• Mauvais document ? Échangez-le gratuitement
  • Rédigé par des étudiants ayant réussi
  • Disponible immédiatement après paiement
  • Lire en ligne ou en PDF
Vendre
Où étudie-tu ?
La langue
Document preview thumbnail
Aperçu 4 sur 32 pages
Resume

Samenvatting Financiering & Financiële Markten voor A&C (alle tentamenstof!)

Document preview thumbnail
Aperçu 4 sur 32 pages

In deze samenvatting vind je alle hoofdstukken die van belang zijn voor het tentamen van Financiering & Financiële markten voor A&C (derde jaar bachelor Bedrijfskunde A&C track). De hoofdstukken zijn compleet samengevat incl. alle begrippen.

Aperçu du contenu

Samenvatting Corporate Finance – Berk & DeMarzo (2024) + Graham & Harvey (2001)




Samenvatting Corporate Finance
Berk & DeMarzo (2024) – Zesde editie
Graham & Harvey (2001) – The Theory and Practice of Corporate Finance


Hoofdstukken: 14, 15, 16, 17, 18, 19, 22, 23, 24, 25, 28, 29, 30




Pagina 1

,Samenvatting Corporate Finance – Berk & DeMarzo (2024) + Graham & Harvey (2001)




Hoofdstuk 14 – Capital Structure in a Perfect Market
Dit hoofdstuk introduceert de fundamentele vraag van kapitaalstructuur: hoe moet een
onderneming haar activiteiten financieren – met eigen vermogen (equity), vreemd vermogen
(debt), of een combinatie? Berk & DeMarzo beginnen met een vereenvoudigd model zonder
marktimperfecties om te laten zien wat kapitaalstructuur in beginsel niet uitmaakt.

14.1 Eigen Vermogen versus Vreemd Vermogen Financiering
Een onderneming kan haar investeringen financieren door aandelen uit te geven (equity
financing) of door geld te lenen (debt financing). Het totaal van alle uitstaande effecten vormt
de kapitaalstructuur van de onderneming.
- Equity (eigen vermogen): De aanspraken van aandeelhouders op de kasstromen
van de onderneming. Aandeelhouders ontvangen wat er overblijft nadat alle
schuldeisers zijn betaald.
- Debt (vreemd vermogen / schuld): Een lening waarbij de onderneming verplicht is
rente en aflossing te betalen, ongeacht de bedrijfsresultaten.
Kapitaalstructuur (Capital Structure) is de verhouding tussen eigen vermogen en vreemd
vermogen waarmee een onderneming haar activa financiert.
Leverage (financiële hefboom) is de mate waarin een onderneming gebruik maakt van
vreemd vermogen. Een hogere leverage vergroot zowel het verwachte rendement als het
risico voor aandeelhouders.

14.2 Het Modigliani-Miller Theorem – Stelling I (zonder belastingen)
Modigliani en Miller (MM) bewijzen dat in een perfecte markt de waarde van een
onderneming onafhankelijk is van haar kapitaalstructuur. Dit is de beroemde MM Propositie I
(zonder belastingen):
MM Propositie I: In een perfecte kapitaalmarkt is de totale waarde van de onderneming
gelijk aan de marktwaarde van haar vrije kasstromen, ongeacht hoe de onderneming is
gefinancierd.
De intuïtie: beleggers kunnen zelf leverage aanbrengen of verwijderen (homemade
leverage). Als een gefinancierde onderneming meer waard zou zijn dan een
ongefinancierde, zouden beleggers dit arbitrage-voordeel uitbuiten totdat de prijzen gelijk
zijn.
- Perfecte kapitaalmarkt: Een markt zonder belastingen, transactiekosten,
faillissementskosten of informatieverschillen, waarbij alle partijen gelijke toegang
hebben tot kapitaalmarkten.
- Homemade Leverage: De mogelijkheid van individuele beleggers om zelf
schuldpositie te creëren (of weg te strepen) via persoonlijk lenen of uitlenen,
onafhankelijk van de kapitaalstructuur van de onderneming.
- Arbitrage: Een risicovrije winst door het kopen en verkopen van identieke
kasstromen tegen verschillende prijzen. In een perfecte markt zijn
arbitragemogelijkheden onmogelijk.

14.3 MM Propositie II – Effect op het Rendement van Eigen Vermogen
MM Propositie II beschrijft wat er met het vereiste rendement op eigen vermogen (rE)
gebeurt als de leverage toeneemt:


Pagina 2

,Samenvatting Corporate Finance – Berk & DeMarzo (2024) + Graham & Harvey (2001)



MM Propositie II: rE = rU + (D/E) × (rU − rD), waarbij rU het rendement op een
ongefinancierde onderneming is, rD de kosten van schuld en D/E de debt-to-equity ratio.
Hoe hoger de leverage, hoe hoger het vereiste rendement van aandeelhouders – omdat zij
meer financieel risico dragen. De WACC (gewogen gemiddelde vermogenskostenvoet) blijft
echter constant.
- WACC (Weighted Average Cost of Capital): De gewogen gemiddelde kostenvoet
van kapitaal: WACC = (E/V)×rE + (D/V)×rD. In een perfecte markt zonder
belastingen is WACC = rU.
- rU (Unlevered cost of capital): Het vereiste rendement van een volledig eigen-
vermogensgefinancierde onderneming, ook wel de opportunity cost of capital van de
bedrijfsactiviteiten.
Financial risk (financieel risico) is het extra risico dat aandeelhouders lopen door het
gebruik van schulden, bovenop het operationele (business) risico.
Business risk (operationeel risico) is het risico van de kasstromen van de onderneming
zelf, onafhankelijk van de financieringsstructuur.

14.4 Kapitaalstructuur met Aandelen en Risicovol Schuld
Wanneer schuld risicovol is (d.w.z. er bestaat een kans op faillissement), delen zowel
aandeelhouders als schuldeisers in het risico. MM Propositie I blijft geldig: de totale waarde
van de onderneming verandert niet. Wel verandert de verdeling van risico en rendement
tussen de verschillende claim-houders.
- Risicovol schuld (Risky Debt): is een schuld waarbij de kans bestaat dat de
onderneming niet volledig kan terugbetalen. Schuldeisers dragen dan een deel van
het bedrijfsrisico.

Conclusie hoofdstuk 14: In een perfecte markt is de kapitaalstructuur irrelevant voor de
waarde van de onderneming. Dit vormt het startpunt; de vervolgstelling is: wat maakt
kapitaalstructuur in de praktijk wél relevant? Dat zijn de marktimperfecties (belastingen,
faillissementskosten, informatieasymmetrie) die in de volgende hoofdstukken worden
behandeld.




Pagina 3

, Samenvatting Corporate Finance – Berk & DeMarzo (2024) + Graham & Harvey (2001)




Hoofdstuk 15 – Debt and Taxes
Hoofdstuk 15 introduceert de eerste grote marktimperfectie: belastingen. Rente op schuld is
in de meeste landen fiscaal aftrekbaar, wat een belastingvoordeel creëert voor
schuldfinanciering. Dit doorbreekt de MM-irrelevantie en maakt schuld aantrekkelijk.

15.1 Het Belastingschild van Schuld
De fiscale aftrekbaarheid van rente zorgt voor een jaarlijks belastingvoordeel dat het 'interest
tax shield' wordt genoemd.
- Interest Tax Shield (belastingschild van rente): De belastingbesparing die
optreedt doordat rentebetalingen fiscaal aftrekbaar zijn: Tax Shield = τc × rD × D,
waarbij τc het vennootschapsbelastingtarief is en D de marktwaarde van de schuld.
Stel: een onderneming betaalt €1.000 rente per jaar en het belastingtarief is 25%. Dan
bespaart de onderneming €250 aan belastingen. Deze besparing verhoogt de cashflow die
beschikbaar is voor vermogensverschaffers.

15.2 MM met Vennootschapsbelasting – Propositie I
MM Propositie I (met vennootschapsbelasting): VL = VU + PV(Tax Shield), waarbij:
- VL de waarde van de gefinancierde onderneming is
- VU de waarde van de ongefinancierde onderneming
- PV(Tax Shield) de contante waarde van toekomstige belastingbesparingen.
Bij permanente schuld D en constant belastingtarief τc geldt: PV(Tax Shield) = τc × D.
Dit impliceert dat elke euro schuld de ondernemingswaarde met τc verhoogt. Volledig
schuldgefinancierd zou dus optimaal zijn – maar dat is in de praktijk niet zo (zie hoofdstuk 16
voor de tegenwerpingen).
- VL (Value of Levered Firm): De totale marktwaarde van een onderneming met
schulden in de kapitaalstructuur.
- VU (Value of Unlevered Firm): De totale marktwaarde van een onderneming die
uitsluitend met eigen vermogen is gefinancierd.

15.3 De WACC met Belastingen
Met belastingen wordt de effectieve WACC lager dan rU, omdat rente fiscaal aftrekbaar is:
WACC (met belasting): WACC = (E/V)×rE + (D/V)×rD×(1−τc)
De factor (1−τc) verlaagt de effectieve kosten van schuld, wat de WACC drukt en de
ondernemingswaarde vergroot. Meer schuld → lagere WACC → hogere
ondernemingswaarde (ceteris paribus).

15.4 Het Dividend-Ontvangstbelastingeffect (Persoonlijke Belastingen)
Naast vennootschapsbelasting bestaan er persoonlijke belastingen op dividend en
vermogenswinst. Als dividendinkomen zwaarder belast wordt dan rente-inkomen bij de
ontvanger, verslechtert dit het voordeel van eigen vermogen verder. Echter, als persoonlijke
belastingen op rente-inkomen hoger zijn dan op aandelen-inkomen, wordt het
belastingschild gedeeltelijk tenietgedaan.




Pagina 4

Table des matières

  1. 01 Hoofdstuk 14 – Capital Structure in a Perfect Market 2
    1. 14.1 Eigen Vermogen versus Vreemd Vermogen Financiering 2
    2. 14.2 Het Modigliani-Miller Theorem – Stelling I (zonder belastingen) 2
    3. 14.3 MM Propositie II – Effect op het Rendement van Eigen Vermogen 2
    4. 14.4 Kapitaalstructuur met Aandelen en Risicovol Schuld 3
  2. 02 Hoofdstuk 15 – Debt and Taxes 4
    1. 15.1 Het Belastingschild van Schuld 4
    2. 15.2 MM met Vennootschapsbelasting – Propositie I 4
    3. 15.3 De WACC met Belastingen 4
    4. 15.4 Het Dividend-Ontvangstbelastingeffect (Persoonlijke Belastingen) 4
    5. 15.5 Optimale Kapitaalstructuur met Belastingen Alleen 5
  3. 03 Hoofdstuk 16 – Financial Distress, Managerial Incentives, and Information 6
    1. 16.1 Kosten van Financial Distress 6
    2. 16.2 De Trade-Off Theorie 6
    3. 16.3 Agency-Kosten van Schuld 6
    4. 16.4 Voordelen van Schuld: Disciplinaire Werking 7
    5. 16.5 Asymmetrische Informatie en Kapitaalstructuur 7
  4. 04 Hoofdstuk 17 – Payout Policy 8
    1. 17.1 Dividenden versus Aandeleninkoop 8
    2. 17.2 Irrelevantie van Uitkeringsbeleid (MM) 8
    3. 17.3 Belastingen en Uitkeringsbeleid 8
    4. 17.4 Dividendsignalering 9
    5. 17.5 Agency-Overwegingen bij Uitkeringsbeleid 9
  5. 05 Hoofdstuk 18 – Capital Budgeting and Valuation with Leverage 10
    1. 18.1 Overzicht: Drie Methoden 10
    2. 18.2 De WACC-methode in Detail 10
    3. 18.3 De APV-methode in Detail 10
    4. 18.4 De FTE-methode in Detail 10
    5. 18.5 Welke Methode te Kiezen? 11
    6. 18.6 Projectkosten van Kapitaal bij Leverage 11
  6. 06 Hoofdstuk 19 – Valuation and Financial Modeling: A Case Study 12
    1. 19.1 Opzet van een Financieel Model 12
    2. 19.2 FCF-Berekening 12
    3. 19.3 Terminalwaarde (Terminal Value) 12
    4. 19.4 Enterprise Value en Equity Value 12
    5. 19.5 Gevoeligheidsanalyse en Scenario-Analyse 13
  7. 07 Hoofdstuk 22 – Real Options 14
    1. 22.1 Wat zijn Real Options? 14
    2. 22.2 Soorten Real Options 14
    3. 22.3 Waardering van Real Options 14
    4. 22.4 Wanneer zijn Real Options Belangrijk? 14
  8. 08 Hoofdstuk 23 – Raising Equity Capital 16
    1. 23.1 Externe Eigen Vermogensfinanciering: Overzicht 16
    2. 23.2 Startup Financiering en Venture Capital 16
    3. 23.3 Beursgang (Initial Public Offering – IPO) 16
    4. 23.4 Alternatieven voor IPO 17
    5. 23.5 Seasoned Equity Offering (SEO) 17
  9. 09 Hoofdstuk 24 – Debt Financing 18
    1. 24.1 Soorten Bedrijfsschuld 18
    2. 24.2 Obligatiekenmerken 18
    3. 24.3 Credit Ratings 19
    4. 24.4 Syndicaatleningen en Obligatiemark 19
  10. 10 Hoofdstuk 25 – Leasing 20
    1. 25.1 Basisvormen van Leasing 20
    2. 25.2 Waardering van een Leasecontract 20
    3. 25.3 Waarom Leasing? 20
    4. 25.4 Leasing vanuit Perspectief van de Lessor 20
  11. 11 Hoofdstuk 28 – Mergers and Acquisitions 22
    1. 28.1 Achtergrond: Fusie vs. Overname 22
    2. 28.2 Motieven voor M&A 22
    3. 28.3 Overnameproces en Structuur 22
    4. 28.4 Betaling: Cash vs. Aandelen 23
    5. 28.5 Waardecreatie bij M&A 23
    6. 28.6 Verdedigingstactieken 23
  12. 12 Hoofdstuk 29 – Corporate Governance 24
    1. 29.1 Het Agency-Probleem 24
    2. 29.2 Raad van Commissarissen / Raad van Bestuur 24
    3. 29.3 Aandeelhoudersrechten 24
    4. 29.4 Beloningsprikkels (Executive Compensation) 24
    5. 29.5 Externe Governance-Mechanismen 25
    6. 29.6 Corporate Governance in Internationale Context 25
  13. 13 Hoofdstuk 30 – Risk Management 26
    1. 30.1 Waarom Hedgen Ondernemingen? 26
    2. 30.2 Financiële Risico's 26
    3. 30.3 Hedginginstrumenten: Derivaten 26
    4. 30.4 Afdekking van Valutarisico 27
    5. 30.5 Renteafdekking 27
    6. 30.6 Value at Risk (VaR) 27
    7. 30.7 Grenzen van Hedging 27
  14. 14 Graham & Harvey (2001) – The Theory and Practice of Corporate Finance: Evidence from the Field 29
    1. Onderzoeksopzet 29
    2. Bevindingen: Capital Budgeting 29
    3. Bevindingen: Kosten van Kapitaal (WACC) 29
    4. Bevindingen: Kapitaalstructuur 30
    5. Bevindingen: Dividendbeleid 30
    6. Theoretische Implicaties 30
  15. 15 Overzicht: Kernbegrippen per Onderwerp 32
    1. Kapitaalstructuur – Kern 32
    2. Uitkeringsbeleid – Kern 32
    3. Waardering met Leverage – Kern 32
    4. Real Options – Kern 32
    5. M&A en Corporate Governance – Kern 32
    6. Risicobeheer – Kern 32

Livre connecté
 image
Jonathan Berk, Peter Demarzo Corporate Finance, Global Edition
Éditeur: Inconnu ISBN: 9781292446318 Édition: Inconnu

Infos sur le Document

Cours
Livre entier ?
Non
Quels chapitres sont résumés ?
Hoofdstukken: 14, 15, 16, 17, 18, 19, 22, 23, 24, 25, 28, 29, 30
Publié le
12 mai 2026
Nombre de pages
32
Écrit en
2025/2026
Type
Resume
€12,49

Mauvais document ? Échangez-le gratuitement Dans les 14 jours suivant votre achat et avant le téléchargement, vous pouvez choisir un autre document. Vous pouvez simplement dépenser le montant à nouveau.
Rédigé par des étudiants ayant réussi
Disponible immédiatement après paiement
Lire en ligne ou en PDF

Seller avatar
Les scores de réputation sont basés sur le nombre de documents qu'un vendeur a vendus contre paiement ainsi que sur les avis qu'il a reçu pour ces documents. Il y a trois niveaux: Bronze, Argent et Or. Plus la réputation est bonne, plus vous pouvez faire confiance sur la qualité du travail des vendeurs.
abbedrijfskunde
5,0
(1)
Vendu
14
Abonnés
0
Éléments
6
Dernière vente
3 mois de cela



Pourquoi les étudiants choisissent Stuvia

Créé par d'autres étudiants, vérifié par les avis

Une qualité sur laquelle compter : rédigé par des étudiants qui ont réussi et évalué par d'autres qui ont utilisé ce document.

Le document ne convient pas ? Choisis un autre document

Aucun souci ! Tu peux sélectionner directement un autre document qui correspond mieux à ce que tu cherches.

Paye comme tu veux, apprends aussitôt

Aucun abonnement, aucun engagement. Paye selon tes habitudes par carte de crédit et télécharge ton document PDF instantanément.

Student with book image

“Acheté, téléchargé et réussi. C'est aussi simple que ça.”

Alisha Student

Foire aux questions