Rédigé par des étudiants ayant réussi Disponible immédiatement après paiement Lire en ligne ou en PDF Mauvais document ? Échangez-le gratuitement 4,6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Aperçu 4 sur 36 pages
Resume

Samenvatting Verpleegkundige methodiek en vaardigheden 4 - medische beeldvorming

Document preview thumbnail
Aperçu 4 sur 36 pages

2de jaar bachelor verpleegkunde, Vives Brugge semester 2

Aperçu du contenu

Verpleegkundige methodiek en vaardigheden 4 :
Hoofdstuk 3: Medische beeldvorming



Inleiding
Toevertrouwd aan verpleegkundigen
- Manipulatie van radioactieve producten (B1)
- Bediening van toestellen voor medische beeldvorming (C)
Meeste afdelingen voor medische beeldvorming (MB) : evenwichtige mengeling
aan verpleegkundigen en beeldvormers


Impact van de dienst medische beeldvorming op de taak van de
verpleegkundige:
- ZO voorbereiden en begeleiden bij een onderzoek of therapie
 zowel praktisch als psychologisch
 Praktisch : bv. nuchter houden
 Psychologisch : bv. motiveren
- ZO verzorgen na een onderzoek of therapie
(bv. controle punctieplaats na een arteriografie)
- ZO transporteren naar en van ene onderzoek of therapie
- Organisatie vd verschillende onderzoeken of therapiesessies : volgorde
onderzoeken, combinatie radiografische onderzoeken met andere
onderzoeken, voeding ZO, …
Taken en aspecten vpk op dienst MB
- Stralingspreventie (loodvesten, juiste stralingsdosis …)
 Uitz.: MR  magnetisme (geen GSM, bankkaarten, pacemakers …)
 Afstand tot stralingsbron bewaken
- Kwalitatieve opnames maken (gelet op verhouding buisspanning –
buisstroom)
- Bediening toestellen
- Patiënt informeren en begeleiden (afhankelijk van onderzoek)  betere
medewerking
 Rekening houden met cognitieve mogelijkheden, eerdere
ervaringen
 Correcte/realistische info verschaffen omtrent wachttijd
- Multidisciplinaire samenwerking (radioloog, anesthesist, medische
beeldvormers, secretariaatsmedewerkers, onderhoudspersoneel …)
- Assisteren arts (vb. punctie, angiografie)
- Patiënt positioneren (cave: comfort)
- Observaties/complicaties mondeling rapporteren aan radioloog/afdeling en
correcte handelingen uitvoeren
- Plaatsen infuus (vb. contraststof), medicatie voorbereiden
- Patiëntenflow opvolgen

1
VMV 4 Medische beeldvorming

,- Patiëntentransfers (ergonomie!)
- Fixeren van patiënt


1. Begrippenkader
1.1. Radiologie
Radio = radioactieve stof
Logie = leer, studie, kennis
Radiologie = een specialisme waar de geneesheer-radioloog bijgestaan wordt
door verpleegkundigen of medische beeldvormers beelden maakt van het
menselijk lichaam.
Bestaat uit :
 Röntgenstralen
 Geluidsgolven (echo)
 Magnetische velden (NMR)
Beelden dienen om :
 Afwijkingen op te sporen id anatomie
 Ziektes of afwijkingen te behandelen = interventionele radiologie

1.2. Radiografie
Radio, grafie = schrijven, optekenen, in beeld brengen
 Deze term wordt ook gebruikt om: een dienst radiologie te omschrijven
en soms om : RX opname of Röntgen opname te omschrijven

1.3. Radiotherapie
Radio, therapie = behandelen, genezen
 Staat los van de dienst radiologie
 Behandelt patiënt door hoge dosissen straling

1.4. Medische beeldvorming
 Wordt gebruikt als alternatief om een dienst radiologie te omschrijven  is
veel ruimer!

1.5. Radioactieve stoffen
Radio = radium, de eerste ontdekte stof met dit vermogen
Actieve = activiteit, het vermogen tot bepaalde actie
Radioactieve stoffen = stoffen die hetzelfde vermogen hebben als radium,
namelijk om een energie uit te zenden die andere stoffen kan doordringen
 In staat om een ioniserende straling op te wekken




2
VMV 4 Medische beeldvorming

, 1.6. Nucleaire geneeskunde
Nucleus (kern) => betreft niet de celkern uit de biologie, wel de kern van het
atoom uit de fysica.
Nucleaire geneeskunde = de geneeskunde die steunt op en gebruik maakt van
de kennis van de kernfysica
 Gebruikt radio-actieve stoffen : worden ingespoten en nadien gemeten als
ze weer uit de patiënt treden

1.7. Isotopen
Iso = zelfde, gelijk
Topen = plaats, lokalisatie (hier in de scheikundige tabel der atomen van
Mendeljev)
Isotopen = elementen die eenzelfde plaats bekleden in de tabel van Mendeljev,
dus elementen met eenzelfde elektrische lading (zelfde aantal elektronen en
protonen), maar met een verschillend aantal neutronen.
 Elementen hebben dezelfde scheikundige eigenschap
 Elementen hebben verschillende natuurkundige eigenschap
 Bepaalde isotopen zijn radioactief en worden gebruikt in de nucleaire
geneeskunde

1.8. Ioniserende straling
Ionisatie => een belangrijk effect bij energieoverdracht
Atoom : positieve kern en negatief geladen elektronen die zich op bepaalde
energieniveaus (banen) om de atoomkern
 Aantal elektronen : even groot als het aantal positief geladen protonen in
de atoomkern
 atoom netto een neutrale lading
Ioniserende straling (zoals röntgenstraling, gammastraling, en
deeltjesstraling) heeft genoeg energie om elektronen te verwijderen.
 Resultaat: een positief geladen ion (door verlies van elektron) en een
elektron dat door een ander atoom kan worden opgevangen, wat een
negatief geladen ion creëert.
 In moleculen kunnen geïoniseerde moleculen ontstaan.
Ionisaties kunnen chemische verbindingen veranderen, wat kan leiden tot
biologische schade.
Andere vormen van straling (zoals zichtbaar licht, infraroodstraling en
radiogolven) hebben onvoldoende energie om ionisatie te veroorzaken.




3
VMV 4 Medische beeldvorming

, 1.8.1. Corpusculaire straling: α- en β- stralen; niet geladen
deeltjes = neutronen
Alfa (α) deeltje : wordt door bepaalde radioactieve isotopen uitgezonden en
beschikt over een groot ioniserende vermogen (groot effect op de atomen die
erdoor geraakt worden)
 Door hun relatief grote massa: α- deeltjes zullen sterk afgeremd worden in
hun beweging
 In lucht : α- deeltje kunnen slechts enkele centimeter afleggen
 Alfadeeltjes bevatten een positieve lading ( meer protonen dan elektronen)
Beta (ß) deeltjes : hebben veel minder massa en zullen minder afgeremd worden
 In lucht : kunnen enkele meter doordringen (afhankelijk van hun energie
 In vaste stof : slecht enkele millimeter

1.8.2. Elektromagnetische golven: ϒ- en röntgenstralen (x-
stralen)
 Deze straling heeft geen massa en wordt niet afgeremd door de lucht
 Beweegt zich voort met een snelheid die de lichtsnelheid benadert (300
000 km/sec)
o Bij deze voortbeweging : elektromagnetische golven zullen
elektromagnetische golven karakteristieke tonen golftheorie en
deeltjestheorie

 Vorm van elektromagnetische straling
Elektromagnetische straling : bestaat uit fotonen die op grond van hun herkomst
worden onderscheiden
 Gamma (ϒ) straling: afkomstig uit de kern.
- Toepassingen: radiotherapie, schildklieronderzoek, opsporen van tumoren,
doden van micro-organismen en schimmels.
 Röntgenstraling: afkomstig door energieverlies van elektronen. Vaak,
maar beslist niet altijd, heeft röntgenstraling een lagere energie dan
gammastraling.
 Licht: ook afkomstig door overgangen van elektronen van de ene atomaire
baan naar een andere baan, maar nu meer in de buitenste banen, dus met
kleine energieverschillen. Dit uitzenden van licht heet scintilleren.
Elektromagnetische golven worden gekenmerkt door hun :
FREQUENTIE, GOLFLENGTE en ENERGIE




4
VMV 4 Medische beeldvorming

Table des matières

  1. 01 1. Begrippenkader 2
    1. 1.1. Radiologie 2
    2. 1.2. Radiografie 2
    3. 1.3. Radiotherapie 2
    4. 1.4. Medische beeldvorming 2
    5. 1.5. Radioactieve stoffen 2
    6. 1.6. Nucleaire geneeskunde 3
    7. 1.7. Isotopen 3
    8. 1.8. Ioniserende straling 3
    9. 1.9. Natuurlijke background bestraling 5
    10. 1.10. Halfwaardetijd 5
    11. 1.11. Radioactiviteit 6
  2. 02 2. Biologische effecten va ioniserende straling 8
    1. 2.1. Cellulaire (weefsel) gevoeligheid 8
    2. 2.2. Equivalente dosis 9
    3. 2.3. Effectieve dosis 9
    4. 2.4. Deterministische effecten van ioniserende straling 10
    5. 2.5. Stochastische effecten van ioniserende straling 11
  3. 03 3. Radioprotectie 13
    1. 3.1. ALARA 13
    2. 3.2. Dosislimieten 14
    3. 3.3. Beschermingsmaatregelen 15
  4. 04 4. Medische beeldvorming 18
    1. 4.1. Klassieke radiografie 19
    2. 4.2. Computertomografie 22
    3. 4.3. Nucleaire diagnostiek met open bronnen (voorbeelden) 23
    4. 4.4. Magnetische resonantie (MRI, NMR) 25
    5. 4.5. Echografie (+ doppler) 27
  5. 05 5. Contrastmiddelen 30
    1. 5.1. Inleiding 30
    2. 5.2. Jodiumcontraststoffen 31
    3. 5.3. Water onoplosbare contrastmiddelen 32
    4. 5.4. Contraststoffen voor MR 32

Infos sur le Document

Publié le
11 avril 2026
Nombre de pages
36
Écrit en
2024/2025
Type
Resume
€7,66

Mauvais document ? Échangez-le gratuitement Dans les 14 jours suivant votre achat et avant le téléchargement, vous pouvez choisir un autre document. Vous pouvez simplement dépenser le montant à nouveau.
Rédigé par des étudiants ayant réussi
Disponible immédiatement après paiement
Lire en ligne ou en PDF

Vendu
4
Abonnés
0
Éléments
68
Dernière vente
2 semaines de cela



Pourquoi les étudiants choisissent Stuvia

Créé par d'autres étudiants, vérifié par les avis

Une qualité sur laquelle compter : rédigé par des étudiants qui ont réussi et évalué par d'autres qui ont utilisé ce document.

Le document ne convient pas ? Choisis un autre document

Aucun souci ! Tu peux sélectionner directement un autre document qui correspond mieux à ce que tu cherches.

Paye comme tu veux, apprends aussitôt

Aucun abonnement, aucun engagement. Paye selon tes habitudes par carte de crédit et télécharge ton document PDF instantanément.

Student with book image

“Acheté, téléchargé et réussi. C'est aussi simple que ça.”

Alisha Student

Foire aux questions