Inhoudsopgave
4 Ademhaling................................................................................................. 2
4.1 Organisatie van het respiratoir systeem, statisch volumes en basisbegrippen.........2
4.1.1 Definitie van respiratoir systeem........................................................................2
4.1.2 Zuurstoftransportcascade..................................................................................2
4.1.3 Vochtige lucht versus droge lucht......................................................................3
4.1.4 De geleidende luchtwegen.................................................................................3
4.1.5 Long mechanica.................................................................................................3
4.2 Statische eigenschappen van de long.......................................................................4
4.2.1 Balans tss long en thoraxwand...........................................................................4
4.2.2 Longvolumes...................................................................................................... 4
4.2.3 Hoe ademen we in?............................................................................................4
4.2.4 Hoe ademen we uit?........................................................................................... 4
4.2.5 Waarom heeft de long de neiging om plat te vallen...........................................5
4.2.6 De druk-volume (P-V) relatie van de long...........................................................6
4.3 Dynamische eigenschappen van de long..................................................................7
4.3.1 Factoren die de weerstand bepalen....................................................................7
4.3.2 Statische parameter........................................................................................... 8
4.3.3 Dynamische parameter......................................................................................8
4.3.4 Wat gebeurt er nu tijdens de ademcyclus..........................................................9
4.4 Transport van O2..................................................................................................... 10
4.4.1 O2 kan zich oplossen in plasma........................................................................10
4.4.2 Hoeveel O2 verbruiken wij?..............................................................................10
4.4.3 De Hb-O3 dissociatie curve beschrijft de kinetiek van de binding....................11
4.5 Transport van CO2.................................................................................................. 12
4.6 Gasuitwisseling in de long: diffusie.........................................................................12
4.6.1 Wat is diffusie?................................................................................................. 12
4.6.2 Diffusie door een “complexe” barrière: de alveolaire wand..............................12
4.6.3 Wat bepaalt nu DL in een alveool?....................................................................13
4.6.4 “Het eindresultaat”: principe van Fick..............................................................13
4.7 Diffusie-limitatie van gastransport/uptake over een alveolaire wand: “wat als ik CO
inadem?”...................................................................................................................... 14
4.7.1 Wat zou er gebeuren als ik een kleine hoeveelheid CO inadem (0,1%)............14
4.7.2 Hoe meer CO opnemen in het bloed?...............................................................14
4.8 Perfusie-limitatie van gastransport/uptake over een alveolaire wand: “wat als ik
N2O inadem?”.............................................................................................................. 15
4.8.1 Wat zou er gebeuren als ik N20 (lachgas) inadem?..........................................15
4.8.2 Hoe meer N2O opnemen in bloed?...................................................................15
4.9 Hoe zit het voor O2 en CO2: perfusie of diffusie limitatie?......................................15
4.10 Perfusie van de long-ventilatie-perfusie verhouding.............................................16
4.10.1 Regionale verschillen in de perfusie van de long............................................18
4.11 Zien we nu ook regionale verschillen in ventilatie bij de long?.............................19
4.12 Ventilatie-perfusie verhoudingen..........................................................................20
1
,4 Ademhaling
4.1 Organisatie van het respiratoir systeem, statisch
volumes en basisbegrippen
4.1.1Definitie van respiratoir systeem
“Externe ademhaling” = uitwisseling v O2 en CO2 tss atmosfeer en
mitochondria
“Interne ademhaling” = oxidatieve fosforylatie in mitochondria
Enkele belangrijkje processen:
o Diffusie: passief transport via concentratiegradiënten (korte
afstanden)
o Convectie: vervoer v gassen/bloed in bulk via gesofisticeerde
pomp en transportsystemen (lange afstanden)
4.1.2Zuurstoftransportcascade
Atmosferische druk = 760 mm Hg 21% is zuurstof = 159 mmHg
(=partieel druk)
Naarmate je de lucht verder gaat zal de PO2 zakken tot in de mito
(30 mmHg)
Partiële druk = druk v/h mengsel afkomstig v/e gas
Ideale gaswet partiële druk evenredig met “molaire fractie” v dat
gas in het mengsel: PZ = Xz . Ptot
Wet v Dalton totale druk = som v/d partiële drukken
Gebruiken PO2 voor gas en vloeistof Wet v Henry stelt dat de druk
in gasfase evenredig en proportioneel is met de conc in een vloeistof
o (O2)dis = S x PO2
Kliniek: bloedgaswaarden zijn in evenwicht met het bloedstaal
partieel drukken waarmee bloedstaal zou moeten equilibreren om
deze conc aan O2 in staal te bekomen
2
, 4.1.3Vochtige lucht versus droge lucht
In atmosfeer = 760 mmHg
Water gaat in ons lichaam ook een partieel druk
aannemen van 49 mmHg
o Water is geen gas voldoet niet aan ideale
gaswetten
o Hiervoor moet gecorrigeerd w
PO2 = 21% van (760 – 49) mmHg = 150 mmHg
4.1.4De geleidende luchtwegen
De long vertakt 23 keer opp vergroting
Eerst: buizen die de lucht geleiden ; einde: alveolen
gasuitwisseling
o Alveool: de functionele unit 300 000 000 totale opp = 50-
100m2
o De long ntvangt evenveel bloed per min als de rest v/h
lichaam samen
5L/min
Pulmonaire ader vertrekt thv RV (uit LV vertrekt de aorta)
o Er gaat dus evenveel bloed door de LV als de RV per
tijdseenheid
Er is ook ene bronchiale circulatie om de longen te voorzien van
voedingstoffen en zuurstof vertrekt uit de aorta
4.1.5Long mechanica
Long zit in borstkas thoraxholte vergroten negatieve druk door
ribspieren en middenrif te contraheren lucht in longen gezogen
Uitademen = passief
Statische eigenschappen: fysische eigenschappen wnr er geen lucht
stroomt
Dynamische eigenschappen: fysische eigenschappen wnr er wel
lucht stroomt
3
4 Ademhaling................................................................................................. 2
4.1 Organisatie van het respiratoir systeem, statisch volumes en basisbegrippen.........2
4.1.1 Definitie van respiratoir systeem........................................................................2
4.1.2 Zuurstoftransportcascade..................................................................................2
4.1.3 Vochtige lucht versus droge lucht......................................................................3
4.1.4 De geleidende luchtwegen.................................................................................3
4.1.5 Long mechanica.................................................................................................3
4.2 Statische eigenschappen van de long.......................................................................4
4.2.1 Balans tss long en thoraxwand...........................................................................4
4.2.2 Longvolumes...................................................................................................... 4
4.2.3 Hoe ademen we in?............................................................................................4
4.2.4 Hoe ademen we uit?........................................................................................... 4
4.2.5 Waarom heeft de long de neiging om plat te vallen...........................................5
4.2.6 De druk-volume (P-V) relatie van de long...........................................................6
4.3 Dynamische eigenschappen van de long..................................................................7
4.3.1 Factoren die de weerstand bepalen....................................................................7
4.3.2 Statische parameter........................................................................................... 8
4.3.3 Dynamische parameter......................................................................................8
4.3.4 Wat gebeurt er nu tijdens de ademcyclus..........................................................9
4.4 Transport van O2..................................................................................................... 10
4.4.1 O2 kan zich oplossen in plasma........................................................................10
4.4.2 Hoeveel O2 verbruiken wij?..............................................................................10
4.4.3 De Hb-O3 dissociatie curve beschrijft de kinetiek van de binding....................11
4.5 Transport van CO2.................................................................................................. 12
4.6 Gasuitwisseling in de long: diffusie.........................................................................12
4.6.1 Wat is diffusie?................................................................................................. 12
4.6.2 Diffusie door een “complexe” barrière: de alveolaire wand..............................12
4.6.3 Wat bepaalt nu DL in een alveool?....................................................................13
4.6.4 “Het eindresultaat”: principe van Fick..............................................................13
4.7 Diffusie-limitatie van gastransport/uptake over een alveolaire wand: “wat als ik CO
inadem?”...................................................................................................................... 14
4.7.1 Wat zou er gebeuren als ik een kleine hoeveelheid CO inadem (0,1%)............14
4.7.2 Hoe meer CO opnemen in het bloed?...............................................................14
4.8 Perfusie-limitatie van gastransport/uptake over een alveolaire wand: “wat als ik
N2O inadem?”.............................................................................................................. 15
4.8.1 Wat zou er gebeuren als ik N20 (lachgas) inadem?..........................................15
4.8.2 Hoe meer N2O opnemen in bloed?...................................................................15
4.9 Hoe zit het voor O2 en CO2: perfusie of diffusie limitatie?......................................15
4.10 Perfusie van de long-ventilatie-perfusie verhouding.............................................16
4.10.1 Regionale verschillen in de perfusie van de long............................................18
4.11 Zien we nu ook regionale verschillen in ventilatie bij de long?.............................19
4.12 Ventilatie-perfusie verhoudingen..........................................................................20
1
,4 Ademhaling
4.1 Organisatie van het respiratoir systeem, statisch
volumes en basisbegrippen
4.1.1Definitie van respiratoir systeem
“Externe ademhaling” = uitwisseling v O2 en CO2 tss atmosfeer en
mitochondria
“Interne ademhaling” = oxidatieve fosforylatie in mitochondria
Enkele belangrijkje processen:
o Diffusie: passief transport via concentratiegradiënten (korte
afstanden)
o Convectie: vervoer v gassen/bloed in bulk via gesofisticeerde
pomp en transportsystemen (lange afstanden)
4.1.2Zuurstoftransportcascade
Atmosferische druk = 760 mm Hg 21% is zuurstof = 159 mmHg
(=partieel druk)
Naarmate je de lucht verder gaat zal de PO2 zakken tot in de mito
(30 mmHg)
Partiële druk = druk v/h mengsel afkomstig v/e gas
Ideale gaswet partiële druk evenredig met “molaire fractie” v dat
gas in het mengsel: PZ = Xz . Ptot
Wet v Dalton totale druk = som v/d partiële drukken
Gebruiken PO2 voor gas en vloeistof Wet v Henry stelt dat de druk
in gasfase evenredig en proportioneel is met de conc in een vloeistof
o (O2)dis = S x PO2
Kliniek: bloedgaswaarden zijn in evenwicht met het bloedstaal
partieel drukken waarmee bloedstaal zou moeten equilibreren om
deze conc aan O2 in staal te bekomen
2
, 4.1.3Vochtige lucht versus droge lucht
In atmosfeer = 760 mmHg
Water gaat in ons lichaam ook een partieel druk
aannemen van 49 mmHg
o Water is geen gas voldoet niet aan ideale
gaswetten
o Hiervoor moet gecorrigeerd w
PO2 = 21% van (760 – 49) mmHg = 150 mmHg
4.1.4De geleidende luchtwegen
De long vertakt 23 keer opp vergroting
Eerst: buizen die de lucht geleiden ; einde: alveolen
gasuitwisseling
o Alveool: de functionele unit 300 000 000 totale opp = 50-
100m2
o De long ntvangt evenveel bloed per min als de rest v/h
lichaam samen
5L/min
Pulmonaire ader vertrekt thv RV (uit LV vertrekt de aorta)
o Er gaat dus evenveel bloed door de LV als de RV per
tijdseenheid
Er is ook ene bronchiale circulatie om de longen te voorzien van
voedingstoffen en zuurstof vertrekt uit de aorta
4.1.5Long mechanica
Long zit in borstkas thoraxholte vergroten negatieve druk door
ribspieren en middenrif te contraheren lucht in longen gezogen
Uitademen = passief
Statische eigenschappen: fysische eigenschappen wnr er geen lucht
stroomt
Dynamische eigenschappen: fysische eigenschappen wnr er wel
lucht stroomt
3