Rédigé par des étudiants ayant réussi Disponible immédiatement après paiement Lire en ligne ou en PDF Mauvais document ? Échangez-le gratuitement 4,6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Aperçu 4 sur 158 pages
Resume

Samenvatting - Staatsrecht

Document preview thumbnail
Aperçu 4 sur 158 pages

Slagen in eerste zit. Alles wat je moet kennen zit erin: duidelijke structuur, alle leerstof uit de hoorcolleges én het handboek, en volledig uitgewerkt zodat je niets meer zelf moet samenzoeken. Ideaal om snel en efficiënt te studeren.

Aperçu du contenu

Samenvatting staatsrecht

Deel 1: Basisbeginselen van de
Grondwet

Grondwet
1. Wat is een grondwet?

●​ Functies:​


○​ Fundament/juridische van de rechtsorde​


○​ Hoogste en belangrijkste nationale norm (boven gewone wetten)​


○​ Organisatie van de machten​


○​ Bescherming van grondrechten /fundamentele rechten van burgers
○​ De inhoud weerspiegelt vaak de politieke en maatschappelijke
geschiedenis ​


●​ Kenmerken:​


○​ Algemene regels, vaak abstract → ruimte voor verdere interpretatie
via andere regels, rechtspraak, grondwettelijke beginselen en
gewoonten. ​


○​ Momentopname → reflectie van wat op dat moment belangrijk is​


○​ Reactie op voorgaand regime (Verenigd Koninkrijk der Nederlanden)​


○​ Formele grondwet vs. materiële grondwet​

, ○​ Levend: wordt tot leven gebracht in de rechtspraak​




2. Ontstaan van de Belgische grondwet

●​ Historische context (1815–1830): ging vooraf aan de Belgische
onafhankelijkheid, belgië maakte deel uit van het verenigd koninkrijk der
nederlanden. ​


○​ Verenigd Koninkrijk der Nederlanden : willem I: absolutisme = onvrede
bij de burgers ​


○​ Verzet tegen Willem I → “monsterverbond” (katholieken +
Franstaligen)​


○​ Belgische Revolutie: opvoering van De Stomme van Portici → aanzet
tot opstand
○​ Reeds tijdens de gevechten komt er een revolutionaire regering tot
stand: het Voorlopige Bewind - roept Belgische onafhankelijkheid uit​


○​ Het voorlopige bewind stelt een Nationaal Congres op →
grondwetscommissie → Belgische grondwet: 7 februari 1831​


●​ Belangrijke kenmerken:​


○​ Reactie op voorgaand regime → vooruitstrevend
○​ Verschillende grondwetswijzigingen ingegeven vanuit bezorgdheden
van het verleden
○​ inperking koninklijke macht, ministeriële verantwoordelijkheid en
rechtelijk wettigheidstoezicht, bescherming van de taalvrijheid ​


○​ Inperking uitvoerende macht​


○​ Vertrouwen in wetgevende macht​


○​ Toezicht door rechterlijke macht​

, ○​ Bescherming van grondrechten​



! Belangrijk: Niet enkel de gebeurtenissen van 1830-1831 zijn belangrijk om de
Grondwet te begrijpen, ook tal van andere historische en maatschappelijke
ontwikkelingen bvb. uitbreiding van het stemrecht en de evolutie van een
nachtswakerststaat naar een sociale verzorgingsstaat zijn belangrijk.


3. De inhoud van de Belgische grondwet
●​ Inspiratie: Franse grondwet 1830 & 1791, de fundamentele wet van het VK
der Nederlanden van 1815 en het Engelse constitutioneel recht
●​ Overnemen van soortgelijke bepalingen, of er net zich tegen afzetten
●​ Bvb. Scheiding der machten overgenomen van de Franse Grondwet van
1791


4. Formele grondwet: gaat over de vorm/procedure

●​ Definitie: grondwet is aan strenge wijzigingsprocedure onderhevig. Het zorgt
ervoor dat de Grondwet en de grondrechten niet voor een eenvoudige
wijziging vatbaar zijn.
●​ Wanneer het gaat over de geschreven bepalingen die in de eigenlijke formele
tekst van de grondwet zelf terug te vinden zijn.
●​ Er is geen enkel grondwetsartikel dat niet voor herziening vatbaar kan
worden verklaard. Uitzonderingen: in oorlogstijd/wanneer Wetgevende
Kamers verhinderd zijn om samen te komen. ​


●​ Artikel 195 Gw: 3 fasen​


○​ Preconstituante: Koning, Kamer & Senaat
-​ huidig parlement beslist welke artikelen herzienbaar zijn
-​ Stelt herzieningsverklaring op met aangeduide
grondwetsartikelen ​


○​ Verkiezingen: ontbinding parlement → kiezer beslist​


○​ Constituante: nieuwe parlement legt herziening vast, 2/3e
meerderheid vereist, gebonden aan herzieningsverklaring​

, ●​ Mogelijkheden om af te wijken van de strenge procedure in art. 195 Gw: ​


1.​ Impliciete wijzigingen: bv. art. 30 + art. 129 §1 Gw
-​
-​ Door een ander grondwetsartikel dat wel voor herziening vatbaar
werd verklaard te wijzigen/in te voegen zodat de inhoud of
draagwijdte van een ander grondwetsartikel onrechtstreeks ook wordt
gewijzigd.
-​ in strijd met de grondwet , maar toegelaten omdat geen enkel
rechtscollege bevoegd is om uitspraak te doen. ​


2.​ Tijdelijke overgangsbepalingen (art. 195 Gw)
-​ De tweede fase (de ontbinding van het parlement) wordt
overgeslagen




3.​ Deconstitutionalising
-​ Een regel of wet die eerst in de grondwet stond, wordt eruit
gehaald en verandert in een gewone wet.
-​ Waarom? Omdat gewone wetten makkelijker aangepast of veranderd
kunnen worden dan grondwetsartikelen.





○​ Vlinderakkoord (6e staatshervorming):​


■​ Deconstitutionalisering: regel uit grondwet → gewone wet →
makkelijker wijzigbaar​


■​ Bijzondere wetten (BWHI) = verlengstuk van de grondwet​


■​ Coördinatie van grondwet mogelijk → ordenen zonder inhoud
te wijzigen​



De coördinatie van de grondwet
●​ Belgische grondwet heeft geen preambule

Table des matières

  1. 01 Samenvatting staatsrecht 1
  2. 02 Deel 1: Basisbeginselen van de Grondwet 1
  3. 03 Deel 2 25
  4. 04 : Staatsrecht - De grondwettelijke machten en de regelgevende bevoegdheidsverdeling 25
    1. 1. Grondwettelijke basis 35
    2. 2. Taalgroepen 35
    3. 3. Taalgroepen in de Kamer van Volksvertegenwoordigers 35
    4. 4. Taalgroepen in de Senaat (Art. 43 §2 GW) 35
    5. 5. Belang van de taalgroepen (niet louter symbolisch) 36
    6. 6. Voorbeelden van beschermingsmechanismen 36
    7. 1. Doel van het statuut 37
    8. 2. Parlementaire immuniteiten 37
    9. 3. Onverenigbaarheden 38
    10. Wanneer vindt regeringsvorming plaats? 54
    11. Verplicht regeringsontslag 54
    12. Regeringsvorming na verkiezingen of vrijwillig ontslag 55
    13. Benoeming en vertrouwensstemming 56
    14. 2️⃣ Gerationaliseerd parlementair stelsel 56
    15. 3️⃣ Ontslag na verkiezingen 57
    16. 5️⃣ Verplicht regeringsontslag (art. 96 Gw) 57
    17. 6️⃣ Vrijwillig regeringsontslag 58
    18. 7️⃣ Gevolg: vervroegde verkiezingen 59
    19. 6. TOEZICHT OP DE UITVOERENDE MACHT (ZEER BELANGRIJK) 78
  5. 05 Deel III. De federale staat en de horizontale bevoegdheidsverdeling 79
    1. 1.2 Tweeledig en asymmetrisch federalisme 80
    2. Waals Gewest – Franse Gemeenschap – Franse Gemeenschapscommissie (COCOF) 84
    3. I. UITGANGSPUNT (vergelijking met Vlaanderen) 85
    4. II. JURIDISCHE BASIS 85
    5. III. REDEN VAN DEZE REGELING1. Financiële reden 85
    6. IV. PROCEDURE: HOE GEBEURT DE OVERDRACHT? 86
    7. V. VEREISTE MEERDERHEDEN (zeer belangrijk) 86
    8. VI. BIJZONDER GEVOLG VOOR DE COCOF (kern van de asymmetrie) 87
  6. 06 1. Wat betekent “constitutieve autonomie” in gewone taal? 89
  7. 07 2. Normale federale staten vs België 90
    1. In veel federale staten 90
    2. In België ❌ 90
  8. 08 3. Wat mogen ze dan WÉL doen? (hier komt constitutieve autonomie) 90
  9. 09 4. Waar staat dit in de Grondwet? 90
    1. Artikel 118 §2 GW 91
    2. Artikel 123 GW 91
  10. 10 5. De TWEE grote beperkingen (DIT is essentieel) 91
    1. Beperking 1 — Ze mogen niet zelf kiezen WAT ze regelen 91
  11. 11 6. Wat betekent “met kracht van wet”? 92
  12. 12 7. Brussel: nóg beperkter 92
    1. Brussels Hoofdstedelijk Gewest 92
    2. 1. Basisregel in België 92
    3. 2. Residuaire bevoegdheden (belangrijk!) 93
    4. 3. Toegewezen bevoegdheden 93
    5. 4. Voorbehouden bevoegdheden 94
    6. 5. Nuanceringen (België is niet zo strikt) 94
    7. 1. Startpunt 95
    8. 3. Huidige structuur België 98
    9. 1️⃣ Ontstaansgeschiedenis van de taalgebieden 99
    10. 2️⃣ De vier taalgebieden (kennen + begrijpen) 101
    11. 3️⃣ Kernregel van de taalgebieden (ZEER BELANGRIJK) 102
    12. 6️⃣ Taalwet Bestuurszaken – concrete regels 104
    13. 7️⃣ Standstill-bepaling: bescherming van faciliteiten 106
    14. 2.3 De deelstatelijke instellingen 106
    15. 1. Vlaamse Gemeenschapscommissie (VGC) 114
  13. 13 Deel IV. De rechtsbescherming 116
    1. 1. Uitgangspunt 119
    2. 2. Beslissend criterium: aard van de overheidsbevoegdheid 119
    3. 2.1 Subjectieve geschillen (subjectief contentieux) 119
    4. 2.2 Objectieve geschillen (objectief contentieux) 120
    5. 5. Hoe kwalificeer je een geschil? 121
    6. 6. Klassieke voorbeelden (onthouden!) 121
  14. 14 Hoe weet je of een burger een subjectief recht heeft t.a.v. de overheid? 122
    1. Stap 1 – De kernvraag 122
  15. 15 Stap 2 – Waar hangt dat van af? 122
  16. 16 1. GEBONDEN BEVOEGDHEID 122
    1. Wat is dat? 122
    2. Gevolg voor de burger 123
    3. Voorbeelden (heel belangrijk) 123
  17. 17 2. DISCRETIONAIRE BEVOEGDHEID 124
    1. Wat is dat? 124
    2. Gevolg voor de burger 124
    3. Voorbeelden 125
    4. Hoofdstuk 3 – De op- en inrichting van rechtscolleges 126
    5. 1. Wat valt onder art. 146 GW? 126
    6. 2. “Enkel krachtens een wet” – wat betekent dat concreet? 126
    7. 3. Rol van de Koning (regering) 127
    8. 4. Tweede groot gevolg: deelstaten mogen dit niet 128
    9. 5. Verbod op buitengewone rechtbanken 128
    10. 4.2 Bevoegdheid – overzicht 129
    11. A. Materiële bevoegdheid 130
    12. B. Territoriale bevoegdheid: we koppelen de zaak aan de plaats 132
    13. Grondwettelijke waarborgen 133
    14. 5.1 Algemeen 134
    15. 5.2 Administratieve rechtscolleges 134
    16. 5.3 De Raad van State 137
    17. 5.4 Het Grondwettelijk Hof 137
    18. 1. Wat is de Raad van State? 138
    19. 2. Samenstelling van de Raad van State 138
    20. 3. Wettelijke basis 139
    21. 4. Afdeling Wetgeving (preventieve rechtsbescherming) 139
    22. 5. Afdeling Bestuursrechtspraak (curatieve rechtsbescherming) 140
    23. 6. Beroep tot nietigverklaring 140
    24. 7. Arresten van de Raad van State 142
    25. 8. Schorsing 142
    26. 9. Raad van State als cassatierechter 142
  18. 18 HOOFDSTUK 2 – HET GRONDWETTELIJK HOF (SCHEMA) 143
    1. 1. Ontstaan en evolutie 143
    2. 2. Bijzondere aard van het Grondwettelijk Hof 143
    3. 3. Onafhankelijkheid van het Hof 144
    4. 4. Samenstelling van het Hof 144
    5. 5. Bevoegdheden van het Grondwettelijk Hof 145
    6. 6. Procedure bij het Grondwettelijk Hof 147
    7. 7. Samenloop van grondrechten – art. 26 §4 BWGH 150
    8. 8. Gevolgen van prejudiciële arresten 151
  19. 19 HOOFDSTUK 3 – DE GEWONE HOVEN EN RECHTBANKEN 152
    1. 3.1 Rechtsbescherming tegen de uitvoerende macht 152
    2. 3.1.1 Een bestuursgeschil wordt expliciet toegekend aan de gewone hoven en rechtbanken 152
    3. 3.1.2 De schending van subjectieve rechten van burgers 153
    4. 3.1.3 De exceptie van onwettigheid 153
    5. 3.1.4 Overheidsaansprakelijkheid 155

Infos sur le Document

Cours
Publié le
26 mars 2026
Nombre de pages
158
Écrit en
2025/2026
Type
Resume
€10,98

Mauvais document ? Échangez-le gratuitement Dans les 14 jours suivant votre achat et avant le téléchargement, vous pouvez choisir un autre document. Vous pouvez simplement dépenser le montant à nouveau.
Rédigé par des étudiants ayant réussi
Disponible immédiatement après paiement
Lire en ligne ou en PDF

Vendu
5
Abonnés
0
Éléments
7
Dernière vente
1 mois de cela




Pourquoi les étudiants choisissent Stuvia

Créé par d'autres étudiants, vérifié par les avis

Une qualité sur laquelle compter : rédigé par des étudiants qui ont réussi et évalué par d'autres qui ont utilisé ce document.

Le document ne convient pas ? Choisis un autre document

Aucun souci ! Tu peux sélectionner directement un autre document qui correspond mieux à ce que tu cherches.

Paye comme tu veux, apprends aussitôt

Aucun abonnement, aucun engagement. Paye selon tes habitudes par carte de crédit et télécharge ton document PDF instantanément.

Student with book image

“Acheté, téléchargé et réussi. C'est aussi simple que ça.”

Alisha Student

Foire aux questions