WERKEN MET GROEPEN
SEMESTER 2
1. INLEIDING
1.1 BELANG VAN DIT GROEPSONDERDEEL
Groepen zijn overal doorheen ons leven zijn we lid van heel veel
groepen
o Baby
o Peuter – kleuter
o Lagere school(peridode)
o Adolescent
o Volwassene
o Senior
Iedere groep, iedere groepslid heeft een invloed op wie we zijn
Als orthopedagogisch begeleider
o Je zal mensen leiden en/of begeleiden in een groep
o Je zal deel uitmaken van de groep die je helpt begeleiden
o Je zal deel uitmaken van één of meerdere teams
1.2 WAT IS GROEPSDYNAMICA
Groepsdynamica (Lewin) = studie naar het gedrag en het
functioneren van mensen in kleine
groepen.
Veel menselijke gedrag kan beter begrepen worden door aandacht voor de
groep waarin dat gedrag plaatsvindt.
Interactionisme = gedrag is een combinatie van persoonskenmerken en
omgevingskenmerken
1.3 DRIE ACTOREN VAN GROEPSDYNAMICA
Als begeleider in interactie met zowel cliënt en team om zowel de groep
als individueel hen te begeleiden, coachen en volgen
o Deze interactie complex
o Geen sprake van eenzijdige initiatief eerder sprake van wederzijdse
beïnvloeding
De drie actoren die steevast onderling in interactie zijn met elkaar
o De groep
Wie is je doelgroep
Leeftijd
Mogelijkheden – capaciteiten
Ondersteuningsnood
o Het team
Verschillende rollen en persoonlijkheden binnen team,
werkervaring, communicatiestijl,…
o Jezelf
Bezit over kennis en vaardigheden
Inspelen op groepsdynamiek
Waarden & normen sturen gedrag
1
,WERKEN MET GROEPEN
SEMESTER 2
Voorkeursstijlen op vlak van communicatie en begeleiding
2. WAT IS EEN GROEP
2.1 GROEPSASPECTEN
Definitie van een groep is niet eenvoudig
o Door verschillende aspecten te combineren kan je bepalen of een
verzameling mensen tot een groep behoren al dan niet.
Belangrijkste groepsaspecten (Shaw)
o Motivatie
Belang / behoefte “ik wil er iets bij winnen”
Groepslidmaatschap moet belonend zijn
Zit in de graduaatsopleiding omdat je OB wilt worden
Sporten omdat je het leuk vindt en fitter wilt worden
…
o Doelstellingen
Groep wil samen naar iets toe werken
Gemeenschappelijk doel bereiken
Het welzijn van de client verhogen
Onderling worden verantwoordelijkheden en taken verdeeld
o Structuur
Structurele elementen van groepen
Rollen, normen, statusaspecten en dergelijke
benadrukt
Verantwoordelijkheden, taken, bevoegdheden, doelen,… van
een bepaalde rol
Rollen en normen kunnen zowel schriftelijk als mondeling
vastgelegd worden
o Interdependentie
Groepsleden zijn wederzijds afhankelijk van elkaar
Een gebeurtenis die invloed heeft op een groepslid en/of
subgroep heeft een weerslag op de andere groepsleden
o Interactie
Groep klein genoeg zodat elke individu rechtstreeks in staat is
zonder mogelijke tussenkomst van derden
Interactie kan diverse vormen aannemen: verbaal,
lichamelijk, emotionele reactie
2.2 SOORTEN GROEPEN
Elke soort groep zal andere verwachting en noden hebben het is belangrijk
als OB hier bewust van te zijn
Soort groep waarin we ons bevinden
o Geeft richting aan ons gedrag als groepslid
o Bepaald aanpak als begeleider
Formeel Informeel
Gevormd uit organisatorische reden Gevormd uit individuele redenen
Binnen deze soort groep is er een Minder duidelijke omschreven regels,
bepaalde structuur opgelegd door de regels zijn wel aanwezig
organisatie
2
,WERKEN MET GROEPEN
SEMESTER 2
Voorbeeld(en) Voorbeeld (en)
Collega’s op het werk Vriendengroep
De scouts Familie
Klas Subgroep in de klas
Ingroups Outgroups
De groep waarin jezelf in hoort “wij” Groepen rondom waar je geen lid van
bent “zij”
Bevooroordelen gevoel dat eigen Vooroordelen vindt dat andere
groep beter is groep afwijkend gedrag stelt t.o.v. de
Ingroups
Vrijwillig Onvrijwillig
Eigen keuze Niet op vrijwillige basis opgelegd
door de jeugdrechter
Voorbeeld Voorbeeld
Personen met een Gedwongen opname(s) in de
verstandelijke beperking komen psychiatrie
vaak in een voorziening terecht
wanneer hun ouders de zorg
niet meer aankunnen en/ of
overlijden
2.3 DE KRACHTEN VAN GROEPEN
Positieve krachten van groepen Negatieve krachten van groepen
Steun aan elkaar geven Zondebokvorming
Verbondenheid voelen Pestgedrag
Gedeelde verantwoordelijkheid Machtsmisbruik
Kans om elkaar te leren Emotionele chantage
Vertrouwen Besluiteloosheid
Mezelf beter leren kennen Voortslepende conflicten
3. NIVEAUS IN DE GROEPEN
3.1 INLEIDING
Als orthopedagogisch begeleider is het belangrijk om inzicht in wat de
groep nodig heeft van jou belangrijk
o Op welke niveau is er ruis?
o Welke interventies zouden helpend zijn?
o Hoe preventief (proactief) te werk gaan?
o Welke begeleidersstijl?
De vijf niveaus binnen groep functioneren kunnen bijdragen aan gepaste
interventies maar ook gepast reageren
3
, WERKEN MET GROEPEN
SEMESTER 2
3.2 INHOUDSNIVEAU
Gaat over alles waarmee de groep werkt aan een doelstelling of taak
o Inhoud, thema, probleem of doel van bijeenkomst moet duidelijk zijn
o Binnen het inhoudsniveau staat centraal wat er in de groep gebeurt
(gesprekinhoud)
Onduidelijkheid kan ervoor zorgen dat de groep stuurloos werkt of naast
onderwerp werkt
o Als orthopedagogische begeleider nagaan of iedereen begrijpt wat
de bedoeling is en/of iedereen over hetzelfde onderwerp spreekt
Mogelijke interventies
o Luisteren door ervoor te zorgen dat ieder groepslid gehoord wordt
en dit samen te vatten met eventueel conclusies ter afronding
o Heldere informatie geven over de doelstelling of taak v.d. groep
en eventuele aanvullende informatie die nodig is
o Indien nodig afbakenen zodat er niet te ver uitgeweid wordt
o Eigen mening inbrengen en/of de mening van groepsleden
bevragen over hoe zij denken
o Zelf initiatief nemen door een voorstel te doen en/of de
groepsleden vragen naar mogelijkse nieuwe ideeën, voorstellen,…
o Eigen deskundigheid tonen door onderwerp goed te beheersen of
goede voorbereiding
o Afstemmen op groep op vlak van taal, moeilijkheidsgraad en
aanwezige kennis
3.3 PROCEDURE NIVEAU: HOE DE GROEP AAN DE TAAK WERKT
Gaat over de werkwijze hoe de groep aan het doel, taak en probleem
(inhoud) werkt
Deze werkwijze vullen we als groep in op een eigen manier
o Doel, taak of probleem kan zowel bevorderend werken maar ook
belemmerend een goede werkwijze en procedure is dus van belang
hoe we de taak invullen
Als de groep niet goed functioneren is aanpak of procedure niet passend
of helder
Mogelijke interventies
4
SEMESTER 2
1. INLEIDING
1.1 BELANG VAN DIT GROEPSONDERDEEL
Groepen zijn overal doorheen ons leven zijn we lid van heel veel
groepen
o Baby
o Peuter – kleuter
o Lagere school(peridode)
o Adolescent
o Volwassene
o Senior
Iedere groep, iedere groepslid heeft een invloed op wie we zijn
Als orthopedagogisch begeleider
o Je zal mensen leiden en/of begeleiden in een groep
o Je zal deel uitmaken van de groep die je helpt begeleiden
o Je zal deel uitmaken van één of meerdere teams
1.2 WAT IS GROEPSDYNAMICA
Groepsdynamica (Lewin) = studie naar het gedrag en het
functioneren van mensen in kleine
groepen.
Veel menselijke gedrag kan beter begrepen worden door aandacht voor de
groep waarin dat gedrag plaatsvindt.
Interactionisme = gedrag is een combinatie van persoonskenmerken en
omgevingskenmerken
1.3 DRIE ACTOREN VAN GROEPSDYNAMICA
Als begeleider in interactie met zowel cliënt en team om zowel de groep
als individueel hen te begeleiden, coachen en volgen
o Deze interactie complex
o Geen sprake van eenzijdige initiatief eerder sprake van wederzijdse
beïnvloeding
De drie actoren die steevast onderling in interactie zijn met elkaar
o De groep
Wie is je doelgroep
Leeftijd
Mogelijkheden – capaciteiten
Ondersteuningsnood
o Het team
Verschillende rollen en persoonlijkheden binnen team,
werkervaring, communicatiestijl,…
o Jezelf
Bezit over kennis en vaardigheden
Inspelen op groepsdynamiek
Waarden & normen sturen gedrag
1
,WERKEN MET GROEPEN
SEMESTER 2
Voorkeursstijlen op vlak van communicatie en begeleiding
2. WAT IS EEN GROEP
2.1 GROEPSASPECTEN
Definitie van een groep is niet eenvoudig
o Door verschillende aspecten te combineren kan je bepalen of een
verzameling mensen tot een groep behoren al dan niet.
Belangrijkste groepsaspecten (Shaw)
o Motivatie
Belang / behoefte “ik wil er iets bij winnen”
Groepslidmaatschap moet belonend zijn
Zit in de graduaatsopleiding omdat je OB wilt worden
Sporten omdat je het leuk vindt en fitter wilt worden
…
o Doelstellingen
Groep wil samen naar iets toe werken
Gemeenschappelijk doel bereiken
Het welzijn van de client verhogen
Onderling worden verantwoordelijkheden en taken verdeeld
o Structuur
Structurele elementen van groepen
Rollen, normen, statusaspecten en dergelijke
benadrukt
Verantwoordelijkheden, taken, bevoegdheden, doelen,… van
een bepaalde rol
Rollen en normen kunnen zowel schriftelijk als mondeling
vastgelegd worden
o Interdependentie
Groepsleden zijn wederzijds afhankelijk van elkaar
Een gebeurtenis die invloed heeft op een groepslid en/of
subgroep heeft een weerslag op de andere groepsleden
o Interactie
Groep klein genoeg zodat elke individu rechtstreeks in staat is
zonder mogelijke tussenkomst van derden
Interactie kan diverse vormen aannemen: verbaal,
lichamelijk, emotionele reactie
2.2 SOORTEN GROEPEN
Elke soort groep zal andere verwachting en noden hebben het is belangrijk
als OB hier bewust van te zijn
Soort groep waarin we ons bevinden
o Geeft richting aan ons gedrag als groepslid
o Bepaald aanpak als begeleider
Formeel Informeel
Gevormd uit organisatorische reden Gevormd uit individuele redenen
Binnen deze soort groep is er een Minder duidelijke omschreven regels,
bepaalde structuur opgelegd door de regels zijn wel aanwezig
organisatie
2
,WERKEN MET GROEPEN
SEMESTER 2
Voorbeeld(en) Voorbeeld (en)
Collega’s op het werk Vriendengroep
De scouts Familie
Klas Subgroep in de klas
Ingroups Outgroups
De groep waarin jezelf in hoort “wij” Groepen rondom waar je geen lid van
bent “zij”
Bevooroordelen gevoel dat eigen Vooroordelen vindt dat andere
groep beter is groep afwijkend gedrag stelt t.o.v. de
Ingroups
Vrijwillig Onvrijwillig
Eigen keuze Niet op vrijwillige basis opgelegd
door de jeugdrechter
Voorbeeld Voorbeeld
Personen met een Gedwongen opname(s) in de
verstandelijke beperking komen psychiatrie
vaak in een voorziening terecht
wanneer hun ouders de zorg
niet meer aankunnen en/ of
overlijden
2.3 DE KRACHTEN VAN GROEPEN
Positieve krachten van groepen Negatieve krachten van groepen
Steun aan elkaar geven Zondebokvorming
Verbondenheid voelen Pestgedrag
Gedeelde verantwoordelijkheid Machtsmisbruik
Kans om elkaar te leren Emotionele chantage
Vertrouwen Besluiteloosheid
Mezelf beter leren kennen Voortslepende conflicten
3. NIVEAUS IN DE GROEPEN
3.1 INLEIDING
Als orthopedagogisch begeleider is het belangrijk om inzicht in wat de
groep nodig heeft van jou belangrijk
o Op welke niveau is er ruis?
o Welke interventies zouden helpend zijn?
o Hoe preventief (proactief) te werk gaan?
o Welke begeleidersstijl?
De vijf niveaus binnen groep functioneren kunnen bijdragen aan gepaste
interventies maar ook gepast reageren
3
, WERKEN MET GROEPEN
SEMESTER 2
3.2 INHOUDSNIVEAU
Gaat over alles waarmee de groep werkt aan een doelstelling of taak
o Inhoud, thema, probleem of doel van bijeenkomst moet duidelijk zijn
o Binnen het inhoudsniveau staat centraal wat er in de groep gebeurt
(gesprekinhoud)
Onduidelijkheid kan ervoor zorgen dat de groep stuurloos werkt of naast
onderwerp werkt
o Als orthopedagogische begeleider nagaan of iedereen begrijpt wat
de bedoeling is en/of iedereen over hetzelfde onderwerp spreekt
Mogelijke interventies
o Luisteren door ervoor te zorgen dat ieder groepslid gehoord wordt
en dit samen te vatten met eventueel conclusies ter afronding
o Heldere informatie geven over de doelstelling of taak v.d. groep
en eventuele aanvullende informatie die nodig is
o Indien nodig afbakenen zodat er niet te ver uitgeweid wordt
o Eigen mening inbrengen en/of de mening van groepsleden
bevragen over hoe zij denken
o Zelf initiatief nemen door een voorstel te doen en/of de
groepsleden vragen naar mogelijkse nieuwe ideeën, voorstellen,…
o Eigen deskundigheid tonen door onderwerp goed te beheersen of
goede voorbereiding
o Afstemmen op groep op vlak van taal, moeilijkheidsgraad en
aanwezige kennis
3.3 PROCEDURE NIVEAU: HOE DE GROEP AAN DE TAAK WERKT
Gaat over de werkwijze hoe de groep aan het doel, taak en probleem
(inhoud) werkt
Deze werkwijze vullen we als groep in op een eigen manier
o Doel, taak of probleem kan zowel bevorderend werken maar ook
belemmerend een goede werkwijze en procedure is dus van belang
hoe we de taak invullen
Als de groep niet goed functioneren is aanpak of procedure niet passend
of helder
Mogelijke interventies
4