GENETICA
Doelstellingen in de cursus kennen! Inhoudstafel maken!
DE ERFELIJKE CODE EN DE WIJZE WAAROP ZE WORDT DOORGEGEVEN
Zygote / bevruchte eicel
Celdeling: een moedercel gaat zich delen. De cellen verdubbelen. = differentiatie.
STRUCTUUR VAN EEN CEL
1. Celmembraan
2. Cytoplasma
3. Celkern, nucleus
CELMEMBRAAN
Een geheel die de cel samenhoudt. Het is een soort mantel rond de cel.
Het bestaat uit een dubbele laag vetmoleculen met daartussen grote klompen eiwitten. Daar zitten kanaaltjes
die het mogelijk maken verbinding binnen en buiten de cel.
Foto’s zijn ondersteunend of extra. Alle info van op de ppt en cursus kennen!!
CYTOPLASMA – CELSAP
Chemische processen
Het is een vloeistof. Er zitten heel veel orgaantjes (organellen) in het celsap, cytoplasma zitten. Die zorgen
ervoor dat de cel haar functie kan uitvoeren.
Stofwisselingen kan gebeuren. Belangrijk voor het
metabolisme en de bewegingen in de cel!
Voorbeelden kunnen geven van organellen!
1
,CELKERN
Cel kan verschillende vormen hebben. Er zit rond de celkern een vliesje. Met poriën.
Kernmembraan met kernporiën. (poriën zorgen ervoor dat er stoffen naar binnen en
buiten kunnen. In het midden van de kern ligt een kern= Nucleus. In de kern ligt ook
chromatiden. (chromosomen) Het lijken grijze bolletjes draad maar onder de
microscoop kan je de X structuur zien.
In elke cel zitten 46 chromosomen. 2 parallelengroepjes van 23paar. De helft van de
vader en de helft van de moeder. Wanneer chromosomen afwijken, dan hebben we te maken met een
afwijking.
Homologe chromosomen= chromosomen die samenkomen.
HOMOLOGE CHROMOSOMEN
- Chromosomen die even lang zijn en hun centromeer op dezelfde plaats hebben
- Bevatten geen identieke informatie, wel informatie van dezelfde aard op overeenkomstige plaatsen
o op het ene homoloog: info over blauwe ogen (mama)
o op het andere homoloog: info bruine ogen (papa)
je hebt verschillende manieren om te rangschikken
KARYOGRAM OF CHROMOSOMENKAART
= het overzicht van de geordende chromosomen van een individu
Gerangschikt van groot naar klein
2X Dit is van een vrouw <-
Karyotype of chromosomenformule
Rangschikking:
- lengte van de chromosoom
- Plaats van de centromeer
- Bandpatronen
2
, DNA (DEOXYRIBONUCLEIC ACID) (DESOXYRIBONUCLEÏNEZUUR)
In de chromosoom ligt de DNA streng. Een Gen is een stukje DNA.
Bekijken cursus!
CELDELINGEN
1. Mitose / gewone celdeling / vermenigvuldigingsdeling
= lichaamscellen
2. Meiose / reductiedeling
= gameten / voorplantingscellen (eicellen en zaadcellen)
3. Amitose / directe celdeling
=eencellige organismen, soms in menselijke kankercellen
3
Doelstellingen in de cursus kennen! Inhoudstafel maken!
DE ERFELIJKE CODE EN DE WIJZE WAAROP ZE WORDT DOORGEGEVEN
Zygote / bevruchte eicel
Celdeling: een moedercel gaat zich delen. De cellen verdubbelen. = differentiatie.
STRUCTUUR VAN EEN CEL
1. Celmembraan
2. Cytoplasma
3. Celkern, nucleus
CELMEMBRAAN
Een geheel die de cel samenhoudt. Het is een soort mantel rond de cel.
Het bestaat uit een dubbele laag vetmoleculen met daartussen grote klompen eiwitten. Daar zitten kanaaltjes
die het mogelijk maken verbinding binnen en buiten de cel.
Foto’s zijn ondersteunend of extra. Alle info van op de ppt en cursus kennen!!
CYTOPLASMA – CELSAP
Chemische processen
Het is een vloeistof. Er zitten heel veel orgaantjes (organellen) in het celsap, cytoplasma zitten. Die zorgen
ervoor dat de cel haar functie kan uitvoeren.
Stofwisselingen kan gebeuren. Belangrijk voor het
metabolisme en de bewegingen in de cel!
Voorbeelden kunnen geven van organellen!
1
,CELKERN
Cel kan verschillende vormen hebben. Er zit rond de celkern een vliesje. Met poriën.
Kernmembraan met kernporiën. (poriën zorgen ervoor dat er stoffen naar binnen en
buiten kunnen. In het midden van de kern ligt een kern= Nucleus. In de kern ligt ook
chromatiden. (chromosomen) Het lijken grijze bolletjes draad maar onder de
microscoop kan je de X structuur zien.
In elke cel zitten 46 chromosomen. 2 parallelengroepjes van 23paar. De helft van de
vader en de helft van de moeder. Wanneer chromosomen afwijken, dan hebben we te maken met een
afwijking.
Homologe chromosomen= chromosomen die samenkomen.
HOMOLOGE CHROMOSOMEN
- Chromosomen die even lang zijn en hun centromeer op dezelfde plaats hebben
- Bevatten geen identieke informatie, wel informatie van dezelfde aard op overeenkomstige plaatsen
o op het ene homoloog: info over blauwe ogen (mama)
o op het andere homoloog: info bruine ogen (papa)
je hebt verschillende manieren om te rangschikken
KARYOGRAM OF CHROMOSOMENKAART
= het overzicht van de geordende chromosomen van een individu
Gerangschikt van groot naar klein
2X Dit is van een vrouw <-
Karyotype of chromosomenformule
Rangschikking:
- lengte van de chromosoom
- Plaats van de centromeer
- Bandpatronen
2
, DNA (DEOXYRIBONUCLEIC ACID) (DESOXYRIBONUCLEÏNEZUUR)
In de chromosoom ligt de DNA streng. Een Gen is een stukje DNA.
Bekijken cursus!
CELDELINGEN
1. Mitose / gewone celdeling / vermenigvuldigingsdeling
= lichaamscellen
2. Meiose / reductiedeling
= gameten / voorplantingscellen (eicellen en zaadcellen)
3. Amitose / directe celdeling
=eencellige organismen, soms in menselijke kankercellen
3