1.Inleiding: Waarom is de Japanse architectuur bijzonder
⟶ Japan wordt gezien als een soort ‘Design powerhouse’
(sterk in design en architectuur)
⟶ Er bestaat niet één stijl, maar er zijn wel typsche kenmerken:
Belangrijkste ideeën:
Eenvoud (niet overdreven) Rust en sfeer
Minimalisme (weinig maar doordacht) Lichte materialen
Aandacht voor detail Slim omgaan met ruimte
⟶ Deze pricipes komen telkens later terug: in huizen, tuinen, kastelen én zelfs in moderne architectuur.
2.Traditionele Japanse huizen (vernaculaire architectuur)
Wat is vernaculair?
= gewone, traditionele bouw van/voor de mensen zelf (geen paleizen)
Belangrijk:
Vooral houten huizen
Geen grote monumenten zoals in Europa
Focus op praktische en eenvoudige bouw
Voorbeeld: Minka
Minka= Huis van de mensen
⟶ Traditionele Japanse boerderij gebouwd sinds de 15de eeuw
Hoe worden ze gebouwd?
Structuur = palen en pijlers, geen muren!
⟶ Als er muren worden gebruikt zijn deze dus niet dragend.
Dit pricipe is SUPER belangrijk ⟶ komt later terug in het modernisme
Interieur:
Ruimtes zijn flexibel
Tatami matten op de vloer als laag over een vloer uit aangestampte aarde.
⟶ tatimi matten worden in specifieke vloerverbanden geplaatst.
Grens tussen binnen en buiten = vaag
Natuurlijke materialen
, 3. Edo-periode (1603-1867) ⟶ De context
Edu = nu Tokyo
= Een van de grootste steden ter wereld
Japan = stabiel en goed georganiseerd = periode van stabiliteit!
⟶ het wordt in de Edo periode een sterk geavanceerde en verstedelijkte
technologische samenleving.
⟶ Macht bij de shogun (dynastie van opperbevelhebbers in de Edu
periode).
⟶ keizer heeft weinig macht
⟶ Ontstaan van nieuwe stedelijke en voorstedelijke vormen.
Gevolg:
Sterke steden
Nieuwe soorten gebouwen
Groei van cultuur en economie
4.Kastelen en macht
Voor Edo:
Weinig monumentale gebouwen (bv. Pagodes Religieuze plaats)
Tijdens Edo:
Kastelen worden belangrijk (macht uiten en tonen)
Voorbeeld: Kasteel Himeji (1601 - 1613)
Kenmerken:
gebouwd op heuvel (= strategisch)
omringd door muren en grachten
meerdere verdedigingslagen
toren = observatie + bescherming
Belangrijk concept: Sociale stratificaite = samenleving in lagen
Elite woont in het centrum (veiligste plek)
Gewone mensen daarbuiten
Architectuur toont macht en hërarchie
RUIMTE = Politiek instrument