Hematologie Pathologisch bloedbeeld
H1: Het normale bloedbeeld
1.1. Bloedafname
Type monster Afname Gebruik
Veneus Venapunctie Routine labo-onderzoek
Arterieel Punctie vd slagader Arteriële bloedgassen
Capillair Huidpunctie vingertop of hiel POCT
Zuigelingen en jonge kinderen
Oudere patiënten met kwetsbare
aderen
Ernstig verbrande patiënten
1.2. Samenstelling bloed
PLASMA
- Water: oplosmiddel voor transport v andere substanties
- Ionen: osmotische balans, pH-buffering, zenuw- en spierfunctie
- Eiwitten
o Albumine (80%): osmotische balans
o Fibrinogeen: stolling
o Immunoglobulines: immuniteit
- Substanties:
o Voedingsstoffen en afvalstoffen
o O2 en CO2 + hormonen
1
,Hematologie Pathologisch bloedbeeld
BLOEDCELLEN
Celtype Subtype Gem. aantallen Functies Eigenschappen
in PB (/µl)
Erythrocyten 4,4-6,0 miljoen O2 en CO2- Levensduur 120
(rbc) trnasport tss dagen
weefsels en longen
Leukocyten 5000-10.000 Verdediging Bewegen uit BB
(wbc) lichaam tegen naar weefsels
pathogenen Levensduur: uren
tot dagen
Neutrofielen 1800-73000 Aangeboren Levensduur:
immuunsysteem minuten tot dagen
Fagocytose
Vrijstelling
cytotoxische
granules
Eosinofielen 0-700 Fagocytose – Levensduur:
vrijstelling minuten tot dagen
antihistamines
toegenomen in
allergie en
parasitaire infecties
Basofielen 0-150 Stimulatie
inflammatie
Lymfocyten 1500-4000 Primair adaptief Ontstaan in BM
immuunsysteem Secundaire
productie in
lymfatische
weefsels
Monocyten 200-950 Fagocyterende Verlaten BB en
cellen worden macrofagen
Antigeen-
presentatie
Thrombocyten 150.000-500.000 Hemostase – Ontstaan uit
vrijstelling megakaryocyten
groeifactoren voor
herstel weefsels
2
,Hematologie Pathologisch bloedbeeld
1.3. Normale hematopoëse
= aanmaak v bloedcellen (rbc, wbc) en -plaatjes (TC)
- Volwassene
o Beenmerg v axiale beenderen (ribben, sternum, scapula, en os iliaca)
o Tot 20j ook lange beenderen: nadien vervetting + verlies hematopoëse
- Ontwikkeling hematopoëse
o Foetaal
▪ 18d tot 5 weken: dooierzak/ventraal endotheel dorsale aorta: enkel rbc
▪ 6 weken: lever = volledige hematopoëse
▪ Vanaf 12 weken: BM = volledige hematopoëse
Extramedullaire hematopoëse
- Uit milt/lever op volwassen leeftijd
- Leuko-erythroblastair bloedbeeld
o Aanwezigheid voorlopers rbc en wbc in PB
o Oorzaak door oa v inname BM door maligniteiten, myelofibrose, …
- Pathologisch
- Niet-pathologisch = bij neonaten, eerste week gekernde rbc in bloed
1.3.1. Erythropoëse
= ontwikkeling rbc
- O2-transport
- Biconcave vorm
o Maximale oppervlakte-volumeverhouding → maximale O2 uitwisseling
o Vervormbaar → migratie door kleine BV
- Volume = +- 89 fl
- Levensduur 120d
o Door milt verwijderd uit BB, gefagocyteerd + afgebroken door reticulocytairen
- Regulatie door feedback-loop obv erthyropoëtine (EPO) → zodat productie rbc = afbraak
o EPO: aangemaakt door nieren
- 4-6 miljoen rbc/µl
1.3.2. Megakaryopoëse
= aanmaak TC
- Nodig voor hemostase
o Stollingscascade + vorming fibrine
o Adhesie andere plaatjes → vorming prop
- Discoïde (schijfachtig) cytoplasmatische fragmenten met granules, kleuren donkerpaars
1.3.3. Leukocyten
- Rol in immuunsysteem
- Sferisch nucleaire cellen
- 4800-11.000/µl
3
, Hematologie Pathologisch bloedbeeld
GRANULOPOËSE
= ontwikkeling wbc
Neutrofielen
- Multigelobuleerde kern, onopvallend granules
- Afweer tegen bacteriële infecties: m.o. doden door fagocytose
- Neutrofielen 3000-7000/µl
o Ernstige infecties → migratie naar plaats v infectie en neutropenie1 id circulatie
Eosinofielen
- Bilobaire kern, rode granules
- Afweer tegen parasitaire infecties + allergie
Basofielen
- Bilobaire kern, grote blauwpaarse granules
- Vrijstellen histamines, … tijdens inflammatie
- Migratie naar weefsels → matureren tot mastcellen
MONOCYTOPOËSE
Monocyten
- Niervormige kern, grijsblauw cytoplasma
- 100-700/µl
- Fagocyterende cellen → nodig tijdens cellulaire en humorale immuunrespons
- Mature monocyten → macrofagen id weefsels
o Nemen na fagocytose, antigenen op & presenteren aan T-cellen → adaptieve
immuunrespons
- Anti-tumoractiviteit: herkennen en doden van met AL bedekte tumorcellen
LYMFOPOËSE
- Sferische kern, bleekblauw cytoplasma
- 1500-3000/µl
Specifiek/adaptief immuunsysteem
- B-lymfocyten: antilichaam productie
- T-lymfocyten: herkennen Ag door Ag-presenterende cellen op MHC-complex → activatie
o T-helper cel: ondersteunend tijdens respons door cytokine productie + stimulatie
cytotoxische T-cellen, NK, cellen, …
o Cytotoxische T-cellen: door intracellulaire pathogenen geïnfecteerde cellen doden
- NK-cel: lichaamsvreemde cellen doden
➔ Onderscheiden via CD-merkers
1
Te kort aan
4
H1: Het normale bloedbeeld
1.1. Bloedafname
Type monster Afname Gebruik
Veneus Venapunctie Routine labo-onderzoek
Arterieel Punctie vd slagader Arteriële bloedgassen
Capillair Huidpunctie vingertop of hiel POCT
Zuigelingen en jonge kinderen
Oudere patiënten met kwetsbare
aderen
Ernstig verbrande patiënten
1.2. Samenstelling bloed
PLASMA
- Water: oplosmiddel voor transport v andere substanties
- Ionen: osmotische balans, pH-buffering, zenuw- en spierfunctie
- Eiwitten
o Albumine (80%): osmotische balans
o Fibrinogeen: stolling
o Immunoglobulines: immuniteit
- Substanties:
o Voedingsstoffen en afvalstoffen
o O2 en CO2 + hormonen
1
,Hematologie Pathologisch bloedbeeld
BLOEDCELLEN
Celtype Subtype Gem. aantallen Functies Eigenschappen
in PB (/µl)
Erythrocyten 4,4-6,0 miljoen O2 en CO2- Levensduur 120
(rbc) trnasport tss dagen
weefsels en longen
Leukocyten 5000-10.000 Verdediging Bewegen uit BB
(wbc) lichaam tegen naar weefsels
pathogenen Levensduur: uren
tot dagen
Neutrofielen 1800-73000 Aangeboren Levensduur:
immuunsysteem minuten tot dagen
Fagocytose
Vrijstelling
cytotoxische
granules
Eosinofielen 0-700 Fagocytose – Levensduur:
vrijstelling minuten tot dagen
antihistamines
toegenomen in
allergie en
parasitaire infecties
Basofielen 0-150 Stimulatie
inflammatie
Lymfocyten 1500-4000 Primair adaptief Ontstaan in BM
immuunsysteem Secundaire
productie in
lymfatische
weefsels
Monocyten 200-950 Fagocyterende Verlaten BB en
cellen worden macrofagen
Antigeen-
presentatie
Thrombocyten 150.000-500.000 Hemostase – Ontstaan uit
vrijstelling megakaryocyten
groeifactoren voor
herstel weefsels
2
,Hematologie Pathologisch bloedbeeld
1.3. Normale hematopoëse
= aanmaak v bloedcellen (rbc, wbc) en -plaatjes (TC)
- Volwassene
o Beenmerg v axiale beenderen (ribben, sternum, scapula, en os iliaca)
o Tot 20j ook lange beenderen: nadien vervetting + verlies hematopoëse
- Ontwikkeling hematopoëse
o Foetaal
▪ 18d tot 5 weken: dooierzak/ventraal endotheel dorsale aorta: enkel rbc
▪ 6 weken: lever = volledige hematopoëse
▪ Vanaf 12 weken: BM = volledige hematopoëse
Extramedullaire hematopoëse
- Uit milt/lever op volwassen leeftijd
- Leuko-erythroblastair bloedbeeld
o Aanwezigheid voorlopers rbc en wbc in PB
o Oorzaak door oa v inname BM door maligniteiten, myelofibrose, …
- Pathologisch
- Niet-pathologisch = bij neonaten, eerste week gekernde rbc in bloed
1.3.1. Erythropoëse
= ontwikkeling rbc
- O2-transport
- Biconcave vorm
o Maximale oppervlakte-volumeverhouding → maximale O2 uitwisseling
o Vervormbaar → migratie door kleine BV
- Volume = +- 89 fl
- Levensduur 120d
o Door milt verwijderd uit BB, gefagocyteerd + afgebroken door reticulocytairen
- Regulatie door feedback-loop obv erthyropoëtine (EPO) → zodat productie rbc = afbraak
o EPO: aangemaakt door nieren
- 4-6 miljoen rbc/µl
1.3.2. Megakaryopoëse
= aanmaak TC
- Nodig voor hemostase
o Stollingscascade + vorming fibrine
o Adhesie andere plaatjes → vorming prop
- Discoïde (schijfachtig) cytoplasmatische fragmenten met granules, kleuren donkerpaars
1.3.3. Leukocyten
- Rol in immuunsysteem
- Sferisch nucleaire cellen
- 4800-11.000/µl
3
, Hematologie Pathologisch bloedbeeld
GRANULOPOËSE
= ontwikkeling wbc
Neutrofielen
- Multigelobuleerde kern, onopvallend granules
- Afweer tegen bacteriële infecties: m.o. doden door fagocytose
- Neutrofielen 3000-7000/µl
o Ernstige infecties → migratie naar plaats v infectie en neutropenie1 id circulatie
Eosinofielen
- Bilobaire kern, rode granules
- Afweer tegen parasitaire infecties + allergie
Basofielen
- Bilobaire kern, grote blauwpaarse granules
- Vrijstellen histamines, … tijdens inflammatie
- Migratie naar weefsels → matureren tot mastcellen
MONOCYTOPOËSE
Monocyten
- Niervormige kern, grijsblauw cytoplasma
- 100-700/µl
- Fagocyterende cellen → nodig tijdens cellulaire en humorale immuunrespons
- Mature monocyten → macrofagen id weefsels
o Nemen na fagocytose, antigenen op & presenteren aan T-cellen → adaptieve
immuunrespons
- Anti-tumoractiviteit: herkennen en doden van met AL bedekte tumorcellen
LYMFOPOËSE
- Sferische kern, bleekblauw cytoplasma
- 1500-3000/µl
Specifiek/adaptief immuunsysteem
- B-lymfocyten: antilichaam productie
- T-lymfocyten: herkennen Ag door Ag-presenterende cellen op MHC-complex → activatie
o T-helper cel: ondersteunend tijdens respons door cytokine productie + stimulatie
cytotoxische T-cellen, NK, cellen, …
o Cytotoxische T-cellen: door intracellulaire pathogenen geïnfecteerde cellen doden
- NK-cel: lichaamsvreemde cellen doden
➔ Onderscheiden via CD-merkers
1
Te kort aan
4