Statistiek
1. Inleiding
Inleiding
Statistiek:
o Verzamelen
o Exploreren
o Analyseren
o Laat toe:
Goede proefopzet
Leren uit data
Variabele en onzekerheid
Kwantificeren
Controleren
Rapporteren
Statistische besluitvorming modellen toetsen aan data
De wetenschappelijke methode
o Doel = begrijpen van de natuur
o Wetenschappelijke methode = methodiek die vandaag algemeen aanvaard wordt om wetenschappelijke
kennis van de natuur op te bouwen
Pijlers:
o Theorie
= Voorspelt hoe natuurlijk proces zich gedraagt
Kan nooit bewezen worden door observatie, wel ontkracht = falsificatieprincipe
o Observatie
= Worden gebruikt om theorie te bevestigen of te ontkrachten
Levenswetenschappen:
o Berusten op empirisch onderzoek -> observaties nodig om kennis uit te breiden
o Theorieën postuleren zonder observatie kan, maar worden pas ‘aanvaard’ nadat er observaties zijn
Schematische weergave:
o Heeft een cyclisch karakter
Indien foutief model => model aanpassen
Doorloopt daarna opnieuw alle stappen van Wet. Met.
o natuur
= universum, wereld, werkelijkheid, waarheid
waarover we kennis willen verzamelen
o model (of theorie)
denkbeeld van de natuur
laat voorspellingen toe over gedrag van natuur
kan mathematisch model zijn maar ook kwalitatieve beschrijving
o wetenschappelijk experiment
data uit natuur halen
vormen manifestatie werkelijk gedrag
moet representatief en reproduceerbaar zijn
binnen zelf gekozen probabiliteitsgrenzen ([on]zekerheid)
o statistische besluitvorming (statistical inference)
brug tussen model en data
model toetsen aan data & besluiten welke mate de wetenschap de theorie en model mag
aannemen
Statistiek:
o wetenschappers hebben gedeeltelijke kennis van natuur via aantal modellen/ theorieën
o => geeft nieuw vragen/onderzoeksvragen/hypotheses
Hypothese = zodanig geformuleerd dat ze door data kan verworpen worden indien ze niet waar
zou zijn
-> bepaald hoe experiment moet opgezet worden om meest informatieve data te bekomen om tot
conclusie te komen
o Heeft dus 3 domeinen
Proefopzet
Ontwerpen van experiment
Data-exploratie en beschrijvende statistiek
Exploreren, samenvatten en visualiseren van data
Statistische besluitvorming
Veralgemenen van resultaten in steekproef naar populatie toe
Falsificatieprincipe:
1
, o Statistiek levert methoden aan waarmee kan nagegaan worden in welke mate data consistent zijn met
vooropgesteld model
o Indien consistent
-> wil daarom nog niet zeggen dat theorie en model correct zijn
(opzet experiment speelt hier ook rol in)
Experiment moet zo opgesteld worden dat model uitgedaagd wordt
Pas indien moeite gedaan om inconsistente data te bekomen kan theorie en model als waar
aanzien worden
o Indien inconsistent
Model onjuist
Case study: oksel microbiome
Kadering:
o Micro-organismen (samen: microbiome) onder de oksel die zweet metaboliseren in verzadigde vetzuren en
veroorzaken geur
o Er zitten ook andere bacteriën die hetzelfde doen, zonder geur
o Onderzoek wou geur verhelpen door antibiotica behandeling gevolgd door een transplantatie van de
microbiome van een persoon zonder zweetgeur
o Voor de theorie breed kan ingezet worden, moet het experimenteel aangetoond worden dat ze werkt
Experimenteel design (proefopzet):
o Idealiter willen we hele populatie testen => niet haalbaar
Ethisch niet verantwoord => weten niet of therapie werkt
Financieel en logistiek onmogelijk
Populatie die we willen gebruiken bestaat nog niet volledig => toekomstige patiënten
o Nood aan steekproef
Moet representatief zijn aan populatie, zodat we resultaten kunnen veralgemenen
Kiezen dus random mensen = randomisatie
elk subject heeft dezelfde kans om in experiment te worden opgenomen
o Nood aan goede controle
stel je neemt steekproef van 20 personen: je kan die niet allemaal behandelen want dan weet je
niet of het verschil in microbiome helpt
daarom werken placebo
bv: 10 personen enkel antibiotica geven en de andere 10 behandelen met antibiotica +
transplantatie
personen at random in die 2 groepen verdelen zodat beide groepen vergelijkbaar zijn
o Hoe microbiome meten?
DGGE meting
Micro-organismen hebben variabel stukje in RNA voor soort
Wordt geamplificeerd & gescheiden op DGGE gel => bandenpatroon ontstaat
Elke band is een bacterie; hoe helderder = hoe meer bacterie in microbiome voorkomt
Ratio intensiteit & totale intensiteit bandenpatroon wordt gebruikt als proxy voro relatieve
abundantie
o Vertaal onderzoeksvraag in iets wat we kunnen kwantificeren
Gemiddeld verschil in relatieve abundantie bacterie van transplantatie vs. Placebo
o Experiment uitvoeren
Data exploratie en beschrijvende statistiek:
o Data exploratie: belangrijk om inzicht te krijgen in data
o Interpretatie:
Effect van de behandeling kan worden gekwantificeerd door
gemiddelde relatieve abundantie te vergelijken
Hier: gemiddeld 22.2% hoger in transplantatie
Plot hiernaast is geen goede plot
Two-number summary: het gemiddelde en de
standaarddeviatie is het enige wat we zien
Weten niet of deze wel of niet een goede samenvattende
maat zijn voor de data
Heel wat ruimte in plot benut terwijl niet nuttig
Betere manier van plotten: boxplot
Five-number summary:
Bereik (minimum/maximum)
Mediaan
25%, 50% en 75% percentiel weer
Outliers (= extreme observaties) afzonderlijk als
datapunten toevoegen
Toont data zo ruw mogelijk & goed leesbaar&
duidelijke abundanties
Statistische besluitvorming:
o Is het effect groot genoeg om te kunnen concluderen dat de behandeling werkt?
o Inductie = conclusies van steekproef veralgemenen naar populatie
o Obv steekproef:
2
, Effect, gemiddeld verschil in relatieve abundantie tussen beide schatten in populatie
Gaat gepaard met onzekerheid
=> gaan nooit hele populatie kunnen testen, zijn dus nooit absoluut zeker
o Statistische besluitvorming = derde tak van statistiek
Data kan niet bewijzen dat behandeling werkt
Kan enkel ontkracht worden ( Falsificatie principe van Popper: stel je wil iets bewijzen dat er een
veschil is => kan alleen aantonen dat ze niet gelijk zijn)
Hier: stel dat de behandeling geen effect heeft, spreekt de data dan tegen?
o Berekenen hoe waarschijnlijk het is om in random (nieuwe) steekproel een verschil in gemiddelde relatieve
abundantie te zien (hier van 22.2% verschil minstens als behandeling geen effect zou hebben)
p=P (¿ X̄ transparant − X̄ placebo ∨¿ ≥22.2 %∨geen effect van behandeling)
p klein: onwaarschijnlijk om dergelijk effect door toeval te observeren als er in werkelijkheid geen
effect is van de behandeling
Hier berekent = 2:10 000 -> idee mag dus verworpen worden
o Mogelijke fouten
Experiment onderhevig aan random variabiliteit ( en dus ook conclusie onderhevig)
Normaal neem p-waarde van 5%
=> kans op maken van foute conclusies controleren op 5%
Case study: verschil in lengte tussen vrouwen en mannen
randomisatie:
o = sterkt gerelateerd met concept populatie & scope van de studie
o Steekproef representatief als:
Alle subjecten hebben even veel kans om opgenomen te worden
Selectie onafhankelijk van andere subjecten in de steekproef
o Repeated sampling = is nodig om in te zien dat steekproef random is
o => geeft inzicht in hoe gegevens veranderen van steekproef tot steekproef
Kadering:
o Elk jaar worden alle leeftijden geïnterviewd & gezondheidsonderzoek uitgevoerd
o Hieruit personen at random kiezen
o Beschikken over heel veel data; kiezen dus voor histogram
Interpretatie histogram:
o Verdeling ligt bij man hoger dan bij vrouw
o Data +/- symmetrisch verdeeld
o Lijkt normaal verdeeld
Kunnen grafiek hierdoor verder samenvatten door 2 statistieken:
gemiddelde & standaard deviatie
Experiment:
o Neem 5 mannen & 5 vrouwen; boven 25
o Histogrammen hier niet zinvol omdat we te weinig datapunten hebben
o Boxplot beter geschikt
Moeten nagaan of verschil in steekproef groot genoeg is om populatie te
vertegenwoordigen (t-test uitvoeren)
p-waarde kans om nieuwe random steekproef door toeval effect vinden dat
(in absolute waarden) minstens even groot is als in onze steekproef las er
geen verschil zou zijn in gemiddelde lengte.
Als kans heel klein: kunnen we onze steekproef niet observeren onder die
hypothese (even grote lengte)
=> hier is idd een verschil statistisch significant
Deze hypothese mag dan verworpen worden
o Experiment herhalen
Nieuw experiment = nieuwe data = nieuw grafiek
Kan bv uitkomen dat vrouwen & mannen even groot/ groter zijn
Hierbij het significante verschil uitrekenen zorgt ervoor dat dit verschil statistisch niet
significant verschilt en dus niet verworpen mag worden
Controle van beslissingsfouten:
o 2 soorten resultaatfouten
Vals negatief resultaat:
= wanneer er eigenlijk wel een verschil is maar dat niet in
de steekproef wordt teruggevonden
Y-as = statistische significantie: kans om als er geen
verschil is in de populatie er door toeval een effect te zien
is dat zo groot is als onze steekproef
Indien die kans heel klein is is het dus onwaarschijnlijk dat
de hypothese geldt dat er geen verschil was => verwerpen van die hypothese
Hoe kleiner die kans hoe meer statistisch significant
Vandaar dat daarvan de -log van genomen wordt
Hoge waarde in plot = meer statistisch significant
3
, Waarde 2 = kans van 2 op 100
Vals positief resultaat:
= wanneer er een verschil wordt waargenomen in de steekproef, maar er is in werkelijkheid
geen verschil aanwezig
Simuleren waarbij groepen gelijk zijn (bv 2 groepen van 5
vrouwen)
o Grotere steekproeven:
Grafiek wordt smaller/gerichter
Hoe meer gegevens, hoe makkelijker werkelijk verschil opgepikt wordt
in steekproef
Conclusies:
o In elke steekproef worden at random andere proefpersonen uit de populatie
getrokken
o Hierdoor verschillen metingen van steekproef tot steekproef (ook geschatte gemiddeldes en standaard
deviaties)
o conclusies zijn onzeker en kunnen wijzigen van steekproef tot steekproef
o Met statistiek controleren we de kans op het trekken foute conclusies
Case study: Salk vaccin
Kadering:
o nieuw polio vaccin testen op kinderen
o kinderen in 3 groepen:
kinderen met vaccin (cases)
kinderen die niet tot de leeftijdscategorie behoren van vaccinatietest (controles)
kinderen die niet mochten gevaccineerd worden van ouders
o opletten:
groepen moeten van zelfde grote-orde zijn => anders omzetten naar per miljoen Incidentie:
o lagere polio incidentie voor kinderen zonder toestemming
o => wordt gelinkt aan lagere socio-economische status (meer resistent tegen ziekte)
o Confounding = socio-economische status geassocieerd met polio en toestemming vaccinatie
o Controlegroep & gevaccineerde zijn niet vergelijkbaar => verschillen in socio-economische status & leeftijd
Nieuwe studie:
o Dubbel blinde gerandomiseerde studie
At random toegewezen aan controle of case arm (na toestemming ouders)
Controle: vaccinatie met placebo
Case: vaccinatie met vaccin
Double blinding:
Ouders & kinderen + medische staf weten niet of ze gevaccineerd worden
o Data:
Veel groter effect nu dat cases & controles vergelijkbaar zijn
Kinderen zonder toestemming vergelijkbaar
Rol van statistiek
Proefopzet is essentieel:
o het belangrijk is om de scope van de studie goed te specifiëren voor de start van het experiment
o randomisatie nodig is om een representatieve steekproef te nemen
o steekproef grootte is heel belangrijk
o we moeten ons bewust zijn van Confounding
o een goede controle is belangrijk
Data exploratie en beschrijvende statistiek:
o exploreren
o visualiseren
o samenvatten en beschrijven van geobserveerde data zodat relevante aspecten naar voor komen
Statistische besluitvorming:
o aan de hand van statistische modellen bestuderen in hoeverre geobserveerde trends/effecten die
geobserveerd worden in een steekproef veralgemeend kunnen worden naar de algemene populatie
2. Belangrijke concepten & conventies
Inleiding
Verschillende stappen in een studie:
o financieel & logistiek niet mogelijk om hele populatie te onderzoeken =>
nood aan steekproef
o design van de studie = manier waarop steekproef gedaan wordt
4
1. Inleiding
Inleiding
Statistiek:
o Verzamelen
o Exploreren
o Analyseren
o Laat toe:
Goede proefopzet
Leren uit data
Variabele en onzekerheid
Kwantificeren
Controleren
Rapporteren
Statistische besluitvorming modellen toetsen aan data
De wetenschappelijke methode
o Doel = begrijpen van de natuur
o Wetenschappelijke methode = methodiek die vandaag algemeen aanvaard wordt om wetenschappelijke
kennis van de natuur op te bouwen
Pijlers:
o Theorie
= Voorspelt hoe natuurlijk proces zich gedraagt
Kan nooit bewezen worden door observatie, wel ontkracht = falsificatieprincipe
o Observatie
= Worden gebruikt om theorie te bevestigen of te ontkrachten
Levenswetenschappen:
o Berusten op empirisch onderzoek -> observaties nodig om kennis uit te breiden
o Theorieën postuleren zonder observatie kan, maar worden pas ‘aanvaard’ nadat er observaties zijn
Schematische weergave:
o Heeft een cyclisch karakter
Indien foutief model => model aanpassen
Doorloopt daarna opnieuw alle stappen van Wet. Met.
o natuur
= universum, wereld, werkelijkheid, waarheid
waarover we kennis willen verzamelen
o model (of theorie)
denkbeeld van de natuur
laat voorspellingen toe over gedrag van natuur
kan mathematisch model zijn maar ook kwalitatieve beschrijving
o wetenschappelijk experiment
data uit natuur halen
vormen manifestatie werkelijk gedrag
moet representatief en reproduceerbaar zijn
binnen zelf gekozen probabiliteitsgrenzen ([on]zekerheid)
o statistische besluitvorming (statistical inference)
brug tussen model en data
model toetsen aan data & besluiten welke mate de wetenschap de theorie en model mag
aannemen
Statistiek:
o wetenschappers hebben gedeeltelijke kennis van natuur via aantal modellen/ theorieën
o => geeft nieuw vragen/onderzoeksvragen/hypotheses
Hypothese = zodanig geformuleerd dat ze door data kan verworpen worden indien ze niet waar
zou zijn
-> bepaald hoe experiment moet opgezet worden om meest informatieve data te bekomen om tot
conclusie te komen
o Heeft dus 3 domeinen
Proefopzet
Ontwerpen van experiment
Data-exploratie en beschrijvende statistiek
Exploreren, samenvatten en visualiseren van data
Statistische besluitvorming
Veralgemenen van resultaten in steekproef naar populatie toe
Falsificatieprincipe:
1
, o Statistiek levert methoden aan waarmee kan nagegaan worden in welke mate data consistent zijn met
vooropgesteld model
o Indien consistent
-> wil daarom nog niet zeggen dat theorie en model correct zijn
(opzet experiment speelt hier ook rol in)
Experiment moet zo opgesteld worden dat model uitgedaagd wordt
Pas indien moeite gedaan om inconsistente data te bekomen kan theorie en model als waar
aanzien worden
o Indien inconsistent
Model onjuist
Case study: oksel microbiome
Kadering:
o Micro-organismen (samen: microbiome) onder de oksel die zweet metaboliseren in verzadigde vetzuren en
veroorzaken geur
o Er zitten ook andere bacteriën die hetzelfde doen, zonder geur
o Onderzoek wou geur verhelpen door antibiotica behandeling gevolgd door een transplantatie van de
microbiome van een persoon zonder zweetgeur
o Voor de theorie breed kan ingezet worden, moet het experimenteel aangetoond worden dat ze werkt
Experimenteel design (proefopzet):
o Idealiter willen we hele populatie testen => niet haalbaar
Ethisch niet verantwoord => weten niet of therapie werkt
Financieel en logistiek onmogelijk
Populatie die we willen gebruiken bestaat nog niet volledig => toekomstige patiënten
o Nood aan steekproef
Moet representatief zijn aan populatie, zodat we resultaten kunnen veralgemenen
Kiezen dus random mensen = randomisatie
elk subject heeft dezelfde kans om in experiment te worden opgenomen
o Nood aan goede controle
stel je neemt steekproef van 20 personen: je kan die niet allemaal behandelen want dan weet je
niet of het verschil in microbiome helpt
daarom werken placebo
bv: 10 personen enkel antibiotica geven en de andere 10 behandelen met antibiotica +
transplantatie
personen at random in die 2 groepen verdelen zodat beide groepen vergelijkbaar zijn
o Hoe microbiome meten?
DGGE meting
Micro-organismen hebben variabel stukje in RNA voor soort
Wordt geamplificeerd & gescheiden op DGGE gel => bandenpatroon ontstaat
Elke band is een bacterie; hoe helderder = hoe meer bacterie in microbiome voorkomt
Ratio intensiteit & totale intensiteit bandenpatroon wordt gebruikt als proxy voro relatieve
abundantie
o Vertaal onderzoeksvraag in iets wat we kunnen kwantificeren
Gemiddeld verschil in relatieve abundantie bacterie van transplantatie vs. Placebo
o Experiment uitvoeren
Data exploratie en beschrijvende statistiek:
o Data exploratie: belangrijk om inzicht te krijgen in data
o Interpretatie:
Effect van de behandeling kan worden gekwantificeerd door
gemiddelde relatieve abundantie te vergelijken
Hier: gemiddeld 22.2% hoger in transplantatie
Plot hiernaast is geen goede plot
Two-number summary: het gemiddelde en de
standaarddeviatie is het enige wat we zien
Weten niet of deze wel of niet een goede samenvattende
maat zijn voor de data
Heel wat ruimte in plot benut terwijl niet nuttig
Betere manier van plotten: boxplot
Five-number summary:
Bereik (minimum/maximum)
Mediaan
25%, 50% en 75% percentiel weer
Outliers (= extreme observaties) afzonderlijk als
datapunten toevoegen
Toont data zo ruw mogelijk & goed leesbaar&
duidelijke abundanties
Statistische besluitvorming:
o Is het effect groot genoeg om te kunnen concluderen dat de behandeling werkt?
o Inductie = conclusies van steekproef veralgemenen naar populatie
o Obv steekproef:
2
, Effect, gemiddeld verschil in relatieve abundantie tussen beide schatten in populatie
Gaat gepaard met onzekerheid
=> gaan nooit hele populatie kunnen testen, zijn dus nooit absoluut zeker
o Statistische besluitvorming = derde tak van statistiek
Data kan niet bewijzen dat behandeling werkt
Kan enkel ontkracht worden ( Falsificatie principe van Popper: stel je wil iets bewijzen dat er een
veschil is => kan alleen aantonen dat ze niet gelijk zijn)
Hier: stel dat de behandeling geen effect heeft, spreekt de data dan tegen?
o Berekenen hoe waarschijnlijk het is om in random (nieuwe) steekproel een verschil in gemiddelde relatieve
abundantie te zien (hier van 22.2% verschil minstens als behandeling geen effect zou hebben)
p=P (¿ X̄ transparant − X̄ placebo ∨¿ ≥22.2 %∨geen effect van behandeling)
p klein: onwaarschijnlijk om dergelijk effect door toeval te observeren als er in werkelijkheid geen
effect is van de behandeling
Hier berekent = 2:10 000 -> idee mag dus verworpen worden
o Mogelijke fouten
Experiment onderhevig aan random variabiliteit ( en dus ook conclusie onderhevig)
Normaal neem p-waarde van 5%
=> kans op maken van foute conclusies controleren op 5%
Case study: verschil in lengte tussen vrouwen en mannen
randomisatie:
o = sterkt gerelateerd met concept populatie & scope van de studie
o Steekproef representatief als:
Alle subjecten hebben even veel kans om opgenomen te worden
Selectie onafhankelijk van andere subjecten in de steekproef
o Repeated sampling = is nodig om in te zien dat steekproef random is
o => geeft inzicht in hoe gegevens veranderen van steekproef tot steekproef
Kadering:
o Elk jaar worden alle leeftijden geïnterviewd & gezondheidsonderzoek uitgevoerd
o Hieruit personen at random kiezen
o Beschikken over heel veel data; kiezen dus voor histogram
Interpretatie histogram:
o Verdeling ligt bij man hoger dan bij vrouw
o Data +/- symmetrisch verdeeld
o Lijkt normaal verdeeld
Kunnen grafiek hierdoor verder samenvatten door 2 statistieken:
gemiddelde & standaard deviatie
Experiment:
o Neem 5 mannen & 5 vrouwen; boven 25
o Histogrammen hier niet zinvol omdat we te weinig datapunten hebben
o Boxplot beter geschikt
Moeten nagaan of verschil in steekproef groot genoeg is om populatie te
vertegenwoordigen (t-test uitvoeren)
p-waarde kans om nieuwe random steekproef door toeval effect vinden dat
(in absolute waarden) minstens even groot is als in onze steekproef las er
geen verschil zou zijn in gemiddelde lengte.
Als kans heel klein: kunnen we onze steekproef niet observeren onder die
hypothese (even grote lengte)
=> hier is idd een verschil statistisch significant
Deze hypothese mag dan verworpen worden
o Experiment herhalen
Nieuw experiment = nieuwe data = nieuw grafiek
Kan bv uitkomen dat vrouwen & mannen even groot/ groter zijn
Hierbij het significante verschil uitrekenen zorgt ervoor dat dit verschil statistisch niet
significant verschilt en dus niet verworpen mag worden
Controle van beslissingsfouten:
o 2 soorten resultaatfouten
Vals negatief resultaat:
= wanneer er eigenlijk wel een verschil is maar dat niet in
de steekproef wordt teruggevonden
Y-as = statistische significantie: kans om als er geen
verschil is in de populatie er door toeval een effect te zien
is dat zo groot is als onze steekproef
Indien die kans heel klein is is het dus onwaarschijnlijk dat
de hypothese geldt dat er geen verschil was => verwerpen van die hypothese
Hoe kleiner die kans hoe meer statistisch significant
Vandaar dat daarvan de -log van genomen wordt
Hoge waarde in plot = meer statistisch significant
3
, Waarde 2 = kans van 2 op 100
Vals positief resultaat:
= wanneer er een verschil wordt waargenomen in de steekproef, maar er is in werkelijkheid
geen verschil aanwezig
Simuleren waarbij groepen gelijk zijn (bv 2 groepen van 5
vrouwen)
o Grotere steekproeven:
Grafiek wordt smaller/gerichter
Hoe meer gegevens, hoe makkelijker werkelijk verschil opgepikt wordt
in steekproef
Conclusies:
o In elke steekproef worden at random andere proefpersonen uit de populatie
getrokken
o Hierdoor verschillen metingen van steekproef tot steekproef (ook geschatte gemiddeldes en standaard
deviaties)
o conclusies zijn onzeker en kunnen wijzigen van steekproef tot steekproef
o Met statistiek controleren we de kans op het trekken foute conclusies
Case study: Salk vaccin
Kadering:
o nieuw polio vaccin testen op kinderen
o kinderen in 3 groepen:
kinderen met vaccin (cases)
kinderen die niet tot de leeftijdscategorie behoren van vaccinatietest (controles)
kinderen die niet mochten gevaccineerd worden van ouders
o opletten:
groepen moeten van zelfde grote-orde zijn => anders omzetten naar per miljoen Incidentie:
o lagere polio incidentie voor kinderen zonder toestemming
o => wordt gelinkt aan lagere socio-economische status (meer resistent tegen ziekte)
o Confounding = socio-economische status geassocieerd met polio en toestemming vaccinatie
o Controlegroep & gevaccineerde zijn niet vergelijkbaar => verschillen in socio-economische status & leeftijd
Nieuwe studie:
o Dubbel blinde gerandomiseerde studie
At random toegewezen aan controle of case arm (na toestemming ouders)
Controle: vaccinatie met placebo
Case: vaccinatie met vaccin
Double blinding:
Ouders & kinderen + medische staf weten niet of ze gevaccineerd worden
o Data:
Veel groter effect nu dat cases & controles vergelijkbaar zijn
Kinderen zonder toestemming vergelijkbaar
Rol van statistiek
Proefopzet is essentieel:
o het belangrijk is om de scope van de studie goed te specifiëren voor de start van het experiment
o randomisatie nodig is om een representatieve steekproef te nemen
o steekproef grootte is heel belangrijk
o we moeten ons bewust zijn van Confounding
o een goede controle is belangrijk
Data exploratie en beschrijvende statistiek:
o exploreren
o visualiseren
o samenvatten en beschrijven van geobserveerde data zodat relevante aspecten naar voor komen
Statistische besluitvorming:
o aan de hand van statistische modellen bestuderen in hoeverre geobserveerde trends/effecten die
geobserveerd worden in een steekproef veralgemeend kunnen worden naar de algemene populatie
2. Belangrijke concepten & conventies
Inleiding
Verschillende stappen in een studie:
o financieel & logistiek niet mogelijk om hele populatie te onderzoeken =>
nood aan steekproef
o design van de studie = manier waarop steekproef gedaan wordt
4