• Mauvais document ? Échangez-le gratuitement
  • Rédigé par des étudiants ayant réussi
  • Disponible immédiatement après paiement
  • Lire en ligne ou en PDF
Vendre
Où étudie-tu ?
La langue
Document preview thumbnail
Aperçu 3 sur 20 pages
Resume

Samenvatting Filosofie | Het moderne kunstbegrip | Universiteit Gent | 2025/26

Document preview thumbnail
Aperçu 3 sur 20 pages

Dit zijn aantekeningen van het filosofiecollege bij Cluster Steven Jacobs over het moderne kunstbegrip aan Universiteit Gent. De stof behandelt de ontstaan van het moderne kunstconcept in de late 18e eeuw, belangrijke filosofen zoals Kant en Baumgarten, en kernconcepten uit de esthetica zoals het schone, autonomie en originaliteit. Met concrete voorbeelden als het werk van Cindy Sherman en hedendaagse beeldcultuur, ideaal voor het examen.

Aperçu du contenu

CLUSTER STEVEN JACOBS
HET MODERNE KUNSTBEGRIP
Kunst -> begrip bestaat al veel langer dan de 18de eeuw -> ver terug in de menselijke geschiedenis

- Moderne begrip ‘kunst’ -> ontstaan in de late 18e eeuw
o Product van Verlichting, industriële revolutie (economische en sociale deel), kapitalisme
o Kunst als onderdeel van de moderniteit
 Voordien: andere betekenissen, ander gebruik
- Kunst als een “autonoom” fenomeen, los van andere zaken
o Kunst was daarvoor ingebed in bepaalde zaken; godsdienst
o Artistieke disciplines waren afkomstig van religieuze zaken
 Museum ontstaat doordat kunst los staat van de samenleving
 Ontstaan van kunstgeschiedenis (met architectuurgeschiedenis)
 Ontstaan van archeologie -> periode van ontdekkingen, vb. Pompeii
 Ontstaan van filosofische discipline van de esthetica



ONTSTAAN VAN FILOSOFISCHE DISCIPLINE VAN DE ESTHETICA


BELANGRIJKE PERSONEN
1. Friedrich Wilhelm
2. Joseph Schelling
3. Friedrich Schiller
4. Immanuel Kant




ALEXANDER GOTTLIEB BAUMGARTER
 1ste die de term esthetica gebruikte zoals wij hem kennen
 Reserveerde de term esthetiek voor reflectie over schoonheid -> filosofische reflectie daarover
 Vroegere term esthetica = de leer van waarneming (in het algemeen)
 Ontwikkeling van de term esthetica als een filosofische discipline




IMMANUEL KANT
 Geassocieerd met verlichting
o “verlichting is het ontkomen van de mens aan de onmondigheid waaraan hij zelf schuldig
is”
 Grondlegger van het Duits idealisme en romantiek
o Romantiek; antiverlichtingselementen
 Maker van 3 boeken/ kritieken
1. Kritik der reinen Vernunft; epistemologie, onderzoek naar de grotslagen van kennis
2. Kritik der praktischen Vernunft; moraal filosofie
3. Kritik der Urteilskraft (1790); oordeelsvermogen
a. Esthetica = belangrijk domein
b. Aanzet tot cirkelredenering (Kant)
c. Theoretisch + autonoom => zuiver denken
 Modern
o Esthetische wordt ingeroepen vanuit bewustzijn van een crisis
o Breuk van de mens en de wereld, de mens en zichzelf
 Opening tot hoe we onszelf tot de wereld kunnen verhouden

, Het schone
o Waarneming ervan -> gevoel van genieten
o We voelen het vlug aan, sensibiliteit = globale synthese
o Verhouding schone en goede (relatie + verschil beklemtonen)
 Verschil: goede hangt af van het doel/ functionaliteit
 Schone: belangeloosheid
 Verschilt van behaaglijk
 Universaliteit en algemeen geldigheid van ethische oordeel
o Ethische gevoel: meer dan louter zintuigelijke waarneming
o Belangeloosheid => universaliteit
o Verbeelding en verstand
 Verstand: rationeel element, er kan over gediscuteerd worden
o Paradox van doelmatigheid zonder doel
 Zweckmässigkeit ohne Zweck
o Het schone lijkt ons als iets opgedrongen -> iedereen moet iets schoon vinden
 Kunstschoon en natuurschoon
o Verschil: ervaarder beseft dat kunst door de mens is gemaakt
o Bij Kant wordt dit verschil geminimaliseerd
o Creatief principe aanwezig in de natuur
o Goede kunstwerken geven de illusie dat ze niet gemaakt zijn
o Moderne kunst = fragmentarisch
 Schone vs sublieme, erhabene
o Schoonheid heeft te maken met een zintuigelijke vorm -> kan een boven zintuigelijk idee
opwekken
o Sublieme; vormeloosheid, overstijgt de vorm, verwoestende kracht…



 Natuurverwoestende fenomenen
 Late 18de eeuw (industriële revolutie) er is iets
moois in het verwoestende idee van de natuur
 Landschappen waar gevaar in zit -> gevaar dat
op afstand blijft




Caspar David Friedrich

 Romantische schilder
 ‘wandelaar boven de
wolkenzee’
 Eenzame persoon langs de rug

,  Visualisering van de eindeloosheid
o Weinig detail/ geen opstapeling
o Machteloosheid van de figuur tov het machtig landschap




GEORG WILHELM FREIDRICH HEGEL

(1770-1831)

 Kunst en het schone verbinden aan de geschiedenis
o Verbonden aan een historisch concept
 Visie kunst en geschiedenis zijn aan elkaar verbonden
 Geschiedenis: neerslag van ontwikkeling van de Geist/ Geest
o Christelijke, spirituele connotaties
o Beschrijven als het denken/ het mentale
 Steeds verder gaande abstrahering
 Vooruitgangsfilosofie
 Kunst is de zintuigelijke waarneembare verschijning van Geist
o Kunst: oppervlakteverschijnsel
 Zintuigelijke kennis (zoals Kant en Baumgarten) wordt gedevalueerd
 Voortuig van het denken
o Kunst: niet meer dan vehikel van het denken/Geist
o Kunst: eerder representatie van bepaalde cultuur dan bijdrage tot die cultuur
o Kunst: symbolisch
o Belangrijkste functie kunst: representeren en articuleren van Goddelijke in materiële
vorm -> gestalte geven aan de geest


3 STADIA VEN KUNST = 3 STADIA VAN GEIST
 Onderscheiding in de stappen van de kunst = in de stappen van de geschiedenis



1. Symbolisch ~ architectuur -> visualiseren de zwaarte van de materialen perfect
2. Klassiek ~ beeldhouwkunst -> menselijk lichaam staat centraal, beantwoord aan het denken
3. Romantisch/modern ~ schilderkunst -> abstractie
 Ontwikkeling van de cultuurgeschiedenis




IDEE: KUNST ZAL OOK EEN EINDE HEBBEN
Opeenvolging van stadia: weerspiegelt steeds individueler wordende mens -> subjectieve indrukken
worden belangrijker dan objectieve vorm

- Uiteindelijk einde van de kunst: immaterialisering
o Kunst wordt filosofie of religie
o Kunst wordt getransformeerd tot een soort spiritualiteit
- Geschiedenis van de kunst: geen cyclisch proces maar lineair met doel
- Kunstwerken uit het verleden -> enkel begrepen worden vanuit standpunt van heden (Hegel)
o Wij hebben beter begrip van kunstwerken dan tijdsgenoten

Table des matières

  1. 01 Het moderne kunstbegrip 1
    1. Ontstaan van filosofische discipline van de esthetica 1
    2. Georg wilhelm freidrich hegel 3
    3. Kant en Hegel 4
  2. 02 Kunst en moderniteit 8
    1. Deze fenomenen: 8
    2. Nieuwe soort visuele ervaring: Simmel, Benjamin, Kracauer 9
    3. Italiaans Futurisme, ca 1909-1915 12
  3. 03 Vervreemding, fetisj, reproductie, simulacrum 15
    1. Vervreemding resulteert in fetisjkarakter van koopwaar (Karl Marx) 15
    2. Surrealisme (1920-1940) 16
    3. Na woii: intensivering van processen aangestipt door marx en benjamin 18
    4. Situatie van vandaag 20

Infos sur le Document

Publié le
27 avril 2026
Nombre de pages
20
Écrit en
2024/2025
Type
Resume
€11,16

Mauvais document ? Échangez-le gratuitement Dans les 14 jours suivant votre achat et avant le téléchargement, vous pouvez choisir un autre document. Vous pouvez simplement dépenser le montant à nouveau.
Rédigé par des étudiants ayant réussi
Disponible immédiatement après paiement
Lire en ligne ou en PDF

Vendu
0
Abonnés
0
Éléments
6
Dernière vente
-



Pourquoi les étudiants choisissent Stuvia

Créé par d'autres étudiants, vérifié par les avis

Une qualité sur laquelle compter : rédigé par des étudiants qui ont réussi et évalué par d'autres qui ont utilisé ce document.

Le document ne convient pas ? Choisis un autre document

Aucun souci ! Tu peux sélectionner directement un autre document qui correspond mieux à ce que tu cherches.

Paye comme tu veux, apprends aussitôt

Aucun abonnement, aucun engagement. Paye selon tes habitudes par carte de crédit et télécharge ton document PDF instantanément.

Student with book image

“Acheté, téléchargé et réussi. C'est aussi simple que ça.”

Alisha Student

Foire aux questions