(wetboek bij documenten afdrukken en meenemen naar examen)
(Begrippen op examen aan de hand van een voorbeeld, casussen op examen
zullen behandeld worden tijdens de les.)
1.Basisbeginselen en verplichtingen:
Syllabus praktisch economisch recht p.51
t.e.m. 68
1.1 begrip
Volgens het Wetboek van Economisch Recht is een onderneming:
Elke organisatie die een economische activiteit uitoefent.
Het WER onderscheidt daarbij drie categorieën:
1. Natuurlijke personen
Iedereen die zelfstandig een beroepsactiviteit uitoefent (bv.
zelfstandigen, vrije beroepen, landbouwers).
2. Rechtspersonen
Alle organisaties met rechtspersoonlijkheid (bv. bv, nv, vzw, stichting).
3. Andere organisaties zonder rechtspersoonlijkheid
Maatschappen
VOF
Feitelijke verenigingen
Andere samenwerkingsverbanden
Het uitoefenen van een economische activiteit is doorslaggevend.
Niet de rechtsvorm, maar wat de organisatie doet, bepaalt of ze een
onderneming is.
Het verschil tussen een natuurlijke persoon en een rechtspersonen?
Mensen van vlees en bloed zijn natuurlijke persoon. (jij en ik
(eenmanszaken))
Rechtspersoon = een juridische entiteit die zelfstandig kan handelen ((bv,
nv), vzw’s, stichtingen en overheidsinstellingen.)
Organisaties zonder rechtspersoonlijkheid maar zij kunnen niet volledig
zelfstandig deelnemen ze doen dat via een tussenpersoon
Dit zijn GEEN ondernemingen:
Organisaties zonder rechtspersoonlijkheid zónder winstoogmerk
o → Geen winstuitkering, geen economische activiteit → Vb.: feitelijke
verenigingen zonder marktactiviteit
Publiekrechtelijke rechtspersonen die geen goederen of diensten
op de markt aanbieden
o → Principe: algemeen welzijn, dus geen economisch doel → Vb.:
FAVV → publieke taak, geen onderneming
, Uitzondering: → Publieke instellingen die wél goederen of diensten op de
markt brengen → Vb.: NMBS, bpost
Overheden en bepaalde openbare instellingen
o → Federale Staat, gewesten, gemeenschappen, provincies,
hulpverleningszones, OCMW’s → Geen economische activiteit →
geen onderneming
Deze definitie geldt tenzij er in een ander boek een andere definitie wordt
gegeven
Belang van de ondernemingskwalificatie
De kwalificatie als “onderneming” heeft gevolgen voor:
• Faillissement
→ Alleen ondernemingen kunnen failliet verklaard worden.
• Bescherming tegen oneerlijke marktpraktijken
→ Regels uit Boek VI zijn van toepassing op ondernemingen.
• Ruimer bewijsrecht
→ Ondernemingen mogen gebruikmaken van een soepeler bewijsstelsel.
• Afzonderlijke rechtbank
→ Bevoegdheid van de Ondernemingsrechtbank.
• Vermoeden van ondernemingsverbintenis
→ Handelingen van een onderneming worden vermoed beroepsmatig te
zijn. (je handelt altijd voor de onderneming)
Onderneming of niet? (soort examen vragen)
1. Tom is een zelfstandige kapper die een eenmanszaak heeft. Hij ontvangt
klanten in zijn salon en vraagt hiervoor betaling. => ja. Tom oefent als natuurlijke
persoon zelfstandig een beroepsactiviteit uit, dus hij is een onderneming.
2. Vier advocaten oefenen samen hun beroep uit via een maatschap zonder
rechtspersoonlijkheid. Ze delen de winst.=> Ja. Ook een maatschappij zonder
rechtspersoonlijkheid die winst uitkeert (dus niet in de onderneming houdt) is een
onderneming.
3. Een toneelvereniging zonder rechtspersoonlijkheid organiseert jaarlijks enkele
voorstellingen, enkel voor leden. Ze maakt geen winst en keert niets uit.=> Ze
zijn geen onderneming. Het doel is niet economisch maar sociaal cultureel en er
is geen winstuitkering.
4. Een vzw beheert een dierenasiel. Ze vraagt adoptiebijdragen om de kosten te
dekken, maar winstuitkering is uitgesloten. Ja. En vzw is een rechtspersoon en hij
oefent economische activiteit uit.
5. Marc heeft enkele kippen en een moestuin voor eigen gebruik. Af en toe
verkoopt hij wat eieren aan buren. Nee, zijn activiteit is te beperkt (op
,regelmatige basis zou het wel een onderneming zijn). Het gaat om een hobby,
geen zelfstandige beroepsactiviteit.
6. Een openbare universiteit biedt onderwijs aan, ontvangt inschrijvingsgeld en
doet onderzoek in opdracht van bedrijven. Het is gedeeltelijk wel en gedeeltelijk
niet. Voor de onderwijsactiviteit is algemeen welzijn dus geen onderneming maar
op vlak van inschrijvingsgeld wel een onderneming.
1.2 statuut
Elke burger is vrij om een economische activiteit naar keuze uit te oefenen
Iedereen heeft de vrijheid om een onderneming op te richten en zich te vestigen
op de plaats dat hij wil. (Vrijheid van vestiging, dienstverlening en algemene
verplichtingen)
1.De vereiste is wel= handelingsbekwaam
->De persoon moet juridisch bekwaam zijn om handelingen te stellen.
2.Onverenigbaarheden
Bepaalde functies mogen geen winstbejag nastreven om
belangenvermenging te vermijden.
Ambten, functies of beroepen in het algemeen belang
→ Onverenigbaar met commerciële activiteiten
→ Doel: onafhankelijkheid en neutraliteit waarborgen
Voorbeelden: • Politieagenten • Magistraten • Notarissen • Andere functies met
publieke verantwoordelijkheid
3.Verbodsbepalingen
Rechterlijk verbod op ondernemingsactiviteiten of bestuursfuncties
→ Een rechter kan iemand verbieden om een onderneming te voeren of
bestuursmandaten uit te oefenen.
• Gronden voor een bestuursverbod
Misdrijven zoals: • financiële fraude • valsheid in geschrifte • oplichting
Gefailleerden → Vooral bij kennelijk grove fout of fraude
• Centraal register voor bestuursverboden
→ Registratie van personen die tijdelijk of definitief geen bestuursfuncties mogen
uitoefenen.
1.3 verplichtingen
A. Inschrijven bij de KBO
→ Verplichte registratie in de Kruispuntbank van Ondernemingen.
, KBO = Kruispuntbank van Ondernemingen
Wat?
De KBO is een centrale databank van de FOD Economie met alle
basisgegevens van ondernemingen en hun vestigingseenheden.
Doel (dubbel doel):
• Efficiëntere werking van overheidsdiensten
• Vereenvoudiging van administratieve procedures voor ondernemingen
Werking
• De KBO centraliseert alle basisgegevens
• Verspreidt deze info naar bevoegde overheidsdiensten
• Elke onderneming en vestigingseenheid krijgt een uniek
identificatienummer → Hiermee kunnen overheden onderling gegevens
uitwisselen
Wie?
Moeten zich inschrijven in de KBO:
• Elke rechtspersoon naar Belgisch recht
→ bv, nv, vzw, stichting, …
• Elke natuurlijke persoon die zelfstandige beroepsactiviteiten
uitoefent in België
→ zelfstandigen, vrije beroepen, landbouwers, …
• Elke buitenlandse of internationale rechtspersoon met activiteiten in
België
→ zodra er een zetel, vestigingseenheid of bijkantoor in België is.
• Elke organisatie zonder rechtspersoonlijkheid met
uitkeringsoogmerk
→ maatschap, VOF, andere samenwerkingsvormen die winst willen uitkeren.
• Vestigingen/instanties met opdrachten van openbaar nut
→ Voorwaarden: • Belgisch recht • Financiële en boekhoudkundige autonomie •
Onderscheiden van de publiekrechtelijke rechtspersoon waarvan ze afhangen
Gegevens die worden opgenomen:
• Naam of firmanaam
• Adressen (maatschappelijke zetel + vestigingseenheden)
• Rechtsvorm (bv, nv, vzw, …)
• Rechtstoestand (actief, geschrapt, failliet, …)
• Oprichtings- en stopzettingsdatum
• Identificatiegegevens van de oprichters
• Economische activiteiten (→ NACEBEL-codes)
• Andere basisidentificatiegegevens
• Toelatingen, erkenningen en vergunningen
• Bankgegevens + Contactgegevens
Ondernemingsnummer
• Uniek identificatienummer
• 10 cijfers → Eerste cijfer = 0 of 1 → De rest vormt ook het btw-nummer
• Niet overdraagbaar
• Verplicht te gebruiken in alle communicatie (facturen, contracten, website, …)
Vestigingseenheidsnummer
• Uniek identificatienummer (10 cijfers) → Eerste cijfer = 2 t.e.m. 8
• Verschilt van het ondernemingsnummer
• Aparte nummering per vestigingseenheid
• Overdraagbaar tussen entiteiten → bv. bij fusie, overname, splitsing