• Mauvais document ? Échangez-le gratuitement
  • Rédigé par des étudiants ayant réussi
  • Disponible immédiatement après paiement
  • Lire en ligne ou en PDF
Vendre
Où étudie-tu ?
La langue
Document preview thumbnail
Aperçu 4 sur 57 pages
Resume

Sociale Psychologie samenvatting Hogeschool Gent | 2025/26

Document preview thumbnail
Aperçu 4 sur 57 pages

Het is een samenvatting van het volledige vak+ lesnotities en schema's. Ik behaalde 14/20 voor dit examen. veel succes!

Aperçu du contenu

SOCIALE PSYCHOLOGIE
THEMA 1: SOCIALE COGNITIES
1 WAT IS SOCIALE PSYCHOLOGIE

= een studie die tracht te begrijpen, verklaren en voorspellen hoe de gedachten, gevoelens en gedragingen van
individuen beïnvloed worden door de waargenomen, ingebeelde of impliciete gedachten, gevoelens en
gedragingen van anderen.

De sociale psychologie = wil een antwoord bieden op de vraag hoe individuen reageren in sociale situaties.

1.1 SOCIAAL PSYCHOLOGEN

bestuderen hoe het gedrag van mensen beïnvloed wordt door het gedrag van andere mensen

 De invloed die anderen op een individu hebben is meestal dwingend en tegelijk onbewust
 Bv. onbewuste beïnvloeding

Je kan niet niet communiceren: Ook als je ervoor kiest om niet te communiceren geef je signalen af (denk aan
sociologie – sociaal handelen = Handelen dat betekenisvol betrokken is op dat van de anderen
 dus een uitgestoken hand weigeren of iemand negeren is ook sociaal handelen)

 Als je aan anderen het signaal geeft dat je niet met hen wil praten, praat je met hen door te zeggen
dat je niet wil converseren
 Zelfs al doe je dit non-verbal door bv de rug toe te keren.

Maar het omgekeerde geldt ook: je kan niet niet beïnvloed worden door anderen.
 Zodra er anderen aanwezig zijn, zullen je denkproces, je gedrag, je emoties, je motivatie… wijzigen, of je het
wil of niet en of je het nu beseft of niet…

 Het ander gedrag moet je niet altijd zien gebeuren maar vaak is het voorspellen of verwachten al
voldoende om jou te beïnvloeden

Het studiegebied van de SP = sociaal gedrag,
 maar SP is niet de enige wetenschap die sociaal gedrag bestudeert.

De sociologie = de wetenschappelijke discipline bij uitstek die sociaal gedrag van
mensen in kaart brengt en verklaart.

Maar toch is er een belangrijk verschil tss S en SP!

S = weinig aandacht besteden aan de individuele gedragingen van een persoon, en eerder wetmatigheden
trachten te ontdekken in sociale structuren en gehelen

SP bevindt zich op het raakvlak tss de algemene psychologie en de sociologie. (overlappen deels maar
versterken elkaar ook)

Sociologie kan alleen maar baat hebben bij inzichten/kennis over sociale interacties tss individuen
Psychologie gebaat bij inzicht in de wijze waarop gedragingen van individuen beïnvloed worden door de
aanwezigheid en gedragingen van anderen.




Sociale Psychologie Pagina 1 van 57

,2 SCHEMA’S

Sociale cognitie = alles waarbij we informatie opslaan, interpreteren,…

 processen waarbij we informatie
o verwerven / selectie / opslaan
o integreren / organiseren / structureren
o Interpreteren
 over mensen
o anderen (sociale perceptie)
o zichzelf (zelfperceptie)

2.1 SCHEMA’S: OMSCHRIJVING

 cognitieve structuur
 waarin eerder verworven kennis
 over een stimulus of concept
o over personen, opvattingen, fysieke daden, feiten,..
o kenmerken
o relaties tussen die kenmerken
 is gerepresenteerd


2.1.1 ZELFSCHEMA
 wat we denken over onszelf
 wat we denken dat anderen over ons denken
o sociale cognitie heeft invloed op ons zelfbeeld
o sociale context heeft invloed op ons handelen

Hoe bouwen we een zelfschema op?
 zelfkennis uit:

1. Zelfobservatie
a. je kijkt naar jezelf, naar jouw prestaties, spiegelbeeld, gedrag… introspectie / zelfreflectie
2. ‘Looking-glass self” (spiegel)
a. Anderen zullen jou kennis verschaffen over hoe je bent en hoe je overkomt (feedback)
i. Soms heel expliciet (je doet ambetant)
ii. Of impliciet, lachen heel veel met jou (zonder te zeggen dat ze jou grappig vinden)
iii. of vinden jou irritant en vermijden jou (de ander is onze spiegel)
3. Sociale vergelijking
a. jezelf leren kennen door je te vergelijken met anderen
b. je weet pas dat je hard kan rennen nadat je af en toe wedstrijdjes loopt tegen anderen.


2.1.2 PROTOTYPE & SCRIPT
 Prototype = soort gemiddelde van een specifieke groep mensen (puur in ons hoofd)
 Stereotiep = sociaal gestuurd, door sociale context
 Script = verloop van opeenvolgende acties

 gedrag niet conform aan script geeft meer info




Sociale Psychologie Pagina 2 van 57

,Voorbeelden:

 Prototype:
o bouwvakkers met lage broek, studenten, moslims = gemiddelde in ons hoofd
o = stereotype door alle informatie die je van anderen krijgt, prototype en stereotype vallen
heel vaak samen. Prototype als je zelf een gemiddelde maakt
 Script: op kamp opstaan, naar de dokter gaan, de trein nemen

2.2 SCHEMA’S: KENMERKEN (DIA 25 & 27)

 Gestalt = wij zien een schema in zijn geheel
o Het geheel is meer dan de som van de delen
 Top-down of theory-driven
o Schema is iets dat gestuurd wordt vanuit ons hoofd
o Theorie in je hoofd en vandaar ga je gaan handelen
o Omgekeerde: data-driven = zonder schema, zonder vooroordeel
 Sturen persoonsperceptie
o Vooral aandacht voor wat past binnen geactiveerd schema
o Vb studenten zijn gemotiveerd, LK ziet werkende, oplettende studenten in de les
o Vb studenten zijn lui, LK ziet vermoeide, niet-werkende studenten in de les
 Schema’s beïnvloeden de herinnering
 Vlugger verwerking van info
 Label (niet altijd werkelijkheid)

Schema’s zijn:

 Prescriptief
o Bieden een beeld van hoe iets moet/kan zijn en stuurt ons gedrag
o Attributies zoeken die schema in stand houden
 Attributies = verklaring die we zoeken voor iemands gedrag
o Need for cognition <-> need for certainty
 Need for cognition = mensen die graag nadenken, oke om buiten schema te denken
 Need for certainty = mensen die graag zekerheid hebben, binnen schema denken
 Toegankelijker naarmate
o vaker opgeroepen, vaker gebruiken
 vb. vaker docenten tegenkomen
o recenter opgeroepen, net opgeroepen


2.2.1 SCHEMA’S KUNNEN OP 2 MANIEREN ACTIEF ZIJN:
 Schema’s activeren uit onszelf zonder externe aanleiding
 Schema’s kunnen opgeroepen worden door een stimulus uit de omgeving
(bewust of onbewust – subliminaal)
o Stereotypen worden automatisch geactiveerd bij het zien van foto’s van een
gestereotypeerde groep.
o Subliminaal = info die we onbewust ontvangen




Sociale Psychologie Pagina 3 van 57

, 2.2.2 LAAG OF HOOGBEVOOROORDEELDE MENSEN
Activeren dezelfde stereotypen, maar gebruiken ze verschillend:

 Personen die laagbevooroordeeld zijn: krijgen activatie van negatieve stereotypen maar proberen die
daarna te onderdrukken of bedwingen vanuit plichtsbesef of schuld (schema terug wegduwen)
 Personen die hoogbevooroordeeld zijn: activatie van negatieve stereotypen en betrekken de
geactiveerde stereotypen bij hun beoordeling van personen  vooroordelen

3 CONFIGUREREN

= opbouwen van een product met losse componenten
 hoe bouwen we nu een schema op? Welk schema gaan we gebruiken? Wanneer welk schema?

 Verschillende effecten
 Effecten zorgen soms voor vertekening
o Vertekening = iets dat niet helemaal klopt met de werkelijkheid

3.1 OPVALLENDE KENMERKEN

 Wat opvalt, valt op. Dit schema wordt onmiddellijk en als eerste geactiveerd.
o Naam
o Geslacht
o Huidskleur
 Opvallendheid wordt bepaald door de context!
o Met barbie kleren naar de les of naar de barbiefilm is een groot verschil

3.2 PRIMACY-EFFECT

= Informatie die wij eerst over iemand krijgen beïnvloedt het globale oordeel meer dan later verworven
informatie

 Eerste informatie is positief en laatste informatie die we krijgen negatief = persoon is positief
 Eerste informatie is negatief en laatste informatie die we krijgen positief = persoon is negatief
 Je kan maar een keer een eerste indruk maken
o Zoals: sollicitatiegesprek
 Eerste indruk: vooral door lichaamstaal
o Bvb. Kunstenaars, muziekgroepen die
vastzitten aan eerste etiket (bvb cd)

Verklaringen (hoe komt het dat dit bij ons zo is)

 Werking korte termijngeheugen
o Aan later verkregen informatie wordt minder aandacht besteed
o Latere informatie wordt geïnterpreteerd op basis van vroegere informatie
o Behoefte aan afsluiten, zodra men ongeveer een beeld heeft (maar je kan je wapenen)

 Recency effect: wat laatst komt, beïnvloedt meer het globale oordeel!
o Vooral als je heel veel informatie krijgt




Sociale Psychologie Pagina 4 van 57

Table des matières

  1. 01 1.1.1 ontvanger 56
  2. 02 1 wat is sociale psychologie 1
    1. 1.1 Sociaal psychologen 1
  3. 03 2 schema’s 2
    1. 2.1 schema’s: omschrijving 2
    2. 2.2 Schema’s: kenmerken (dia 25 & 27) 3
  4. 04 3 configureren 4
    1. 3.1 opvallende kenmerken 4
    2. 3.2 primacy-effect 4
    3. 3.3 configuratiemodel Asch 5
    4. 3.4 impliciete persoonlijkheidstheorie (impt) 5
  5. 05 4 persoonsperceptie 5
  6. 06 5 priming 6
    1. 5.1 soorten priming 6
    2. 5.2 referentie-index 6
    3. 5.3 politieke keuzes 6
  7. 07 6 dissonantie 6
    1. 6.1 dollarexperiment 7
    2. 6.2 spanningsreductie 7
    3. 6.3 verslaving & verdwazing 7
    4. 6.4 endowment effect 7
  8. 08 7 het negatieve 8
    1. 7.1 aversie voor verlies 8
    2. 7.2 negativiteitseffect 8
  9. 09 8 cognitie & affect 9
  10. 10 1 Inleiding 9
  11. 11 2 criteria 9
    1. 2.1 intern/extern – locus of control 10
    2. 2.2 stabiel/onstabiel 10
    3. 2.3 controleerbaar/oncontroleerbaar 10
    4. 2.4 globaal/specifiek 11
  12. 12 3 attributietheorieën 11
    1. 3.1 Zelfwaarnemingstheorie (Bem) 12
    2. 3.2 Corresponderende inferentietheorie (Jones & Davis) 12
    3. 3.3 Covariatiemodel (Kelley) 13
    4. 3.4 Tweestappenmodel (Gilbert) 13
  13. 13 4 motivatie 14
  14. 14 5 vertekeningen 14
    1. 5.1 Zelfbeeld en self-serving bias 14
    2. 5.2 Beperkte rationaliteit en heuristieken 14
    3. 5.3 Valse consensuseffect 15
    4. 5.4 Basisfrequentievalstrik en tegenfeitelijk denken 15
    5. 5.5 Fundamentele attributiefout 15
    6. 5.6 Actor-observator 16
    7. 5.7 Zelfvervullende voorspelling 16
  15. 15 1 impact van sociale media op sociale cognitie 16
    1. 1.1 Invloed van woorden en beelden online op hoe jij over jezelf denkt 16
    2. 1.2 Artikel – Jongeren en sociale media 17
    3. 1.3 Panopto – kwetsbaarheid delen online 18
    4. 1.4 Invloed van negatieve haatberichten op sociale cognitie 18
  16. 16 2 Attributiefouten bij online gedrag 20
    1. 2.1 Hoe sturen algoritmes online ons denken? 20
    2. 2.2 Deepfake, een volgende stap in nepnieuws 20
  17. 17 1 Conformisme of meerderheidsinvloed 21
    1. 1.1 sherig en het autokinetisch effect 21
    2. 1.2 jacobs & campbell en het verdwijnen van de beïnvloedingsbron 21
    3. 1.3 festinger en de socialevergelijkstheorie 21
    4. 1.4 lijnexperiment van asch 22
    5. 1.5 informatieve en normatieve beïnvloeding 23
    6. 1.6 experiment van insko 24
    7. 1.7 beïnvloedende factoren 24
  18. 18 2 Innovatie of minderheidsinvloed 26
    1. 2.1 moscovici en kleurendia’s 26
    2. 2.2 beïnvloedende factoren 27
  19. 19 3 Gehoorzaamheid en autoriteit 27
    1. 3.1 milgram en elektroshocks – dia 84 28
    2. 3.2 beinvloedende factoren 29
    3. 3.3 waarom gehoorzamen? 29
  20. 20 4 Sociale facilitatie en belemmering 30
    1. 4.1 Dominante responsen 30
    2. 4.2 evaluatie verwachten 31
    3. 4.3 aandachtsverdeling 31
  21. 21 5 Sociaal meeliften 31
    1. 5.1 ringelmann-effect 31
    2. 5.2 ongelijkheidsaversie 32
    3. 5.3 counteren? 32
  22. 22 1 Altruïsme? 32
  23. 23 2 Verwantschap 33
  24. 24 3 Wederkerig altruïsme 33
    1. 3.1 dieren 33
    2. 3.2 kosten-batenanalyse 33
    3. 3.3 ULTIMATUM GAME 34
    4. 3.4 PRISONER’s game 34
    5. 3.5 emoties 34
  25. 25 4 Empathie 34
    1. 4.1 zinvol 34
    2. 4.2 gradatie 34
    3. 4.3 emotioneel, cognitief, egoïstisch 34
  26. 26 5 Stappenplan 35
    1. 5.1 opmerken 35
    2. 5.2 interpreteren 35
    3. 5.3 verantwoordelijkheid nemen 36
    4. 5.4 hoe? 36
    5. 5.5 actie ondernemen 37
  27. 27 6 Beïnvloedende factoren 37
    1. 6.1 situationele factoren 37
    2. 6.2 persoonlijke factoren 37
    3. 6.3 interpersoonlijke factoren 38
  28. 28 1 inleiding 39
  29. 29 2 sociale categorisatie 39
    1. verduidelijking 39
    2. 2.1 In/out group 39
    3. 2.2 kenmerken 40
  30. 30 3 Valkuilen vermijden 43
    1. 3.1 Groupthink 43
    2. 3.2 Polarisatie 45
  31. 31 4 Sociale categorisering: in-group VS out-group of wij-zij denken 46
    1. 4.1 Wat is sociale categorisering nu weer? 46
    2. 4.2 video: wij-zij denken: 47
  32. 32 5 stereotypen en vooroordelen 47
    1. 5.1 Video: ‘the single story’ 47
    2. 5.2 wat is stereotypering nu weer en hoe komen we tot vooroordelen? 47
    3. 5.3 the danger of a single story 48
  33. 33 1 inleiding 48
    1. 1.1 vooroordelen 48
    2. 1.2 etnocentrisme 49
    3. 1.3 racisme 49
  34. 34 2 kenmerken 49
  35. 35 3 Benaderingen 49
    1. 3.1 Coercion-theorie 50
    2. 3.2 Realistische-conflicttheorie 50
    3. 3.3 Robbers Cave-experiment 50
    4. 3.4 Jane Elliot 51
    5. 3.5 Stanford Gevangenisexperiment 51
    6. 3.6 Sociaalcognitieve benadering 51
    7. 3.7 Sociale-identiteitstheorie en socialisatie 51
  36. 36 4 Invloed 51
    1. 4.1 Stereotypedreiging 51
    2. 4.2 Contacthypothese 52
    3. 4.3 Blaming the victim 52
    4. 4.4 Illusoire correlaties 53
  37. 37 1 inleiding 53
  38. 38 2 soorten 54
  39. 39 3 Kenmerken 54
  40. 40 4 Meten 55
    1. 4.1 3 componenten model attitudes 55
  41. 41 5 Gedrag 55
  42. 42 6 veranderen 55
    1. 6.1 twee wegen voor overreding 55
    2. 6.2 bron, boodschap en publiek 56

Infos sur le Document

Publié le
17 mai 2026
Nombre de pages
57
Écrit en
2025/2026
Type
Resume
€8,66

Mauvais document ? Échangez-le gratuitement Dans les 14 jours suivant votre achat et avant le téléchargement, vous pouvez choisir un autre document. Vous pouvez simplement dépenser le montant à nouveau.
Rédigé par des étudiants ayant réussi
Disponible immédiatement après paiement
Lire en ligne ou en PDF

Seller avatar
Les scores de réputation sont basés sur le nombre de documents qu'un vendeur a vendus contre paiement ainsi que sur les avis qu'il a reçu pour ces documents. Il y a trois niveaux: Bronze, Argent et Or. Plus la réputation est bonne, plus vous pouvez faire confiance sur la qualité du travail des vendeurs.
zoetemilan
4,3
(3)
Vendu
55
Abonnés
0
Éléments
48
Dernière vente
2 jours de cela



Pourquoi les étudiants choisissent Stuvia

Créé par d'autres étudiants, vérifié par les avis

Une qualité sur laquelle compter : rédigé par des étudiants qui ont réussi et évalué par d'autres qui ont utilisé ce document.

Le document ne convient pas ? Choisis un autre document

Aucun souci ! Tu peux sélectionner directement un autre document qui correspond mieux à ce que tu cherches.

Paye comme tu veux, apprends aussitôt

Aucun abonnement, aucun engagement. Paye selon tes habitudes par carte de crédit et télécharge ton document PDF instantanément.

Student with book image

“Acheté, téléchargé et réussi. C'est aussi simple que ça.”

Alisha Student

Foire aux questions