Inleiding tot de Politionele Organisatie
Uitgebreide uitleg + koppeling aan lesinhoud
Dit document vat alle readers samen en legt ze uit in functie van de lesinhoud. Per reader staat aangegeven
bij welk hoofdstuk/les het hoort, wat de extra info precies is, en waarom het van belang is. Gebruik dit
document naast je volledige samenvatting.
,READER 1 – De Raedt et al. 2026, Afdeling 3: Begrippen
Hoort bij: Les 3 – Politiefunctie, Begrippen, Gezag
🔗 KOPPELING AAN LES: Les 3 behandelt de politiefunctie, het onderscheid bestuurlijk/gerechtelijk, en de
rol van politieoverheden. Deze reader is de juridisch-technische verdieping van de begrippen die in de
slides worden aangehaald. Ze geeft de precieze wettelijke omschrijvingen vanuit de Wet op het
Politieambt (WPA).
1. De politiefunctie
Wat staat er in de reader?
▶ Politiefunctie (art. 3 WPA): "Een institutioneel beschermende en regulerende functie van sociale
orde, die erop is gericht de uitoefening van de fundamentele rechten mogelijk te maken en ontregeling
van deze orde te voorkomen of te verhelpen."
De reader voegt hieraan toe: er is maar ÉÉN politiefunctie met een gediversifieerd takenpakket. Hoewel
bestuurlijke en gerechtelijke politie twee aparte opdrachten zijn, mag je hier niet uit afleiden dat er twee
politiefuncties zijn. Dit is een belangrijk nuancepunt.
De politiefunctie omvat drie grote onderdelen:
• Taken van bestuurlijke politie (begeleiding, regulering, bijstand, toezicht, bescherming,
misdrijfvoorkoming).
• Taken van gerechtelijke politie (opsporing, vaststelling, aanhouding van daders).
• De sterke arm lenen aan overheden of ambtenaren.
• Bijstandstaken en verwijzing naar gespecialiseerde diensten.
Waarom is dit extra info ten opzichte van de les?
In de les staat de definitie van politiefunctie en het onderscheid bestuurlijk/gerechtelijk. De reader gaat
dieper in op:
• Het feit dat er maar ÉÉN politiefunctie is (niet twee) – dit is een veelgemaakte denkfout.
• De juridische basis: artikel 3 WPA als vertrekpunt voor álle definities.
• De precieze deelinhouden van bestuurlijke en gerechtelijke politie zoals die in de wet staan.
Bestuurlijke politie (art. 14 WPA) – wat voegt de reader toe?
De les maakt het onderscheid preventief vs. repressief. De reader verduidelijkt:
▶ Openbare rust: Afwezigheid van wanordelijkheden en onlusten op OPENBARE plaatsen.
▶ Openbare veiligheid: Afwezigheid van gevaarlijke situaties voor personen en goederen, inclusief
misdaadpreventie en bijstand aan personen in gevaar.
▶ Openbare gezondheid: Afwezigheid van ziekten via handhaving van hygiëne en een kwalitatief
leefmilieu – hygiëne van personen, privégoederen en het openbaar domein.
, Cruciaal punt: bestuurlijke politie is NIET alleen preventief. Ook het herstellen van de orde nadat feiten
plaatsvonden is bestuurlijke politie. De grens bestuurlijk/gerechtelijk zit dus niet exact op het moment van
de feiten.
Bijzondere bestuurlijke politie: wanneer de wetgever aan bestuurlijke overheden specifieke,
welomschreven bevoegdheden geeft voor een bijzonder domein. Voorbeelden: verkeerspolitie,
milieupolitie, vreemdelingenpolitie, havenpolitie, luchtvaartpolitie, spoorwegpolitie. Bijzondere bestuurlijke
politie heeft een beperkter toepassingsgebied maar een ruimere bevoegdheid om activiteiten te regelen.
Gerechtelijke politie (art. 15 WPA) – wat voegt de reader toe?
De les stelt: gerechtelijke politie = repressief, opsporen van daders. De reader preciseert:
• Het doel is om de dader voor de rechter OF een andere bevoegde overheid te brengen.
• Cruciaal onderscheid: gerechtelijke politie ≠ bestuurlijke controle. Bestuurlijke controle gaat na of
een wettelijk voorschrift nageleefd wordt, met als hoofddoel NALEVING bewerkstelligen.
Gerechtelijke politie wil BESTRAFFEN.
• Er is geen definitie van gerechtelijke politie in de WPA, wel een opsomming van taken in art. 8,
28bis en 55 Wetboek van Strafvordering en art. 15, 15bis en 40 WPA.
2. Politieoverheden
Wat staat er in de reader?
▶ Politieoverheid (art. 3 WPA): "De overheid door of krachtens de wet aangewezen om juridische
politiemaatregelen te nemen en om politiemaatregelen uit te voeren of door de politiediensten te
doen uitvoeren."
De reader legt uit dat een politiemaatregel héél ruim is: een dwang, vordering, aanwijzing, verbod,
toelating of vergunning. Een politiemaatregel kan de individuele rechten en vrijheden van de burger
beperken.
Voornaamste politieoverheden: minister van Binnenlandse Zaken, minister van Justitie,
provinciegouverneurs, arrondissementscommissarissen, burgemeester en het Openbaar Ministerie.
Bijzondere bevoegdheid: minister van Mobiliteit voor luchtvaart-, zeevaart- en spoorwegpolitie. In Brussel:
minister-president nam bevoegdheden gouverneur over na 6e staatshervorming.
BELANGRIJK: 4 begrippen die verwarrend lijken maar niet hetzelfde zijn
De reader maakt een cruciaal onderscheid dat de les niet gedetailleerd bespreekt:
▶ Bestuurlijke overheid: Stelt administratieve rechtshandelingen (met bindende gevolgen voor
burgers). Vatbaar voor beroep bij Raad van State.
▶ Overheid van bestuurlijke politie: Kan MAATREGELEN van bestuurlijke politie nemen (ruimer dan
enkel juridische politiemaatregelen).
▶ Politieoverheid: Kan politiemaatregelen nemen én door politiediensten laten uitvoeren.
▶ Gezagsoverheid: Krijgt via wet gezag over diensten.
Een en dezelfde persoon kan meerdere rollen combineren. De BURGEMEESTER combineert ze allemaal: hij
heeft gezag over de lokale politie (gezagsoverheid), stelt administratieve beslissingen (bestuurlijke
overheid), neemt maatregelen van bestuurlijke politie (OBP) en kan ze door de politie laten uitvoeren
(politieoverheid). Daarom is er in de praktijk verwarring.