Rédigé par des étudiants ayant réussi Disponible immédiatement après paiement Lire en ligne ou en PDF Mauvais document ? Échangez-le gratuitement 4,6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Aperçu 4 sur 151 pages
Resume

GEHAALD EERSTE ZIT: Samenvatting Recht van de Europese Unie | UA | 2025/26

Document preview thumbnail
Aperçu 4 sur 151 pages

ER DOOR IN EERSTE ZIT!!!! Samenvatting voor Recht van de Europese Unie aan de Universiteit Antwerpen, hoofdstukken 1-9. Het document behandelt het Europese integratieproces, fundamentele beginselen van de EU-rechtsorde, het institutionele kader, rechtsbronnen, rechtsbescherming en marktintegratiebeleid, inclusief het vrije verkeer van goederen, personen, diensten en kapitaal. Ideaal voor examenvoorbereiding met duidelijk overzicht van alle leerstof en verwijzingen naar relevante rechtspraak van het Hof van Justitie.

Aperçu du contenu

2026




Recht van de EU
PROF. MEEUSEN
EMMA POORTMANS

, RECHT VAN DE EUROPESE UNIE
- Leerstof: H 1-9 van het handboek
- Vaak in voetnoten boek verwezen naar arresten van HvJ en deze vind je terug op de PPT
- 3 boeken: handboek (theorie), bronnenboek en jurisprudentieboek
- Examen: enkel jurisprudentieboek en bronnenboek toegelaten!
- Wat toegelaten in de boeken:
o GEEN: notities
o WEL: markeren, onderlijnen, post-its, omcirkelen.
- Bijvragen: bijvragen zijn geen bijvragen, alles telt. Geheel van de interactie geldt
volledig om je punt te bepalen.

Cursusoverzicht

1. Het Europese integratieproces
2. Het Unierecht vandaag: overzicht en wegwijs
3. Fundamentele beginselen van de EU-rechtsorde
4. Het institutionele kader van de EU
5. Besluitvorming in de EU
6. Rechtsbronnen van de EU
7. Rechtsbescherming in de EU
8. Marktintegratiebeleid
9. Het vrije verkeer van goederen, personen, diensten en kapitaal in de EU

1. HET EUROPESE INTEGRATIEPROCES
‘Europa’: een lange geschiedenis
- 1939 – 1945: WO II  hierdoor verandert de hele internationale aanschijn
o Duitsland valt Polen binnen.
o Waarom zo cruciaal?
 Door WO I waren de grote Europese mogendheden verzwakt, maar
bepaalden tijdens het interbellum nog steeds het internationaal beleid.
 MAAR met WO II verandert dit volledig: Europa komt enorm verzwakt uit
de oorlog: communicatie, transport, infrastructuur zijn in belangrijke mate
vernietigd + economisch heel zwak
- Post-WO: heropbouw, Koude Oorlog met VSA en USSR als 2 nieuwe supermachten,
positie Frankrijk en Duitsland
o 2 nieuwe politieke mogendheden  2 supermachten:
 VS  macht over West-Europa
 Sovjet-Unie  macht over Oost-Europa
 Beiden hebben samen gestreden om Duitsland tijdens WO II te verslaan,
maar na de oorlog ontstaat er een grote rivaliteit tussen beiden
 GEVOLG: starten nieuwe oorlog  Koude oorlog (Europa heel verzwakt)


o Positie Frankrijk en Duitsland: 2 klassieke, Europese grootmachten die de
voorbije jaren 3 grote conflicten hebben uitgeklaard (Frans-Duitsconflict, WO1,
WO2)  fel verzwakt en na deze 2 conflicten heel groot wantrouwen tav elkaar.
Toch signalen van wederopbouw  aanleiding tot optimisme

o VS en VK: moeten zich geen zorgen maken om Frankrijk, maar wel om Duitsland
want het is een heel groot land dat een groot deel van Europa inneemt. Een

, verzwakt Duitsland wordt een gemakkelijke prooi voor de Sovjet- Unie.
→ Indien de Sovjet-Unie haar macht kon uitbreiden naar heel Duistland, zou
ze een potentiële machtige positie hebben in Europa  dit zag de VS niet
graag. Ze zien een versterkt Duitsland langs de Westerse kant wel zitten
omdat dit een dam vormt tegen de Sovjet-Unie.
- Internationale (VN, Wereldbank, IMF, GATT….) en regionale (Benelux)
samenwerking
o Geeft Europa kansen tot herstel
o Veel instellingen werden opgericht (zie hierboven)
- 1944: oprichting Benelux (aanvankelijk douane-unie, later economische unie;
sedert 2008 ‘Benelux Unie’)
o nauwe samenwerking Benelux: België, Nederland en Luxemburg richten
aanvankelijk douane-unie op  omvorming tot economische samenwerking
 Liberalisering van de handel tussen de Benelux
o Wat te doen met Duitsland? Duitsland was na WO II sterk verzwakt, maar bleef een
groot en centraal gelegen land in Europa. Er bestond wantrouwen tegenover zowel
Duitsland als de Sovjet-Unie. Sommigen vreesden dat, indien West-Europa
Duitsland niet aan zich zou binden, het zich tot de Sovjet-Unie zou kunnen richten.
Gezien zijn centrale ligging zou dit het machtsevenwicht in Europa ernstig
verstoren. Daarom werd gekozen voor integratie van Duitsland in het West-
Europese samenwerkingsproject.
- Zürich, 19 september 1946: speech Winston Churchill, “a kind of United States of
Europe” (Bronnenboek p.439)
 Eerste minister van VK tijdens WO I, wordt gezien als een grote overwinnaar
(met Amerikanen en geallieerden) tav Nazi-Duitsland
 Toespraak in Zürich  zie bronnenboek p. 439.
→ Titel toespraak ‘something to estonish you’ : hij laat zijn gedachte de
vrije loop over wat er moet gebeuren in Europa, hij zegt iets wat
iedereen verbijstert, maar toont ook aan wat voor een sterke man
hij was. Hij stelt vast dat Europa er heel zwak aan toe is na WO II en
er een heropbouw vereist is.
→ Oplossing: creëren van soort verenigde staten van Europa
→ Wat is de enige remedie (3e laatste alinea: “To recreate…)? Impuls
naar internationale SAMENWERKING.
→ Het meest opmerkelijke situeert zich naar het einde (p. 440,
midden): Churchill pleitte voor samenwerking tussen Frankrijk en
Duitsland als basis voor het herstel van de “Europese familie”.
Hoewel hij erkende dat Duitsland schuldig was aan WO II,
benadrukte hij dat men vooruit moest kijken. Europese
samenwerking was noodzakelijk, en die moest ook Duitsland
omvatten.
→ De bezorgdheid van Churchill sloot aan bij wat ook in de VS leefde:
het risico op expansie van de Sovjet-Unie in Europa. Tijdens WO II was
Roosevelt president, maar na zijn overlijden werd hij opgevolgd door
Truman. Truman stelde dat een verzwakt Duitsland niet wenselijk was
en ontwikkelde een nieuwe doctrine van buitenlands beleid om de
Sovjetinvloed in te dijken (zie verder).
- 1948: Organisatie voor Europese Economische Samenwerking (Marshallplan <
Truman-doctrine) (in 1961: OESO)
o Trumandoctrine: Hij bepleit een actieve buitenlandse rol van de VS. We moeten
ondersteuning geven aan de landen die onderdrukt worden hetzij door
gewapende minderheden, hetzij door druk van buitenaf. De West- Europese
landen moeten ondersteund worden zodat ze niet onder de invloed van de

, Sovjet-Unie vallen.
o Hoe gaat hij dit doen? Door het zogenaamde Marshallplan = enorme
financiering en materiële steun vanuit VS in het deel van Europa dat zich aansluit
bij de VS en zichzelf als een bondgenoot van de VS ziet. Hij wou ook Duitsland
betrekken. Dit leidde in Europa tot economisch herstel. Marshall zei dat het geld
niet enkel wordt geïnvesteerd in Europa maar men moet daar ook toezicht op
houden.
→ DUS oprichting OESO: financiële hulp beheren en de Europese landen tot
samenwerking verplichten. Al het “Marshall geld” op goede manier besteden zodat
west Europa en dus ook Duitsland er economisch weer bovenop kan komen
- 1949: NAVO en Raad van Europa
o NAVO: militaire samenwerking en veiligheid
o Raad van Europa: behartiging van politieke democratie en mensenrechten
 1950: ondertekening van het EVRM
- 9 mei 1950: het Schuman-plan (Monnet/Schuman): “L’Europe ne se fera pas d’un coup,
ni dans une création d’ensemble, elle se fera par des réalisations concrètes,
créant d’abord une solidarité de fait” (Bronnenboek p. 442)
Veel werd al in gang gezet, maar voor Jean Monnet was dit niet genoeg. Hij kwam uit een
ondernemingsfamilie en werkte al heel zijn leven voor de overheid. Hij zei: “Wat we nu aan het
doen zijn (bv. EVRM) is zeer belangrijk, maar om echt een alliantie en bondgenootschap in
Europa te krijgen, gaan we meer moeten doen.” Het ging erom concreet samen te werken en
aan de slag te gaan, met een plan dat in eerste plaats gericht was op Duitsland. Daarbij waren
twee belangrijke sectoren cruciaal: kolen en staal, die van groot economisch belang waren.
Omdat niet alles in die sectoren goed liep, moesten deze samen beheerd worden. Duitsland
had kolen en staal nodig om opnieuw een oorlog te kunnen starten, dus door deze sectoren aan
nationale controle te onttrekken, zou Duitsland niet langer in staat zijn om agressie voor te
bereiden. Monnet stelde daarom een organisatie voor die de kolen- en staalindustrie onder
gemeenschappelijke controle zou plaatsen en bracht dit plan naar Schuman. Schuman giet het
plan van Monnet in een politiek voorstel, dat werd goedgekeurd door de Franse regering.
Frankrijk bood Duitsland aan om de controle op deze twee belangrijke sectoren op te geven en
over te dragen naar het hoger niveau van de nieuwe Europese organisatie.




o Monnet  verantwoordelijk voor economische wederopbouwplanning
o Schuman (Franse minister voor Buitenlandse Zaken)  politieke
verantwoordelijkheid
o Idee: Duitse economische reconstructie onder supervisie van supranationale
organisatie
→ Supranationaal i.p.v. klassiek intergouvernementeel model
 Intergouvernementeel = samenwerking tussen soevereine staten
naast elkaar evenwaardig, MAAR de idee is niet dat ze hun
soevereiniteit gaan overdragen, ze behouden controle en beslissingsmacht
over de besluitvorming.
 Supranationaal = overdragen naar een hoger gemeenschappelijk niveau
(boven regering van deelnemende landen), dat onafhankelijk beslissingen
kan nemen waartegen staten bv. geen vetorecht meer hebben. 
regeringen maken zichzelf ondergeschikt
o Concrete, pragmatische aanpak, weliswaar met ambitieuze langetermijnvisie.
Men zegt dat als de samenwerking over kolen en stalen later misschien verder
uitgebreid kan worden.
o Plan betreft 2 sectoren: kolen en staal

Table des matières

  1. 01 1. HET EUROPESE INTEGRATIEPROCES 2
    1. ‘Europa’: een lange geschiedenis 2
    2. HET VERDRAG VAN LISSABON 9
    3. De Europese integratie: een succesverhaal 10
  2. 02 2. HET UNIERECHT VANDAAG: OVERZICHT EN WEGWIJS 11
    1. Het verdrag betreffende de Europese Unie (VEU) 11
    2. Het verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) 13
    3. Overige primaire bronnen 14
  3. 03 3. FUNDAMENTELE BEGINSELEN VAN DE EU-RECHTSORDE 14
    1. 1. De EU is een autonome, constitutionele rechtsgemeenschap 15
    2. 2. Bescherming van grondrechten 27
    3. ARTIKEL 6, LID 3, VEU: ALGEMENE RECHTSBEGINSELEN 28
    4. ARTIKEL 6, LID 2, VEU: HET EVRM 29
    5. ARTIKEL 6, LID 1, VEU: 29
    6. 3. Attributie, subsidiariteit en evenredigheid 34
    7. SUBSIDIARITEITSBEGINSEL 36
    8. EVENREDIGHEIDSBEGINSEL 38
    9. 4. Unietrouw (loyale samenwerking) 40
    10. 5. Institutioneel evenwicht 41
  4. 04 4. HET INSTITUTIONEEL KADER VAN DE EU 41
    1. 1. Overzicht 41
    2. 2. Democratische beginselen 42
    3. 3. Het Europees parlement 43
    4. SAMENSTELLING 43
    5. TAKEN EN BEVOEGDHEDEN 43
    6. BESLUITVORMING EN WERKWIJZE 45
    7. 4. De Europese Raad 45
    8. SAMENSTELLING EN VOORZITTERSCHAP 45
    9. TAKEN EN BEVOEGDHEDEN 46
    10. 5. De Raad 46
    11. SAMENSTELLING 48
    12. VOORZITTERSCHAP 48
    13. TAKEN EN BEVOEGDHEDEN 48
    14. BESLUITVORMING 49
    15. WERKWIJZE 50
    16. 6. De Commissie 51
    17. SAMENSTELLING, BENOEMING EN ONTSLAG 51
    18. VOORZITTERSCHAP 52
    19. HOGE VERTEGENWOORDIGER GBVB 53
    20. DE COMMISSIE ALS “VOLKOMEN ONAFHANKELIJK COLLEGE” 53
    21. TAKEN EN BEVOEGDHEDEN 53
    22. 7. Het Hof van Justitie van de EU 55
    23. SAMENSTELLING 55
    24. HOF VAN JUSTITIE 55
    25. GERECHT 57
    26. TAKEN EN BEVOEGDHEDEN 58
    27. 8. De Europese Centrale Bank 58
    28. SAMENSTELLING 59
    29. TAAK 59
    30. BEVOEGDHEDEN 59
    31. 9. De Rekenkamer 61
    32. SAMENSTELLING (ART.285-286 VWEU) 61
    33. TAAK (ART.287 VWEU): 61
    34. ZELFSTANDIGE EN ONDERSTEUNDE ORGANEN EN INSTANTIES 61
    35. ECONOMISCH EN SOCIAAL COMITÉ 61
    36. COMITÉ VAN DE REGIO’S 62
    37. EUROPESE OMBUDSMAN 62
    38. EUROPESE INVESTERINGSBANK (EIB) 62
  5. 05 5. BESLUITVORMING IN DE EUROPESE UNIE 63
    1. INLEIDING 63
    2. MOTIVERING, PUBLICATIE, INFORMATIE 63
  6. 06 6. RECHTSBRONNEN VAN DE EUROPESE UNIE 74
  7. 07 7. RECHTSBESCHERMING IN DE EU 97
    1. BEROEP TOT SCHADEVERGOEDING BIJ NIET-CONTRACTUELE AANSPRAKELIJKHEID EU (ART. 268 EN 340, AL.2, VWEU) 104
    2. EXCEPTIE VAN ONWETTIGHEID (ART. 277 VWEU) 104
    3. PROCEDURES IN KORT GEDING VOOR HVJ (ART. 278-279 VWEU) 106
    4. ADVIEZEN (ART. 218, LID 11 VWEU) 106
    5. DOOR NATIONALE RECHTER VERLEENDE RECHTSBESCHERMING 106
    6. PREJUDICIËLE PROCEDURE (ART. 267 VWEU) 107
    7. EEN “VOLLEDIG STELSEL VAN RECHTSMIDDELEN EN PROCEDURES”? 110
  8. 08 8. MARKTINTEGRATIEBELEID 110
    1. INLEIDING 111
    2. MARKTINTEGRATIE 111
    3. NEGATIEVE EN POSITIEVE INTEGRATIE 112
  9. 09 9. HET VRIJE VERKEER VAN GOEDEREN, PERSONEN, DIENSTEN EN KAPITAAL 113
    1. INLEIDING 114
    2. HET VERBOD VAN NATIONALITEITSDISCRIMINATIE 114
    3. VRIJ VERKEER VAN GOEDEREN 116
    4. BEGRIP EN TOEPASSINGSGEBIED 116
    5. FINANCIËLE (OF: TARIFAIRE) BELEMMERINGEN 116
    6. NIET FINANCIËLE (OF: NON-TARIFAIRE) BELEMMERINGEN 118
    7. VRIJE VERKEER VAN PERSONEN 120
    8. A. UNIEBURGERSCHAP 120
    9. B. VRIJ VERKEER VAN WERKNEMERS 124
    10. C. RECHT VAN VESTIGING 126
    11. VRIJ VERKEER VAN DIENSTEN 128
    12. VRIJ VERKEER VAN KAPITAAL 130
    13. BEGRIPPEN 131
    14. EXTRA 131
    15. ART.65, LEDEN 1-3, VWEU: VERDRAGSRECHTELIJKE RECHTVAARDIGING VAN BEPERKINGEN 131
    16. LIBERALISERING RELATIES MET DERDE LANDEN, MAAR MINDER VERREGAAND 131
    17. VOLLEDIG INTERNE SITUATIE, OMGEKEERDE DISCRIMINATIE EN MISBRUIK VAN HET VRIJE VERKEER 132

Livre connecté
 image
Éditeur: Inconnu ISBN: 9789400016750 Édition: 2

Infos sur le Document

Livre entier ?
Oui
Publié le
21 mai 2026
Nombre de pages
151
Écrit en
2025/2026
Type
Resume
€11,16

Mauvais document ? Échangez-le gratuitement Dans les 14 jours suivant votre achat et avant le téléchargement, vous pouvez choisir un autre document. Vous pouvez simplement dépenser le montant à nouveau.
Rédigé par des étudiants ayant réussi
Disponible immédiatement après paiement
Lire en ligne ou en PDF

Seller avatar
Les scores de réputation sont basés sur le nombre de documents qu'un vendeur a vendus contre paiement ainsi que sur les avis qu'il a reçu pour ces documents. Il y a trois niveaux: Bronze, Argent et Or. Plus la réputation est bonne, plus vous pouvez faire confiance sur la qualité du travail des vendeurs.
emmapoortmans
3,9
(11)
Vendu
111
Abonnés
3
Éléments
17
Dernière vente
3 semaines de cela



Pourquoi les étudiants choisissent Stuvia

Créé par d'autres étudiants, vérifié par les avis

Une qualité sur laquelle compter : rédigé par des étudiants qui ont réussi et évalué par d'autres qui ont utilisé ce document.

Le document ne convient pas ? Choisis un autre document

Aucun souci ! Tu peux sélectionner directement un autre document qui correspond mieux à ce que tu cherches.

Paye comme tu veux, apprends aussitôt

Aucun abonnement, aucun engagement. Paye selon tes habitudes par carte de crédit et télécharge ton document PDF instantanément.

Student with book image

“Acheté, téléchargé et réussi. C'est aussi simple que ça.”

Alisha Student

Foire aux questions