Overkoepelend observatie verslag: vakdidactiek biologie
Afgelopen periode mocht ik stagelopen in twee verschillende onderwijsvormen namelijk
ASO en TSO. Ik observeerde een aantal lessen bij oud leerkrachten en nieuwe leerkrachten.
Ik observeerde bij verschillende vakleerkrachten: biologie, natuurwetenschappen, wiskunde,
latijn, … Ik had het geluk stage te mogen lopen in mijn oude school waar ik zelf les volgde
van het 1ste tot het 4de middelbaar. De school staat bekend om zijn kleinschaligheid. Dit
doordat ze gelegen is in een klein dorpje en er in de steden rondom veel grotere scholen
zijn. Tijdens de periode dat ik er naar school ging, waren er enkel ASO -richtingen.
Momenteel zijn er ook TSO en BSO-richtingen die men daar kan volgen. Sommige
leerkrachten heb ik zelf nog gehad, maar er zijn ook al leerkrachten aan de slag met wie ik
zelf nog in de klas heb gezeten. Kenmerkend aan de school is zijn groene omgeving en
persoonlijke aanpak. Zo spreken de leerlingen de leerkrachten aan met mevrouw of meneer
en de voornaam. Ook de leerkrachten kennen de namen van de meeste leerlingen. Betreft
de groene omgeving kan er tijdens de middagpauze naar de pleinen gegaan worden. Via een
korte wandeling van 5 min kom je op een uitgestrekte weide waar een basketbalveld en
verschillende voetbalvelden zijn ingericht. Rondom rond staan er ook overal bankjes waar je
kan zitten en er is ook een overdekte ruimte om te zitten.
Doordat de school vroeger enkel ASO-richtingen had en kleinschaliger was dan nu zijn
sommige klaslokalen aan de kleine kant. Zeker wanneer er een klas van 25 leerlingen is.
Doordat de klassen aan de kleine kant zijn, dienen de leerlingen dicht bij elkaar te zitten wat
het ook verleidelijker maakt om met elkaar te babbelen. Dit is een eerste valkuil van de
school. Een sterkte van de school is het beperkte lerarenkorps. De meeste leerkrachten
werken met een aantal vaste collega’s met wie ze samen aan eenzelfde graad doceren. De
klasteams kunnen zo goed op elkaar inspelen en vlot communiceren met elkaar. Op de
school hangt er een familiale sfeer zowel in de leraarskamer als op de speelplaats. In de
leraarskamer is de directeur ook vaak aanwezig. Hij mengt zich vaak onder de leerkrachten
en polst naar hoe ze zich voelen. Ook op de speelplaats toont de directeur zich vaak en
kunnen de leerlingen bij hem terecht.
De leerkrachten passen hun les aan aan de klasgroep die ze voor zich hebben. Zo
observeerde ik dat de leerkrachten die lesgeven aan de eerste graad de leerlingen meer
actief laten experimenteren en concreet te laten ervaren. Ze geven de voorkeur aan situaties
waarbij de leerlingen zo snel mogelijk aan de slag kunnen. Dit sluit aan bij de leerstijl van een
doener. In de tweede graad ligt de nadruk meer op reflectief observeren en abstract
conceptualiseren. De leerlingen worden aan het denken gezet, ze dienen te redeneren en
meer zelfstandig aan het werk te gaan om de leerstof te verwerken. Dit sluit beter aan bij de
leerstijl van een denker. Ikzelf kan mij het best aansluiten bij een denkende leerstijl en een
betekenisgerichte leerstijl. Ik zoek graag verbanden, hou van structuur in mijn leerstof en
probeer steeds met een kritische blik de leerstof te verwerken.
Afgelopen periode mocht ik stagelopen in twee verschillende onderwijsvormen namelijk
ASO en TSO. Ik observeerde een aantal lessen bij oud leerkrachten en nieuwe leerkrachten.
Ik observeerde bij verschillende vakleerkrachten: biologie, natuurwetenschappen, wiskunde,
latijn, … Ik had het geluk stage te mogen lopen in mijn oude school waar ik zelf les volgde
van het 1ste tot het 4de middelbaar. De school staat bekend om zijn kleinschaligheid. Dit
doordat ze gelegen is in een klein dorpje en er in de steden rondom veel grotere scholen
zijn. Tijdens de periode dat ik er naar school ging, waren er enkel ASO -richtingen.
Momenteel zijn er ook TSO en BSO-richtingen die men daar kan volgen. Sommige
leerkrachten heb ik zelf nog gehad, maar er zijn ook al leerkrachten aan de slag met wie ik
zelf nog in de klas heb gezeten. Kenmerkend aan de school is zijn groene omgeving en
persoonlijke aanpak. Zo spreken de leerlingen de leerkrachten aan met mevrouw of meneer
en de voornaam. Ook de leerkrachten kennen de namen van de meeste leerlingen. Betreft
de groene omgeving kan er tijdens de middagpauze naar de pleinen gegaan worden. Via een
korte wandeling van 5 min kom je op een uitgestrekte weide waar een basketbalveld en
verschillende voetbalvelden zijn ingericht. Rondom rond staan er ook overal bankjes waar je
kan zitten en er is ook een overdekte ruimte om te zitten.
Doordat de school vroeger enkel ASO-richtingen had en kleinschaliger was dan nu zijn
sommige klaslokalen aan de kleine kant. Zeker wanneer er een klas van 25 leerlingen is.
Doordat de klassen aan de kleine kant zijn, dienen de leerlingen dicht bij elkaar te zitten wat
het ook verleidelijker maakt om met elkaar te babbelen. Dit is een eerste valkuil van de
school. Een sterkte van de school is het beperkte lerarenkorps. De meeste leerkrachten
werken met een aantal vaste collega’s met wie ze samen aan eenzelfde graad doceren. De
klasteams kunnen zo goed op elkaar inspelen en vlot communiceren met elkaar. Op de
school hangt er een familiale sfeer zowel in de leraarskamer als op de speelplaats. In de
leraarskamer is de directeur ook vaak aanwezig. Hij mengt zich vaak onder de leerkrachten
en polst naar hoe ze zich voelen. Ook op de speelplaats toont de directeur zich vaak en
kunnen de leerlingen bij hem terecht.
De leerkrachten passen hun les aan aan de klasgroep die ze voor zich hebben. Zo
observeerde ik dat de leerkrachten die lesgeven aan de eerste graad de leerlingen meer
actief laten experimenteren en concreet te laten ervaren. Ze geven de voorkeur aan situaties
waarbij de leerlingen zo snel mogelijk aan de slag kunnen. Dit sluit aan bij de leerstijl van een
doener. In de tweede graad ligt de nadruk meer op reflectief observeren en abstract
conceptualiseren. De leerlingen worden aan het denken gezet, ze dienen te redeneren en
meer zelfstandig aan het werk te gaan om de leerstof te verwerken. Dit sluit beter aan bij de
leerstijl van een denker. Ikzelf kan mij het best aansluiten bij een denkende leerstijl en een
betekenisgerichte leerstijl. Ik zoek graag verbanden, hou van structuur in mijn leerstof en
probeer steeds met een kritische blik de leerstof te verwerken.