Rédigé par des étudiants ayant réussi Disponible immédiatement après paiement Lire en ligne ou en PDF Mauvais document ? Échangez-le gratuitement 4,6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Aperçu 5 sur 82 pages
Resume

Samenvatting Bijzondere contracten | Koop | UA | 2025/26

Document preview thumbnail
Aperçu 5 sur 82 pages

Deze samenvatting van Koop is volledig uitgewerkt op basis van de hoorcolleges en het handboek. Alles wat de professor tijdens de lessen heeft besproken, staat tot op de letter verwerkt in deze notities, zonder enige weglating van relevante informatie. Waar nodig werd de leerstof aangevuld met verduidelijkingen en structuur uit het boek om het geheel overzichtelijk en volledig studeerbaar te maken. Om de volledigheid en nauwkeurigheid te garanderen, werden alle colleges bovendien twee keer bekeken. Hierdoor ben ik er zeker van dat alle besproken onderdelen correct en volledig zijn opgenomen in de samenvatting. De inhoud is helder gestructureerd met duidelijke titels en tussentitels, en de leerstof is zoveel mogelijk in volzinnen uitgewerkt zodat ze meteen begrijpbaar en vlot te studeren is. Dit maakt de samenvatting geschikt voor efficiënte voorbereiding op het examen, zonder dat je nog naar losse notities of slides hoeft terug te grijpen. Bij interesse in hetzelfde over aanneming mag je mij een berichtje sturen want dat document is nog niet volledig af.

Aperçu du contenu

KOOP
Koopovereenkomst
De koop is een consensueel contract. Dat betekent dat er sprake is van een koop zodra er
wilsovereenstemming bestaat tussen de partijen. Zodra die wilsovereenstemming aanwezig
is, hebben we dus een geldige koopovereenkomst. Dit volgt uit artikel 1583 BW. In een
concreet geval kan het zijn dat een partij bepaalde bijkomende elementen van belang vindt.
Dat zijn subjectieve elementen, zoals bijvoorbeeld een bepaalde kleur of een
leveringstermijn. Partijen kunnen hierover uitdrukkelijk overeenkomen. Indien dat niet
gebeurt, gelden die elementen niet als essentieel en verhindert dit het bestaan van de koop
niet.


Regime van de koop
Het kooprecht bestaat uit verschillende regimes. De koop wordt daarom omschreven als een
“lappendeken”. Het gemeen kooprecht is terug te vinden in artikel 1582 e.v. BW. Daarnaast
bestaan er partiële en deels overlappende bijzondere regimes. Bij een koopovereenkomst moet
men zich dus eerst afvragen wie de partijen zijn, omdat daarvan afhangt welke bijzondere
regels van toepassing kunnen zijn.

B2C-verhouding
Bij een verhouding tussen onderneming en consument (B2C) is het eerste belangrijke regime
het Wetboek Economisch Recht (WER), meer bepaald Boek 6. Dit geldt als uitgangspunt
voor zowel roerende als onroerende goederen. Wanneer het in een B2C-relatie gaat om
lichamelijke roerende goederen, kan daarnaast ook de wetgeving inzake consumentenkoop
van toepassing zijn. Beide regimes zijn van dwingend recht. De rechter moet deze regels dus
ambtshalve toetsen.

B2B-verhouding
Bij een verhouding tussen ondernemingen (B2B) moet men rekening houden met de LRG
(product aansprakelijkheid). In een internationale context kan bovendien het Weens
Koopverdrag van toepassing zijn. Bijvoorbeeld wanneer een autofabrikant zetels koopt in
Italië, gordels in Frankrijk en lampen in Duitsland, terwijl de onderneming gevestigd is in
België. Het Weens Koopverdrag is aanvullend recht. Het wordt hier niet inhoudelijk
behandeld, maar het is belangrijk te weten dat het bestaat. Indien dit specifieke regime van
toepassing is, moet het ook effectief worden toegepast. Ook in een B2B-context moet men
denken aan het WER, aangezien sommige bepalingen gelijkenissen vertonen met
consumentenbescherming tussen ondernemingen.

,Andere bijzondere regimes
Een ander bijzonder regime is de Wet Breyne. Deze wet kan in sommige gevallen eveneens
van toepassing zijn op een koopovereenkomst. Het gaat om dwingend recht. Daarnaast bestaat
ook de Wet Productaansprakelijkheid (LRG).


Voorwerp van de koop: een goed
Een koopovereenkomst moet betrekking hebben op een “goed”. Dit staat tegenover een
dienst, wat een prestatie inhoudt. Een goed heeft betrekking op een dare-verbintenis,
terwijl een dienst betrekking heeft op een facere-verbintenis. Dit onderscheid is belangrijk
voor de afbakening tussen koop en aanneming. In de praktijk is die afgrenzing vaak niet
evident. Vaak gaat het namelijk om een mengvorm van beide. Er zijn dan enerzijds
componenten van koop en anderzijds componenten van diensten of prestaties. Dat maakt de
kwalificatie moeilijker. Een typisch voorbeeld is een situatie waarin het goed nog niet af is en
eerst nog een dienstencomponent nodig is om het te realiseren. Bij zulke gemengde
contracten bestaan er drie manieren om daarmee om te gaan (zie cursus
verbintenissenrecht)

Specificiteitscriterium
Hoe specifieker of meer op maat een goed is, hoe meer de dienstencomponent zal
doorwegen. Is het goed daarentegen sterk gestandaardiseerd, dan ligt de nadruk eerder op het
goed zelf dan op de dienst. Dit noemt men het specificiteitscriterium.

Voorbeelden:

 Wanneer men specifieke steunpilaren wenst te verkrijgen die volledig op maat worden
gemaakt, zal de dienstencomponent doorwegen. Dit wordt dan beschouwd als
aanneming.
 Wanneer men een softwareprogramma wil verwerven, kan dit een koop zijn. Indien
het programma echter specifiek op maat van de klant wordt ontwikkeld, gaat het om
aanneming.
 Bij koop op plan, waarbij er nog geen steen in de grond ligt maar het appartement
reeds vastligt, ligt de klemtoon op het verwerven van een toekomstig goed. Dit blijft
dus koop. Indien men echter een appartement volledig op maat laat bouwen,
overheerst de dienstencomponent en gaat het om aanneming.
 Bij de aankoop van een wagen kan men via een optielijst bijna alles kiezen en de
wagen sterk personaliseren. Toch blijft dit een koop. Het loutere feit dat men keuzes
kan maken, doet geen afbreuk aan de koop wanneer het gaat om standaardkeuzes
binnen een standaardpakket. In dat geval primeert nog steeds het goed.

Diensten naast de koop
Ook wanneer naast de koop zelf bijkomende diensten worden geleverd, kan de kwalificatie
moeilijk zijn. Men moet telkens geval per geval bekijken waar de nadruk ligt.

,Voorbeelden:

 Wanneer kleding moet worden aangepast omdat de mouwen te lang zijn, blijft dit een
koop met een ondergeschikte dienst.
 Wanneer men een oven koopt die ook geplaatst kan worden, ontstaat een gemengd
contract. De plaatsing vormt dan in principe een afzonderlijke dienstencomponent.

De rechtspraak past in zulke gevallen vooral een economisch criterium toe wanneer er een
combinatie is van goederen en diensten. Men kijkt bijvoorbeeld naar de verhouding tussen de
prijs van de oven en de kostprijs van de plaatsing.

Besluit: voor een koopovereenkomst moet er een goed zijn en geen dienst, of hoogstens
een accessoire dienst.


Eigendomsoverdracht bij koop
De koop is een translatief contract. Dat betekent dat de eigendom wordt overgedragen. De
eerste vraag is dus hoe die eigendom overgaat en wat daarvoor nodig is. Volgens artikel 5.79
BW en artikel 1583 BW gebeurt de eigendomsoverdracht onmiddellijk en consensueel.
Loutere toestemming volstaat dus om de dare-verbintenis uit te voeren. De eigendom gaat
in principe onmiddellijk over, ongeacht of men reeds het genot heeft gekregen of reeds heeft
betaald. Zie ook artikelen 3.7 en 3.8 BW.

Twee uitzonderingen
Er zijn twee belangrijke uitzonderingen op dit uitgangspunt.

Eigendom kan nog niet overgaan

Toekomstige goederen

Een zakelijk recht heeft rechtstreeks betrekking op een goed. Het goed moet dus eerst bestaan.
Bij een toekomstig goed, bijvoorbeeld een wagen die nog gemaakt moet worden, kan de
eigendom nog niet overgaan zolang het goed niet bestaat. Zodra het goed wel bestaat, gaat de
eigendom onmiddellijk over.

Genusgoederen

Bij genusgoederen is het goed nog niet voldoende bepaald. Voorbeeld: iemand koopt 1000 kg
grind voor een oprit. Men weet echter nog niet welk specifiek grind precies aan de koper zal
toebehoren. Het zakelijk recht kan dan nog niet tot stand komen omdat het nog geen vat heeft
op een individueel bepaald goed. De dare-verbintenis bestaat al en de toestemming is
gegeven, maar het goed is nog niet gespecificeerd of afgebakend.

,Eigendom mag nog niet overgaan

Partijen kunnen overeenkomen dat de eigendom nog niet onmiddellijk overgaat. Voorbeeld:
een gsm wordt verkocht op afbetaling in tien schijven, waarbij men pas eigenaar wordt na
volledige betaling. Ook bij onroerende goederen komt dit vaak voor, bijvoorbeeld wanneer
men overeenkomt dat de eigendom pas overgaat zodra het volledige bedrag via de notaris
geregeld is en de verkoper effectief het geld heeft ontvangen. Dit noemt men een
eigendomsvoorbehoud. In principe is dit mogelijk, tenzij de wet dit uitsluit.


Overgang van risico
Artikel 5.80 BW koppelt eigendom en risico aan elkaar. Wanneer het ene overgaat, gaat
ook het andere over, ongeacht of er reeds betaald of geleverd werd. Voorbeeld: men koopt op
vrijdag een tweedehandswagen in een garage en mag die zaterdag ophalen. Indien er
vrijdagavond brand uitbreekt en de wagen afbrandt, rijst de vraag bij wie het risico ligt.
Omdat eigendom en risico gekoppeld zijn, ligt het risico in principe bij de koper, ook al is de
wagen nog niet geleverd of betaald. Omgekeerd geldt ook dat wanneer de eigendom nog bij
de garagist blijft wegens een eigendomsvoorbehoud, het risico eveneens bij de garagist
blijft. De eigendom is dan immers nog niet overgedragen. Deze regeling is van aanvullend
recht. Partijen kunnen dus anders overeenkomen dat het risico wel of niet onmiddellijk
overgaat. Men kan daarvan in beide richtingen afwijken.


Afwijking bij consumentenkoop
Bij consumentenkoop geldt een afwijkende regeling. Dit is een eerste uitzondering binnen het
“lappendeken” van koopregimes. Artikel VI.44 WER bepaalt dat bij verkoop aan een
consument het risico pas overgaat bij de levering. De eigendom gaat wel onmiddellijk
over, maar het risico nog niet. Men moet bij het WER altijd opletten dat het niet enkel gaat
om de verhouding tussen onderneming en consument, maar soms ook om een beperkt aantal
goederen, bijvoorbeeld lichamelijke roerende goederen zoals een gsm. Wanneer het
bijvoorbeeld gaat om een onroerend goed, geldt deze afwijkende regeling niet. Dan blijft
artikel 5.80 BW van toepassing als gemeen recht.


Tegenwerpelijkheid van de
eigendomsoverdracht aan derden
Een tweede belangrijke vraag is hoe de eigendomsoverdracht werkt ten aanzien van derden.

Verkoop van andermans goed
Voorbeeld: iemand verkoopt een huis dat eigenlijk eigendom is van iemand anders. Zakelijk
gezien heeft die verkoop geen uitwerking, omdat de verkoper zelf geen eigenaar is van het
goed. Dit volgt uit het nemo plus iuris-beginsel: men kan niet méér rechten overdragen dan
men zelf heeft.

, Dit hangt samen met het beschikkingsbeginsel: men moet bevoegd zijn om over een recht te
beschikken om het geldig te kunnen overdragen. De overdracht heeft dus geen zakelijke
uitwerking en de koper kan geen eigenaar worden. Dit is het uitgangspunt.

Bescherming van de koper

Voor de koper is dit uiteraard problematisch. De koper kan in principe de ontbinding van de
koop vragen op grond van de vrijwaring voor uitwinning. Uitwinning betekent bijvoorbeeld
dat de echte eigenaar zegt: “dit is mijn huis, ga weg”. Normaal gezien kan de koper de
ontbinding pas vragen wanneer hij effectief wordt uitgewonnen. Zolang dat niet gebeurt,
kan hij de ontbinding nog niet vragen. Daarom voorziet artikel 1599 BW in een bijzondere
regeling. Dit artikel creëert een vorm van anticipatieve uitwinning. Omdat de situatie voor
de koper zo ernstig is, kan de koper reeds vooraf de nietigheid van de koop vragen.

Kenmerken van artikel 1599 BW

 Enkel de koper kan de nietigheid inroepen.
 De verkoper kan dit niet, zelfs niet wanneer er sprake was van een vergissing.
 Het maakt niet uit of de koper te goeder trouw of te kwader trouw was.
 Goede of kwade trouw is enkel relevant voor de omvang van de schadevergoeding.

Zodra het risico op uitwinning verdwenen is, kan de nietigheid niet meer worden
gevorderd. Voorbeeld: twee partners zijn gehuwd en samen eigenaar van een goed. Eén
partner verkoopt het volledige goed. De koper betaalt vervolgens niet, waarna beide partners
samen de koper dagvaarden tot betaling. In dat geval kan de koper nadien de nietigheid niet
meer vragen, omdat het uitwinningsrisico verdwenen is.


Gevallen waarin artikel 1599 BW niet van
toepassing is
Onbevoegde vertegenwoordiging
Voorbeeld: men geeft een makelaar de opdracht om een huis te verhuren, maar de makelaar
verkoopt het huis. Hier ligt het probleem niet bij de eigendomsoverdracht zelf, maar bij de
vertegenwoordiging. De makelaar handelde namelijk in naam van de eigenaar zonder
daartoe bevoegd te zijn.

Sterkmaking
Bij sterkmaking belooft iemand dat een derde later zal instemmen met de verkoop.
Voorbeeld: een makelaar verklaart dat de eigenaar het goed wel zal verkopen. Indien de
eigenaar die belofte uiteindelijk niet bevestigt, ontstaat er in principe enkel aansprakelijkheid
van de sterkmaker.

Table des matières

  1. 01 Koopovereenkomst 1
  2. 02 Regime van de koop 1
    1. B2C-verhouding 1
    2. B2B-verhouding 1
    3. Andere bijzondere regimes 2
  3. 03 Voorwerp van de koop: een goed 2
    1. Specificiteitscriterium 2
    2. Diensten naast de koop 2
  4. 04 Eigendomsoverdracht bij koop 3
    1. Twee uitzonderingen 3
  5. 05 Overgang van risico 4
  6. 06 Afwijking bij consumentenkoop 4
  7. 07 Tegenwerpelijkheid van de eigendomsoverdracht aan derden 4
    1. Verkoop van andermans goed 4
  8. 08 Gevallen waarin artikel 1599 BW niet van toepassing is 5
    1. Onbevoegde vertegenwoordiging 5
    2. Sterkmaking 5
    3. Verkoop van soortgoederen 6
  9. 09 Gevallen waarin artikel 1599 BW wél van toepassing is 6
    1. Vergissing 6
    2. Verkoop van een onverdeeld goed 6
  10. 10 Tegenwerpelijkheid van rechtshandelingen aan derden 6
  11. 11 Onroerende goederen (ORG) 6
    1. Overschrijving op het kantoor rechtszekerheid 7
    2. Enkel authentieke akten 7
  12. 12 Wie wordt beschermd door artikel 3.30 BW? 7
    1. Goede trouw 7
    2. Concurrerend recht 7
  13. 13 Discrepantie tussen schijn en werkelijkheid 8
  14. 14 Eigendomsvoorbehoud bij onroerende goederen 8
  15. 15 Conflict tussen meerdere rechten op een onroerend goed 8
  16. 16 Stap 2: moet de werkelijkheid gecorrigeerd worden? 9
    1. Situatie waarin B eerst publiciteit verkrijgt 9
    2. Situatie waarin C eerst publiciteit verkrijgt 9
  17. 17 Voorwaarden voor bescherming 9
  18. 18 Voorbeeld met beslag 10
  19. 19 Roerende goederen (RG) 10
  20. 20 Tussen partijen 10
  21. 21 Conflicten tussen meerdere rechten 10
  22. 22 Correctie door publiciteitsregels 10
  23. 23 Conflicten bij roerende goederen 11
    1. Voorbeelden 11
  24. 24 Verschil met onroerende goederen 11
  25. 25 Eigendomsvoorbehoud bij roerende goederen 11
  26. 26 De prijs als wezenlijk bestanddeel van de koop 12
  27. 27 Geen koop zonder geldprijs 12
  28. 28 Ruil 12
  29. 29 De prijs mag geen opschortende voorwaarde zijn 12
  30. 30 Kenmerk 1: bepaald of bepaalbaar karakter van de prijs 13
    1. Cassatierechtspraak 13
  31. 31 Kenmerk 2: geen partijbeslissing 13
  32. 32 Kenmerk 3: art. 7 Wet Breyne 13
  33. 33 Kenmerk 4: reële prijs? 14
  34. 34 Regime van de koop 14
  35. 35 Totstandkoming van de koopovereenkomst 14
    1. 1. Toestemming en wilsovereenstemming 14
    2. Aanbod en aanvaarding 14
    3. Uitnodiging tot contracteren 15
  36. 36 Precontractuele informatieplicht 15
    1. Bijzondere informatieplichten bij koop 15
    2. Opschortende voorwaarden en informatieverplichtingen 16
    3. Rechtsmisbruik bij informatieplichten 16
  37. 37 Consumentenbescherming 16
    1. Inhoudelijk spoor 16
    2. Onrechtmatige bedingen 16
    3. Herroepingsrecht 17
  38. 38 Verkoop op afstand en verkoop buiten de verkoopruimte 17
    1. Verkoop op afstand 17
    2. Herroepingsrecht 17
    3. Uitzonderingen op het herroepingsrecht 18
    4. Verkoop buiten de verkoopruimte 18
    5. Voorbeelden 18
    6. Bijzonderheden bij verkoop buiten de verkoopruimte 18
    7. Schriftelijke informatieplicht 18
    8. Herroepingsrecht 18
  39. 39 Bijzondere wijzen van totstandkoming van de koop 19
    1. De optie 19
    2. Essentie van de optie 19
    3. Geen terugwerkende kracht 19
    4. Soorten opties 19
    5. Juridisch karakter van de optie 20
    6. Persoonlijk recht 20
    7. Tenietgaan van het goed 20
    8. Tegenwerpelijkheid aan derden 20
    9. Verkoop aan een derde 20
    10. Derde-medeplichtigheid 21
    11. Overschrijving van de optie bij onroerende goederen 21
    12. Conflicten tussen meerdere kopers 21
    13. Duur van de optie 21
    14. Overdraagbaarheid van de optie 22
    15. Gekruiste opties en de wederzijdse optieovereenkomst 22
    16. Temporeel niet-overlappende opties 22
    17. Vormelijke oplossing: de wederzijdse optieovereenkomst 22
    18. Voordelen van de WOP 22
    19. Het voorkooprecht 23
    20. Verschil met de optie 23
    21. Contractuele oorsprong 23
    22. Duur van het voorkooprecht 24
    23. Werking van het voorkooprecht 24
    24. Wettelijke regeling 24
  40. 40 Overdraagbaarheid 24
  41. 41 Bijzondere mechanismen bij koop 25
    1. Commandverklaring 25
  42. 42 Voorbeelden 25
  43. 43 Een eerste voorbeeld betreft een handelspand dat verhuurd wordt aan een brouwerijketen. Een concurrerende brouwerij wil het pand kopen, maar wil niet dat de eigenaar weet wie de werkelijke koper is. Daarom stuurt zij iemand anders het veld in die op eigen naam een bod uitbrengt, met opname van een commandverklaring. Een tweede voorbeeld betreft een bouwpromotor die een stuk grond wil kopen. Indien de eigenaar weet dat een promotor geïnteresseerd is, zou hij de prijs kunnen verhogen. Daarom laat de promotor soms een tussenpersoon optreden als schijnbare koper. 25
  44. 44 Doel van de commandverklaring 25
  45. 45 Voorwaarden 25
    1. Uitdrukkelijk beding 25
    2. Aanwijzing binnen de termijn 25
    3. Aanvaarding door de verkoper 26
    4. Geen wijziging van voorwaarden 26
  46. 46 Zuivere indeplaatsstelling 26
  47. 47 Fiscale termijn 26
    1. Beding van wederinkoop 26
  48. 48 Termijn 26
  49. 49 Verbod onder de Wet Breyne 26
    1. 2. Bekwaamheid 27
    2. Koop als daad van beschikking 27
    3. Rechts- en handelingsbekwaamheid 27
  50. 50 Verbod voor vertegenwoordigers om zelf te kopen 27
    1. Voorbeeld 27
    2. Reden van het verbod 27
    3. Uitzondering 27
    4. Sanctie 28
  51. 51 Bijzondere onbekwaamheden: gerechtsdienaars 28
    1. Doel van het verbod 28
    2. Sanctie 28
    3. 3. Voorwerp 28
    4. Kenmerkende prestaties 28
  52. 52 Vereisten van het voorwerp 29
  53. 53 Bestaan van het goed 29
    1. Bestaand goed (art. 1609 OBW) 29
    2. Risicoleer 29
    3. Gedeeltelijk tenietgaan 29
  54. 54 Toekomstige goederen 29
    1. Absolute toekomstige goederen 29
    2. Relatieve toekomstige goederen 30
  55. 55 Eigendomsoverdracht bij toekomstige goederen 30
  56. 56 Emptio rei speratae en emptio spei 30
    1. Emptio rei speratae 30
    2. Emptio spei 30
  57. 57 Vormvereisten en bewijs bij de koop 30
    1. Authentieke akte en tegenwerpelijkheid 30
    2. Contractueel vormvereiste opleggen 31
  58. 58 Wet Breyne en schriftelijke vermeldingen 31
  59. 59 Bewijs van de koop 31
    1. Geschrift boven 3.500 euro 31
    2. Vrij bewijs tussen of tegen ondernemingen 31
  60. 60 Interpretatie van de koopovereenkomst 31
    1. Gemeenschappelijke bedoeling van de partijen 31
    2. Algemene interpretatieregel: artikel 5.66 BW 32
    3. Bijzondere interpretatieregel bij koop: artikel 1602 Oud BW 32
    4. Ratio legis 32
    5. Restrictieve toepassing door de rechtspraak 32
    6. Subsidiair karakter 32
    7. Enkel voor verbintenissen inherent aan de verkoper 32
    8. Voorbeelden 33
  61. 61 Consumentenbescherming: artikel VI.37 WER 33
    1. Ruimer dan artikel 1602 Oud BW 33
    2. Toepassing op alle clausules 33
    3. Geen subsidiaire toepassing 33
  62. 62 Verbintenissen van de verkoper 33
    1. Hoofdverbintenissen van de verkoper 33
    2. De leveringsverbintenis 34
    3. Conforme levering 34
    4. Afgesproken goed 34
    5. Kwantitatieve conformiteit 34
    6. Verkoop zonder vermelding van oppervlakte 34
    7. Verkoop met prijs per oppervlakte-eenheid 34
    8. Verkoop met vermelde oppervlakte maar globale prijs (art. 1618 OBW) 34
    9. Opmerkingen bij dit regime 35
    10. Kwalitatieve conformiteit 35
    11. Zichtbaarheid van gebreken 35
    12. Toebehoren en accessoria 35
    13. Kwalitatieve rechten 35
    14. Cassatierechtspraak over kwalitatieve rechten 36
    15. Wettelijke basis 36
    16. Vruchten en opbrengsten 36
    17. Modaliteiten van levering 36
    18. Plaats van levering 36
    19. Tijdstip van levering 36
    20. Bijzondere regels bij consumentenkoop 36
    21. Leveringstermijn 37
    22. Verbod op indicatieve leveringstermijnen 37
    23. Bewaringsplicht van de verkoper 37
    24. Voorbeeld 37
    25. De Vrijwaringsverbintenis voor uitwinning 37
    26. Wie moet vrijwaren? 37
    27. Garantieverbintenis (ongeacht fout) 38
    28. Kwalitatief recht 38
    29. Vrijwaring voor eigen daad 38
    30. voorwaarden voor vrijwaring voor uitwinning 38
    31. Opmerkingen bij stoornis 38
    32. Sancties bij uitwinning 39
    33. Daden van derden 39
    34. Toerekenbaarheid en tijdstip 39
    35. Vereiste van rechtsstoornis 39
    36. Actuele stoornis 40
    37. Art. 1638 BW – erfdienstbaarheden (basisregel) 40
    38. Belangrijke uitzondering: zichtbare en wettelijke erfdienstbaarheden 40
    39. Termijnen: geen waarborgtermijn, maar verjaring 40
    40. Exceptie van niet-uitvoering (ENAC) 40
    41. Procedurele bescherming van de koper 40
    42. Vergoedingsregime (art. 1630 e.v. BW) 41
    43. Anticipatieve sancties 41
    44. Belangrijke opmerkingen (exoneratie en vrijwaring) 42
    45. Inzichtsvraag: belang van TGT/KT bij verkoper en koper 42
  63. 63 Sancties bij niet-behoorlijke uitvoering van de overeenkomst 43
    1. Mogelijke sancties 43
    2. Exceptio non adimpleti contractus (ENAC) 43
    3. Ontbinding van de overeenkomst 43
    4. Gedwongen uitvoering 43
    5. Prijsvermindering 44
    6. Cumulatie van sancties 44
    7. Verjaringstermijn 44
  64. 64 Verbintenissen van de koper 44
    1. Verbintenis 1: inontvangstneming / aanvaarding 44
    2. Gevolg: schuldeisersverzuim 44
    3. 1. Bijzondere regeling: art. 5.213 BW (bewaring en verkoop) 45
    4. 2. Art. 1657 oud BW (bijzondere koopregel) 45
    5. Verhouding met gemeen recht 45
    6. Toepassingsprobleem 45
    7. Verbintenis 2: prijs betalen 45
    8. Consumentenrechtelijke nuance 46
    9. Niet-betaling door koper 46
    10. Zekerheden van de verkoper 46
    11. Sancties bij niet-betaling (art. 5.83 BW) 47
  65. 65 Schema: conforme levering versus verborgen gebreken 48
    1. Voor de aanvaarding: conforme levering 48
    2. Na de aanvaarding: verborgen gebreken 48
    3. Moeilijke grensgevallen 49
    4. Uitdrukkelijk gewaarborgde eigenschappen 49
    5. Bestemming van het goed 49
    6. Strikte visie van het Hof van Cassatie 49
    7. Arrest 2022 49
    8. Arrest 2024 50
    9. Stappenplan bij een examen !!!!!!!!!!!!!! 50
    10. Verborgen gebreken 50
    11. Voorwaarde 1: een gebrek 50
    12. Voorwaarde 2: verborgen karakter 51
    13. Voorwaarde 3: voldoende ernst 51
    14. Voorwaarde 4: anterioriteit 51
  66. 66 Bewijslast 52
  67. 67 Termijnen 52
    1. Geen meldingstermijn in het gemeen recht 52
    2. Korte termijn van artikel 1648 Oud BW 52
  68. 68 Remedies bij verborgen gebreken 52
    1. Exceptio non adimpleti contractus (ENAC) 52
    2. Actio redhibitoria 52
    3. Actio quanti minoris 53
    4. Schadevergoeding 53
    5. Artikel 1645 Oud BW 53
  69. 69 Kwade trouw 53
    1. Voorbeeld: architect-arrest 53
    2. Voorbeeld: vochtproblemen in kelder 53
    3. Gespecialiseerde verkopers 53
    4. Geen vermoeden bij regres 53
    5. Rechtstreekse vordering in de keten 54
    6. Exoneratiebedingen 54
    7. Grenzen 54
    8. Samenloop met wilsgebreken 54
    9. Verschillen 54
    10. Praktisch belang 55
    11. Geen samenloop met buitencontractuele aansprakelijkheid 55
    12. Hervorming in 2022 55
  70. 70 Specifiek toepassingsgebied 55
    1. Eerste vereiste: een consumptiegoed 56
    2. Tijdstip van beoordeling 56
    3. Voorbeelden 56
    4. Lichamelijke roerende goederen 56
    5. Bijzondere regeling voor dieren 56
    6. Belangrijke opmerkingen 56
  71. 71 Niet-huisdieren 56
  72. 72 Concrete bestemming van het dier 56
    1. Digitale goederen 57
    2. Goederen met digitale elementen 57
  73. 73 Voorwaarde 57
  74. 74 Voorbeeld 57
    1. Tweede vereiste: de koper moet consument zijn 58
    2. Twee aandachtspunten 58
  75. 75 Rechtspersonen zijn geen consumenten 58
  76. 76 Buiten beroepsactiviteit 58
    1. Derde vereiste: een verkoper 58
    2. Professionele verkoper vereist 58
  77. 77 Voorbeeld: hondenfokker 58
    1. Verkoper hoeft geen eigenaar te zijn 58
    2. Vierde vereiste: een koop 58
    3. Bijzondere kwalificatie 58
    4. Koop met installatie 58
    5. Uitzondering 59
    6. Voorbeeld 59
  78. 78 Algemene opmerkingen 59
    1. Dwingend recht 59
    2. De consumentenkoop als “lapje” 59
    3. Voorbeelden van gemeen recht dat blijft gelden 59
    4. Combinatie met aanneming 59
    5. Wanneer geldt het gemeen kooprecht nog? 60
    6. Verkoop tussen consumenten 60
    7. Verkoop van consument aan onderneming 60
    8. Verkoop tussen ondernemingen 60
    9. B2C-verkoop die niet voldoet aan alle voorwaarden 60
  79. 79 Aansprakelijkheidsvoorwaarden bij consumentenkoop 60
    1. Verschillen met het gemeen kooprecht 61
    2. Geen vereiste van voldoende ernst 61
    3. Anterioriteit blijft wel vereist 61
    4. Bijkomende voorwaarde: waarborgtermijn 61
    5. Voorwaarde 1: Niet-conformiteit volgens artikel 1649ter BW 61
    6. Subjectieve conformiteitscriteria 62
  80. 80 1. Overeenstemming met de overeenkomst 62
    1. Voorbeelden 62
  81. 81 2. Geschiktheid voor bijzonder gebruik 62
  82. 82 3. Toebehoren en accessoires 62
    1. Voorbeeld 62
  83. 83 4. Contractueel voorziene updates 62
    1. Objectieve conformiteitscriteria 62
  84. 84 1. Geschiktheid voor normaal gebruik 62
    1. Voorbeeld 62
  85. 85 2. Overeenstemming met model of monster 63
  86. 86 3. Normale toebehoren en instructies 63
    1. Voorbeeld 63
  87. 87 4. Redelijke verwachtingen van de consument 63
  88. 88 5. Normale updates 63
    1. Uitbreiding van het begrip niet-conformiteit 63
  89. 89 Problemen met installatie 63
  90. 90 Problemen met instructies 63
    1. IKEA-clausule 63
    2. Uitsluitingen van niet-conformiteit 64
  91. 91 Kennis van de koper 64
  92. 92 Tijdstip van kennis 64
    1. Voorbeeld: toonzaalmodel 64
    2. Actieve informatieplicht van de verkoper 64
    3. Voorwaarde 2: anterioriteit: art 1649 quater §4 BW 64
    4. Verschil met het gemeen kooprecht 65
    5. Vermoeden van anterioriteit 65
    6. Geen verband met tweedehandskarakter 65
    7. Voorwaarde 3: waarborgtermijn: art 1649 quater § 1 BW 65
    8. Algemene termijn 65
    9. Bijzondere regeling voor dieren 65
    10. Tweedehandsgoederen 65
    11. Bewijslast van de verkoper 65
  93. 93 Voorbeeld 66
    1. Schorsing van de waarborgtermijn 66
    2. Herstel of vervanging 66
  94. 94 Voorbeeld 66
    1. Geen stuiting als uitgangspunt 66
    2. Uitzondering: vervanging van dieren 66
    3. Na afloop van de waarborgtermijn 67
    4. Herleving van het gemeen recht: art 1649 quater § 5 BW 67
  95. 95 Meldingsplicht bij de wet consumentenkoop art. 1649quater §2 BW 67
    1. Bijzondere regeling voor dieren 67
    2. Sanctie bij laattijdige melding 67
  96. 96 Verjaringstermijn: art. 1649quater, §3 BW 68
    1. Feitelijke kennis 68
    2. Verschil met het gemeen kooprecht 68
    3. Mogelijke inzichtsvraag 68
  97. 97 Sancties en remedies bij de wet consumentenkoop: 1649 quinquies BW 68
    1. Eerste koppeltje: herstel of vervanging 68
    2. Keuze van de consument 69
    3. Voorbeelden 69
    4. Bijzondere regeling bij dieren 69
  98. 98 Voorbeeld 69
    1. Tweede koppeltje: prijsvermindering of ontbinding 69
    2. Ernstvereiste bij ontbinding 70
    3. Rekening houden met nuttig gebruik 70
  99. 99 Voorbeeld 70
    1. Bijkomende schadevergoeding 70
  100. 100 Regresrecht tussen professionele schakels 70
  101. 101 Dwingend recht 70
  102. 102 Oefening ter samenvatting 70
  103. 103 Verhouding met de Wet Aansprakelijkheid Producten (WAP) 71
    1. Cassatiearrest maart 2024 71
    2. Gevolg 71
    3. Voorbeeld uit het arrest 71
  104. 104 Toepassingsgebied van de WAP 72
    1. Productbegrip 72
    2. Ook bij diensten mogelijk 72
    3. Voorbeeld 72
    4. Wie is aansprakelijk? 72
    5. Producentbegrip 72
  105. 105 Aansprakelijkheidsvoorwaarden van de WAP 72
    1. 1. Gebrekkig product 73
    2. Veiligheidscriterium 73
    3. Voorbeeld zonder WAP 73
    4. Voorbeeld mét WAP 73
    5. 2. Anterioriteit 73
    6. 3. Specifieke schade 73
    7. 4. Oorzakelijk verband 73
    8. 5. Waarborgtermijn 73
  106. 106 Verweren van de producent 74
    1. Weerlegging van de anterioriteit 6.48 74
    2. Voorbeeld 74
    3. Ontwikkelingsrisico 74
    4. Fabrikant van een onderdeel 74
  107. 107 Uitoefeningsvoorwaarden onder de WAP 74
    1. 1. Verjaringstermijn van 3 jaar 74
    2. Normatieve kennis 75
    3. 2. Vervaltermijn van 10 jaar 75
    4. Dubbele functie van de termijn 75
  108. 108 Remedies onder de WAP 75
    1. Geen vergoeding voor het gebrekkige product zelf 75
    2. Lichamelijke en morele schade 76
    3. Voorbeeld 76
    4. Schade aan andere goederen 76
    5. Voorbeeld 76
    6. Franchise van 500 euro 76
    7. Voorbeeld 76
  109. 109 Exoneratieverbod 76
    1. Uitzondering: fout van het slachtoffer 76
    2. Cassatierechtspraak: verhouding tussen WAP en kooprecht 77
    3. Stap 1: schade aan het product zelf 77
    4. Stap 2: bijkomende schade 77
    5. Distributieketen 77
    6. Betwist punt: laatste verkoper 77
    7. Probleemstelling 78
    8. Voorbeeld: defecte wagen 78
  110. 110 Tegen de verkoper 78
  111. 111 Toepassing van de WAP 78
  112. 112 Tegen de fabrikant 78
    1. Belangrijk besluit 79
    2. Algemeen 79
    3. Beding wederinkoop 79
    4. Vernietiging wegens benadeling 79
    5. Bijzondere regeling bij koop: art. 1674 e.v. oud BW 79
    6. Toepassingsgebied 80
  113. 113 Enkel bij onroerend goed 80
  114. 114 Enkel bescherming van de verkoper 80
    1. Drempel van benadeling: 7/12-regel 80
  115. 115 Voorbeeld: 80
    1. Wettelijk vermoeden 80
    2. Vervaltermijn 80
    3. Sanctie: nietigheid 81
  116. 116 Gevolg: 81
    1. Keuzerecht van de koper (behoud van de koop) 81
    2. Procedure: gerechtelijke aard 81
    3. Belangrijk onderscheid met andere figuren 81
    4. Samenvatting: 81

Livre connecté
 image
Éditeur: Inconnu ISBN: 9789464662344 Édition: 1

Infos sur le Document

Livre entier ?
Oui
Publié le
20 mai 2026
Nombre de pages
82
Écrit en
2025/2026
Type
Resume
€9,86

Mauvais document ? Échangez-le gratuitement Dans les 14 jours suivant votre achat et avant le téléchargement, vous pouvez choisir un autre document. Vous pouvez simplement dépenser le montant à nouveau.
Rédigé par des étudiants ayant réussi
Disponible immédiatement après paiement
Lire en ligne ou en PDF

Seller avatar
Les scores de réputation sont basés sur le nombre de documents qu'un vendeur a vendus contre paiement ainsi que sur les avis qu'il a reçu pour ces documents. Il y a trois niveaux: Bronze, Argent et Or. Plus la réputation est bonne, plus vous pouvez faire confiance sur la qualité du travail des vendeurs.
emmapoortmans
3,9
(11)
Vendu
111
Abonnés
3
Éléments
17
Dernière vente
3 semaines de cela



Pourquoi les étudiants choisissent Stuvia

Créé par d'autres étudiants, vérifié par les avis

Une qualité sur laquelle compter : rédigé par des étudiants qui ont réussi et évalué par d'autres qui ont utilisé ce document.

Le document ne convient pas ? Choisis un autre document

Aucun souci ! Tu peux sélectionner directement un autre document qui correspond mieux à ce que tu cherches.

Paye comme tu veux, apprends aussitôt

Aucun abonnement, aucun engagement. Paye selon tes habitudes par carte de crédit et télécharge ton document PDF instantanément.

Student with book image

“Acheté, téléchargé et réussi. C'est aussi simple que ça.”

Alisha Student

Foire aux questions