Hoofdstuk 1: Inleiding tot het Staatsrecht.
Inhoudstafel.
1. Wat is recht?...............................................................................................................
1.1 Definitie en kenmerken……………………………………………………………………………………………
1.2 Onderscheiden rechtstakken……………………………………………………………………………………
1.3 Bronnen van Belgisch recht……………………………………………………………………………………..
1.4 Draagwijdte van rechtbronnen……………………………………………………………………………….
2. Historische schets………………………………………………………………………………………………………………………
3. Beleidsniveaus en bevoegdheidsverdeling…………………………………………………………………………………
4. Scheiding der machten……………………………………………………………………………………………………………….
5. De rechterlijke macht…………………………………………………………………………………………………………………
5.1 Algemene beginselen……………………………………………………………………………………………….
5.2 Soorten procedures………………………………………………………………………………………………….
5.3 Structuur rechtbanken…………………………………………………………………………………………….
5.3.1 Vrederechter/vredegerecht………………………………………………………………………………
5.3.2 Politierechtbank………………………………………………………………………………………………
5.3.3 Rechtbank van eerste aanleg…………………………………………………………………………..
5.3.4 Ondernemingsrechtbank………………………………………………………………………………..
5.3.5 Arbeidsrechtbank…………………………………………………………………………………………….
5.3.6 Hoven……………………………………………………………………………………………………………….
5.3.7 Hof van Assisen………………………………………………………………………………………………..
5.3.8 Hof van Cassatie………………………………………………………………………………………………
5.3.9 Bijzondere rechtscolleges……………………………………………………………………………………………..
6. Fasen van de burgerlijke rechtsprocedure…………………………………………………………………………………
1. Wat is recht?
1.1 Definitie en kenmerken.
Geen eenduidige definitie, maar steeds terugkerende elementen:
1. Geheel van gedragsregels:
- Regels die gedrag voorschrijven (geboden/verboden).
- Voorbeeld: Verkeersrecht (stoppen bij rood).
- Abstract en algemeen toepasbaar (koopcontract -> leveren en betalen).
- Kaderfunctie: Bv. Grondwettelijk recht = Bepaalt hoe een proces moet worden
gevoerd.
, 2. Opgelegd door het gezag van de gemeenschap:
- Onderscheid met morele/religieuze/sportregels.
- Gezag: Parlementen/regeringen, dus opgelegd door de gemeenschap zelf.
3. Doel = Ordening van de maatschappij:
- Maatschappij moet functioneren -> Samenleven mogelijk maken.
4. Handhaving door maatschappelijk gezag:
- Uitvoerende macht -> Uitvoering.
- Rechterlijke macht -> Sanctionering.
1.2 Onderscheiden rechtstakken.
Privaatrecht = Verhoudingen tussen burgers:
- Burgerlijk recht: Personen- en familierecht, vermogensrecht, familiaal vermogensrecht.
- Handelsrecht: Specifiek voor economische verrichtingen (Wetboek Vennootschappen, Wet
Jaarrekening,...).
- Privaat procesrecht: Inrichting en bevoegdheden rechtbanken + procesregels.
Publiekrecht = Overheid <-> burger / overheid <-> overheid:
- Staatsrecht/grondwettelijk recht: Staatsinrichting, scheiding der machten, recht en
vrijheden.
- Administratief recht: Organisatie en werking uitvoerende macht (gemeente/provincie,
stedenbouw, milieu,...).
- Strafrecht: Wat is misdrijf + straf (Strafwetboek + bijzondere wetten).
- Strafprocesrecht: Opsporing, vervolging, berechting misdrijven.
- Fiscaal recht: Belastingen, heffingen.
- Sociaal zekerheidsrecht: Vangnet (werkloosheid, pensioen, kinderbijslag).
1.3 Bronnen van Belgisch recht.
Internationale verdragen:
- Sommige verdragen direct werkend -> Gaan boven nationaal recht.
- Andere vereisen omzetting in nationale wetgeving.
- Voorbeelden:
1. EVRM (1950): Recht op leven, eerlijk proces, privacy, godsdienstvrijheid.
2. Dubbelbelastingverdrag FR-BE: Belast in land waar goed ligt.
Europees recht:
, - Basis: Verdrag van Rome (1957).
- Directe werking -> Primeert op Belgisch recht.
- Verordeningen: Direct toepasselijk.
- Richtlijnen: Omzetting in nationaal recht verplicht.
- Voorbeeld: BTW-richtlijn -> Belgisch BTW-Wetboek.
Belgische rechtsbronnen:
1. Grondwet:
- Hoogste norm.
- 198 artikelen.
- Regelt staatsorganisatie + grondrechten/vrijheden.
- Wijziging enkel via bijzondere procedure -> Publicatie Belgisch Staatsblad.
2. Wetten, decreten, ordonnanties:
- Wetten = Federaal parlement.
- Decreten = Gemeenschappen/gewesten.
- Ordonnanties = Brussels Hoofdstedelijk Gewest.
- Gelijkwaardige waarde. Bevoegdheidsconflicten -> Grondwettelijk Hof.
3. Uitvoeringsbesluiten:
- Koninklijk Besluit (KB), Ministerieel Besluit (MB), Besluiten van gewest- of
gemeenschapsregeringen.
- Doel: Uitvoering van wetten/decreten.
- Controle door Raad van State.
- Voorbeeld: Lijst kleine herstellingen huurder (Woninghuurdecreet).
4. Rechtspraak:
- Uitspraken van rechters.
- Principieel enkel bindend tussen partijen.
- Precedenten -> Rechtszekerheid.
5. Rechtsleer:
- Commentaren van juristen (boeken, tijdschriften).
- Geen bindende bron, maar invloedrijk: Overtuigen rechters.
6. Gewoonten en gebruiken:
- Zeldzaam.
- Voorbeeld: Afstand bomen tot perceelsgrens (Veldwetboek).
1.4 Draagwijdte van rechtsbronnen.
, Gebiedende rechtsregels (niet af te wijken):
1. Openbare orde:
- Fundamenten maatschappij, algemeen belang.
- Voorbeelden: Schijnhuwelijk, verkoop baby, verhuur woning zonder
kwaliteitsnormen, handel drugs
- Sanctie: Absolute nietigheid.
- Term ‘goede zeden’ sinds 2023 opgedaan in openbare orde.
2. Dwingend recht:
- Bescherming zwakkere partij (private belangen).
- Voorbeelden: Opzegtermijnen huurder, appartementsrecht.
- Sanctie: Nietigheid.
Aanvullende regels (suppletief recht):
- Van toepassing als contract niets bepaalt.
- Voorbeeld: Kosten levering (art. 1608 BW).
2. Historische schets.
- 1830: Onafhankelijkheid België -> Nationaal Congres stelt Grondwet op.
Kenmerken:
- Rechtsstaat: Overheid enkel handelen als wet voorziet. Burger mag alles tenzij verboden.
- Democratie: Beleid bepaald door burgers (rechtstreeks/onrechtstreeks).
- Monarchie: Koning = Staatshoofd, erfopvolging, legt eed af. Onschendbaar, onbekwaam
alleen te handelen, geen persoonlijke macht.
- Unitaire staat (140 jaar): Centrale staat + provincies + gemeenten.
- Evolutie naar federale staat -> Gemeenschappen & gewesten met eigen bevoegdheden.
3. Beleidsniveaus en bevoegdheidsverdeling.
Supranationaal niveau:
- Verdragen (bv. Kyoto, EVRM, dubbelbelasting).
- EU-verordeningen en richtlijnen.
Nevengeschikte niveaus (= gelijkwaardig):
- Federaal: Grondwet, justitie (uitz. justitiehuizen), defensie, sociale zekerheid (uitz.
groeipakket), arbeidsrecht, vennootschapsrecht, monetair beleid, restbevoegdheden.
Inhoudstafel.
1. Wat is recht?...............................................................................................................
1.1 Definitie en kenmerken……………………………………………………………………………………………
1.2 Onderscheiden rechtstakken……………………………………………………………………………………
1.3 Bronnen van Belgisch recht……………………………………………………………………………………..
1.4 Draagwijdte van rechtbronnen……………………………………………………………………………….
2. Historische schets………………………………………………………………………………………………………………………
3. Beleidsniveaus en bevoegdheidsverdeling…………………………………………………………………………………
4. Scheiding der machten……………………………………………………………………………………………………………….
5. De rechterlijke macht…………………………………………………………………………………………………………………
5.1 Algemene beginselen……………………………………………………………………………………………….
5.2 Soorten procedures………………………………………………………………………………………………….
5.3 Structuur rechtbanken…………………………………………………………………………………………….
5.3.1 Vrederechter/vredegerecht………………………………………………………………………………
5.3.2 Politierechtbank………………………………………………………………………………………………
5.3.3 Rechtbank van eerste aanleg…………………………………………………………………………..
5.3.4 Ondernemingsrechtbank………………………………………………………………………………..
5.3.5 Arbeidsrechtbank…………………………………………………………………………………………….
5.3.6 Hoven……………………………………………………………………………………………………………….
5.3.7 Hof van Assisen………………………………………………………………………………………………..
5.3.8 Hof van Cassatie………………………………………………………………………………………………
5.3.9 Bijzondere rechtscolleges……………………………………………………………………………………………..
6. Fasen van de burgerlijke rechtsprocedure…………………………………………………………………………………
1. Wat is recht?
1.1 Definitie en kenmerken.
Geen eenduidige definitie, maar steeds terugkerende elementen:
1. Geheel van gedragsregels:
- Regels die gedrag voorschrijven (geboden/verboden).
- Voorbeeld: Verkeersrecht (stoppen bij rood).
- Abstract en algemeen toepasbaar (koopcontract -> leveren en betalen).
- Kaderfunctie: Bv. Grondwettelijk recht = Bepaalt hoe een proces moet worden
gevoerd.
, 2. Opgelegd door het gezag van de gemeenschap:
- Onderscheid met morele/religieuze/sportregels.
- Gezag: Parlementen/regeringen, dus opgelegd door de gemeenschap zelf.
3. Doel = Ordening van de maatschappij:
- Maatschappij moet functioneren -> Samenleven mogelijk maken.
4. Handhaving door maatschappelijk gezag:
- Uitvoerende macht -> Uitvoering.
- Rechterlijke macht -> Sanctionering.
1.2 Onderscheiden rechtstakken.
Privaatrecht = Verhoudingen tussen burgers:
- Burgerlijk recht: Personen- en familierecht, vermogensrecht, familiaal vermogensrecht.
- Handelsrecht: Specifiek voor economische verrichtingen (Wetboek Vennootschappen, Wet
Jaarrekening,...).
- Privaat procesrecht: Inrichting en bevoegdheden rechtbanken + procesregels.
Publiekrecht = Overheid <-> burger / overheid <-> overheid:
- Staatsrecht/grondwettelijk recht: Staatsinrichting, scheiding der machten, recht en
vrijheden.
- Administratief recht: Organisatie en werking uitvoerende macht (gemeente/provincie,
stedenbouw, milieu,...).
- Strafrecht: Wat is misdrijf + straf (Strafwetboek + bijzondere wetten).
- Strafprocesrecht: Opsporing, vervolging, berechting misdrijven.
- Fiscaal recht: Belastingen, heffingen.
- Sociaal zekerheidsrecht: Vangnet (werkloosheid, pensioen, kinderbijslag).
1.3 Bronnen van Belgisch recht.
Internationale verdragen:
- Sommige verdragen direct werkend -> Gaan boven nationaal recht.
- Andere vereisen omzetting in nationale wetgeving.
- Voorbeelden:
1. EVRM (1950): Recht op leven, eerlijk proces, privacy, godsdienstvrijheid.
2. Dubbelbelastingverdrag FR-BE: Belast in land waar goed ligt.
Europees recht:
, - Basis: Verdrag van Rome (1957).
- Directe werking -> Primeert op Belgisch recht.
- Verordeningen: Direct toepasselijk.
- Richtlijnen: Omzetting in nationaal recht verplicht.
- Voorbeeld: BTW-richtlijn -> Belgisch BTW-Wetboek.
Belgische rechtsbronnen:
1. Grondwet:
- Hoogste norm.
- 198 artikelen.
- Regelt staatsorganisatie + grondrechten/vrijheden.
- Wijziging enkel via bijzondere procedure -> Publicatie Belgisch Staatsblad.
2. Wetten, decreten, ordonnanties:
- Wetten = Federaal parlement.
- Decreten = Gemeenschappen/gewesten.
- Ordonnanties = Brussels Hoofdstedelijk Gewest.
- Gelijkwaardige waarde. Bevoegdheidsconflicten -> Grondwettelijk Hof.
3. Uitvoeringsbesluiten:
- Koninklijk Besluit (KB), Ministerieel Besluit (MB), Besluiten van gewest- of
gemeenschapsregeringen.
- Doel: Uitvoering van wetten/decreten.
- Controle door Raad van State.
- Voorbeeld: Lijst kleine herstellingen huurder (Woninghuurdecreet).
4. Rechtspraak:
- Uitspraken van rechters.
- Principieel enkel bindend tussen partijen.
- Precedenten -> Rechtszekerheid.
5. Rechtsleer:
- Commentaren van juristen (boeken, tijdschriften).
- Geen bindende bron, maar invloedrijk: Overtuigen rechters.
6. Gewoonten en gebruiken:
- Zeldzaam.
- Voorbeeld: Afstand bomen tot perceelsgrens (Veldwetboek).
1.4 Draagwijdte van rechtsbronnen.
, Gebiedende rechtsregels (niet af te wijken):
1. Openbare orde:
- Fundamenten maatschappij, algemeen belang.
- Voorbeelden: Schijnhuwelijk, verkoop baby, verhuur woning zonder
kwaliteitsnormen, handel drugs
- Sanctie: Absolute nietigheid.
- Term ‘goede zeden’ sinds 2023 opgedaan in openbare orde.
2. Dwingend recht:
- Bescherming zwakkere partij (private belangen).
- Voorbeelden: Opzegtermijnen huurder, appartementsrecht.
- Sanctie: Nietigheid.
Aanvullende regels (suppletief recht):
- Van toepassing als contract niets bepaalt.
- Voorbeeld: Kosten levering (art. 1608 BW).
2. Historische schets.
- 1830: Onafhankelijkheid België -> Nationaal Congres stelt Grondwet op.
Kenmerken:
- Rechtsstaat: Overheid enkel handelen als wet voorziet. Burger mag alles tenzij verboden.
- Democratie: Beleid bepaald door burgers (rechtstreeks/onrechtstreeks).
- Monarchie: Koning = Staatshoofd, erfopvolging, legt eed af. Onschendbaar, onbekwaam
alleen te handelen, geen persoonlijke macht.
- Unitaire staat (140 jaar): Centrale staat + provincies + gemeenten.
- Evolutie naar federale staat -> Gemeenschappen & gewesten met eigen bevoegdheden.
3. Beleidsniveaus en bevoegdheidsverdeling.
Supranationaal niveau:
- Verdragen (bv. Kyoto, EVRM, dubbelbelasting).
- EU-verordeningen en richtlijnen.
Nevengeschikte niveaus (= gelijkwaardig):
- Federaal: Grondwet, justitie (uitz. justitiehuizen), defensie, sociale zekerheid (uitz.
groeipakket), arbeidsrecht, vennootschapsrecht, monetair beleid, restbevoegdheden.