Rédigé par des étudiants ayant réussi Disponible immédiatement après paiement Lire en ligne ou en PDF Mauvais document ? Échangez-le gratuitement 4,6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Aperçu 2 sur 15 pages
Resume

Samenvatting Doelgroepen 2: Doofblindheid | Karel de Grote | 2025/26

Document preview thumbnail
Aperçu 2 sur 15 pages

Dit studiemateriaal behandelt Deel 3 van het vak Doelgroepen 2 aan Karel de Grote-Hogeschool, gericht op personen met meervoudige zintuiglijke beperkingen, specifiek doofblindheid. De stof omvat terminologie, oorzaken (aangeboren en verworven), de twee hoofdvormen (Usher syndroom, letsel/ziekte, leeftijd gerelateerde doofblindheid), en een uitgebreide analyse volgens het ICF-kader met focus op activiteiten, participatie, omgevingsfactoren en persoonlijke factoren. Dit document is ideaal voor examenvoorbereiding en begrijpt het complexe functionaliteitskader rondom doofblindheid op een gestructureerde manier.

Aperçu du contenu

DEEL 3: PERSONEN MET EEN MEERVOUDIGE
ZINTUIGELIJKE BEPERKING
1. TERMINOLOGIE
Doofblindheid verwijst naar een gecombineerde auditieve én visuele beperking. De mate
van deze beperkingen kan variëren en over de tijd heen veranderen. Personen met
doofblindheid hebben vaak nog enige mate van restgehoor en/of restzicht, maar de
gecombineerde zintuiglijke beperking resulteert in aanzienlijke beperkingen in
communicatie, informatieverwerving, mobiliteit en sociale participatie. Hoewel doofblinde
personen vergelijkbare beperkingen ervaren als doven en blinden, zijn de beperkingen
door de dubbele aandoening groter en ook lastiger op te lossen

Twee hoofdvormen van doof blindheid:

1. Aangeboren doof blindheid: ze worden met een dubbele beperking geboren of
ze verwevne deze in het eerste levensjaar. De oorzaken kunnen zijn: infecties
tijdens de zwangerschap (rebulla), genetische syndromen (charge of usher
syndroom type 1 en complicaties tijdens de geboorte.
2. Verworven doof blindheid:
a. Genetisch  usher syndroom type 2-3, er vindt een progressieve
achteruit gang van het gehoor en het zicht. Bij type 2 is het gehoorverlies
reeds aanwezig vanaf de geboorte, maar de visusproblemen (retinitis
pigmentosa) ontwikkelen zich pas in de puberteit. Bij type 3 kan zowel
gehoorverlies als zichtverlies variabel ontstaan en progressief verergeren
tijdens de jeugd of vroege volwassenheid.
b. Letsel of ziekte
i. Doofblindheid kan ook ontstaan als gevolg van medische
aandoeningen of verwondingen die na de geboorte optreden.
Infectieziekten zoals hersenvliesontsteking (meningitis), encefalitis,
of syfilis kunnen zowel het gehoororgaan als de oogzenuw
aantasten. Ook bepaalde vormen van kanker en de behandeling
daarvan (bijvoorbeeld chemotherapie die toxisch is voor gehoor en
zicht) kunnen doofblindheid veroorzaken.
ii. Traumatisch hersenletsel door ongevallen kan leiden tot
gecombineerde schade aan auditieve en visuele centra in de
hersenen. Verder kunnen chronische aandoeningen zoals diabetes
complicaties geven zoals diabetische retinopathie (ernstig
zichtverlies) gecombineerd met gehoorschade door neuropathie. In
sommige gevallen veroorzaken toxische stoffen of medicatie (zoals
bepaalde antibiotica of chemische vergiftigingen) schade aan zowel
de gehoor- als visuele functies.
c. Leeftijd gerelateerde doof blindheid  Deze vorm treedt op vanaf een
leeftijd van ongeveer 55 jaar en is meestal het gevolg van
leeftijdsgerelateerde achteruitgang van gehoor en zicht, zoals presbyacusis
(ouderdomsslechthorendheid) en maculadegeneratie (degeneratie van het
centrale netvlies). In deze levensfase kan de combinatie van beide
beperkingen een grote impact hebben op communicatie, mobiliteit en
sociale participatie.




1

, 2.DOOFBLINDHEID IN HET LICHT VAN HET ICF-KADER

2.1 ACTIVITEITEN: DE IMPACT OP HET DAGELIJKS FUNCTIONEREN

Eenvoudige taken worden vaak belemmerd door het niet kunnen zien of horen:

• Moeilijkheden met communicatie (bv. geen toegang tot gesproken of
geschreven taal).
• Problemen met oriëntatie in binnen- of buitenomgeving (bv. zich
zelfstandig verplaatsen, oversteken).
• Moeite met het uitvoeren van huishoudelijke taken zoals koken of
winkelen.
• Beperkte toegang tot informatie via klassieke media, digitale platforms
of sociale signalen (bv. lichaamstaal).

2.2 PARTICIPATIE: BELEMEMRINGEN BIJ VOLWAARDIG DEELNEMEN IN DE
SAMENLEVING

Wanneer mensen met doofblindheid geen toegang hebben tot onderwijs, werk of sociale
activiteiten door hun beperking, spreken we van een participatieprobleem. De kans op
sociaal isolement, werkloosheid of uitsluiting is groot, zeker wanneer de omgeving
onvoldoende aangepast is.

• Onvoldoende toegankelijke communicatie in onderwijscontext (bv. geen
gebaren- of tactiele tolken)
• Beperkte mogelijkheden tot werk door ontoegankelijke
werkomgevingen.
• Moeilijkheden om deel te nemen aan sociale of culturele activiteiten.
• Afhankelijkheid van anderen voor mobiliteit en informatie, wat
participatie ontmoedigt.

2.3 OMGEVINGSFACTOREN: DREMPELS EN KANSEN IN DE OMGEVING

De omgeving speelt een belangrijke rol in het faciliteren of belemmeren van het
functioneren van iemand met doofblindheid. Een toegankelijke, empathische en goed
ondersteunde omgeving kan het verschil maken.

• Beschikbaarheid van hulpmiddelen zoals braillelijnen, ringleidingen,
tactiele gebaren of spraaksoftware.
• Toegankelijke infrastructuur en transport (bv. herkenbare routes met
voelbare markeringen).
• Ondersteuning op school, in de thuiscontext of op de werkvloer.
• Positieve of negatieve attitudes van hulpverleners, leerkrachten en
collega’s.

2.4 PERSOONLIJKE FACTOREN: INDIVIDUELE VEERKRACHT EN CONTEXT

Persoonlijke kenmerken bepalen in grote mate hoe iemand omgaat met de beperkingen.
Factoren zoals het tijdstip van ontstaan (aangeboren of verworven), communicatiestijl,
ervaring met hulpmiddelen en sociaal netwerk hebben invloed op functioneren en welzijn.



2

Table des matières

  1. 01 1. Terminologie 1
  2. 02 2.doofblindheid in het licht van het icf-kader 2
    1. 2.1 activiteiten: de impact op het dagelijks functioneren 2
    2. 2.2 participatie: belememringen bij volwaardig deelnemen in de samenleving 2
    3. 2.3 omgevingsfactoren: drempels en kansen in de omgeving 2
    4. 2.4 persoonlijke factoren: individuele veerkracht en context 2
  3. 03 3. Ethiologie 3
    1. 3.1 aangeboren doof blindheid 3
    2. 3.2 verworven doofblindheid 3
    3. 3.3 Heterogeniteit binnen de doelgroep 4
  4. 04 4. Preventie 4
    1. 4.1 Primaire preventie 4
    2. 4.2 Secundaire prevnetie 4
    3. 4.3 Tertiare preventie: optimaliseren van participatie en levenskwaliteit 4
  5. 05 5.Prevalentie 5
  6. 06 6. ICF: 1e dimensie: stoornisniveau bij doofblindheid 5
    1. 6.1 veelvoorkomend emedische oorzaken van doofblindheid 5
    2. 6.2 Syndroom van usher 6
    3. 6.3 Comborideit 7
  7. 07 7. ICF: ondersteuning op de eerste icf-dimensie: behandelen van doofblindheid 7
    1. MEDISCHE EN FUNCTIONELE DEFINITIE: DUBBEL ZINTUIGLIJK VERLIES BEGRIJPEN 7
    2. 7.1 historisch perspectief op pedagogische ondersteuning bij doofblindheid 8
    3. 7.2 rol van de PGO op dit domein 9
    4. 7.3 orthopedagogisch grondplan 9
  8. 08 8. ICF 2de dimensie: beperkingen in activiteiten en participatie 10
    1. 8.1 sensorische ontwikkeling 10
    2. 8.2 motorische ontwikkeling 10
    3. 8.3 cognitieve ontwikkeling 10
    4. 8.4 Sociaal emotionele ontwikkeling 11
  9. 09 9. ICF ondersteuning op de 2de dimensie: ondersteuning in het dagelijkse leven 11
    1. 9.1 specifieke communicatiemiddelen 11
    2. 9.2 Hulpmiddelen 13
    3. 9.3 psychosociale en sociaal-emotionele ondersteuning 13
  10. 10 10. ICF 3e dimensie: bespreking van mogelijke participatieproblemen 13
  11. 11 11. ICF: ondersteuning op de 3e dimensie: participatiemogelijkheden uitbreiden 13
    1. onderwijs 13
    2. arbeid 14
    3. vrije tijd 14
  12. 12 12. tendensen en actualiteit 14
  13. 13 13. ondersteuningsplan 14

Infos sur le Document

Publié le
18 mai 2026
Nombre de pages
15
Écrit en
2024/2025
Type
Resume
€7,66

Mauvais document ? Échangez-le gratuitement Dans les 14 jours suivant votre achat et avant le téléchargement, vous pouvez choisir un autre document. Vous pouvez simplement dépenser le montant à nouveau.
Rédigé par des étudiants ayant réussi
Disponible immédiatement après paiement
Lire en ligne ou en PDF

Vendu
1
Abonnés
0
Éléments
9
Dernière vente
4 mois de cela



Pourquoi les étudiants choisissent Stuvia

Créé par d'autres étudiants, vérifié par les avis

Une qualité sur laquelle compter : rédigé par des étudiants qui ont réussi et évalué par d'autres qui ont utilisé ce document.

Le document ne convient pas ? Choisis un autre document

Aucun souci ! Tu peux sélectionner directement un autre document qui correspond mieux à ce que tu cherches.

Paye comme tu veux, apprends aussitôt

Aucun abonnement, aucun engagement. Paye selon tes habitudes par carte de crédit et télécharge ton document PDF instantanément.

Student with book image

“Acheté, téléchargé et réussi. C'est aussi simple que ça.”

Alisha Student

Foire aux questions