• Mauvais document ? Échangez-le gratuitement
  • Rédigé par des étudiants ayant réussi
  • Disponible immédiatement après paiement
  • Lire en ligne ou en PDF
Vendre
Où étudie-tu ?
La langue
Document preview thumbnail
Aperçu 4 sur 116 pages
Resume

Samenvatting - Pathofysiologie 1: neurologie

Document preview thumbnail
Aperçu 4 sur 116 pages

Dit is een samenvatting van Pathofysiologie 1: neurologie uit het eerste semester. Ideaal voor studenten die moeilijker leren uit uitgebreide teksten en nood hebben aan een overzichtelijke, beknopte weergave.

Aperçu du contenu

Pathofysiologie: neurologie


8. INTRODUCTIE
- Belang vak: verband met GM voor behandeling
- Neuroloog: dokter, een niet-snijdende discipline (geen chirurg)
- Neurologische aandoening bv. migraine
- Obama, BRAIN initiative = initiatief om over 10j dieper inzicht te krijgen in ZS

8.1 inleiding Hersenen
Zenuwstelsel (ZS) ruggenmerg
- Communicatie- en controlenetwerk → snel en aangepast reageren op omgeving
o Voor gewaarwording + perceptie: nodig om te integreren, functioneren → overleven
- Omgeving:
1. Extern: wereld buiten lichaam (bv. bal komt op je af → je ontwijkt)
2. Intern: eigen lichaamsweefsels en constituenten (bv. ademhaling, hartritme..)

- Werking:




Sensorische info → info integreren met vooraf → handeling uitvoeren door
Verwerken opgedane info uit geheugen effectororganen (spieren, klieren)
+ beslissen over de te
nemen actie

- Functionele opdeling zenuwstelsel:
• “bewust”: somatisch deel (actief) van het zenuwstelsel (bv: spierstelsel)
• ”onbewust”: autonome (passief) zenuwstelsel (bv: hartritme, ademhaling,
doorbloeding, endocriene functies)

- Elke handeling vraagt hoge mate van coördinatie van alle lichaamsdelen
bv. opheffing arm: ook activatie van spieren in wervelkolom en benen → evenwicht + positie te
bepalen → integratie van sensorische organen (zicht, vestibulair..)
• nog ingewikkelder: verandering in intern omgeving bv. hardlopen: hartritme, ademhaling..
- processen worden continu bijgestuurd en gemonitord door ZS, waarbij subsystemen efficiënt
moeten samenwerken om het organisme correct te laten functioneren

- Anatomische opdeling zenuwstelsel:
• Centraal zenuwstelsel (CZS): hersenen en ruggenmerg
• Perifeer zenuwstelsel (PZS): uittredende zenuwen en ganglia ( net buiten CZS = alles wat
binnenkomt en weggaat, bezenuwen alle delen v/h lichaam)




1

, - signaal via PZS naar hersenen
- elektrische signalen → hersenen




Figuur 1: voorstelling circuit van onderdelen va ZS die rol spelen bij respons v/h ZS

8.2 Cellulaire componenten v/h ZS
ZS bestaat uit weefsels, cellen en bloedvaten
- Cellen (=bouwstenen), omgeven bindweefsel (+/- vaste positie) en bloedvaten (voldoende 𝑂2 )

2 ≠ celtypes
1. Neuronen: zenuwcellen (86 biljoen!)
o Functie: generen van signalen (elektrisch (=actiepotentialen) of chemisch) naar andere
neuronen of effector cellen (bv. spiercellen)
o Contact tussen neuronen = synaps = plaats waar signaal doorgaat naar volgende cel
o waarbij synaptische transmissie kritisch is voor werking van neuronen

2. Gliale cellen: neuroglia= ‘zenuwlijm’ (soort lijm/bijeenhouden..) (85 biljoen)
o Lang beschouwd als passieve steunelementen i/h ZS (“zenuwlijm”) die het interne en
metabole milieu van het ZS in standhouden
o Steeds duidelijker welke complexe impact ze hebben in de goede werking van het ZS


8.2.1 Neuronen
3 belangrijke componenten:
1. Cellichaam= perikaryon = soma
2. Uitsteeksels: neurieten (variabel: veel ≠ van neuron tot neuron)
o Dendrieten (signalen ontvangen)
o Axon (signalen wegsturen + kan heel lang zijn)
→ in axonheuvel → actiepotentiaal → signaaloverdracht
3. Synaps (signaaloverdracht op elektrische of chemische wijze)


Myeline: omhulsel, isolatie laag rond axon → veel
snellere geleiding van signalen




2

,Groot aantal varianten (zelfs zonder axonen en dendrieten) : reflecteert de intrinsieke functie v/d
specifieke neuronen

1. Cellichaam
- Nodige bestanddelen voor goede werking van neuronen (genetische/enzymatische machinerie en
cruciale organellen (bv. kern, mitochondriën… ))
- Ontvangt ook synaptische input:
o Elektrische/chemische signalen van andere neuronen
o Synaptische input is kwantitatief minder belangrijk, MAAR kwalitatief wel
▪ Door: proximiteit tot het axon → synaptische signalen naar het cellichaam die
van de dendrieten overheersen
▪ Hoe dichter axon bij axonheuvel, hoe sterker actiepotentiaal (≠ in
membraanpotentiaal)

2. Dendrieten
- georganiseerd in dendritische boom = erg wisselend in aantal, lengte, vertakkingen en spatiële
organisatie
- Dendrieten maken contact met ≠ axonen + dienen zo als ‘antennes’ v/h neuron om inkomende
info te ontvangen
- Vorm en omvang, expressie van receptoren en kanalen: kritisch in hoe synaptische input het
neuron zullen beïnvloeden
- Dendritische snipes= kleine paddenstoelachtige uitstulpingen op dendrieten → synaptisch
contact voor excitatoire signalen (signalen van andere neuronen)

3. Axon
- Extensie van cellichaam
- Brengt celsignaal over naar andere neuronen of cellen dmv actiepotentiaal
- Elke neuron: 1 axon
- Zeer lang + variatie in diameter (! Dikkere axonen, geleiden sneller)
- Actiepotentiaal: gegenereerd in het proximale segment v/h axon (= axonheuvel, plaats waar axon
→ neuron)
- Al dan niet voorzien van myelineschede
o Isolatielaag + snellere overdacht v/d elektrische signalen
- Plaats signaaloverdracht aan eind axon = synaps



korte samenvatting:
• Dendrieten = Antennes die informatie aanvoeren
• Neuron = verwerkt deze informatie
• Axon = overdracht naar volgende neuron/cel




Structureel 4 soorten neuronen
1. Anaxonische neuronen: geen axon
2. Multipolaire “ : ≥ 3 uitstekels op soma (99% v/d neuronen in ZS = meest frequent)
3. Bipolaire “ : 2 uitstekels (een axon en een dendriet), bv. in de retina en geurzenuw
4. (speudo)unipolaire “ : 1 kort uitsteeksel dat opsplitst in 2 of meer vertakkingen bv. ganglioncellen
v/h PZS met een efferente (centrale) en afferente (perifere) uitloper


3

, Functioneel 3 soorten neuronen
1. Sensoriële neuronen: gevoelige of ‘input’-neuronen, geleiden de stimuli naar het CZS (=
afferente/aanvoerende neuronen)
2. Motorische “ : ‘output’-neuronen, geleiden prikkels vanuit CZS → effectoren ‘spieren, klieren)
(= efferente/afvoerende neuronen)
3. Interneuronen (= schakelneuronen): zorgen voor zeer complexe schakelingen tussen o.a.
sensoriele en motorische neuronen → werking reguleren




Cellichaam= metabole motor → synthese van alle cruciale onderdelen voor goede axonale en
synaptische werking
- Axonen: zeer lang → passie diffusie = onvoldoende → gespecialiseerd transportsysteem
- Metabole afhankelijkheid van axonen v/h cellichaam → axonen afsterven indien losgesneden van
hun cellichaam (= ‘Walleriaanse degeneratie’)
Experiment: zenuw doorsnijden → bepalen waar het degenererende axon naartoe gaat
2 soorten transport
1. Snel axonaal transport (tot 400mm/dag): voor vervoerde membraangebonden organellen en
mitochondria
2. Traag transport (1mm/dag): voor moleculen in cytoplasma (bv. eiwitten)
- Bv. een synaptische vesikel kan op 2.5 dagen van hersenschors naar uiteinde voet verplaatste
worden ↔ sommige eiwitten doen 3j over dezelfde afstand
 Concreet: transport verricht door microtubules: tramspoor waaraan gespecialiseerde
motorische proteïnes (kinesines en dyneines, 𝐶𝑎2+ afh transport) zitten

- Kinesines → axonaal anterograad transport: belangrijk in aanvoer en onderhoud van de
synaptische machinerie ( in richting van synaps)
- Dyneines → retrograad axonaal transport welke synaptische vesikels afvoert voor lysosomale
verwerking (in richting van cellichaam)




4

Infos sur le Document

Publié le
16 avril 2026
Nombre de pages
116
Écrit en
2024/2025
Type
Resume
€8,99

Mauvais document ? Échangez-le gratuitement Dans les 14 jours suivant votre achat et avant le téléchargement, vous pouvez choisir un autre document. Vous pouvez simplement dépenser le montant à nouveau.
Rédigé par des étudiants ayant réussi
Disponible immédiatement après paiement
Lire en ligne ou en PDF

Vendu
0
Abonnés
0
Éléments
9
Dernière vente
-




Pourquoi les étudiants choisissent Stuvia

Créé par d'autres étudiants, vérifié par les avis

Une qualité sur laquelle compter : rédigé par des étudiants qui ont réussi et évalué par d'autres qui ont utilisé ce document.

Le document ne convient pas ? Choisis un autre document

Aucun souci ! Tu peux sélectionner directement un autre document qui correspond mieux à ce que tu cherches.

Paye comme tu veux, apprends aussitôt

Aucun abonnement, aucun engagement. Paye selon tes habitudes par carte de crédit et télécharge ton document PDF instantanément.

Student with book image

“Acheté, téléchargé et réussi. C'est aussi simple que ça.”

Alisha Student

Foire aux questions