1. Inleiding
18de eeuw = crisis van de stijl
⟶ centrale vraag: Hoe moeten we bouwen en wat is mooi?
vroeger wisten ze wat mooi was, maar nu beginnen ze hierover te twijfelen...
2. De verlichting
= Het nieuwe denken.
⟶ Periode van de verlichting of de eeuw van de rede (tussen 1650 en 1804)
⟶ optimistisch toekomstbeeld
⟶ verkenning van grote delen van de wereld
⟶ spanning tussen wetenschap en geloof (durven geloven ipv. traditie)
= reactie tegen contrareformatie
⟶ macht adel daalt, macht burger stijgt.
Wat verandert er?
Voor barok: waarheid = geloof + kerk
Vanaf barok: waarheid = Wetenschap + observatie
18e eeuw = Verlichting
De Franse filosoof Michel Foucault noemt zo’n denkkader een épistème: de manier waarop een
tijdperk bepaalt wat als waarheid wordt gezien.
Kenmerken van de verlichting: Gevolgen:
Vertrouwen in de rede (durf te weten) Scheiding van kerk en staat
Optimisme over vooruitgang Ontstaan van moderne samenleving
Groei van wetenschap en kennis Individualisering en emancipatie
Afname van de macht van kerk en adel Globalisering (meer contact met andere culturen)
Toename van burgelijke invloed
⟶ Door deze verandering gaan mensne zelf nadenken, ook over kunst en schoonheid
, 3. Filosofen van de verlichting
Jean-Jacques Rousseau (1712 - 1778)
De mens is van nature goed
De samenleving maakt hem slecht
Vrijheid en natuur zijn essentieel
⟶ Hij pleit voor een terugkeer naar de natuur en authenticiteit
Denis Diderot (1713 - 1784)
Hoofdredacteur van de Encyclopedie
Probeert alle kennis te verzamelen en te ordenen
⟶ De wereld moet begrijpbaar en logisch gestructureerd zijn.
MAAR er was spanning
Rousseau ⟶ natuur en gevoel
Diderot ⟶ orde en rede
Dit spanningsveld zie je later teurg in de architectuur.
4. Politieke verandering in de 18de eeuw
De 18de eeuw is ook een periode van grote politieke veranderingen:
Franse Revolutie (1789)
⟶ einde van de macht van de adel
⟶ opkomst van de burgerij
groei van koloniale rijken (bv. Groot-Brittannië)
slavenhandel
nieuw bestuurssystemen
Gevolg:
De samenleving verandert van een koninklijk systeem naar een burgermaatschappij.
5. Nieuwe rol van kunst en architectuur
vroeger:
Kunst diende religie en de kerk
Nu:
Kunst wordt wereldlijk (seculier = niet gebonden aan geloof)
Kunst is voor een breder publiek
⟶ ontstaan van problemen: Wat als kunst niet meer religieus is, wat is schoonheid?