Rédigé par des étudiants ayant réussi Disponible immédiatement après paiement Lire en ligne ou en PDF Mauvais document ? Échangez-le gratuitement 4,6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Aperçu 4 sur 91 pages
Resume

Samenvatting Politiek en beleid(H1-H13) - eerste jaar - artevelde student - januari examen! (eerste semester)

Document preview thumbnail
Aperçu 4 sur 91 pages

Ben jij student Sociaal Werk en merk je dat Politiek en beleid vaak abstract, verwarrend of overweldigend aanvoelt? Met deze overzichtelijke, kleurrijke en zorgvuldig opgebouwde samenvatting wordt de leerstof eindelijk helder en behapbaar. De samenvatting behandelt hoofdstuk 1 tot en met 13. Ikzelf moest de hoofstukken 4 en 11 niet kennen dus die zitten er jammer genoeg niet bij. Maar deze samenvatting sluit perfect aan bij wat je moet kennen voor het examen in januari. Ik haalde voor dit examen een 13 op 20, dus met deze samenvatting ben je zo goed als er door!! Veel succes!

Aperçu du contenu

Politiek en beleid – hoofdstuk 1 – het politieke
interactieproces
1. De meervoudige context v pol en beleid




1) geografische context
ruimtelijke situ v/e besturen territorium

2) demografische context
beleidsvoerders moeten rekening houden met de demografische kenmerken v sml
(vb. bevolkingsgrootte, bevolkingssamenstelling, migratie en vergrijzing)

3) sociaal-culturele context
verwijst naar levensbeschouwelijke opvattingen, processen v ontzuiling en ontkerkelijking,
veranderende waarden en opvatting v sml

4) technologische context
gaat techniek stagnerende samenleving (sml die vastzit, niet vooruit geraakt) beweging zetten,
maar kan ook chaos veroorzaken
veranderen de besturen
= organisatie en werkwijze wordt herijken
=ontstaan v nieuwe methoden v communicatie
=ontstaan v nieuwe manieren om te participeren
(vb. keuze tussen offline en/of online participatie)

5) economische context
wordt internationaal bepaald
belangrijke indicators
=bbp
=graad v werkgelegenheid
=de omvang v/d staatsschuld
=investeringen

6) juridische context
 zaken ter bescherming v burger liggen juridisch vast
deze context geeft machtsmiddelen aan burger


1

,7) historische context
bestuurders die pas aantreden willen eens breken met het beleid v hun voorgangers
= daardoor is er een plotse koerswijziging
- tasten de geloofwaardigheid v/d burgers
- roept verzet op

8) politieke context
geheel v pol visies, opvattingen en machtsverhoudingen
=bepalen in welke mate de beleidsvoerders op voldoende steun kunnen rekenen voor het voeren v/e
beleid
beleidsvoorstellen
= hebben weinig kans tegen dominante ideeën
beleidsvoerders
=moeten rekening houden met de specifieke politieke omgeving


2.1 uitgangsituaties
bevindt zich in een probleem
=die men wilt oplossen
deze situaties komt niet overeen met de mensen hun wensen
=ze willen iets veranderen

*Sow werkers
sociaal werkers zijn actief ‘waar het schuurt’
= ze hebben daardoor een bevoorrechte positie
= ze zullen de problemen erkennen en omschrijven

*probleemstelling
=niet objectief
- sommige ervaren een kwestie ernstig, andere hechten er minder belang aan  daarom is het
moeilijk om problemen onder de maatschappelijk en pol aandacht te brengen

2.2 agendavorming
kwestie op de beleidsagenda krijgen
= zodat er een beleidsantwoord kan volgen
verschillende actoren doen veel om toestanden te problematiseren en te politiseren
= kwestie rijp genoeg wordt om door de pol aangepakt te worden

invloed op agenda is een kwestie v
=timing
= ook externe druk verhogen
- spelen de media en de publieke opinie een rol

*sow werkers
sociaal werkers moeten hierin
=nagaan welke diensten/organisaties verantwoordelijk zijn voor verandering
=moeten contact maken met beleidsmakers rond de bepaalde kwestie aanpakken

2.2.1 niet 1, maar verschillende agenda’s
slechts aantal kwesties haalt de echte agenda

2

,= 3 verschillende agenda’s

1 de publieke agenda
= onderwerpen waarvan publieke opinie van oordeel is
= onderwerpen die de aandacht v politici moeten krijgen

2 de politieke agenda
= onderwerpen die de aandacht v/d politici & bestuurders hebben
3 beleidsagenda
= onderwerpen waaraan beleidsactoren werken om maatregelen voor te bereiden of in te voeren

2.2.2 selectiemechanismen bij agendavorming
 deze mechanismen bepalen wat er op de agenda komt

1) culturele sectie
aanvaard schema spelen een rol
= worden gevormd door
- heersende tijdsgeest
- dominante ideologieën
 voor nieuwe beleidsdomeinen is het moeilijk
= niet passen in de aanvaarde schema’s

2) agendavorming v bovenaf
 politieke actoren zetten zelf thema’s op de agenda

3) agendavorming v onderuit
 sommige thema’s krijgen van onderaf vlug een hoge plaats terwijl andere thema’s weinig
aandacht krijgen
= drie zaken spelen hierin een rol
1 grote publieke steun :
Probleem dat door een groot aantal burgers gesignaleerd wordt
2 goede strategie:
wijze waarop problemen gesignaleerd worden
-vooral goede communicatie
3 toeval:
kwesties kunnen plots onverwacht op pol agenda terechtkomen

2.2.3 een overladen agenda
het is moeilijk om iets op de agenda te krijgen, maar ook merken we dat die pol agenda overladen
is
= schijnbare tegenstelling kan verklaard worden
1 individuen en groepen zijn pol actiever:
2 pol moet steeds meer kwesties oplossen:
levensdomeinen zijn steeds meer zaken voor de politiek  overlast pol systeem wordt verlamd

2.2.4 agendavorming als probleemformulering
problemen worden geselecteerd en gestructureerd
= alleen problemen die uit de boom vallen worden geherformuleerd
=belangrijk bij de start hoe ze over dit probleem zullen spreken



3

, *sow werkers
sow werkers spelen een belangrijke rol in die “framing”
= ze gaan focussen op de beleving en de kijk op het probleem v men

2.3 analyse v/d beleidsomgeving
 om goede beleidsmaatregelen te ontwikkelen
= goed inzicht hebben in vroegere en huidige beleid
= dit vertrekt uit deze vragen
1 in welke zin dragen de huidige antwoorden bij tot aanpak
2wie kan worden aangesproken, wie is er al mee bezig
3 wat zijn elementne v steun voor veranderingen of elementen v verzet

*sow werkers
sow werkers aantonen
= dat het laten aanslepen v/e prob  leidt tot grotere sociale problemen op lange termijn

2.4 beleidsvoorbereiding
 analyse wordt verder gezet
oplossingen, alternatieven worden vergeleken
=neem veel tijd en actoren in beslag
belangrijker dan de beleidsbeslissing

2.4.1 haalbaarheid en wenselijkheid
haalbaarheid
=niet alle voorstellen v/d beleidsvoorbereiding zijn haalbaar
= er sneuvelen veel voorstellen  wettelijk of financieel niet haalbaar

wenselijkheid
=wnr beleidsvoorstellen van de ene ondergeschikt worden aan de voorstellen van de andere
= politieke strijd (feiten, argumentatieopbouw en macht)
(vb. Stel dat een stad moet kiezen tussen meer parkeerplaatsen of meer groen. Beide voorstellen zijn
mogelijk, maar ze kunnen niet allebei tegelijk worden uitgevoerd. In het politieke debat gebruiken
verschillende groepen feiten, argumenten en macht om hun voorstel te verdedigen. Uiteindelijk
wordt één voorstel gekozen en wordt het andere ondergeschikt)

2.4.2 inhoud en proces v beleidsvoorbereiding
inhoud
= wat wordt er voorgesteld of onderzocht?
- standpunten/gevoeligheden/visies
-cijfers/analyses/ voorstellen doen

proces
= hoe verloopt de afweging en wie wordt daarbij betrokken?

*sow werkers
deelnemen aan formele consultaties
(vb. deel te nemen aan hoorzittingen)
gebruik maken v informele participatie
(vb. open brieven waarin concrete eisen worden gelanceerd)
ze breken in bij het ontwikkelen v beleid

4

Table des matières

  1. 01 Politiek en beleid – hoofdstuk 1 – het politieke interactieproces 1
  2. 02 Politiek en beleid – hoofdstuk 2 – macht als motor in de politiek 7
  3. 03 1. macht als bedoelde invloed 7
    1. 4.2 overzicht machtsmiddelen 9
  4. 04 Politiek en beleid – hoofdstuk 3 – democratie Inleidend 11
  5. 05 1 democratie als principe 11
    1. 2.4 oligarchische bestuursvormen 16
  6. 06 3. Belgische pacificatiedemocratie 16
    1. 3.1 meerderheids-en consensusdemocratie 16
    2. 3.2 gewapende vrede: de belgische pacificatiedemocratie 17
    3. 4.2 verkiezingen 4.2.1 eerlijke verkiezingen 20
    4. 4.2.2 stemrecht 20
  7. 07 Politiek en beleid – hoofdstuk 5 – politieke stromingen 22
  8. 08 Politiek en beleid – hoofdstuk 6 – het openbaar bestuur 38
    1. 2.7.2 beroepsprofielen in sow 44
    2. 3.6 de publieke logica 47
    3. 4.4 ombudsdiensten 49
    4. Politiek – deel 2 – actoren hoofdstuk 7 – politieke partijen 1. omschrijving * definitie = een politieke partij is een vereniging of organisatie die deelneemt aan de verkiezingen van de politieke machthebbers. ( politieke partij komt niet voor in grondwet ! ) 51
    5. 2. functies van partijen 52
    6. 3. De partijorganisatie 3.1 partijbestuur en partijvoorzitter *partijbestuur wie zit erin :  ( voorzitter, secretaris, penningmeester, woordvoerder, mandatarissen,…) wat doet een partijbestuur  bespreekt de politieke actualiteit en de partijstandpunten *partijvoorzitter = machtige persoon (onderhandelaar en contactpersoon ) = “kingmaker” 54
    7. *3 functies partijvoorzitter 1) interne partijfuncties = voorzitten vd vergadering, interne partijproblemen oplossen, dagelijks bestuur regelen,.. 55
    8. 4. Partijfinanciering ( = complex systeem ) * de financiële middelen komen van ( sedert de wet dhoore)  de federale overheid en Vlaamse overheid  daarna ook regionale parlementen 55
    9. 5. particratie *België kent een particratie omwille vh overwicht v politieke partijen op allerlei instellingen en politieke besluitvormingsprocessen = politieke partijen doordringen het hele systeem en de samenleving ( samenstellen v regering, maken akkoorden, proberen hun programma’s te realiseren,…) 57
    10. 5.2 particratie in de Belgische politiek pogingen om er iets aan te doen mislukken  grote invloed op cruciale momenten  verlamt het werk vd regering conclusie : vertrouwen vd Vlaamse bevolking in de politieke partijen daalt enorm 57
    11. *hoe kan het beter? ( volgens Calvo ( groen ) )  regeringsonderhandeling verkorten  beperking lonen  betere ondersteuning parlementsleden  vrij stemgedrag  stevige beperking vd publieke financiering MAAR: particratie kan alleen afnemen als er bereidheid groeit bij beleidsmakers. 57
    12. 6.2 de problematiek van de stemverschuivingen * de problematiek van de zwevende kiezer = er is een toegenomen volatiliteit = men wisselt vaker van partij waarom?  de inhoudelijke afstand tss partijen is soms klein ( inhoudelijke thema’s belang vorming partijkeuze )  wat speelt ook mee in de keuze = tevredenheid over het gevoerde beleid, de partijleiding, identificatie met partij,..  keizers laten zich drijven door de corebusiness v/e partij *na verkiezingen = veel postelectoraal onderzoek WANT :  voor partijen is het belangrijk om te weten waar hun kiezers naartoe zijn, wat hun profiel is en wat de determinanten zijn van hun stemgedrag *wat is bepalend bij de burger op voor een partij te kiezen  kennis v politiek  waarden en attitudes  imago partijleiding  … 58
    13. 6.3 reacties op de crisis bij partijen  als beleidsmaker en organisatie staan ze wel nog sterk MAAR  ze zijn minder de vertegenwoordiger vd burgers ( hun contacten verzwakken met de burgers)  weinig vertrouwen in partijen 59
    14. Politiek – hoofdstuk 8 – Media: de vierde macht ? 59
    15. 1. het belang van de publieke sfeer *definitie publieke sfeer ( volgens Habermans) = het intermediaire communicatiesysteem tussen formele en informele groepen die zich zowel aan de top als onderaan het politieke systeem bevinden * 2 actoren volgens Habermans 1) politici die een platform zoekt om burgers mee te krijgen ( = de media ) 2) de mediabedrijven en journalisten die het nieuws brengen en becommentariëren  zo ontstaat een publiek debat  leidt tot politieke beslissingen * Habermans stelt : soft pressure = de subtiele, niet dwingende invloed van de media en publieke opinie op individuen en politici, die het debat en besluitvorming aansturen 59
    16. 4) mobilisator = media kan ook bepaalde thema’s op de publieke en politieke agenda plaatsen 60
    17. 3. De praktijk is soms anders * ideaalbeeld v media als controlerende macht  niet altijd gerealiseerd ( eerder schoothond? ) 60
    18. 3.1 hoe onafhankelijk zijn de media? *België  nieuwsmedialandschap heeft 3 soorten spelers 1) een sterke publieke omroep = De VRT  alle Vlamingen informeren, inspireren, verbinden om de slev te versterken 2) vier groter commerciële mediabedrijven ( DPG media, Mediahuis, Play media, Roularta) 3) een aantal kleinere kritische media vanuit alle ideologische stromingen ( bv dewereldmorgen,..) 60
    19. 3.2 bepalen media de agenda? *nieuwsmedia doet aan agendavorming!  media bepaalt waarover mensen spreken en zorgt voor discussies 61
    20. 3.3 bepalen media de publieke opinie? 61
    21. 3.4 bepalen media de politieke strijd? 61
    22. 3.5 de media als schoothond * de media kan ook soms niet kritisch genoeg zijn tegenover politici of andere machthebbers.  ipv hen te controleren volgen ze braaf wat de machtige spelers zeggen Een minister kondigt een nieuw beleid aan, en de media nemen zijn uitleg letterlijk over zonder kritische vragen te stellen, zoals: “Werkt dit wel?”, “Wat zijn de nadelen?”, of “Wie wordt er benadeeld?”. 62
    23. 4. verschuiving van de macht *commerciële startups groeien uit tot de rijkste bedrijven ter wereld (twitter werd verkocht aan elon musk ( X) ) 4.1 sociale media zijn anders *er zijn belangrijke verschillen tussen klassieke en sociale media  verbreding ( ied kan content maken ) = sociale media zorgt voor een breder forum, iedereen is vrij ( ook leugens en onzin kan) = bij klassieke media wordt de inhoud aangeleverd door feiten en doen ze een bronnencheck  versmalling ( filterbubbel) = sociale media versmalt onze blik, er is selectie mogelijk. ‘algoritmes’ = klassieke media richt zich tot een breed publiek ( radio, televisie ) 63
    24. 4.2 spektakeldemocratie * Van reybrouck stelt deze evolutie : 64
    25. *situatie sinds 1950  macht : grote partijen die nauwe banden hebben met middenveldorganisaties  partijtrouw is groot / verkiezingen zijn voorspelbaar situatie 1980-2000 :  publieke sfeer steeds meer in handen van commerciële mediabedrijven ( middenveld kalft af)  verkiezingen felle strijd via media situatie 2000-NU  sociale media zet politieke strijd op scherp  publiek geeft feedback via media  permanente verkiezingskoorts 64
    26. Politiek hoofdstuk 9 – burgerparticipatie en politiek 65
    27. 1. De politieke vervreemding: de ‘kloof’ tussen burger en politiek *moderne democratieën drijven op het vertrouwen vd publieke opinie  laatste tijd gaat er wat mis  wantrouwen en onmacht 65
    28. 1.1 wantrouwen en onmacht *de twee dimensies van politieke vervreemding zijn wantrouwen en onmacht *politieke onmacht kan gaan over…  interne onmacht ( = mensen zoals wij hebben geen invloed op de politiek ) externe onmacht ( = politici houden geen rekening met onze wensen ) *het wantrouwen tegenover de politiek kan zich richten…  op het politiek personeel ( ‘politici zijn zakkenvullers’)  op politieke instellingen ( partijen en regeringen)  op het breder politieke regime ( democratie ) 65
    29. 1.2 een verklaringsmodel voor de politieke vervreemding *op lange termijn is er een langzaam stijgende politieke vervreemding  er zijn geen objectieve factoren om dit te verklaren MAAR : wel subjectieve factoren : individualisme  subjectieve desinformatie *individualisme  groeiend individualisme wordt omgezet in politiek individualisme 2 vormen :  defensief individualisme ( = bij zwakkere groepen ) : = uit zich in gevoelens van onmacht en wantrouwen tegenover het ‘egoïsme’ van anderen = zwakkere groepen voelen zich slachtoffer  afkeer en onverschilligheid tegenover politiek 66
    30.  Offensief individualisme ( = bij sociaal bevoorrechte groepen ) = sterken eisen hun rechten op tegenover de overheid = ze gaan voor een politiek protest omdat ze niet veel verwachten v partijen = vervreemding 67
    31. 2. burgerparticipatie en democratie 2.1 burgerschap 67
    32. 2.2 burgerparticipatie en de verdieping van de democratie 67
    33. 2.3 participatielader ( zie p 284 ) 68
    34. 2.4 ongelijke participatie van burgers *bij verkiezingen:  alle burgers gelijk ( elk één stem)  geven een bepaald beeld, maar zegt weinig over noden en wensen vd burgers OPLOSSING:  aangevuld met andere vormen v participatie ( hoorzittingen, wijkbudgeten,…) = moeilijker 68
    35. 3. naar een nieuw samenspel tussen burger en politiek 3.1 wijzigende context, wijzigende participatie 69
    36. 3.3 perspectieven voor participatie 70
    37. Politiek- hoofdstuk 10 – middenveld en politiek *politieke interacties gebeuren niet alleen in het openbaar bestuur, maar ook in heel wat organisaties en verenigingen: ‘ het middenveld’  in de beleidscyclus speelt het middenveld vd agendavorming tot de evolutie een rol  zij vervullen drie opdrachten en spelen een rol in het versterken vd democratie 70
    38. = een gedifferentieerd en dynamisch geheel van organisaties, bewegingen en activiteiten die door burgers worden beheerd en die een autonome positie innemen tussen de private sfeer, de markt en de overheid 71
    39. 1. een brede omschrijving van het middenveld *definitie middenveld:  dynamisch = in het middenveld is er een voortdurende verandering in de soorten, thema’s en vormgeving vd organisaties  gedifferentieerd ( = verschillend) = er is heel wat variatie ( vakbonden, zelfhulpgroepen, verenigingen, klimaatcoalitie,…) ( ook samenwerkingsverbanden : coalities ) 71
    40. 2. ontstaan en ontwikkeling van het middenveld 72
    41. 3. overzicht van het hedendaagse middenveld 72
    42. 4. de politieke opdracht van het middenveld 4.1 de drie opdrachten van het middenveld 1) de sociale opdracht  zorgen voor ontmoeting, sociale samenhang, doorbreken isolement  biedt kansen tot samenwerken, engagement en wederzijdse steun 73
    43. 2) de dienstverlenende opdracht  aanleveren van diensten ( vakantieaanbod met speelpleinwerking, sociale kruidenier, terugbetaling ziektekosten,..) 73
    44. 4.2 De evolutie van de politieke opdracht van het middenveld 73
    45. *historisch gaf de overheid veel ruimte aan het middenveld: HOE?  formeel = kregen vrijheid v verenigingen, openbaarheid v bestuur, belangengroepen betrokken in beleidscyclus,…  informeel = er werd aandacht besteed voor overleg en compromis voor en achter de schermen. ( ook buiten de vergadering ) = maar een beperkt aantal groepen toegestaan bij de besluitvorming 73
    46. 4.3 succesfactoren voor de politieke opdracht 74
    47. 4.4 deelname aan het middenveld en democratie 74
    48. Politiek – hoofdstuk 12 – lokale politiek 75
    49. 1. situering van het lokaal bestuur *gemeente = het eerstelijnsbestuur, eerste aanspreekpunt en gezicht van de overheid voor de burger = bestaan uit : lokale politici door gemeentelijke administratie Opdracht  bijdragen aan het welzijn vd burgers ( sociaal beleid, maar ook alle beleidsdomeinen zoals cultuur, veligheid,…) 75
    50. 1.1 het belang van de gemeenten in cijfers 75
    51. 1.2 meerwaarde van de lokale politiek *lokale besturen hebben drie meerwaarden : 76
    52. 1.3 maatschappelijke tendensen en bestuurlijke uitdagingen voor gemeenten 76
    53. 2.wettelijke context voor het lokaal bestuur 76
    54. 2.1 de federale overheid en de gemeenten 76
    55. 2.2 de Vlaamse overheid en de gemeenten 77
    56. 2.2.1 de eerste interne Vlaamse staatshervorming 77
    57. 2.2.2 het decreet lokaal bestuur * het decreet lokaal bestuur regelde : ( 2019 )  integratie gemeente–OCMW, de organisatie van het bestuur, intergemeentelijke samenwerking, burgerparticipatie en de beleids- en beheerscyclus. 77
    58. 3. de werking van gemeentebesturen 77
    59. 3.1 opdrachten 77
    60. 3.4.1 bestuurlijk toezicht 78
    61. 3.4.2 organisatiebeheersing en audit 78
    62. 3.5 politieke organen 79
    63. 3.5.1 de gemeenteraad- ook de Raad voor Maatschappelijk Welzijn 79
    64. 3.5.2 de voorzitter van de gemeenteraad- ook de voorzitter van de Raad voor Maatschappelijk Welzijn 80
    65. 3.5.4 Bijzonder comité voor de sociale dienst 80
    66. 3.5.5 de burgemeester – ook voorzitter college en vast bureau *burgemeester = het hoofd van de gemeente en vertegenwoordiger vd federale en Vlaamse overheid in de gemeente = voorzitter vast bureau vd RMW *wie wordt burgemeester? : de verkozene met de meeste naamstemmen vd grootste coalitiefractie *de ‘burgervader’ of moeder heeft ook een symbolische functie  het is een spilfiguur dooe een combinatie v taken 81
    67. 3.6 de ambtelijke organisatie van het lokale bestuur 81
    68. 3.6.1 de interne organisatie 81
    69. 3.6.2 verzelfstandige diensten 82
    70. 3.6.3 de sociale dienst en het OCMW 82
    71. 5. Het lokaal sociaal beleid *met het decreet lokaal sociaal beleid wil de Vlaamse overheid:  een sterk en breed sociaal beleid op lokaal niveau  gemeenten acties laten ondernemen om inwoners toegang te geven tot sociale grondrechten en voorzieningen  verbinding maken met andere beleidsdomeinen 85
    72. 6.1 economische bloei, sociale neergang: de politieke uitdaging 86
    73. 6.3 alternatief: politiek van sociale stijging 86
    74. 7.1 situering en wettelijke context 87
    75. 7.2 bevoegdheden 87
    76. 7.3 bestuurlijke organisatie 87
    77. Politiek- hoofdstuk 13 – bovenlokale politiek 88
    78. 1.samenwerking tussen gemeenten *gemeenten werken meer en meer samen  netwerken en samenwerkingsverbanden ontstaan 88
    79. 1.1 geïntegreerde politiedienst en hulpverleningszones 1) politiezones  er zijn 185 lokale politiezones in België  elke politiezone staat in voor basispolitiezorg ( wijkwerking, onthaal, openbare orde, recherche…) *organen  politieraad: bestaat uit enkele leden van de gemeenteraden die behoren tot de politiezone  politiecollege : bestaat uit de burgemeesters van de politiezone (korps met korpschef en een bijzondere rekenplichtige ) 88
    80. 1.2 intergemeentelijke samenwerking 89
    81. 2. koepelorganisaties voor politici en ambtenaren 90
    82. 3. de regiovorming 91

Livre connecté
 image
Marijke Pruyt, Christophe Timbremont Politiek en beleid in sociaal perspectief
Éditeur: Inconnu ISBN: 9789401478601 Édition: 1

Infos sur le Document

Livre entier ?
Oui
Publié le
7 avril 2026
Nombre de pages
91
Écrit en
2025/2026
Type
Resume
€10,66

Mauvais document ? Échangez-le gratuitement Dans les 14 jours suivant votre achat et avant le téléchargement, vous pouvez choisir un autre document. Vous pouvez simplement dépenser le montant à nouveau.
Rédigé par des étudiants ayant réussi
Disponible immédiatement après paiement
Lire en ligne ou en PDF

Seller avatar
laurencallebert
5,0
(1)
Vendu
4
Abonnés
0
Éléments
8
Dernière vente
1 mois de cela



Pourquoi les étudiants choisissent Stuvia

Créé par d'autres étudiants, vérifié par les avis

Une qualité sur laquelle compter : rédigé par des étudiants qui ont réussi et évalué par d'autres qui ont utilisé ce document.

Le document ne convient pas ? Choisis un autre document

Aucun souci ! Tu peux sélectionner directement un autre document qui correspond mieux à ce que tu cherches.

Paye comme tu veux, apprends aussitôt

Aucun abonnement, aucun engagement. Paye selon tes habitudes par carte de crédit et télécharge ton document PDF instantanément.

Student with book image

“Acheté, téléchargé et réussi. C'est aussi simple que ça.”

Alisha Student

Foire aux questions