende talen => leerlingen
geen andere taal leren
Rugzak = wat wij nodig hebben om les te geven
Taalinitiatie = kinderen al kleine lesjes geven
over taal
Module 1
Een zin heeft min. 1 woord
Dialect = ook een taal => eigen regels…
Boek: een grote familie
Op laatste pagina wordt duidelijk dat hoofdpersonage syndroom van down heeft
Gaat over diversiteit op een groter vlak dan meertaligheid
3 grote krachtlijnen
Groen:
o Theoretische kennis van hoe een taal is opgebouwd vb. persoonlijk vnw voor het
zelfstandig nw
Blauw
o Hoe ga je het aanleren aan de kinderen, hoe leren zij een taal? = didactiek
Roze:
o = context waar we ons bevinden = meertaligheid in de maatschappij
Vb. op een school enkel nederlands = meertaligheid onderdrukken
Initiatie = eerste les
Vb. fruitmand en dan ook benoemen in frans
Sensibiliseren = gevoel opwekken dat er meerdere talen zijn
,
,Wat is taal?
Actief met taal = vb. goeiedag zeggen tegen buschauff eur
Passief met taal = vb. info op fl es shampoo lezen, podcast luisteren
Volop taal p. 14-20
Taalcompetent:
- = geheel van taalkennis, vaardigheden en attitudes* ie nodig zijn om geschreven,
gesproken en multimodale teksten te begrijpen, te evalueren en te gebruiken
zodat
Je volwaardig kan deelnemen aan de samenleving
je je doelen kunt realiseren
de kennis en mogelijkheden kunnen worden ontwikkelen
- Het gaat over:
o De vaardigheden die leerlingen nodig hebben: lezen, schrijven, spreken…
o De kennis over taal en over de wereld die nodig is om vaardigheden toe te
passen en af te stemmen op publiek, doel, context
o De attitudes die we van leerlingen verwachten m.b.t. hun eigen
taalontwikkeling, de taalvaardigheid van anderen en de talige wereld
waarin ze als burger participeren
(houding en motivatie tegenover taal)
Functies van taal:
- Expressieve functie
- Communicatieve functie
- Conceptualiserende functie = werkelijkheid benoemen vb. tussen vroeger en nu
- Sociale functie
defi nitie taal =
o communiceren met anderen (er moeten sws 2 mensen zijn die de taal spreken =>
anders kun je je taal niet vertellen)
o Taal produceert betekenis. => je kan niet zomaar een onbestaand woord roepen
o Taal is arbitrair (meestal). => = ooit afgesproken dat vb. een tafel een tafel is
en iedereen gebruikt het zo => elk woord heeft een vaste betekenis
o Het aantal klanken van een taal is gelimiteerd. => bepaalde talen verliezen
klanken vb. Nederlanders kunnen geen v
o (Menselijke) taal kan ideeën / personen / voorwerpen buiten de huidige tijd en
ruimte benoemen of ernaar verwijzen.
o Taal is generatief: letters, woorden kunnen een ongelimiteerd aantal zinnen
genereren.
Dierentaal = geen taal
Hond kwispelen = blij
Kat kwispelen = boos
Dieren kunnen enkel communiceren in het nu => lichaamstaal kun je niet
uitbeelden als gisteren… => lichaamstaal is ondersteunend voor taal = geen
aparte taal
Taal is meer dan luisteren, spreken, lezen en schrijven!
Kennis: woordenschat, grammatica…
Attitudes: plezier beleven…
, De bouwstenen van taal
Volop taal p. 306-315
Wat is taalbeschouwing?
- Kinderen zijn van nature taalbeschouwers => denken erover na
- Ze onderzoeken zelf al alle aspecten van taal: de vorm, hoe we het gebruiken…
Bouwen onbewust kennis op
Geleidelijk aan worden ze zich bewuster en bewuster
Taalbeschouwing = de taal ‘beschouwen’: nadenken over alle aspecten
Door na te denken krijg je concrete inzichten
o Taalvaardiger
o Roepen plezier op
o Kunnen steeds dieper over taal refl ecteren
2 categorieën taalaspecten
1. Taalsysteem
o = meest concreet, we kunnen er bewust over nadenken
o Letters, klanken, woordsoorten…
2. Taalgebruik en taalgedrag
o Taalsysteem gebruiken om iets met taal te doen vb. verhaal vertellen
o Taal is er pas als er een doel is => meestal communicatie (taalgebruik)
o Taalgedrag aanpassen aan situatie vb. als je iemand wil overtuigen ga je
ander gedrag hanteren dan wanneer je praat over het weer
Door dit allemaal te verbinden maak je taal concreet, relevant, functioneel en
boeiend
Kinderen ontwikkelen taalgevoel
Waarom inzetten op taalbeschouwing?
3 doelen:
Samenvatting
Bekijk leerpaden voor examen!
Schatkaart van meertaligheid
Talensensibilisering = kompas om leerlingen
richting te geven naar andere talen, gevoelig
maken voor verschillende talen => leerlingen
geen andere taal leren
Rugzak = wat wij nodig hebben om les te geven
Taalinitiatie = kinderen al kleine lesjes geven
over taal
Module 1
Een zin heeft min. 1 woord
Dialect = ook een taal => eigen regels…
Boek: een grote familie
Op laatste pagina wordt duidelijk dat hoofdpersonage syndroom van down heeft
Gaat over diversiteit op een groter vlak dan meertaligheid
3 grote krachtlijnen
Groen:
o Theoretische kennis van hoe een taal is opgebouwd vb. persoonlijk vnw voor het
zelfstandig nw
Blauw
o Hoe ga je het aanleren aan de kinderen, hoe leren zij een taal? = didactiek
Roze:
o = context waar we ons bevinden = meertaligheid in de maatschappij
Vb. op een school enkel nederlands = meertaligheid onderdrukken
Initiatie = eerste les
Vb. fruitmand en dan ook benoemen in frans
Sensibiliseren = gevoel opwekken dat er meerdere talen zijn
,
,Wat is taal?
Actief met taal = vb. goeiedag zeggen tegen buschauff eur
Passief met taal = vb. info op fl es shampoo lezen, podcast luisteren
Volop taal p. 14-20
Taalcompetent:
- = geheel van taalkennis, vaardigheden en attitudes* ie nodig zijn om geschreven,
gesproken en multimodale teksten te begrijpen, te evalueren en te gebruiken
zodat
Je volwaardig kan deelnemen aan de samenleving
je je doelen kunt realiseren
de kennis en mogelijkheden kunnen worden ontwikkelen
- Het gaat over:
o De vaardigheden die leerlingen nodig hebben: lezen, schrijven, spreken…
o De kennis over taal en over de wereld die nodig is om vaardigheden toe te
passen en af te stemmen op publiek, doel, context
o De attitudes die we van leerlingen verwachten m.b.t. hun eigen
taalontwikkeling, de taalvaardigheid van anderen en de talige wereld
waarin ze als burger participeren
(houding en motivatie tegenover taal)
Functies van taal:
- Expressieve functie
- Communicatieve functie
- Conceptualiserende functie = werkelijkheid benoemen vb. tussen vroeger en nu
- Sociale functie
defi nitie taal =
o communiceren met anderen (er moeten sws 2 mensen zijn die de taal spreken =>
anders kun je je taal niet vertellen)
o Taal produceert betekenis. => je kan niet zomaar een onbestaand woord roepen
o Taal is arbitrair (meestal). => = ooit afgesproken dat vb. een tafel een tafel is
en iedereen gebruikt het zo => elk woord heeft een vaste betekenis
o Het aantal klanken van een taal is gelimiteerd. => bepaalde talen verliezen
klanken vb. Nederlanders kunnen geen v
o (Menselijke) taal kan ideeën / personen / voorwerpen buiten de huidige tijd en
ruimte benoemen of ernaar verwijzen.
o Taal is generatief: letters, woorden kunnen een ongelimiteerd aantal zinnen
genereren.
Dierentaal = geen taal
Hond kwispelen = blij
Kat kwispelen = boos
Dieren kunnen enkel communiceren in het nu => lichaamstaal kun je niet
uitbeelden als gisteren… => lichaamstaal is ondersteunend voor taal = geen
aparte taal
Taal is meer dan luisteren, spreken, lezen en schrijven!
Kennis: woordenschat, grammatica…
Attitudes: plezier beleven…
, De bouwstenen van taal
Volop taal p. 306-315
Wat is taalbeschouwing?
- Kinderen zijn van nature taalbeschouwers => denken erover na
- Ze onderzoeken zelf al alle aspecten van taal: de vorm, hoe we het gebruiken…
Bouwen onbewust kennis op
Geleidelijk aan worden ze zich bewuster en bewuster
Taalbeschouwing = de taal ‘beschouwen’: nadenken over alle aspecten
Door na te denken krijg je concrete inzichten
o Taalvaardiger
o Roepen plezier op
o Kunnen steeds dieper over taal refl ecteren
2 categorieën taalaspecten
1. Taalsysteem
o = meest concreet, we kunnen er bewust over nadenken
o Letters, klanken, woordsoorten…
2. Taalgebruik en taalgedrag
o Taalsysteem gebruiken om iets met taal te doen vb. verhaal vertellen
o Taal is er pas als er een doel is => meestal communicatie (taalgebruik)
o Taalgedrag aanpassen aan situatie vb. als je iemand wil overtuigen ga je
ander gedrag hanteren dan wanneer je praat over het weer
Door dit allemaal te verbinden maak je taal concreet, relevant, functioneel en
boeiend
Kinderen ontwikkelen taalgevoel
Waarom inzetten op taalbeschouwing?
3 doelen: