• Mauvais document ? Échangez-le gratuitement
  • Rédigé par des étudiants ayant réussi
  • Disponible immédiatement après paiement
  • Lire en ligne ou en PDF
Vendre
Où étudie-tu ?
La langue
Document preview thumbnail
Aperçu 3 sur 28 pages
Resume

Samenvatting klein vaarbewijs 1

Document preview thumbnail
Aperçu 3 sur 28 pages

Goede en duidelijke samenvatting voor het halen van je klein vaarbewijs 1 bij het CBR. Nu kan het nog zonder praktijk examen.

Aperçu du contenu

Vaarbewijs 18 mei
Manoeuvreren:
Schroef en roer:

Schroef  rechts (water naar links, boot naar bakboord) of links (water naar rechts) 
hierdoor trekt boot iets scheef. Eff ect erger bij achteruit varen.


Bakboord = L
Stuurboord = R

Roer geven  eerst roer dan gas
 Voor een ruime draai zonder snelheid verlies  klein beetje roer
 Zo krap mogelijke bocht  45 graden
 Roer dwars zetten heeft geen nut.

Schroef draaien met wielwerking mee  krappere bocht is mogelijk.
Schroefwerking TEGEN en hoge snelheid zorgen voor grotere draaicirkel.

Wind en stroming:

Wind van voor  kleine draaicirkel doordat je afgeremd wordt.
Wind van achter  grotere draaicirkel.
Stroming van voor  makkelijk manoeuvreren door lagere snelheid
Stroming van achter  moeilijk manoeuvreren, hogere snelheid.
Stroming van zij  moet gecompenseerd worden door op te sturen = kop van schip schuin
tegen stroming in te richten en gas te geven.

Rivier oversteken:
1. Eigen over tot je in havenmond kan kijken = haven open varen
2. Geen andere vaart dan oversteken
3. Wel andere vaart dan langzaam doorvaren tot je kan oversteken en dan terug naar
havenmonding. In haven monding staat een neer stroom, hiervoor met je corrigeren.

NOOIT:
Schuin oversteken voordat je in de havenmond hebt gekeken!!

,Keren en aanmeren:
Vooruit varend keren  draai van 180 graden  gewenste draaicirkel is zo klein mogelijk.
Let dus op de schroefwerking.

Rechtse schroef? Schip draait het best over bakboord L  begin draai aan stuurboord kant
van water

Linke schroef? Schip draait het best over stuurboord R  verplaats schip naar bakboord L
kant van het water en zet de draai in.

SCHEPEN AAN DE ‘GOEDE’ KANT VAN HET VAARWATER HEBBEN VOORRANG!

KEREN OP KORT BESTEK (TE SMAL VAARWATER OM DRAAI IN 1X TE MAKEN):

Rechtse schroef:
1. Ga naar de bakboordzijde van het vaarwater.
2. Rem eventueel wat af en geef dan 45o stuurboord roer met gas vooruit.
3. Sla achteruit vóór je tegen de stuurboord oever aanvaart.
4. Geef bakboord roer en vaar achteruit tot je weer bijna bij de bakboord oever bent.
De schroefwerking en het roer helpen je te draaien.
5. Geef stuurboord roer en gas vooruit om verder stuurboord uit te draaien.
6. Herhaal 4. en 5. tot je voldoende gedraaid bent.




Linkse schroef:
1. Blijf aan de stuurboordzijde van het vaarwater.
2. Rem eventueel wat af en geef dan 45o bakboord roer met gas vooruit.
3. Sla achteruit vóór je tegen de bakboord oever aanvaart.
4. Geef stuurboord roer en vaar achteruit tot je weer bijna bij de stuurboord oever
bent. De schroefwerking en het roer helpen je te draaien.
5. Geef bakboord roer en gas vooruit om verder bakboord uit te draaien.
6. Herhaal 4. en 5. tot je voldoende gedraaid bent.



2 schroeven  schroeven draaien in tegengestelde richting.

, Achteruitvaren:

Minder controle doordat er geen schroefwater langs het roer komt en er een sterk wieleffect
is. Wind heeft vrij spel bij achteruit varen.

Landvasten  lijnen met een kant een lus om schip aan de wal vast te maken. MINIMAAL 3,
tijdens examen 4.

De landvasten:
1. Voortros: lijn vanaf voorschip naar voren
2. Voorspring: lijn vanaf voorschip naar achteren
3. Achterspring: lijn van achterschip naar voren
4. Achtertros: lijn van achter naar achter

Tros: zelfde richting, voor=voor  vastleggen
Spring: tegengestelde richting, voor=achter  manoeuvreren

Aanmeren: eerst voorspring of achtertros, door gas vooruit houd je het schip tegen de wal.
Wegvaren: achterspring laten zitten, gas achteruit. Voorkant draait, hierdoor vooruit
wegvaren.

Wallen:
 Hoge wal  wind vanaf wal richting het water.
 Lage wal  wind van water naar wal.
 Langswal  wind evenwijdig aan de wal.

Wind ten opzichte van het schip:
 Loef zijde  zijde waar de wind tegen aan staat
 Lijzijde/luwe zijde  zijde waar de wind heen gaat.


Afvaren:
Volgorde van landvasten losmaken belangrijk voor examen. Praktijk niet.
 Vooruit afvaren op de achterspring:
1. Achtertros
2. Voorspring
3. Voortros
4. Achterspring  gas achteruit, voorkant van de kant, vooruit wegvaren. Wordt
pas losgemaakt als boot vooruit kan wegvaren.

 Achteruit afvaren op de voorspring:
1. Voortros
2. Achterspring
3. Achtertros
4. Voorspring  gas vooruit, achterschip gaat van kant, achteruit wegvaren.
Losmaken wanneer je wegvaart.

Livre connecté
 image
Éditeur: oktober 2015 ISBN: 9789491173172 Édition: 9

Infos sur le Document

Livre entier ?
Non
Quels chapitres sont résumés ?
Hoofdstuk 1 tot 5, nodig voor klein vaarbewijs 1
Publié le
19 mai 2021
Nombre de pages
28
Écrit en
2020/2021
Type
Resume
€6,99

Mauvais document ? Échangez-le gratuitement Dans les 14 jours suivant votre achat et avant le téléchargement, vous pouvez choisir un autre document. Vous pouvez simplement dépenser le montant à nouveau.
Rédigé par des étudiants ayant réussi
Disponible immédiatement après paiement
Lire en ligne ou en PDF

Vendu
7
Abonnés
7
Éléments
1
Dernière vente
3 année de cela



Pourquoi les étudiants choisissent Stuvia

Créé par d'autres étudiants, vérifié par les avis

Une qualité sur laquelle compter : rédigé par des étudiants qui ont réussi et évalué par d'autres qui ont utilisé ce document.

Le document ne convient pas ? Choisis un autre document

Aucun souci ! Tu peux sélectionner directement un autre document qui correspond mieux à ce que tu cherches.

Paye comme tu veux, apprends aussitôt

Aucun abonnement, aucun engagement. Paye selon tes habitudes par carte de crédit et télécharge ton document PDF instantanément.

Student with book image

“Acheté, téléchargé et réussi. C'est aussi simple que ça.”

Alisha Student

Foire aux questions