Rédigé par des étudiants ayant réussi Disponible immédiatement après paiement Lire en ligne ou en PDF Mauvais document ? Échangez-le gratuitement 4,6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Aperçu 3 sur 22 pages
Resume

Samenvatting Doelgroepen 2: Visuele Beperking | Karel de Grote | 2024/25

Document preview thumbnail
Aperçu 3 sur 22 pages

Studiemateriaal voor het vak Doelgroepen 2 aan Karel de Grote-Hogeschool, focusend op personen met visuele beperkingen. Het document behandelt essentiële terminologie en concepten zoals de definitie van zien versus kijken, visuele waarneming, gezichtsscherpte (visus), gezichtsveld, en de onderscheidingen tussen blindheid en slechtziendheid. Ook komen inclusieve taalgebruik, het kruispuntdenken, en de medische classificatie van visuele beperkingen aan bod. Dit materiaal is onmisbaar voor studenten ortho­pedagogie die zich willen voorbereiden op toetsen en practicum over doelgroepen.

Aperçu du contenu

DEEL 2: PERSONEN MET EEN
VISUELE BEPERKING
1. THERMINOLOGIE

WAT IS ZIEN

Kijken= met de ogen

Zien= een complex proces waar het visuele systeem informatie uit de omgeving opvangt, verwerkt en
interpreteert om een bewusts begrip van de wereld om ons heen te vormen

Visuele waarneming = het vermogen om visuele informatie op te nemen, te verwerken en er
betekenis aan te geven. Dit is een complex proces dat steunt op meerdere onderliggende visuele
functies.

 Ontvangen van visuele prikkels, maar ook interpreteren en begrijpen
 Het zien is bij iedereen iets anders, want je interpreteert dingen anders

Visuele systeem= ogen, de oogzenuwbanen en de hersengebieden die de prikkels verwerken en
doorsturen.

 Beelden die binnenkomen worden geprojecteerd op het vlies aan de binnenzijden va het oog=
netvlies. Het netvlies zet beelden om in elektrische impulsen. De oogzenuw geeft deze
impulsen door aan de hersenen, waar ze gelezen en verwerkt worden.

Wat je precies ziet hangt af van:

 Hoe goed je ogen zijn en hoe goed je visuele beeld is
 Hoe goed je hersenen je ogen ergens op kunnen richten
 Hoe goed je hersenen je aandacht op iets kunnen richten




VISUELE BEPERKING;



Wanneer één of meerdere van deze functies verstoord zijn, spreken we van een visuele
beperking. Visuele beperkingen kunnen in zeer uiteenlopende vormen en gradaties
voorkomen, en treffen mensen van alle leeftijden

- Indien iemand minder of niet ziet
- Een bril of lenzen gaan niet meer helpen
- 2 à 3/ 100 personen in belgië hebben een visuele beperking waarvan er 1 blind is
- 85%is 50 plusser
Categorieën van een visuele beperking worden behaald aan de hand van twee criteria:
gezichtsscherpte en gezichtsveld
De gezichtsscherpte of visus is een maat voor de kleinste details die iemand op een bepaalde
afstand kan onderscheiden. Wanneer iemand een bril draagt met de juiste sterkte, wordt de
gezichtsscherpte altijd gemeten met deze bril op. De gezichtsscherpte noemen we ‘normaal’
als deze 1.0 of 3/3 is

, . Dit zijn verschillende maten die allemaal hetzelfde betekenen, namelijk dat wat we in de
wandelgangen een visus van 100 procent zouden noemen. Dus, als iemand een visus van 50
procent of 0.5 heeft, moet hij alles twee keer zo dichtbij bekijken om hetzelfde te kunnen zien
als iemand met 100 procent visus. Afhankelijk van het niveau van de cliënt wordt de
gezichtsscherpte gemeten met letterkaarten, symboolkaarten, plaatjes of streeppatronen.
Bron: kijk zo kan het ook. Visio

 Gezichtsscherpte= visus
o Normaal= 1= 3/3= 100%
De afstand waarop iemand een voorwerp kan zien
de afstand waarop iemand met een normaal gezichtsvermogen dit voorwerp
kan zien

 Gezichtsveld= het totale gebied dat je kan zien, zonder je hoofd te bewegen
o Bij een normaal persoon is dat 180°
o Ieder oog heeft zijn eigen gezichtsveld

BLIND VERSUS SLECHTZIEND
Gezichtsscherpte met Gezichtsveld
optimale brilcorrectie




Matig slechtziend

3/10 – 1/10 20° rond het centrale fixatiepunt of minder


Ernstig slechtziend 1/10 – 1/20



Blind 1/20 of minder 10° rond het centrale fixatiepunt of minder


De grens tussen blindheid en slechtziendheid, gebaseerd op gezichtsscherpte, is in de praktijk vaak
niet duidelijk en leidt regelmatig tot meningsverschillen. Deze indeling weerspiegelt niet altijd de
werkelijke visuele mogelijkheden van een slechtziend persoon.

 Blindheid verwijst doorgaans naar een (bijna) volledig verlies van het
gezichtsvermogen. Iemand die blind is, kan in veel gevallen enkel nog licht en donker
waarnemen, zonder duidelijke vorm- of contourherkenning. In tegenstelling hiermee
betekent slechtziendheid dat er nog wel bruikbaar restzicht is, maar dat dit aanzienlijk
beperkt is ten opzichte van normaal zicht.

Veel visuele beperkingen blijven onopgemerkt bij het meten van alleen de gezichtsscherpte.
Bijvoorbeeld, problemen zoals blinde vlekken in het gezichtsveld of een kokervormig blikveld worden
hierbij niet gedetecteerd. Daarom is het essentieel om naast de gezichtsscherpte ook het gezichtsveld
te meten om een completer beeld te krijgen van de visuele functie.

, 1.1KRUISPUNT DENKEN EN VISUELE BEPERKING

Taalgebruik beïnvloedt hoe we naar mensen kijken en kan onbewust vooroordelen
versterken. Daarom is inclusieve en respectvolle taal belangrijk, zeker bij personen
met een beperking. Het benadrukt de persoon boven de beperking (zoals "persoon
met een visuele beperking" in plaats van "blinde") en helpt stigmatisering te voorkomen.
Onderzoek toont aan dat visueel beperkten vaker discriminatie ervaren. Respectvolle
communicatie verhoogt hun gevoel van eigenwaarde en inclusie.

Daarnaast benadrukt het kruispuntdenken dat een beperking slechts één aspect is van
iemands identiteit, naast factoren zoals gender, afkomst of armoede. Deze
kenmerken kunnen elkaar beïnvloeden en uitsluiting versterken. Zo ervaart iemand met
een beperking én migratieachtergrond mogelijk dubbele discriminatie. Dit sluit aan bij het
sociale model van beperking, dat stelt dat beperkingen mede ontstaan door
maatschappelijke drempels. Hulpverleners kunnen met deze visie beter inspelen op
meervoudige kwetsbaarheden en inclusie bevorderen.

1.2 MEDISCHE DEFINITIE

Visuele beperkingen worden in de medische wereld meestal geclassificeerd op basis van
gezichtsscherpte en gezichtsveld. Een ernstige afwijking in één van deze twee kan
leiden tot de diagnose “visueel beperkt”, wat het dagelijks functioneren en de
zelfstandigheid sterk kan beïnvloeden. Naast deze functionele aspecten wordt ook
gekeken naar de oorzaak en locatie van het letsel (etiologische classificatie).

Het ICF-model van de WHO biedt een bredere kijk: het gaat niet alleen om wat iemand
medisch “heeft”, maar om de impact op het dagelijks leven. In de orthopedagogiek
wordt daarom meer gewerkt met een functionele benadering, waarin de nadruk ligt op
wat iemand wél kan en hoe ondersteuning en inclusie mogelijk gemaakt kunnen worden.

Kortom: in deze cursus ligt de focus niet op medische cijfers, maar op het dagelijks
functioneren en de manier waarop personen met een visuele beperking ondersteund
kunnen worden.

1.3GEZICHTSECHERPTE

= Gezichtsscherpte (of visus) verwijst naar het vermogen om kleine details en vormen te
onderscheiden en wordt uitgedrukt in een breuk (bv. 6/6 of 6/36). Hierbij staat de teller
voor de afstand waarop iemand een object ziet, en de noemer voor de afstand waarop
een persoon met normaal zicht datzelfde object zou zien. Hoe kleiner de breuk, hoe
slechter het zicht.

De test gebeurt meestal met letters of symbolen op afstand (bijv. E-figuren), waarbij
beide ogen apart én samen getest worden. Dichtbijzicht wordt getest met leeskaarten op
30 cm afstand, maar deze resultaten zijn minder betrouwbaar. Voor jonge kinderen
worden aangepaste meetinstrumenten gebruikt (zoals figuren of geautomatiseerde
toestellen).

Volgens de WHO-classificatie, gehanteerd in België en Nederland:

 Blind = gezichtsscherpte < 1/20 of gezichtsveld ≤ 10°

 Zwaar slechtziend = visus tussen 1/20 en 3/10

 Matig tot licht slechtziend = visus tussen 3/10 en 1,0

Table des matières

  1. 01 1. therminologie 1
    1. Wat is zien 1
    2. 1.1kruispunt denken en visuele beperking 3
    3. 1.2 medische definitie 3
    4. 1.3gezichtsecherpte 3
    5. 1.4gezichtsveld 4
    6. 1.5 functionele visuele efficientie 4
  2. 02 2.ICF kijk op visuele beperking 5
  3. 03 3. Ethiologie 5
    1. 3.1 indeling en lokalistatie van visuele stoornissen  waar zit de stoornis 5
    2. 3.2 verschillende oorzaken van een oogaandoening 6
  4. 04 4. preventie vij visuele beperkingen 6
    1. 4.1 Primaire preventie – Voorkomen van visuele beperkingen 6
    2. 4.2 Secundaire preventie – Vroege opsporing en interventie 6
    3. 4.3 Tertiaire preventie – Levenskwaliteit en participatie verbeteren 7
  5. 05 5. Prevalentie van visuele beperkingen 7
    1. 5.1 België: 7
    2. 5.2 Oorzaken in West-Europa: 8
  6. 06 6. ICF: 1e dimensie: veelvoorkomende oogziekten 8
    1. 6.1 Cerebrale Visuele Inperking (CVI) 8
    2. 6.2 albinimse: erfelijke visuele beperking 8
    3. 6.3 co-morbiditeit bij personen met een visuele beperking 9
  7. 07 7. ICF: ondersteuning op de eerste ICF-dimensie: behandelen van de visuele beperking 9
    1. 7.1 rol van de PGO op dit domein 9
    2. 7.2 het visueel profiel als praktisch hulpmiddel bij het isnchatten van ondersteuning 9
    3. 7.3 Orthopedagogisch grondplan 10
  8. 08 8. ICF 2e Dimensie: beperkingen in activiteiten en participatie bij visuele beperkingen 10
    1. 8.1sensorische ontwikkeling 11
    2. 8.2 motorische ontwikkeling 11
    3. 8.3 Cognitieve ontwikkeling 12
    4. 8.4 taalontwikkeling 12
    5. 8.5 psychosociale ontwikkeling 13
  9. 09 9. ICF: ondersteuning op de 2de dimensie: ondersteuning dagelijkse leven 13
    1. 9.1ondersteuning per levensfase 14
    2. 9.2 hulpmiddelen voor het dagelijkse leven 14
    3. 9.3ondersteuning per domein 14
  10. 10 10. ICF: 3de dimensie: bespreking van mogelijke paricipatieproblemen 17
    1. participatieproblemen 17
    2. persoonlijke omgevingsfactoren 17
  11. 11 11. ICF: ondersteuning op de 3de dimensie: participatiemogelijkheden uitbreiden 18
    1. 11.1 participatie aan het onderwijs 18
    2. 11.2 participatie door arbeud of dagbestediging 18
    3. 11.3 participatie aan vrije tijd 19
    4. 11.4 matriële hulpmiddelen 20
  12. 12 12. Ondersteunungsplan voor personen met een visuele beperking 20
  13. 13 13. tendensen en actuatliteit 21

Infos sur le Document

Publié le
18 mai 2026
Nombre de pages
22
Écrit en
2024/2025
Type
Resume
€7,66

Mauvais document ? Échangez-le gratuitement Dans les 14 jours suivant votre achat et avant le téléchargement, vous pouvez choisir un autre document. Vous pouvez simplement dépenser le montant à nouveau.
Rédigé par des étudiants ayant réussi
Disponible immédiatement après paiement
Lire en ligne ou en PDF

Vendu
1
Abonnés
0
Éléments
9
Dernière vente
4 mois de cela



Pourquoi les étudiants choisissent Stuvia

Créé par d'autres étudiants, vérifié par les avis

Une qualité sur laquelle compter : rédigé par des étudiants qui ont réussi et évalué par d'autres qui ont utilisé ce document.

Le document ne convient pas ? Choisis un autre document

Aucun souci ! Tu peux sélectionner directement un autre document qui correspond mieux à ce que tu cherches.

Paye comme tu veux, apprends aussitôt

Aucun abonnement, aucun engagement. Paye selon tes habitudes par carte de crédit et télécharge ton document PDF instantanément.

Student with book image

“Acheté, téléchargé et réussi. C'est aussi simple que ça.”

Alisha Student

Foire aux questions