Academiejaar 2025-2026
Abstract
Deze lesnotities zijn gekoppeld aan het boek Crisis and Inequality: The Political Economy of
Advanced Capitalism en maken deel uit van het vak in de derde bachelor Politieke
Wetenschappen aan de Universiteit Gent gedoceerd door professor Mattias Verrmeiren. Het
vak onderzoekt de wisselwerking tussen economische crises en ongelijkheid in hedendaagse
kapitalistische samenlevingen, met focus op Europa en de VS.
De nadruk ligt op de financiële crisis van 2008 en latere instabiliteit, voortkomend uit
structurele ongelijkheden en de interactie tussen schuld gedreven en export gedreven
economieën. Vanuit een politieke-economisch perspectief worden politieke keuzes,
machtsverhoudingen en institutionele veranderingen geanalyseerd.
Vier kernbeleidsdomeinen komen aan bod: macro-economisch beleid, sociaal beleid en
arbeidsmarkt, corporate governance en financieel beleid. De overgang van het Keynesiaanse
naoorlogse model naar neoliberale politiek sinds de jaren 1980 wordt kritisch besproken,
evenals de gevolgen voor inkomens- en vermogensongelijkheid.
Het vak biedt een kritische kijk op neoklassieke theorieën en benadrukt het belang van macht,
instituties en herverdeling voor het begrijpen van economische dynamieken in democratisch
kapitalisme.
Clémence Roman
1
,Clémence Roman Comparatieve politieke economie 2025-2026
Inhoudstabel
Les 1: Introductie..................................................................................................................................... 3
Les 2: Politieke economie van economische groei ................................................................................ 28
Les 3: Oorzaken en gevolgen van stijgende ongelijkheid ..................................................................... 46
Les 4: Sociaal overleg en de welvaartsstaat .......................................................................................... 62
Les 5: Corporate governance, opkomst van het aandeelhouderskapitalisme ........................................ 79
Les 6: Banken en financiële markten .................................................................................................... 98
Les 7: Inflatie en werkgelegenheid...................................................................................................... 122
Les 8: Opkomst (en val) van Keynesiaans macro-economisch beleid ................................................ 139
Les 9: Neoliberaal macro-economisch beleid -> depolitisering en disciplinering .............................. 158
Les 10: Slotbeschouwingen ................................................................................................................. 182
2
,Clémence Roman Comparatieve politieke economie 2025-2026
Les 1: Introductie – 16/02/2026
Wat is (Comparatieve) politieke economie?
- Politieke economie onderzoekt de interactie tussen politieke en economische
verschijnselen
• Toepassing van Laswell’s definitie van politiek – “Who gets what, when and
how”? – op de economie
❖ Ongelijkheid is een belangrijk thema waar politieke economen zich mee
bezig houden
• Comparatieve Politieke Economie (CPE) en Internationale Politieke Economie
(IPE)
❖ Comparatief: kijken naar verschillen tussen landen, hoe hun politiek-
economische systemen zijn geëvolueerd en hoe we die verschillen
kunnen verklaren
o Wereldeconomie wordt als gegeven beschouwd van de laatste
30-40 jaar
❖ Internationaal: kijken naar de wereldeconomie en we proberen te
begrijpen hoe deze is geëvolueerd de laatste eeuwen
2 belangrijke invalshoeken:
- Impact van sociale/politieke ontwikkelingen op de economie
• Grote Financiële Crisis 2008 als gevolg van financiële liberalisering in westerse
economieën
❖ Vooral de Europese en Amerikaanse banken waren getroffen (=trans-
Atlantisch)
❖ Hele zware crisis, zwaarste die de mens heeft gekend in de geschiedenis
o Meeste mensen ervaren dit niet zo omdat we een antwoord
hebben gegeven op deze crisis: banken gered, economie
ondersteund door expansief begrotingsbeleid waardoor de
(sociaal) economische effecten hiervan voor de meeste landen
beperkt zijn gebleven alhoewel we sinds dien te kampen met
economische stagnatie, hogere werkloosheid werkloosheid
▪ Werkloosheid is niet overal hoog/in sommige landen wel
al gedaald
▪ Stagnatie, het feit dat de economische groei lager ligt als
voor de crisis, is een fenomeen dat alle westerse
economieën kennen
o In sommige economieën, zoals bv Griekenland& andere Zuid-
Europese landen, is de crisis zwaarder geweest op sociaal
economisch vlak als de Grote Depressie
▪ Heeft te maken met dat ze verplicht werden harde
bezuinigingen door te voeren die uiteindelijk tot een
zware, diepgaande economische depressie hebben geleid
(↔ veel heftiger dan wat GR had meegemaakt tijdens
jaren 30 bij de Grote Depressie)
❖ Heeft een gedifferentieerde impact gehad op westerse landen, maar
algemene tendens is dat hij zwaar is geweest en we misschien wel onze
banken hebben kunnen redden, maar we in de eerste jaren (2008-2009)
3
, Clémence Roman Comparatieve politieke economie 2025-2026
onze economie hebben proberen ondersteunen via expansief
begrotingsbeleid (overheid is meer gaan uitgeven) ↔ maar vanaf 2015
algemene teneur dat westerse kampen te maken hebben met een groei
probleem
❖ Als we stellen dat stagnatie een gevolg is van deze crisis moeten we ons
afvragen van waar deze vandaan komt
o Meeste politieke economen gaan er van uit dat dit onmogelijk is
om te begrijpen hoe dit is losgeslagen in de VS en daarna in de
eurozone, zonder te kijken naar de politiek
▪ Decennia voor deze crisis hebben westerse regeringen
een politiek systeem hervormd, namelijk geliberaliseerd.
Regels afgeschaft die banken dwongen risico’s te nemen.
Hierdoor konden banken dus meer risico’s nemen omdat
ze zo meer winst kunnen maken door leningen toe te
kennen aan arme gezinnen tot dat deze niet meer kunnen
terugbetalen -> leidt tot zeepbellen in onze economie in
de vastgoedsector en dit was één van de basisfactoren
van deze crisis (waren zowel in Amerika als in enkele
Europese landen aanwezig). Wanneer deze barst komen
alle banken die deze leningen hebben toegekend in de
problemen en dat was de start van de grote financiële
crisis
▪ Waarom hebben westerse regeringen geliberaliseerd,
wisten we niet dat er meer risico’s zouden ontstaan en dat
er instabiliteit zou komen en wat verteld ons dat over de
rol& macht van commerciële banken die hiervan het
meeste baat hebben gehad? Hoe kunnen we begrijpen dat
financiële regelgeving en toezicht vooral in dienst stond
van de private/financiële sector en niet in het algemene
publieke belang (regalutory capture: het feit dat financiële
regulering gecapteerd wordt door de bedrijven die gesteld
worden gereguleerd te worden)? -> allemaal vragen over
politieke economie die we zullen bekijken in deze cursus
- Impact van economische ontwikkelingen op politiek en maatschappij
• Gevolgen van economische globalisering voor de welvaartstaat
❖ Economische globalisering maakt de welvaartsstaat onhoudbaar, want landen
met hoge welvaartsstaat halen hun inkomsten van belastingen wat wilt zeggen dat
die bedrijven ook worden geconfronteerd met een hogere arbeidskost en dit
maakt hun minder concurrentieel in de wereldeconomie
o Door hogere arbeidskost moeten ze hun prijzen verhogen
waardoor ze niet meer concurrentieel zijn in vergelijking met
bedrijven uit andere landen die kunnen opereren waar er minder
welvaartsstaat is en de arbeidskost lager is
o Men stelt dus dat die economische globalisering westerse
landen, waaronder BE, onder druk zet hun welvaartsstaat af te
bouwen en een pak minder genereus te maken
4